U bent hier

Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Wie zicht wil krijgen op de impact van de zesde staatshervorming in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, moet het opzet van dit legislatuurverslag even overstijgen en teruggaan naar de vorige regeerperiode. In september 2013 legde de Vlaamse Regering immers haar Groenboek Zesde Staatshervorming ter bespreking voor aan het Vlaams Parlement. Het Groenboek biedt een overzicht van alle nieuwe bevoegdheden en geeft aan hoe deze nieuwe bevoegdheden in eigen Vlaamse regelgeving kunnen worden omgezet.

Het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin kwam allicht als een van de meest ‘begunstigde’ – mogelijks zelfs het meest begunstigde – beleidsdomeinen uit de zesde staatshervorming. Het volstaat te verwijzen naar de begroting voor 2019 die met liefst 1,3 miljard euro was gestegen. Deze toename bestond voor een deel uit nieuw beleid, maar was voornamelijk het gevolg van de nieuwe bevoegdheden. Sinds 1 januari 2019 is Vlaanderen bijvoorbeeld volledig bevoegd voor de kinderbijslag.

Groeipakket

Wat vroeger bekendstond als de kinderbijslag, heet sedert 1 januari 2019 het Groeipakket. Van bij het begin van de regeerperiode was er grote interesse voor deze nieuwe bevoegdheid. Daarvan getuigen de talrijke vragen over de toekomst van het systeem tijdens de zittingsjaren 2014-15, 2015-16 en 2016-17. De Gezinsbond diende een verzoekschrift in om het behoud van de leeftijdstoeslagen te bepleiten, een pleidooi dat de indieners kracht konden bijzetten tijdens een hoorzitting. De vluchtelingencrisis veroorzaakte eveneens een debat over de toekomst van de kinderbijslag. Een voorstel van decreet om de kinderbijslag voor nieuwkomers aan voorwaarden te onderwerpen, haalde het uiteindelijk niet.

Het Groeipakket vindt zijn decretale basis in het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. Het nieuwe systeem is op 1 januari 2019 in werking getreden en geldt uitsluitend voor kinderen geboren vanaf die datum. Kinderen en jongeren voor die datum geboren, blijven onder het oude systeem.

Het meest opmerkelijke verschil met het oude systeem is het gelijke bedrag per kind: het maandelijkse bedrag is voortaan voor het oudste kind even hoog als voor het jongste. Voorts is het zo dat de in het verzoekschrift van de Gezinsbond bepleite leeftijdstoeslagen (voorlopig?) uit het systeem zijn gehaald. De belangrijkste kritiek luidt dat het Groeipakket de kinderarmoede onvoldoende bestrijdt. De oppositie was de mening toegedaan dat met het beschikbare budget kinderarmoede harder bestreden zou kunnen worden. Voorts wordt geregeld opgemerkt dat de mogelijk effecten voor gezinnen met kinderen in de twee systemen onvoldoende becijferd zijn. Aan het einde van de regeerperiode zijn de verzoekschriften samen behandeld waarin werd gepleit om gezinnen met kinderen in het oude en in het nieuwe systeem de mogelijkheid te bieden voor een van de twee systemen te kiezen. Er is geen meerderheid gevonden om op dat verzoek in te gaan.

Jeugddelinquentierecht

De zesde staatshervorming hevelde een aantal gerechtelijke bevoegdheden naar Vlaanderen over. Het uithangbord voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin is het nieuwe jeugddelinquentierecht. Dankzij deze overheveling staat Vlaanderen, dat al bevoegd was voor de jeugdhulp, voortaan in voor preventie, hulpverlening en delinquentie.

Het nieuwe jeugddelinquentierecht benadert jongeren als verantwoordelijke jonge mensen. Het moet duidelijk zijn dat een minderjarige niet als een volwassene bestraft kan worden. Een jongere kan echter wel op zijn of haar verantwoordelijkheid gewezen worden. Het herstelrecht biedt hem/haar de gelegenheid een en ander recht te zetten.

Een reactie op een jeugddelict moet duidelijk, snel, constructief en herstelgericht verlopen. De reacties zijn voortaan ook meer gedifferentieerd, met ‘gesloten opvang’ als meest ingrijpende reactie. Het beleid is voortaan gebaseerd op wetenschappelijke gegevens. Er kwam uiteraard ook kritiek op de nieuwe regeling. De oppositie had grote bedenkingen bij het behoud van de zogenaamde ‘uithandengeving’, waardoor een minderjarige in bepaalde omstandigheden nog als volwassene berecht kan worden. Het dient gezegd dat het behouden van de uithandengeving  ingaat tegen de meeste adviezen. Daarnaast is het zo dat België hierover al enkele keren is terechtgewezen door het VN-Kinderrechtencomité.

Ook het elektronisch toezicht – allicht beter bekend als de enkelband – is een Vlaamse bevoegdheid geworden. De parlementaire aandacht voor dit onderwerp kan eerder als ‘operationeel’ omschreven worden. Daarvan getuigen de talrijke vragen om uitleg over de aanbesteding voor nieuwe enkelbanden.

In de zesde staatshervorming zijn organisatie, werking en opdrachten van de justitiehuizen en de diensten van het elektronische toezicht naar Vlaanderen overgeheveld. Het decreet houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand biedt een kader en een rechtsgrond aan de justitiehuizen en aan de organisatie van de juridische eerstelijnsbijstand. Vermeldenswaardig is dat deze nieuwe decretale regeling voortspruit uit een parlementair initiatief. Het oorspronkelijke voorstel van decreet is na advies van de Raad van State en de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens geamendeerd goedgekeurd.

In de justitiehuizen werken justitieassistenten voor zowel daders als slachtoffers. Ze verbinden zo welzijn en hulpverlening met justitie. Slachtoffers kunnen op zorg en ondersteuning rekenen. Wie vrij is onder voorwaarden wordt opgevolgd en bijgestaan bij de maatschappelijke re-integratie. Daarnaast verlenen de justitieassistenten de familierechter advies tijdens het maatschappelijke onderzoek bij een echtscheiding. Op basis van het nieuwe decreet zijn de justitiehuizen voorts het kruispunt tussen welzijn, zorg, politie en justitie.

Vlaamse sociale bescherming

De zesde staatshervorming zorgde er ten slotte nog voor dat de langdurige zorg in Vlaamse handen terechtkwam. Er is voor geopteerd de ‘long term care’ samen te bekijken met het hulpmiddelenbeleid en de revalidatie om zo tot een coherent beleid te komen. De Vlaamse sociale bescherming werkt, naar analogie met de Vlaamse zorgverzekering, als een verzekeringsmodel. De gefaseerde invoering van deze nieuwe bevoegdheden verklaart waarom verschillende decreten zijn behandeld in loop van de regeerperiode. De goedkeuring van het zogenaamde Overnamedecreet doet vermoeden dat er op dit punt nog evoluties te verwachten zijn in de volgende regeerperiode(s).

Terwijl de Belgische sociale zekerheid zorg draagt voor wie ziek is, springt de Vlaamse sociale bescherming bij voor wie langdurige zorg behoeft dankzij het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, voor ouderen met een zorgnood (de vroegere tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden) of voor mensen met een handicap (het voormalige basisondersteuningsbudget). De Vlaamse sociale bescherming is er ten slotte ook voor de aankoop of huur van een mobiliteitshulpmiddel.

De Vlaamse zorgverzekering, de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden en het basisondersteuningsbudget waren de drie eerste pijlers die dankzij het decreet van 24 juni 2016 in de Vlaamse sociale bescherming zijn opgenomen. Ze hebben met elkaar gemeen dat het gaat om cashvergoedingen, die ook kunnen worden opgenomen door wie nog thuis kan wonen dankzij een combinatie van mantelzorg en al dan niet beperkte professionele zorg. Dankzij die cashvergoedingen kunnen ook personen die hoofdzakelijk een beroep doen op mantelzorg een beperkte financiële vergoeding krijgen voor de meerkosten.

Het decreet van 24 juni 2016 houdende de Vlaamse sociale bescherming is aangekondigd als een eerste stap in een proces. Het decreet van 18 mei 2018 was opnieuw een mijlpaal in de opbouw van een Vlaamse sociale bescherming. De Vlaamse sociale bescherming wordt in dat decreet uitgebreid met onder meer de residentiële ouderenzorg, de mobiliteitshulpmiddelen, de geestelijke gezondheidszorg, met inbegrip van revalidatie die voornamelijk gericht is op psychosociale aspecten, revalidatie die voornamelijk gericht is op het herstel van fysieke functies, de thuiszorg, de transmurale zorg en de mobiliteitshulpmiddelen.

Het Overnamedecreet garandeert de continuïteit en de financiering van de psychiatrische verzorgingstehuizen, de initiatieven van beschut wonen, de revalidatievoorzieningen, de revalidatieziekenhuizen en de multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging tot ze deel kunnen uitmaken van de Vlaamse sociale bescherming. Het ontwerp van overnamedecreet neemt grotendeels de traditionele financiering van deze sectoren over en behoudt voor een groot deel de bestaande circuits in afwachting van de inkanteling in de Vlaamse sociale bescherming. Tijdens de bespreking werd gewaarschuwd voor een onbepaalde periode van onduidelijkheid over de doelstellingen.

 

 

Nuttige info: