U bent hier

Plenaire vergadering

donderdag 15 oktober 2015, 13.34u

Voorzitter
Toespraak van de heer Mark Rutte, minister-president van Nederland, met als thema: 'Beste buren'
De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is de toespraak van de heer Mark Rutte, minister-president van Nederland, met als thema: ‘Beste buren’.

Geachte heer minister-president Mark Rutte, geachte mevrouw de ambassadeur Maryem van den Heuvel, geachte heer minister-president Geert Bourgeois, geachte leden van de Vlaamse Regering, geachte collega’s, geachte aanwezigen – en daarbij richt ik mij in het bijzonder tot de buren uit Nederland die vandaag de weg naar hier gevonden hebben –, mag ik u allen hartelijk welkom heten op deze plenaire vergadering, een heel speciale vergadering, want ze heeft historische waarde.

Voor het eerst in de geschiedenis ontvangen wij een Nederlandse minister-president in ons Vlaams Parlement. Meer zelfs, het is de eerste keer in de geschiedenis dat een buitenlands regeringsleider hier het woord neemt. Alleen Herman Van Rompuy ging u hier vooraf in zijn hoedanigheid van president van de Europese Raad, maar hij is per slot van rekening een Belg, ik durf zelfs zeggen ‘een Vlaming’.

Ik kan nog verder gaan. Uw komst is bijna een primeur voor België: in onze federale Kamer van Volksvertegenwoordigers zijn u slechts twee buitenlandse regeringsleiders voorafgegaan, en niet de minste: Winston Churchill en Dwight Eisenhower. (Gelach)

Mijnheer de minister-president, we zijn blij om u hier te mogen verwelkomen, ook al blijft onze ontmoeting in tijd erg beperkt. Geen probleem, u bent namelijk van het springerige type, zoals u vorige week zelf verklapte aan een journalist van ons tv-journaal ter gelegenheid van de gezamenlijke Nederlands-Vlaamse handelsmissie in Atlanta. Uit die televisieverslagen bleek toen ook dat u een man bent met veel bagage – zoveel dat iemand u vergezelt om die te dragen. Ik meende op de beelden zelfs enige jaloezie te ontwaren bij onze eigen minister-president, die blijkbaar niet over zo’n assistent beschikt. (Gelach)

Wij vinden het overigens prima dat u een hele koffer vol ideeën en plannen meezeult als u samen met Vlaanderen op missie gaat. Wij vinden het al even uitstekend dat uw koffer ook bij een bezoek aan Vlaanderen volgestouwd zit met concreet uitgewerkte projecten voor samenwerking. En wij vinden het ook opperbest dat u zich na deze vergadering naar de Europese Raad rept, waar u alweer heel wat overlegpunten en voorstellen uit uw koffers opdiept. Wij zitten als buren namelijk op heel veel vlakken op dezelfde golflengte en wij hanteren vaak dezelfde maatschappelijke maatstaven.

Daarom hebben wij er alle belang bij dat Nederland en Vlaanderen op eenzelfde manier pleiten voor een sterke inbreng van landen en autonome regio’s op supranationaal niveau. Nederland doet dat al lang als onafhankelijk land, Vlaanderen als een regio die steeds meer autonomie verwerft. In die zin is uw bezoek aan ons Vlaams Parlement een belangrijk statement, een hernieuwde erkenning uwerzijds van Vlaanderen als volwaardige gesprekspartner, met een parlement en een regering die op internationaal vlak evenwaardige bevoegdheden kunnen uitoefenen als de Nederlandse.

Eigenlijk hadden wij al veel harder moeten aandringen om u hier te zien langskomen want de handelsmissie naar Atlanta van vorige week was niet de eerste in haar soort. Twee jaar geleden leidde u al samen een gelijkaardige zending naar Houston, met minister-president Peeters. Met goed gevolg overigens, met gunstige consequenties voor de economie van zowel Nederland als Vlaanderen.

Onze samenwerking is dus al langer een historisch gegeven. Maar het is niet slecht om die geregeld een extra stimulans te geven. Op regeringsniveau gebeurde dat nog in 2010 met een reeks nieuwe zogeheten GROS-projecten, waarbij ‘GROS’ voor ‘grensoverschrijdend’ staat. Die situeren zich op de meest uiteenlopende vlakken, telkens toegespitst op een periode van twee jaar. Zo is momenteel de vervoersproblematiek aan de beurt, waarbij enerzijds busverbindingen tussen Zeeland en West-Vlaanderen centraal staan en anderzijds de opvulling van de ontbrekende snelle wegen op de as Eindhoven-Hasselt. Daarover worden trouwens vandaag een aantal vragen gesteld in dit parlement. Niet aan u, minister-president.

