U bent hier

Algemeen Beleid, Financiën en Begroting

De Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting besteedde veel aandacht aan de begroting. De Vlaamse overheid werd in 2014 geconfronteerd met een aantal uitdagingen zoals de uitloper van de financiële crisis van 2008, het verscherpte begrotingstoezicht van Europa, de gevolgen van de zesde staatshervorming en de gevolgen voor de Vlaamse schatkist van de aangekondigde federale taxshift. Dat leidde tot een aantal saneringen die nogal wat weerstand opriepen. Daarnaast waren er gerichte investeringen in drie speerpuntdomeinen: welzijn, onderwijs en onderzoek en ontwikkeling.  Vanaf 2017 vertoonde de begroting opnieuw overschotten. Maar de behoefte aan extra middelen voor onder meer Oosterweel en een aantal andere maatschappelijke uitdagingen bleef gedurende de hele zittingsperiode hoog. Ook de publiek-private financiering werd geëvalueerd en bijgesteld. De begrotingswetgeving via de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën werd gemoderniseerd.

In deze zittingsperiode vonden een aantal belangrijke fiscale hervormingen plaats. Onder meer lastenverlagingen, vergroening van de fiscaliteit en activeringsbeleid stonden daarbij hoog in het vaandel.  Een aantal kritische stemmen vonden de hervormingen te veel gericht op de hogere inkomensgroepen.

Als commissie, bevoegd voor Algemeen Beleid ontwikkelde de commissie  ook nogal wat initiatieven inzake burgerparticipatie en vond een hervorming van de adviesraden plaats.

 

Fiscale hervormingen

Op voorstel van de Vlaamse Regering heeft het Vlaams Parlement tijdens de huidige legislatuur een aantal ingrijpende fiscale hervormingen goedgekeurd:

  • de verlaging van het verdeelrecht geheven ten laste van koppels die uit de echt scheiden of uit elkaar gaan (beter bekend als de ‘miserietaks’)
  • de hervorming van de zogenaamde woonbonus tot een eenvoudiger en geïntegreerd systeem
  • de verlaging, vereenvoudiging en vergroening van de schenkbelasting op de waarde van onroerende goederen voor schenkingen vanaf 1 juli 2015
  • de milieukenmerken van het voertuig die bepalend werden voor de Vlaamse verkeersbelasting
  • punctuele aanpassingen in de onroerende voorheffing
  • de modernisering van de erf- en schenkbelasting
  • de hervorming verkooprecht en registratiebelasting
  • de verlaging van de lasten op arbeid.

De laatste drie hervormingen lichten we hieronder toe.

Erf- en schenkbelasting

In het Vlaamse Regeerakkoord is de modernisering van de erf- en schenkbelasting opgenomen, aangepast aan het nieuwe federale erfrecht en aan de hedendaagse samenlevingsvormen. De federale overheid voerde immers een ingrijpende hervorming door die op 1 september 2018 in werking trad en van toepassing werd op de nalatenschappen die vanaf die datum openvallen. Dit nieuwe federale erfrecht biedt tal van nieuwe mogelijkheden voor de erflater en de verkrijgers van een nalatenschap. Een verruimde beschikkingsvrijheid is daarbij de centrale gedachte. Een kandidaat-erflater kan de nieuwe vrijheid om zijn vermogen naar eigen goeddunken te verdelen, benutten.

De hervorming van de Vlaamse erfbelasting bevat twee krachtlijnen: eerst een ondersteuning bij het nieuwe federale erfrecht, vervolgens een meer gematigde tarificatie voor verkrijgingen buiten de rechte lijn. Nieuwigheden als erfovereenkomsten en generatiesprongen worden door Vlaanderen fiscaal ondersteund.

De Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting besprak de hervorming van de Vlaamse erfbelasting naar aanleiding van een conceptnota. Er werden hoorzittingen gehouden en uiteindelijk werd het ontwerp van decreet goedgekeurd. Het decreet is in werking getreden op 1 september 2018, samen met de federale erfrechtwet.

Het debat n.a.v. de hervorming van de erfbelasting bracht een discussie teweeg die de basisvisies van de verschillende partijen inzake belastingen en inzonderheid inzake de erfbelasting als vermogensbelasting etaleerde.

