U bent hier

Onverenigbaarheden

Een hele reeks wetten schrijft voor dat parlementsleden niet tegelijkertijd een andere functie of beroep kunnen uitoefenen. Dat zijn de onverenigbaarheden. Ze waarborgen dat de parlementsleden onafhankelijk kunnen zijn.

vlaamse volksvertegenwoordigers in een ommissievergaderingEen parlementslid kan maar van één parlement tegelijk lid zijn

Er is een Europees Parlement, een federaal Parlement, er zijn verschillende andere deelstaten met een eigen Parlement. Het zou erg verwarrend zijn als een lid van het Vlaams Parlement tegelijkertijd een functie op één van de andere niveaus zou uitoefenen. Bovendien is parlementslid zijn een voltijdse opdracht, die moeilijk gecombineerd kan worden met een andere voltijdse activiteit. Het is daarom verboden door de wet om van meer dan een parlement lid te zijn. Daar is maar één uitzondering op: leden van de parlementen van de deelstaten (zoals een Vlaams Parlementslid) kan wel tegelijkertijd deelstaatsenator zijn.

Een parlementslid kan geen lid zijn van de uitvoerende of de rechterlijke macht

Een van de basisregels van een democratie is dat de macht niet geconcentreerd mag zijn één persoon.  Dat is de scheiding der machten. Het betekent dat het maken van wetten, de uitvoering van die wetten, en de controle op de naleving van die wetten door verschillende overheden gebeurt. Deze taakverdeling komt op de helling te staan als eenzelfde persoon tegelijkertijd een rol zou kunnen spelen in twee of meer overheden. Daarom gelden tijdens zijn parlementair mandaat de volgende regels:

  • Een volksvertegenwoordiger kan niet tegelijkertijd lid zijn van de Vlaamse Regering.
    Als een volksvertegenwoordiger minister wordt, kan hij niet in het parlement blijven, en neemt hij automatisch ontslag als volksvertegenwoordiger. Een belangrijke taak van een parlementslid is om de ministers te controleren. Als een parlementslid minister zou kunnen zijn, zou hij zichzelf moeten controleren.
  • Een volksvertegenwoordiger mag geen functie uitoefenen die rechtstreeks of onrechtstreeks onder het gezag van de regering staat.
    Voorbeelden daarvan zijn personeelslid van de ministeries van de Vlaamse overheid, lid van de raad van bestuur van de VRT, regeringscommissaris bij de Vlaamse universiteiten, enzovoort. Anders zou het parlementslid zelf afhankelijk zijn van de Regering die hij moet controleren;
  • Een parlementslid mag geen lid zijn van een strategisch adviesorgaan van de Vlaams overheid. Anders geeft hij advies aan zichzelf;
  • Een parlementslid mag geen rechter zijn in het Grondwettelijk Hof, de Raad van State, een rechtbank of een hof.
  • Een parlementslid mag maar 1 bezoldigd uitvoerend mandaat uitoefenen. Bezoldigde uitvoerende mandaten zijn bv. burgemeester, schepen of voorzitter van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) in een gemeente.