Op het vlak van milieu, landbouw en visserij wordt het beleid in verband met de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en met visserijquota op elkaar afgestemd. De samenwerking is dus structureel, met als hoogtepunt de tweejaarlijkse topontmoeting in aanwezigheid van u beiden, heren ministers-presidenten. Of zal ik zonder enige schroom ook maar zeggen: Mark en Geert? Tegen Geert durf ik dat wel te zeggen, tegen u, minister-president, niet. (Opmerkingen van minister-president Mark Rutte)

Dat dacht ik wel, dank u wel daarvoor. Door de vele recente contacten spreekt u elkaar toch ook aan als vrienden, nietwaar? Noemt u mij dus ook maar gewoon Jan. Mijn vader was een Vlaming, mijn moeder een Nederlandse. Mijn eerste job vond ik overigens in Sittard. In Nederland, jawel. Ik heb dus ervaring met Nederlanders en ik kan met een gerust gemoed zeggen dat het, ondanks 185 jaar landsgrenzen, niet moeilijk is voor Vlamingen en Nederlanders om samen te werken. De vele grensarbeiders bewijzen dat al jarenlang met succes. U hebt daarvan vanmiddag nog een voorbeeld gehoord van een van onze leden, de heer Marino Keulen.

Heren ministers-presidenten, Mark en Geert, wanneer u bij elkaar op bezoek gaat, zou ik dat niet langer een buitenlandse zending noemen. U doet gewoon aan grensarbeid. Want uiteindelijk liggen Brussel of Den Haag niet zo gek ver over die staatkundige streep tussen onze beide landen.

Dames en heren, wat op regeringsniveau kan, moet ook kunnen op het niveau van u, onze parlementariërs. Amper drie dagen geleden keurde het Uitgebreid Bureau van dit parlement eenparig goed om akkoord te gaan met de oprichting van een contactgroep tussen het Vlaams Parlement en de Nederlandse Tweede Kamer.

Ik grijp het bezoek van minister-president Rutte dan ook graag aan om alle collega’s parlementariërs, ten noorden en ten zuiden van onze landsgrens, warm te maken voor dit initiatief, dat zou moeten leiden tot een permanente kruisbestuiving tussen de leden van dit parlement en de leden van de Tweede Kamer in Den Haag.

Ik denk dat dit nodig is. Ik ontmoette enkele weken geleden mevrouw Anouchka van Miltenburg, de voorzitster van de Tweede Kamer, in Gent. Tijdens ons aangename gesprek heeft ze zich een goed idee gevormd van de complexe staatsstructuren van ons land. Belangrijk om weten is daarbij dat Nederland altijd bij onze Vlaamse Regering en Vlaams Parlement een aanknopingspunt en gesprekspartner zal vinden om zijn weg te vinden in dat bestel.

Mijnheer de minister-president, uw bezoek is voor ons uiterst waardevol omdat u hiermee Vlaanderen erkent als een legitieme partner, die binnen de federale staatsstructuur een belangrijke rol speelt.

In die gesprekken kunnen wij beiden ongetwijfeld veel opsteken van elkaar over de manier waarop de democratie haar werk constant bijstuurt en verbetert.

Persoonlijk nodig ik daarom hierbij mevrouw Maryem van den Heuvel, uw kersverse ambassadeur in Brussel – we hadden ook zeer goede contacten met de heer Schuwer, die we in Atlanta hebben ontmoet –, uit om geregeld te komen buurten in onze Vlaamse instellingen. Ik heb aan mevrouw van den Heuvel bij de eerste ontmoeting trouwens voorgesteld om een les te geven over de Belgische staatsstructuren zodat ze hier niet verloren loopt.

Want Vlaanderen en Nederland zijn meer dan gewone buren. Wij zijn BesteBuren, zoals ook de culturele samenwerkingsprojecten tussen Nederland en Vlaanderen dit jaar heten. Laat ons die benaming ook hanteren in onze contacten op alle andere terreinen, niet het minst in ons eigen domein: de politiek.

Beste buren dus, een status om hoog in het vaandel houden en daarom verlenen wij u nu graag het woord, minister-president. Een applaus graag. (Applaus)

De heer Mark Rutte, minister-president van Nederland

Het is bijzonder om hier te mogen zijn. Ik kijk vaak op donderdagavond naar de uitgebreide uitzendingen op de Vlaamse televisie met allerlei parlementaire verslagen. Ik ben zo verslaafd aan de politiek dat ik soms lang blijf kijken naar de verslagen van de Belgische Kamer en het Vlaams Parlement. Op tv ziet dat er weer heel anders uit dan als je er zelf staat.

Een aantal jaren geleden was ik nog staatssecretaris van Sociale Zaken en toen mocht ik hier ook spreken, maar dat was in de kelder. (Gelach)

Het was een bijeenkomst van de sociale-economische raden van Vlaanderen en Nederland. Ik heb wat dat betreft toch echt promotie gemaakt, merk ik. Dit voelt nog beter.

Mijnheer de voorzitter, beste Jan, geachte leden van het Vlaams Parlement, mijnheer de minister-president, beste Geert, waarde collega’s van de Vlaamse Regering, dames en heren, en mag ik zeggen beste vrienden, het is inderdaad bijzonder om hier te staan, zeker ook als ik me realiseer dat de erudiete en eloquente Herman Van Rompuy mij als externe spreker is voorgegaan, in zijn rol als president van de Europese Raad. Herman Van Rompuy staat ook wel voor iets bijzonders in de Belgische en Vlaamse politiek, namelijk dat generaties doorgaan met politiek. Ik begrijp dat zijn zoon inmiddels ook probeert de nakomelingen van hem weer lid te maken van de partij. We hebben het er even kort over gehad. Het is nog niet helemaal succesvol, begreep ik. (Gelach)

Het is ook goed dat er eigen keuzes worden gemaakt. Maar ik zie hier meer gezichten die staan voor meerdere generaties politiek bedrijven. Dat is iets wat we in Nederland eigenlijk totaal niet kennen, totaal niet. En dat maakt ook de Vlaamse politiek bijzonder. Het is zeker bijzonder dat ik hier mag staan in die traditie, en dat ik de eerste ben die uit het buitenland afkomstig is. Dat maakt me nederig en trots.

Overigens sta ik hier wel in een goede traditie, want het is natuurlijk helemaal geen uitzondering dat Vlamingen en Nederlanders over en weer elkaars podia opzoeken. Dat zien we op grote schaal. Goedele Liekens en Tom Lanoye zijn bij ons net zo geliefd als Jan Mulder en Paul de Leeuw hier in Vlaanderen. En dat is geen recente ontwikkeling, integendeel. De meest verrassende naam op de Pinkpopaffiche 2015 was bijvoorbeeld die van een Vlaming die in Nederland al decennialang bijzonder geliefd is. Ik heb het dan natuurlijk over Urbanus, een man die bij ons al vele jaren zonder achternaam door het leven kan.

In de aanloop naar zijn Pinkpop-optreden vertelde Urbanus in de Nederlandse media nog eens met smaak hoe hij in het midden van de jaren 1970 voor het eerst op tournee ging in ons land. Hij had zich voorgenomen op zijn Hollands, dus nogal direct, binnen te komen. Ik citeer hem: “Mijn eerste grap op het podium was: ‘Ik heb meegedaan aan een radioquiz. De 1e prijs was een week in Nederland. De 2e prijs was 2 weken in Nederland. Ik heb de 28e prijs gewonnen.’” (Gelach)

En ik kan zeggen dat Urbanus daarmee de harten stal van het hele Nederlandse publiek.

En eigenlijk hoort die cultuur van milde grappen over en weer wel bij de relatie tussen Vlaanderen en Nederland. ‘Was sich liebt, das neckt sich’, zeggen onze gezamenlijke Oosterburen en de inwoners van de Belgische Oostkantons. Maar volgens menig wetenschapper zit daar ook wel een diepere laag onder. Een veel aangehaalde conclusie van de bekende cultuursocioloog Geert Hofstede is bijvoorbeeld dat nergens ter wereld de cultuurverschillen tussen twee aangrenzende volkeren die dezelfde taal spreken zo groot zijn als tussen Nederland en Vlaanderen.

Dat die verschillen er zijn, lijkt mij evident, maar eerlijk gezegd doet het uitvergroten van die verschillen onrecht aan de goede onderlinge relatie. Tegelijkertijd zijn die verschillen er ook om te koesteren en er dan snel overheen te stappen. Wat dat betreft, sluit ik me liever aan bij een andere ervaringsdeskundige landgenoot, onze voormalige ambassadeur in België, Henne Schuwer, die onlangs, na dertien jaar, afscheid nam van deze contreien. Bij zijn vertrek uit het Brusselse zei hij het volgende: “Er is een soort mythe dat we ontzettend ver van elkaar af staan, dat onze culturen zeer verschillend zijn en dat samenwerken daarom nooit zal lukken (…) Maar we moeten die 5 tot 10% onderkennen waarin we niet gelijk zijn. Daar moeten we rekening mee houden. Als je dat doet, is er volgens mij” over die andere 90 procent “een fantastische samenwerking mogelijk.” Einde citaat.

Henne Schuwer is nu ambassadeur in Washington en we zijn nog net, samen met Geert Bourgeois, op handelsmissie geweest naar Atlanta. Toen hij hoorde dat ik hier het woord mocht voeren, was hij daar heel enthousiast over. Vlaanderen ligt hem nog na aan het hart, ook nu hij in Amerika is. Tegelijk hebben Geert Bourgeois en ik ervaren hoe waar de observatie van Henne Schuwer is over die samenwerking. Onze gezamenlijke handelsmissie naar Georgia was immers een groot succes, in ten minste twee opzichten. Natuurlijk wat betreft de contacten en de contracten tussen onze bedrijven en de Amerikaanse ondernemingen, maar ook in de onderlinge Vlaams-Nederlandse verhoudingen. Als je samen op pad gaat, versterk je natuurlijk ook de onderlinge band. Het was overigens al de tweede grensoverschrijdende handelsmissie en dat is in het internationale verkeer echt heel bijzonder. Het is een exclusief fenomeen. Het blijft simpelweg uniek, zo blijkt uit gesprekken met andere landen, dat landen en regio’s zich in het buitenland gezamenlijk in de etalage zetten. Overigens, als wij het hadden over de Vlaams-Nederlandse delta in Atlanta, waar de grootste vliegtuigmaatschappij ook de naam Delta draagt, kregen ze daar steeds heel andere beelden bij en waren ze heel trots wanneer we die term gebruikten, hoewel wij het niet hadden over de luchtvaartmaatschappij. Dat onderstreept nogmaals hoe dicht we bij elkaar staan. Er is veel meer dat ons bindt dan wat ons scheidt.

Het nu lopende Vlaams-Nederlandse culturele jaar heeft niet voor niets als titel meegekregen: ‘BesteBuren’. Wie wil weten hoe die culturele samenwerking eruitziet, hoeft eigenlijk alleen maar binnen te lopen bij het Vlaams-Nederlands Huis deBuren hier in Brussel, of bij het Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond in Amsterdam. Onze gemeenschappelijke taal bindt en stimuleert van oudsher het onderling contact, met als nieuw hoogtepunt, als ik het zo mag uitdrukken, het gecombineerde Vlaams-Nederlandse optreden op de Frankfurter Buchmesse in 2016. Dat heeft er overigens toe geleid dat Geert en ik bij alle bezoeken die we brachten in Atlanta onze gastheren overstapelden met Engelse vertalingen van beroemde Vlaamse en Nederlandse schrijvers. Je zag ze iedere keer ontsteld kijken als ze zo’n stapel boeken overhandigd kregen, maar ze waren er wel blij mee. We gaan daar op de Frankfurter Buchmesse samen onze literaire talenten, zowel de nieuwe als de gevestigde, aan de wereld presenteren. Eigenlijk is dat tot op zekere hoogte vergelijkbaar met wat je doet als je op handelsmissie gaat: zoeken naar de gedeelde sterke punten, elkaar wat gunnen en dan als eenheid naar buiten treden – dat doen beste buren. Dus als u het mij toestaat, wil ik dat etiket vandaag wat breder van toepassing verklaren dan alleen op cultureel terrein. Want beste buren, dat zijn we eigenlijk op alle terreinen van onze samenwerking.

Om te beginnen geldt dat al van oudsher, vanuit een gedeeld verleden, dat teruggaat naar de Habsburgse tijd. Een verleden dat dit jaar extra tastbaar is, want op 21 september jongstleden was het op de kop af 200 jaar geleden dat koning Willem I hier in deze stad werd ingehuldigd. Wij kennen hem als ‘koning-koopman’ en de ‘kanalenkoning’, u als de ‘koperen koning’. Toch heeft hij ooit het initiatief genomen voor het kanaal Gent-Terneuzen. Het is mooi dat de Vlaamse minister Ben Weyts en zijn Nederlandse collega Melanie Schultz van Haegen op 5 februari van dit jaar het verdrag over een nieuwe zeesluis konden ondertekenen. Met zijn passie voor grote infrastructurele projecten zou koning Willem I de aanleg van die zeesluis ongetwijfeld hebben toegejuicht.

Nederland heeft die 200 jaar Koninkrijk groots gevierd. Maar ook in steden als Gent en Mechelen heeft dit collectieve hoofdstuk uit onze gezamenlijke geschiedenis veel aandacht gekregen. Ik geef meteen toe: het verhaal over die periode van 1815 tot 1830, en de nasleep daarvan, met de Tiendaagse Veldtocht en het Scheidingsverdrag van 1839, is bepaald niet alleen een verhaal over roze wolken, van innige ongecompliceerde vriendschap. Dat zou niet helemaal de waarheid gestand doen. Maar het is wel een periode geweest waarin de basis verder is versterkt voor samenwerking op het gebied van taal en cultuur, onderwijs, handel, infrastructuur. We zijn beste buren vanuit het verleden, en dat schept hoe dan ook een band die doorwerkt tot de dag van vandaag, en ook na vandaag.

We zijn zonder twijfel ook de allerbeste economische buren, en dat is niet alleen omdat we samen op handelsmissie gaan. Na Duitsland is België, en daarbij Vlaanderen, voor Nederland de tweede handelspartner. En ook in Benelux-verband werken we economisch buitengewoon nauw samen, onder andere op basis van het recente, gezamenlijke ‘Actieplan voor groei en banen’. Ik zou wat dat betreft nog een uur kunnen vullen met voorbeelden die laten zien hoe sterk onze twee economieën verweven zijn, maar laat ik me misschien voor dit moment beperken tot twee tekenende observaties.

Ten eerste is het bijzonder om te zien hoe de havens van Antwerpen en Rotterdam van ouderwetse concurrenten steeds meer – ik gebruik opnieuw een term van Geert Bourgeois – ‘conculega’s’ zijn geworden. Dat is bijzonder, omdat sinds de blokkade van de Schelde aan het eind van de 16e eeuw eeuwenlang spanning heeft gezeten op dit deel van onze relatie. Met dat begrip ‘conculega’s’ bedoel ik overigens bepaald niet dat er fusieplannen in de maak zouden zijn. Maar er is wel een groeiend besef aan beide zijden van de grens dat de kracht van de een ook kan bijdragen aan de kracht van de ander. En nog belangrijker: dat het zinvol is naar buiten toe uit te dragen dat de Vlaams-Nederlandse Delta de toegangspoort is tot Europa. We zijn met andere woorden op heel veel vlakken complementair, en het is goed om dat gezamenlijke merk verder uit te bouwen.

Ik geef dan altijd het voorbeeld van een grote exporteur in China of Shanghai met een wereldkaart voor zich. Die ziet namelijk geen aparte havens van Antwerpen en Rotterdam, laat staan van Gent of Amsterdam. Die ziet wel één plek op de kaart barstensvol logistieke kennis en kunde, hoogopgeleide werknemers en een Europees achterland van 500 miljoen koopkrachtige consumenten. Wij zien er ook nog een grens doorheen lopen, maar vanuit China zie je dat niet meer. Het is goed dat we elkaar blijven zoeken en met elkaar gaan blijven werken om dat voordeel dat wij hebben ten opzichte van de rest van de wereld, uit te bouwen en te verzilveren. Ik denk dat we de zaak nog sterker kunnen maken door de infrastructurele netwerken naar ons gezamenlijke achterland nog beter op elkaar aan te laten sluiten.

Een tweede observatie die iets zegt over de vervlechting van belangrijke economische sectoren, is dat de kruisbestuiving niet beperkt blijft tot bedrijven die over de grens actief zijn. Er vindt ook een intensieve uitwisseling plaats op persoonlijk vlak. Zeeland Seaports en BinckBank hebben een Vlaamse CEO, NRC Handelsblad een Vlaamse hoofdredacteur, de universiteit van Maastricht een Vlaamse rector magnificus. Andersom staat er bijvoorbeeld bij AXA Belgium, bij de Delhaize Group en bij netbeheerder Elia een Nederlander aan het roer.

En natuurlijk, en het werd al genoemd, doel ik ook op al die duizenden mensen in de grensregio die dagelijks de oversteek maken om bij de buren te gaan werken. Er zijn allerlei initiatieven om dat gemakkelijker te maken. Dat is ook nodig, want het is echt nog te ingewikkeld. Daarbij horen: automatische diploma-erkenning voor het hoger onderwijs, afstemming van onderwijsprogramma’s in het beroepsonderwijs, samenwerking tussen uitzendbureaus en andere arbeidsbemiddelaars. Dat is allemaal nodig, omdat het helpt om de arbeidsmarkt bij u en bij ons beter te laten functioneren. Dat is simpelweg belangrijk voor mensen én voor bedrijven.

Beste buren zijn we ook in Europa. En dat zijn we als medeoprichters en leden van het eerste uur en eigenlijk al sinds het eerste prille begin. Ook hier weten we elkaar steeds weer te vinden. We trekken samen op, op federaal niveau, maar niet alleen op federaal niveau. Ik wijs bijvoorbeeld op het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, dat de komende jaren ruim 150 miljoen euro investeert in innovatieve Vlaams-Nederlandse projecten op terreinen als energie, milieu en arbeidsmarkt. Samenwerking loont dus en zeker in een Unie van 28 lidstaten zijn de oude banden die wij met elkaar hebben, kostbaar. Daar heb je wat aan, daar hecht ik ook erg aan, en heel Nederland.

De problemen waar Europa voor staat, zijn divers en, laten we eerlijk zijn, sommige zijn ook heel acuut. Na de Griekse crisis over de euro worden we nu geconfronteerd met een vluchtelingencrisis die zowel in aantallen als in humanitair opzicht zonder precedent is in de geschiedenis van de Europese Unie. Europa is het aan zijn stand verplicht om veiligheid te bieden aan mensen die vanwege oorlogsgeweld huis en haard ontvluchten. Europa is het tegelijkertijd aan zijn inwoners verplicht om rekening te houden met de draagkracht van landen, regio’s en lokale gemeenschappen. In dat spanningsveld gelooft de Nederlandse Regering in een eerlijke verdeling van vluchtelingen over alle lidstaten. We geloven in sterke buitengrenzen en goede opvang in de regio. En we geloven in een gecoördineerd terugkeerbeleid. Goed nabuurschap in Europa betekent dus ook: niet de problemen bij een ander neerleggen, maar verantwoordelijkheid nemen en delen. Dat is een grote opgave waar Europa voor staat en waar we vandaag tijdens de Europese Raad, vanmiddag en vanavond, opnieuw over zullen spreken.

Ongetwijfeld gaat het onderwerp van de vluchtelingencrisis ook het Nederlandse voorzitterschap tekenen, dat op 1 januari 2016 begint. Ik dacht dat ik vanaf 1 januari president van Europa zou zijn, maar dat is niet zo. Nederland heeft dan het presidentschap, maar ik mag me geen president noemen. Dat vond de koning ook goed nieuws. (Gelach)

Onze ambitie is in de eerste plaats om simpelweg een goede voorzitter te zijn. Of zoals koning Willem-Alexander het in de laatste Troonrede zei: “een pragmatische bruggenbouwer”. Dat is onze ambitie. In het Europa van de 28 hangen luisterbereidheid en concreet resultaat nu eenmaal heel nauw met elkaar samen.

Waar Nederland als voorzitter graag verder vorm aan wil geven, is een Europese Unie die zorgt voor innovatieve groei en zo veel mogelijk volwaardige banen voor zo veel mogelijk mensen. De interne markt voor diensten en de digitale agenda bieden volop kansen, bijna kansen voor open doel, om op dat punt te scoren. Nou, met punten scoren moet ik misschien als Nederlander wat voorzichtig zijn sinds het EK-debacle. (Gelach)

Niettemin, hier kunnen we wel punten met elkaar scoren. Ja, ik hoor u gniffelen, maar zo leuk is het niet. (Applaus)

Het is mijn stellige overtuiging dat dit ook zal helpen om Europa weer meer in het blikveld van mensen te krijgen en het draagvlak te vergroten, gewoon door te laten zien welke mogelijkheden Europa biedt. Zeker als we er tegelijkertijd in slagen om inhoudelijk de focus en de hele politiek wat dat betreft te brengen tot een zekere zelfbeheersing in de Europese agenda, in de neiging tot bureaucratisering daarvan. Ik ben voor het Europa van de dingen en niet van de dingetjes. Ik kom nog eens terug bij Herman van Rompuy. Ik ben buitengewoon dankbaar dat hij als een van zijn laatste beleidsdaden een Strategische Agenda heeft opgesteld, die wat ons betreft een baken en een richtsnoer is voor de komende jaren: het Europa van de dingen en niet van de dingetjes, een sterke gezamenlijke markt.

Dames en heren, of eigenlijk moet ik zeggen: beste buren, Vlamingen en Nederlanders weten elkaar te vinden, ondanks het feit dat het aan beide zijden van de grens soms net even anders gaat. Nu doen wij natuurlijk ook wel geweldig ons best om het been bij te trekken op de belangrijke gebieden van het leven. Zo is de Nederlandse eetcultuur er sinds de eerste tournee van Urbanus in ons land met sprongen op vooruit gegaan. Het aantal goede restaurants in ons land is de laatste jaren in hoog tempo toegenomen. We exporteren tegenwoordig zelfs culinaire helden als Sergio Herman naar Antwerpen, die daar en passant ook nog het officieel mooiste restaurant ter wereld heeft geopend. Waarmee ik maar wil zeggen: er is ons veel aan gelegen om de uitstekende relatie tussen Vlaanderen en Nederland in stand te houden en sterker te maken. En we doen er dus ook alles aan ervoor te zorgen dat u een tevreden gast bent als u in ons land komt.

Deze ontmoeting en de eer die mij vandaag te beurt valt u te mogen toespreken, onderstrepen een vriendschap die groeit. Ik had het al even over het voetbal: dat zal ook komende zomer blijken als heel Nederland voor u juicht tijdens het Europees Kampioenschap voetbal. (Applaus)

Laten we eerlijk zijn: Rood en Oranje liggen in het kleurenspectrum zeer dicht bij elkaar. Dus als u scoort, scoort u ook voor Nederland. En een nieuwe mijlpaal is in de maak, want Geert Bourgeois en ik gaan samen een volgende Vlaams-Nederlandse top voorbereiden. Ik zie opnieuw naar die ontmoeting uit. En het is daarmee, beste Jan, geachte voorzitter, mijn hoop en verwachting dat de toekomst, onze gezamenlijke toekomst, nog veel goeds gaat brengen. Dank u wel. (Staande ovatie)

De voorzitter

Eerlijk gezegd, minister-president, zo’n applaus heb ik hier nog nooit meegemaakt. In elk geval dank ik u voor uw warme woorden.

Minister-president Bourgeois heeft het woord. Hij heeft vijf minuten spreektijd. (Gelach)

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, ik wist dat mijn tijd gelimiteerd is, in tegenstelling tot die van Mark.

Voorzitter, geachte collega’s van de regering, geachte collega’s parlementsleden, mevrouw de ambassadeur, mijnheer de minister-president, goede collega, beste Mark, ik dank u voor uw komst. Het is niet zo evident. Straks gaat u naar een heel belangrijke raad van Europese regeringsleiders. Ik dank u ook voor uw zeer betrokken, zeer bevlogen en geestige toespraak. Zo heb ik u leren kennen, ook in Atlanta. Ik weet dat u Vlaanderen en ons binnenlands beleid heel intens opvolgt. U bent inderdaad een van onze trouwe kijkers van het Canvasprogramma Ter Zake. Dat is in deze getormenteerde tijden opbeurend nieuws voor onze VRT: we hebben een Canvaskijker in Nederland!

U bent de eerste buitenlandse regeringsleider die dit halfrond toespreekt. Dat is dus een primeur. Het is ook erg logisch. U bent de regeringsleider van onze prioritaire partner en van onze beste buren, en zo gedraagt u zich ook. We zijn inderdaad door heel wat zaken met elkaar verbonden. Mark Rutte wees er al op: onze gedeeltelijk gedeelde geschiedenis, waarvan de laatste periode onder Willem I. U noemde hem de kanalenbouwer. Ook bij ons heeft hij kanalen gegraven. Niet alleen het kanaal Gent-Terneuzen, maar ook het kanaal Brussel-Charleroi legde hij aan. Hij zorgde ook voor Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen. Hij zorgde ervoor dat in die periode het Nederlands onze publieke taal werd: in het onderwijs, in de wetenschap, in het bestuur.

Er is uiteraard ook verbondenheid door onze taal en onze cultuur, die ook wel wat verschilt. In Nederland is men veel directer. U hebt gerefereerd aan Urbanus. Vlaanderen is een beetje Latijnser. Ik heb dat vanochtend, tot verrassing van onze Franstalige vrienden, op de RTBF gezegd. Maar na onze gezamenlijke trip naar Atlanta heb ik toch vragen bij dat cliché. Want als er één heel Latijnse Nederlander is, dan is dat wel Mark Rutte.

Op de eerste avond stonden we samen op het podium om de gezamenlijke economische missie toe te spreken. We stonden net op het podium toen Mark Rutte er weer afsprong en met de micro de zaal in ging om mensen te interviewen, uiteraard alleen Nederlanders die in hun heel directe stijl onmiddellijk het woord namen en het nuttig en nodig vinden om zich te uiten. Tot Mark uiteindelijk helemaal achter in de zaal een Vlaming vond. Hij nodigde de Vlaming vooraan uit, vermoedde dat het over bier zou gaan, waarop de Vlaming zei dat het over Stella zou gaan. Ik heb u leren kennen als de man van de ‘hug’. Wij hebben afscheid genomen met een hug in Atlanta. Ik heb u daarnet ook een hug aan minister Crevits zien geven. Het cliché van de directe stijve Nederlander en de Latijnse Vlaming moeten we, zeker wanneer het gaat over onze beide personen, een beetje bijstellen. (Applaus)

Beste Mark, wij hechten allebei heel veel belang aan ons gezamenlijk taalbeleid. We hebben het er ook over gehad in Atlanta. Ik ben heel blij dat we in een bijzondere periode zitten: de Taalunie lanceert de Week van het Nederlands. Ik heb de openingstoespraak mogen houden in het Vlaams Parlement. Ik vind het belangrijk dat we die gemeenschappelijke standaardtaal blijven koesteren en daar belang aan hechten. Ik heb in mijn toespraak ook verwezen naar een aantal nefaste gevolgen zoals het Verkavelingsvlaams en het Poldernederlands. Ik hoop dat we niet zover uit elkaar drijven dat we een tolk nodig hebben om elkaar te begrijpen. Maar wanneer ik uw toespraak hoor, is daar niet onmiddellijk gevaar voor.

We vieren twintig jaar Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland. Dat is een heel belangrijk moment, waarbij wij samen hebben beslist om meer naar het buitenland te gaan en om gezamenlijk aan culturele diplomatie te doen. Het is belangrijk dat de lage landen, de ‘low countries’, zich zeker in het buitenland gezamenlijk presenteren.

Het toppunt volgend jaar is de Frankfurter Buchmesse, de hoogmis van het boek, de grootste boekenbeurs ter wereld. Daar gaan wij gezamenlijk niet alleen economisch onze uitgeverijen promoten maar evenzeer onze prachtige, gezamenlijke Nederlandse literatuur. In Atlanta hebben we zowat iedereen die we tegenkwamen, een heel zwaar pakket vertaalde Nederlandse literatuur bezorgd. Maar ook dat zal een mooi staaltje zijn van gezamenlijke Nederlands-Vlaamse culturele diplomatie.

Even belangrijk is onze strategische samenwerking. We hebben minstens één keer per jaar een bijeenkomst van onze Vlaams-Nederlandse topambtenaren uit zowat alle beleidsdomeinen. Zij leren van elkaar en werken gezamenlijke strategieën uit.

We hebben ook onze tweejaarlijkse topontmoetingen. De topontmoeting is dit jaar even uitgesteld vanwege het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie, waarbij wij u heel veel succes wensen. Nadien zullen we werk maken van onze topontmoeting.

We zijn ook voor de tweede maal naar het buitenland gegaan met een economische missie. Op een aantal terreinen zijn we conculega en kunnen we makkelijk naar het buitenland gaan. Atlanta was daar een gedroomde bestemming voor. De sectoren die we hebben uitgekozen, waren dat ook: financiële technologie, cybercriminaliteit, de slimme logistiek, allemaal zaken waar Atlanta heel sterk mee bezig is en waar heel veel boeiende zaken over zijn gezegd. De ‘uberisation’ van de bankwereld is een van de belangrijke thema’s die we daar hebben besproken.

Voorzitter, Jan, ik heb begrepen dat we dit voortaan grensarbeid moeten noemen. Ik ben alvast gerustgesteld. Na onze gezamenlijke trip begrijpen Mark en ik elkaar heel goed. Ik heb dus begrepen dat er ook voor mij een bagagedrager zal zijn bij onze volgende missie.

Wij promoten onszelf inderdaad samen als de Gouden Delta, de Lage Landen, die gezamenlijke belangen hebben, die conculega zijn en die ook onderling, op die missies, heel veel goede contacten en zelfs contracten kunnen sluiten.

Ik wens u nogmaals te danken voor uw toespraak, voor uw komst, voor de doorleefde ontmoetingen die we hebben, voor de goede samenwerkingen die we hebben, voor de zeer goede verdragen die we de laatste jaren gesloten hebben – denk aan de verdieping van de Schelde, denk aan het kanaal Gent-Terneuzen. Ik ben ervan overtuigd dat wij die banden nog meer moeten aanhalen. Ik wens u straks een heel goede regeringsraad, hier in Brussel. Alle succes daarmee. (Applaus)

De voorzitter

Dank u wel, minister-president, u hebt zich aan de opgegeven tijd gehouden. Dat is goed.

Geachte minister-president, beste Mark, de meesten onder ons kenden u wellicht alleen maar van televisiebeelden, en ik ben er daar een van, maar wij hebben in dit korte tijdsbestek mogen ervaren dat u in werkelijkheid even aimabel als krachtdadig bent, én dat u de juiste plaats kent als het over voetbal gaat. (Gelach)

Wij rekenen er dus op dat de goede intenties van vandaag zullen worden omgezet in een concrete samenwerking tussen allerbeste buren. Vlaanderen is er in elk geval van overtuigd dat we in deze woelige tijden het best de handen in elkaar slaan. Uw bezoek aan ons Vlaams Parlement, waar ik u namens heel het parlement oprecht voor wens te bedanken, heeft ons ervan overtuigd dat ook Nederland die mening is toegedaan.

Mag ik u vragen om zo dadelijk samen met mij een trapje af te dalen en hier centraal vooraan plaats te nemen? Want ik ben zo vrij om u, als blijk van erkentelijkheid voor uw inzet voor onze samenwerking, een klein aandenken aan dit bezoek aan te bieden. Het is een kunstzinnig werk van de hand van Piet Stockmans, een keramist die jarenlang in Nederland werkte, bij Mosa in Maastricht, en die uit de mooiste provincie van Vlaanderen komt, namelijk Limburg. (Gelach. Applaus)

– De voorzitter en minister-president Mark Rutte wisselen geschenken uit.

Verontschuldigingen
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.