U bent hier

Brussel en de Vlaamse Rand

Deze zittingsperiode waren de Vlaamse sociale bescherming in Brussel en de Vlaamse financiële stromen naar Brussel twee belangrijke items in het beleidsdomein Brussel. Ook werd de druk op de Vlaamse Rand ten gevolge van de bevolkingstoename uitvoerig besproken, net zoals in de vorige zittingsperiode.

 

 

 

 

 

 

Vlaamse sociale bescherming in Brussel

De zesde staatshervorming heeft extra bevoegdheden en budgetten voor bijstand aan personen en gezondheidszorg overgeheveld naar de gemeenschappen. In Brussel kunnen de gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) daarmee elk hun eigen systeem van sociale bescherming aanbieden. De Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand vreest dat de zorgbehoevende (Nederlandstalige) Brusselaars het slachtoffer worden van het institutionele kluwen en pleit voor meer afstemming. Los daarvan blijft het ontoereikende Nederlandstalige zorgaanbod in Brussel een zorgenkind.

Al sinds 2002 kunnen de Brusselaars vrijwillig aansluiten bij de Vlaamse zorgverzekering. Sinds de zesde staatshervorming is de Vlaamse zorgverzekering uitgebreid tot de Vlaamse sociale bescherming. Daartoe behoren sinds 2016 ook de basisondersteuning voor gehandicapten en de vroegere tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden. Sinds 2016 neemt de Vlaamse sociale bescherming gestaag toe. Het is nog onduidelijk of de aangesloten Vlaamse Brusselaars – gezien de institutionele context – evenveel rechten zullen krijgen/hebben? als de andere Vlamingen.

Voor de sociale bescherming van de Brusselaars is het noodzakelijk dat de verschillende spelers in het Brusselse zorglandschap met elkaar afstemmen. Het heeft enige tijd geduurd voor duidelijk werd dat de COCOF (de Franse Gemeenschapscommissie) niet van plan is om een eigen variant van sociale bescherming aan te bieden. De Brusselse zelfredzaamheidsverzekering van de GGC (Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie) zit nog altijd in een conceptfase. Vlaanderen gaat uit van een vraaggestuurde benadering van zorgverlening aan de hand van de persoonsvolgende financiering. Aan Franstalige kant daarentegen wordt geopteerd voor een aanbodgestuurd model door financiering van de voorzieningen. Veel is nog onduidelijk. Waarvoor zal de GGC kiezen? Hoe wordt de verzekering gefinancierd? Welke diensten worden gedekt voor welke behoeften, voor welke doelgroep …? Welke schaal wordt gehanteerd voor het meten van zorgbehoevendheid? Zolang er geen duidelijkheid bestaat over de Brusselse zelfredzaamheidsverzekering, blijft ook de inhoud van de Vlaamse sociale bescherming in Brussel onzeker.

De Vlaamse sociale bescherming in Brussel is geen succes. Het aantal aansluitingen daalt de laatste tien jaar. Een van de oorzaken is de grote onzekerheid over het zorgpakket dat Brusselaars in ruil voor hun aansluitingspremie krijgen: zullen Brusselaars evenveel ‘waar voor hun geld’ krijgen als de andere Vlamingen? Een andere oorzaak is het ontoereikende Nederlandstalige zorgaanbod in Brussel. Maar wat vooral speelt, is dat de aansluiting vrijwillig is. Pas als iemand zorgbehoevend wordt, voelt hij de noodzaak om aan te sluiten. Maar dan is het te laat omdat de aangeslotene eerst een wachttijd moet doorlopen. Voor de wachttijden heeft Vlaams minister Vandeurzen begin 2018 wel versoepelingen voor de Brusselaars ingevoerd. Alleen de federale overheid of de GGC kan de Brusselaars verplichten zich aan te sluiten bij een sociale verzekering.

De leden van de Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand dringen aan op afstemming tussen de verschillende systemen in Brussel. De complexiteit van de afstemming moet volgens de commissieleden ‘backoffice’ geregeld worden via samenwerkingsakkoorden. De Brusselaars moeten vrij kunnen aankloppen bij de zorgvoorziening die ze nodig hebben, ongeacht de bevoegde overheid. De toegang tot de zorgverlening moet laagdrempelig zijn, want de Brusselaars mogen niet door de mazen van het zorgnet vallen. N-VA pleit ervoor dat de GGC een aansluitingsplicht invoert voor alle Brusselaars, waarbij ze kunnen kiezen bij welk systeem ze aansluiten.

De Vlaamse volksvertegenwoordigers voor Brussel uitten hun bezorgdheden in vragen om uitleg – voornamelijk in de commissie voor Brussel, maar ook in de commissie voor Welzijn. De problematiek kwam ook aan bod tijdens een gedachtewisseling in de commissie Brussel met Vlaams minister Jo Vandeurzen over het Vlaamse welzijns- en gezondheidsbeleid in Brussel en de brede Vlaamse Rand in mei 2016. Naarmate de tijd vorderde, nam de bezorgdheid toe. Vanaf februari 2018 startte de commissie Welzijn de bespreking van het ontwerp van decreet Vlaamse sociale bescherming. Op 14 maart 2018 organiseerde de commissie een hoorzitting met experten over de Vlaamse sociale bescherming in Brussel . In april volgde een gedachtewisseling met minister Gatz over de Brusselse zelfredzaamheidsverzekering. De plenaire vergadering keurde het ontwerp van decreet goed begin mei. Diezelfde maand diende de N-VA een conceptnota in voor nieuwe regelgeving betreffende een volwaardige Vlaamse sociale bescherming in Brussel, die in januari 2019 werd besproken. De Vlaamse sociale bescherming kwam ook aan bod tijdens de bespreking van begroting en beleidsbrief Brussel 2019.

 

Hoeveel geld heeft Vlaanderen veil voor zijn hoofdstad?

De Vlaamse Gemeenschap is in Brussel bevoegd om culturele instellingen, sport- en jeugdverenigingen, scholen, vorming, zorg en integratie voor nieuwkomers in te richten of te ondersteunen.  De Vlaamse Gemeenschap beschouwt 30% van de Brusselse bevolking als doelgroep van haar beleid. Ze streeft ernaar  5% van de totale Vlaamse gemeenschapsuitgaven te besteden aan het Vlaamse gemeenschapsbeleid in en voor Brussel. De Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand boog zich over de vraag of die tweeledige ‘Brusselnorm’ (bevolkingsnorm en begrotingsnorm) wordt gehaald. Volstaat de 5%-norm nog gezien de enorme bevolkingstoename in Brussel?

Welke Brusselnorm voor de Vlaamse gemeenschapsuitgaven?

Cijfers moeten het debat over de financiële inspanningen van Vlaanderen in Brussel objectiveren. De ambtelijke Task Force Brussel heeft al in 2012 (pdf) en 2013 (pdf) de financiële stromen van Vlaanderen naar Brussel in kaart gebracht. In haar Rapport 2017 (pdf) actualiseerde de Gemengde Ambtelijke Commissie Brussel (GACB) de cijfers tot en met 2015. In afwachting van de heropstart van de GACB en de realisatie van dat laatste rapport uitten verschillende leden van de commissie voor Brussel hun ongeduld en bezorgdheden via vragen om uitleg (2014-2015, 2015-2016, 2016-2017) en een gedachtewisseling over de financiële stromen vanuit Vlaanderen met Vlaams minister voor Brussel, Sven Gatz (juni 2017).

Uiteindelijk werd het Rapport 2017 door de GACB toegelicht en besproken op 9 mei 2018. Daar bleek dat voor de berekening van de 5%-begrotingsnorm de grootste vooruitgang was geboekt.

Om te achterhalen of 30% van de Brusselse bevolking werd bereikt, de zgn. bevolkingsnorm of programmatienorm, zijn extra onderzoek en de ontwikkeling van meetinstrumenten nodig. De reële vraag van de Brusselaars naar Nederlandstalig aanbod is ook moeilijk in kaart te brengen omdat ze ook van het Franstalige of tweetalige aanbod gebruik kunnen maken.

De standpunten over de berekeningswijze van de 5%-Brusselnorm lopen uiteen. Dat komt niet allen duidelijk naar voren in het Rapport 2017 zelf, maar ook tijdens de vergaderingen.  Voor de Vlaamse Gemeenschap moeten de middelen voor Brussel de band tussen Brussel en Vlaanderen versterken. Brussel heeft een centrumfunctie en hoofdstedelijke functie. Daarom moeten initiatieven meegerekend worden die een ruimer werkingsgebied hebben dan de regionale Brusselse leefwereld. Denk aan het hoger onderwijs en grote kunstinstellingen, waarvan het doelpubliek vooral van buiten Brussel komt.

De Vlaamse Gemeenschapscommissie, de lokale overheid van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel, daarentegen vindt dat instellingen met een nationale en zelfs internationale uitstraling niet in de Brusselnorm meegenomen mogen worden. Het zijn de uitgaven voor de zogenaamde nabijheidsvoorzieningen die tellen. Het gaat om uitgaven die tegemoetkomen aan de behoeften van de Brusselse bevolking zoals het basis- en secundair onderwijs, kinderopvang, lokale dienstencentra, woonzorgcentra, jeugdverenigingen, bibliotheken …

Een andere berekeningswijze geeft natuurlijk een ander resultaat. Volgens de Vlaamse Gemeenschap bedragen de Vlaamse uitgaven voor Brussel 5,38% in 2012, 5,43% in 2013, 5,56% in 2014 en 5,01% in 2015. Volgens de Vlaamse Gemeenschapscommissie liggen de uitgaven voor Brussel lager: 4,36% in 2012, 4,44% in 2013, 4,43% in 2014 en 3,91% in 2015. Uitschieters voor 2012-2015 zijn integratie en inburgering met gemiddeld 13,14%, en cultuur (jeugd en sport) met 8,24% gemiddeld. Hoewel onderwijs 5,80% gemiddeld haalde, zijn er toch nog altijd te weinig plaatsen in de Nederlandstalige scholen.  Welzijn scoorde zeer laag met 2,52% gemiddeld voor die periode.

Volstaat het dat de 5%-norm voor het totaal van alle gemeenschapsuitgaven wordt gehaald? Of moet de norm voor elk domein afzonderlijk gehaald worden, zelfs als het aanbod is voor de Nederlandstalige Brusselaar voldoende is? Ook daarover is discussie. Anderzijds kan de 5%-norm gehaald, worden maar toch niet volstaan, zoals voor onderwijs.

Al die kwesties beroerden ook de leden van de Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand. De N-VA-fractie verdedigde de berekeningswijze van de Vlaamse Gemeenschap (zie ook vraag om uitleg). De oppositie benadrukte vooral dat de 30%-norm het doel moet blijven. Voor de oppositie moest Vlaanderen nog meer investeren in onderwijs, cultuur en welzijn. De CD&V-fractie verklaarde zich gehecht aan de dubbele Brusselnorm. Ondanks de grote inspanningen voor onderwijs en cultuur in Brussel moet rekening worden gehouden met de stedelijke context. Inspanningen van de Vlaamse overheid in Brussel voor de VGC moeten afgewogen worden tegenover inspanningen van de Vlaamse overheid in de dertien centrumsteden, of zelfs enkel tegenover de twee andere grote steden Antwerpen en Gent (bespreking begroting en beleidsbrief 2019).

Alle fracties deelden de bezorgdheid over het tekort aan plaatsen in de Nederlandstalige welzijnsvoorzieningen en de scholen in Brussel. N-VA wees in de eerste plaats naar de Franstaligen die hun verantwoordelijkheid moesten opnemen.

De Vlaamse Brusselbegroting zelf

In het algemeen was de oppositie gekant tegen de besparingen van de Vlaamse Regering. De uitgaven van de specifieke Brusselbegroting (waaronder de dotatie aan de VGC en het Brusselfonds, een klein impulsfonds voor projecten rond welzijn, cultuur en onderwijs in Brussel) ontsnapten niet aan de besparingen van deze Vlaamse Regering. Aan het einde van deze zittingsperiode lagen de Brusselmiddelen echter hoger dan voorheen. Minister Sven Gatz had woord gehouden. De Vlaamse volksvertegenwoordigers voor Brussel volgden de Brusselbegroting en specifiek de bestedingen van het Brusselfonds via vragen om uitleg ( 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017) en tijdens de bespreking van begrotingen en beleidsbrieven in de commissie (2019, 2018, 2017, 2016, 2015).

Discussie over de dotatie aan de VGC

Een klein deel van de middelen voor Brussel gaat naar de jaarlijkse dotatie aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Al van bij het begin van de legislatuur kondigde Vlaams minister voor Brussel, Sven Gatz, het Brusseldecreet aan. Dat moest de relatie en de geldstroom tussen de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) in Brussel actualiseren. Het beoogde onder meer stabiliteit voor de beleidsmiddelen voor de VGC, beter strategisch overleg tussen de Vlaamse Gemeenschap en de VGC, een beleidscyclus met meerjarenplan en begroting, een nieuw begrotings- en rekeningstelsel, versterking van de regierol van de VGC en aangepast toezicht (zie bespreking Beleidsbrief Brussel 2019). Het Brusseldecreet strandde echter vlak voor eindmeet van de zittingsperiode. De Vlaamse Regering raakte het niet eens over de verhouding dotatie-subsidie aan de VGC die moest worden vastgelegd volgens het advies van de Raad van State (zie vraag om uitleg van Karl Vanlouwe aan minister Sven Gatz). De dotatie kan de VGC naar eigen goeddunken besteden, aan subsidies zijn voorwaarden gekoppeld.

 

Vlaamse Rand verder onder druk

Het Vlaamse ideaalbeeld van de Vlaamse Rand is een groene en Vlaamse – Nederlandstalige -  ‘gordel’ rond de (officieel) tweetalige hoofdstad Brussel. Maar geen enkele rand is ‘immuun’ voor zijn centrum. De enorme bevolkingsgroei in Brussel de afgelopen twintig jaar heeft gevolgen voor de negentien officiële Vlaamse Randgemeenten en de ‘brede Vlaamse Rand’. Steeds meer migranten van diverse nationaliteiten vinden de weg naar de Rand. Dat leidt tot ingrijpende veranderingen in het samenleven: verstedelijking, verkaveling, verdringing, internationalisering... Dat is geen uniek fenomeen. In de Rand doet zich ook een linguïstische verschuiving voor: er is sprake van ontnederlandsing.

Uitdagingen door demografische evoluties

De demografische evolutie werd al in vorige zittingsperioden zichtbaar (zie legislatuurverslag 2009-2014 (pdf)). Ook deze zittingsperiode was de Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand bezorgd over de toenemende bevolkingsdruk in Brussel en de Vlaamse Rand, en de migraties van vooral anderstaligen vanuit Brussel naar de Rand. De grote toename van anderstaligen had immers gevolgen voor het onderwijs, de kinderopvang, inburgering, de afstemming van (Nederlandsonkundige) werkzoekenden op het arbeidsaanbod en de druk op de woningmarkt met verdringing van jonge Nederlandstalige gezinnen uit de regio. Ook de (historische) achterstand in de welzijnszorg liet zich daardoor nog meer gevoelen. De mobiliteitsproblemen in de Rand leidden stilaan tot een verkeersinfarct. De leden uitten hun bezorgdheid in onder meer vragen om uitleg en bij de bespreking van begrotingen en beleidsbrieven.

Van in het begin wilde de commissie via hoorzittingen een beter zicht krijgen op de omvang van de demografische evolutie en de gevolgen op diverse domeinen: onderwijs, kinderopvang, huisvesting, welzijnsvoorzieningen, arbeidsmarkt, integratiebeleid, ruimtelijke ordening en regionale ontwikkeling. Vragen om uitleg gaven uiting aan de bezorgdheden (zie jaarverslag 2014-2015).

In 2014 zag de taalbarometer Vlaamse Rand het licht: een instrument waarmee het effect van het beleid op de talenkennis gemeten kan worden. De commissie hoorde de onderzoeker van de Taalbarometer over de evolutie van het taalgebruik in de Vlaamse Rand en besprak dit met minister voor de Vlaamse Rand, Ben Weyts. De resultaten van de tweede taalbarometer Vlaamse Rand worden in 2019 gepresenteerd.

In 2015-2016 nodigde de commissie alle Vlaamse ministers uit die met hun beleid een verschil kunnen maken voor de Rand: eerst de coördinerend minister Ben Weyts, daarna minister Hilde Crevits voor Onderwijs, minister Jo Vandeurzen voor Welzijn en Volksgezondheid, minister Philippe Muyters voor Werk, Economie en Sport, en ten slotte minister Liesbeth Homans voor Inburgering, Wonen en Stedenbeleid (zie jaarverslag 2015-2016).

De Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand sloot de zittingsperiode af met een hoorzitting over de uitdagingen en prioriteiten voor het Randbeleid in de volgende regeerperiode. Het Toekomstforum Halle-Vilvoorde, een platform van 35 gemeenten in de regio, vzw ‘de Rand’, de belangrijkste partner voor het Vlaamse Randbeleid, en Vlabinvest kwamen hun visie toelichten. Vlabinvest is de (sinds 2014) provinciale partner voor het Vlaamse grond- en woonbeleid in de regio. Ten gevolge van een decretaal initiatief van CD&V, N-VA en Open Vld kreeg Vlabinvest vanaf 2018 ook de opdracht het zorgaanbod in de hele provincie en bij voorrang in de Vlaamse Rand, uit te breiden en te versterken, aanvullend op het Vlaamse zorgbeleid.

Coördinatieplatform Stand van de Rand en de Randuitgaven

In deze zittingsperiode structureerde de Vlaamse Regering verder het Randbeleid. Het Strategisch Actieplan voor de Reconversie en Tewerkstelling in de Luchthavenregio (START) en het coördinatieplatform Vlaams Strategisch Gebied rond Brussel (VSGB) werden gebundeld in één strategisch beleidsoverleg Coördinatieplatform Stand van de Rand. Dat platform moet de voortgang bewaken van het beleid dat geconcretiseerd wordt in projecten (zie bespreking beleidsbrief 2017). De leden informeerden regelmatig naar de stand van zaken, ook via vragen om uitleg (2014-2015, 2015-2016, 2016-2017, 2017-2018).

Coördinatie en samenwerking binnen de Rand is een ding. De samenwerking met ‘het centrum’ van de Rand een andere zaak. De minister kreeg het verwijt te weinig oog te hebben voor de wisselwerking met Brussel.

Aanvankelijk bespaarde de Vlaamse Regering op de middelen voor vzw de Rand, de belangrijkste partner in het Vlaamse Randbeleid.  De vzw krijgt het leeuwendeel van de specifieke begroting Vlaamse Rand.  Vanaf 2018 kreeg de vzw echter een budget van 500.000 euro, waarmee ze rechtstreeks Nederlandstalige jeugd-, cultuur- en sportverenigingen financieel kon ondersteunen als ze geen steun kregen van hun gemeentebestuur. Het geld dat daarna overbleef, kon de vzw vrij besteden. Begrotingsbesprekingen:

Vanaf 2017 trok de regering - los van de Vlaamse Randbegroting - jaarlijks 3 miljoen euro extra uit voor de grootstedelijke problemen in de Vlaamse Rand. De leden van de Commissie voor Brussel en Vlaamse Rand waardeerden dat, maar velen onderstreepten dat dit nog niet de al lang gevraagde erkenning is van Vilvoorde en Halle als centrumsteden of als centrumregio. Welke garantie is er dat die middelen blijvend toegekend worden? De extra uitgaven voor meer plaatsen in het lager onderwijs konden ook op bijval rekenen. Maar vooral Open Vld wees erop dat de prognoses al jaren een onderschatting zijn van de reële groei van de (vooral jonge) bevolking in Brussel en de Vlaamse Rand.

De minister, zelf inwoner van de Rand, werd over het algemeen geapprecieerd voor zijn inzet voor de Vlaamse Rand. Soms werd hij te weinig ambitieus genoemd in zijn coördinerende rol voor de Rand. De commissieleden waren het erover eens dat er meer middelen nodig zijn, maar de verantwoordelijkheid daarvoor werd niet bij één minister gelegd.

Minister Ben Weyts heeft op het colloquium Stand van de Rand najaar 2018 het idee gelanceerd van een soort Vlaamse Randfonds, analoog met het Vlaams Brusselfonds. Op de hoorzitting over de uitdagingen voor het toekomstige Randbeleid was iedereen het erover eens dat er meer middelen voor de Rand nodig zijn, maar niet iedereen vond een fonds het juiste instrument.

De luchthaven

De nationale luchthaven in Zaventem is de tweede grootste economische motor in Vlaanderen, maar zorgt ook voor hinder voor de omwonenden in de Vlaamse Rand en Brussel. De verdeling van de geluidshinder rond de luchthaven van Zaventem zorgt voor onenigheid tussen Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijke Gewest. De Brusselse regering legt de nadruk op de levenskwaliteit en nachtrust van zijn bewoners. De Vlaamse Regering wijst vooral op de economische meerwaarde van de nationale luchthaven en wil niet dat alle geluidshinder naar de Vlaamse Rand verschuift. 

Op 2 december 2016 riep de Vlaamse Regering een belangenconflict in tegen het van kracht worden van de strengere Brusselse geluidsnormen voor luchtverkeer. Twee belangenconflicten en verschillende procedures voor de rechtbank verder was er nog altijd geen oplossing. Een federale vliegwet die duidelijkheid moet scheppen, is er nog steeds niet. Sp.a en Groen verweten minister Ben Weyts te dralen, die dit dossier volgde als minister van de Vlaamse Rand en Mobiliteit.

Deze aanslepende kwestie gaf aanleiding tot heel wat actuele vragen, vragen om uitleg (2015-2016, 2016-2017, vragen om uitleg 2017-2018, actuele vragen 2017-2018 - ook naar aanleiding van uitbreidingscenario’s voor de luchthaven), en een voorstel van resolutie over de aanstelling van een intendant in het dossier van de nationale luchthaven Brussels Airport van Sp.a en Groen.

 

Nuttige info:

 [MB1]Klopt dit?