Volgens de progressievere partijen werd er ten gronde te weinig hervormd om van een rechtvaardiger, coherenter en eenvoudiger systeem te kunnen spreken.  De gewone man en de brede middenklasse betalen het gros van de erfbelastingen, terwijl de vermogenden de dans ontspringen door fiscale achterpoortjes.  Bovendien slaat de belastingverlaging een gat in de begroting.   De belastingdruk (inzonderheid buiten de rechte lijn)  verlagen is dan weer een van de argumenten van de meerderheidsfracties om de hervorming te steunen.

Hervorming verkooprecht en registratiebelasting

De Vlaamse Regering heeft de hervorming van de koopbelasting uitgewerkt. De belangrijkste krachtlijn is de omzetting van de bestaande gunstregimes van het klein beschrijf en andere tot een eenvoudig verlaagd tarief van 7% voor de aankoop van de gezinswoning.

Als de aankoopprijs van een gezinswoning 200.000 euro niet overschrijdt, heeft de koper extra recht op een nieuwe en unieke rechtenvermindering van 5.600 euro. Het grensbedrag is verhoogd tot 220.000 euro voor de kernsteden en de Vlaamse Rand rond Brussel, waar de vastgoedprijzen hoger liggen.

Het debat n.a.v. de voorgenomen hervorming wees uit dat bijna alle fracties ten gronde akkoord gingen met de basisprincipes van de hervorming. Verduidelijkingen werden gevraagd en zorgen geformuleerd bij de mogelijke (tijdelijke ?) effecten op de woningmarkt, de budgettaire gevolgen van de hervorming en de keuze voor de fiscale grenswaarden, en het gevaar van prijsbewimpeling.

Lagere lasten op arbeid

Vlaanderen financiert mee de federale tax shift. Via de gewestelijke opcentiemen komt elke federale verlaging van de personenbelasting voor net iets minder dan 25% ten laste van de Vlaamse overheid. De federale taks shiftmaatregelen komen vooral de lagere inkomens ten goede. De Vlaamse begroting voorziet daarvoor 572 miljoen euro aan lastenverlagingen in 2019.

De Vlaamse Regering benadrukte dat ervoor werd gekozen het verlies aan inkomsten door de verlaging van de personenbelasting niet te financieren door nieuwe belastingen. Het gaat dus op Vlaams niveau om een zuivere lastenverlaging die de koopkracht ten goede komt.

Kritische commentaren op de belastinghervormingen

De belangrijkste kritische commentaren bij bijna alle belastinghervormingen van deze Vlaamse Regering waren dat de hervormingen die belastingverlagingen inhielden vooral de hogere inkomensgroepen ten goede komen. Ze waren te weinig gericht waren de lagere inkomensgroepen. Bovendien waren sommige hervormingen niet budgettair neutraal zodat ze de bestedingsruimte van de Vlaamse overheid aantastten. Volgens de parlementaire oppositie was er immers weinig sprake van belastinghervormingen die werden gecompenseerd door andere fiscale maatregelen zoals bijvoorbeeld milieuheffingen of vermogensbelastingen. Het ging eerder om belastingverlagingen.

Burgerparticipatie

In de zittingsjaren 2016-2017 en 2017-2018 besteedde de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting veel aandacht aan allerlei vormen van burgerparticipatie. Maar liefst zeven verschillende initiatieven werden behandeld.

Verschillende vergaderingen en hoorzittingen waren gewijd aan een of meer aspecten van burgerparticipatie. Uiteindelijk nam de commissie op 16 januari 2018 enkel de twee voorstellen van resolutie aan en keurde de plenaire vergadering de twee resoluties op 21 februari 2018 goed.  

Het eerste voorstel van resolutie houdt onder meer de oprichting in van een kennisplatform , waar expertise gebundeld wordt ten behoeve van overheden om participatietrajecten op te zetten. Naast advies aan de Vlaamse overheid moet het kenniscentrum studiewerk op gang brengen of bundelen, en steden en gemeenten ondersteunen bij het opzetten van een traject. Verder wordt de leden van de Vlaamse Regering gevraagd permanent werk te maken van participatie. Ministers geven in hun beleidsbrieven aan op welke manier zij initiatieven nemen. Tot slot is ook een passage opgenomen over een Vlaamse burgerbegroting, waarin de Vlaamse Regering wordt aanbevolen voorbereidend werk daartoe te verrichten.

Het tweede voorstel van resolutie beoogt de burgerbetrokkenheid op het lokale beleidsniveau te stimuleren omdat burgerbetrokkenheid ook een zaak is van het lokale niveau. De verwachtingen zijn hoog en in de praktijk niet altijd  gemakkelijk in te vullen. Daarom wordt in het voorstel gepleit voor het aanreiken van concrete handvaten en instrumenten.

Tot slot besprak de commissie het rapport van het team onder leiding van professor Wouter Van Dooren van de U Antwerpen dat voortvloeide uit de onderzoeksopdracht van het departement Financiën en Begroting ‘Naar een Vlaamse burgerbegroting? Lessen uit de binnenlandse en buitenlandse praktijk’.

Begrotingsbeleid

De begroting van de Vlaamse Gemeenschap startte de zittingsperiode 2014-2019 met een tekort van ongeveer een half miljard euro. Daarnaast dienden de gevolgen van de zesde staatshervorming te worden verwerkt. Zo steeg de uitgavenbegroting van 28,1 miljard euro in 2014 naar 46,9 miljard euro in 2019. De overheveling van uitgaven ging niet gepaard met een evenredige overheveling van ontvangsten waardoor de Vlaamse Regering gedwongen werd om te saneren.

Door een aantal hervormingen en een licht aantrekkende conjunctuur slaagde de Vlaamse Regering in haar ambitie om vanaf 2017 een begroting in evenwicht in te dienen. De resultaten van de begrotingsuitvoering bleken achteraf zelfs overschotten te vertonen. Op het einde van de zittingsperiode kwam deze gunstige begrotingsperiode opnieuw onder druk door onder meer een verzwakkende economische conjunctuur waardoor de ontvangsten terugvielen.

De Vlaamse Regering saneerde maar investeerde ook in deze zittingsperiode in drie domeinen telkens een half miljard extra: Onderzoek en Ontwikkeling, Welzijn en Onderwijs. Daarnaast koos de Vlaamse Regering ervoor om de impact van de federale taxshift niet af te remmen en fiscale hervormingen door te voeren waarvan sommige een vooraf ingecalculeerde negatieve budgettaire impact vertonen.

De Vlaamse Regering koos voor een begroting in evenwicht, maar hield daarbij onder meer een aantal uitgaven buiten deze norm. Het betrof de financiering van het Oosterweelproject, de impact van de vluchtelingencrisis en de overname van gemeenteschuld in het kader van gemeentefusies.

Tijdens de begrotingsbesprekingen  werden hierover door de oppositie kritische opmerkingen geformuleerd. De meerderheid was van oordeel dat investeringen zoals Oosterweel met een bewezen terugverdieneffect buiten de begrotingsnormering moesten kunnen worden doorgevoerd. Onderhandelingen met de Europese Commissie over een activering van de investeringsclausule leverden voorlopig weinig op. Over de (al dan niet correcte) toepassing van de begrotingsnormering was er gedurende de hele zittingsperiode tussen meerderheid en oppositie een meningsverschil. De oppositie merkte ook op dat ondanks ernstige budgettaire inspanningen een aantal behoeften in verschillende sectoren niet werden opgelost (bijvoorbeeld de wachtlijsten in de zorg en de sociale woningen en de schoolinfrastructuur).

Als gevolg van de introductie van het ESR 2010 (Europees stelsel van nationale en regionale rekeningen) en het bijhorend verstrengde begrotingstoezicht nam de ESR-geconsolideerde schuld van Vlaanderen toe van 8,2 miljard euro eind 2008 tot 18,9 miljard euro eind 2015. Deze toename van de schuld is deels te verklaren door het omzetten van gewaarborgde schuld naar directe schuld (schuld sociale huisvesting die gewoon goedkoper gefinancierd kan worden door die zelf in de boeken te nemen dan door VMSW en VWF).

Daarnaast is de toename vanaf 2015 voor ongeveer 5 miljard het gevolg van de staatshervorming, waarbij er schuld van de federale overheid is overgekomen (ziekenhuisschuld). Bij ongewijzigd beleid zal de Vlaamse geconsolideerde overheidsschuld de komende jaren verder toenemen tot ongeveer 35 miljard euro eind 2022.

Omdat de Vlaamse Regering de schuldevolutie (pdf) onder controle wil houden, werd eind 2016 een schuldnorm uitgewerkt op basis van twee doelstellingen. De eerste doelstelling bestaat erin om de gunstige rating die Vlaanderen momenteel bezit, te behouden. Hiertoe dient de schuld te worden beperkt tot maximaal 65% van de lopende ontvangsten volgens de definitie van Moody’s. De tweede doelstelling bestaat erin om een ‘positieve netto-actief positie’ te behouden. Dat betekent dat de vermarktbare activa van de Vlaamse overheid groter moeten zijn dan de geconsolideerde schuld. Deze positieve netto-actief positie moet ervoor zorgen dat de volgende generaties geen onbetaalde factuur doorgeschoven krijgen, maar enkel een schuld die volledig in staat is om zichzelf terug te betalen.

Deze zittingsperiode werd ook gekenmerkt door:

  • het uitblijven van een intra-Belgisch akkoord over de concrete verdeling van de budgettaire inspanningen
  • het voldoen aan de alsmaar strengere Europese regelgeving met gevolgen voor de pps-constructies en de consolidatieperimeter van de begroting
  • de introductie van de prestatiebegroting
  • de start van de ontwikkeling van de digitale tools om de begrotingsdocumenten beter toegankelijk en leesbaar te maken
  • de goedkeuring van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën
  • het debat over de introductie van een investeringsnorm.

Strategische adviesraden

Sinds het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 2003 beschikt de Vlaamse overheid over een aantal strategische adviesraden. De hervorming van deze strategische adviesraden maakt deel uit van het regeerakkoord 2014-2019 en past ook in de voorzetting van de rationalisering van de Vlaamse overheid. Daartegenover staat dat er op andere manieren een grotere betrokkenheid en inspraak wordt georganiseerd.

Bepaalde adviesraden worden daarbij afgeschaft, andere worden gefuseerd, en de wijze van consultatie, betrokkenheid bij het beleid, wordt vernieuwd. De inspraak- en consultatiemogelijkheden worden in het proces vervroegd zodat het advies van deze raden er niet meer komt nadat de regering het ontwerp al principieel had goedgekeurd. 

Bij de behandeling van dit ontwerp van decreet in de plenaire vergadering werd door oppositieleden een aantal kritische opmerkingen geformuleerd waarbij vooral aandacht ging naar de vraag of deze Vlaamse Regering wel kan omgaan met de autonome, kritische opmerkingen van de adviesraden en of het een besparingsoperatie betrof.

Het najagen van efficiëntiewinsten mag onafhankelijk en kwalitatief advies niet in de weg staan. Aangezien het onduidelijk is in bepaalde beleidsdomeinen (bijvoorbeeld lokale besturen, toerisme, duurzaamheid) wie na de hervorming hiervoor zal instaan, vragen sommige leden van de oppositie een heroverweging van sommige voorgenomen keuzes in het decreet. Verder wordt aangegeven dat strategisch overleg, strategisch advies en belanghebbendenmanagement drie verschillende dingen zijn.

De meerderheid ontkende dat de Vlaamse Regering of deze meerderheid zou willen dat deze raden monddood worden gemaakt. Er zijn adviesraden, waaraan advies wordt gevraagd en waarvan de adviezen altijd worden gebruikt. Deze meerderheid hechtte wel belang aan de inhoud van deze adviezen en  daarom ook wordt de autonomie van de raden gegarandeerd. Bovendien wordt gesteld dat er van een besparingsoefening geen sprake is.

Op 24 juni 2015 werd het ontwerp van decreet betreffende de hervorming van de adviesraden ongewijzigd aangenomen door de plenaire vergadering.

 

Nuttige informatie: