U bent hier

Conflicten tussen overheden in België, en hoe die voorkomen of opgelost worden

Gebouw van het Grondwettelijk Hof, op de Koudenberg in BrusselDe verhoudingen tussen de verschillende parlementen en regeringen in België zijn ingewikkeld. In een federaal land zijn twee belangrijke soorten conflicten mogelijk:

  • De verdeling van bevoegdheden tussen de federale staat en de verschillende deelstaten is erg ingewikkeld. Daardoor kan onenigheid ontstaan tussen de verschillende overheden over de vraag wie bevoegd is om een bepaald maatschappelijk probleem aan te pakken. Dat noemt men een bevoegdheidsconflict.
  • Daarnaast kan een parlement vinden dat zijn belangen geschaad worden door een maatregel die in een ander parlement besproken wordt. Dat noemt men een belangenconflict.

(Foto: Gebouw van het Grondwettelijk Hof, op de Koudenberg in Brussel, rechts de Kerk Sint-Jacob, links naast de kerk het Grondwettelijk Hof)

 

Bevoegdheidsconflicten

Een bevoegdheidsconflict ontstaat wanneer een wetgever of decreetgever regels maakt over onderwerpen waarover hij niet bevoegd is. Het Belgisch recht heeft:

  • een procedure om bevoegdheidsconflicten te voorkomen
  • een procedure om bevoegdheidsconflicten te regelen, wanneer ze toch ontstaan zijn.

 

Bevoegdheidsconflicten voorkomen

De Vlaamse Regering moet over elk voorontwerp van decreet een advies vragen aan de Raad van State. Dat gebeurt voordat ze de tekst indient in het Vlaams Parlement.

De voorzitter van het Vlaams Parlement kan voorstellen van decreet of amendementen op een ontwerp of voorstel van decreet voorleggen aan de Raad van State. Dat gebeurt dan wel nadat die teksten ingediend zijn bij het Vlaams Parlement. Bovendien is de parlementsvoorzitter niet verplicht om dat advies te vragen, behalve wanneer een derde van de Vlaamse volksvertegenwoordigers het vraagt.

De Raad van State geeft over die voorontwerpen of voorstellen van decreet of die amendementen een juridisch advies. Daarin bespreekt de Raad de bevoegdheid van de initiatiefnemer: past het voorontwerp of voorstel van decreet wel binnen de bevoegdheden die aan de Vlaamse deelstaat zijn toegekend ?

Als dat volgens de Raad van State niet het geval is, wordt de tekst in principe aan het Overlegcomité bezorgd. In dat comité vindt het politieke overleg tussen de federale regering en de regeringen van de deelstaten plaats. Die proberen binnen de veertig dagen een oplossing te zoeken waar alle leden van het comité mee instemmen. Als het oordeel is dat er inderdaad bevoegdheidsoverschrijding is, vraagt het comité aan de regering om het voorontwerp te verbeteren of om de nodige amendementen in te dienen.

 

Bevoegdheidsconflicten regelen

Elke persoon die er belang bij heeft, de regeringen en parlementsvoorzitters van de federale staat en de andere deelstaten kunnen aan het Grondwettelijk Hof de schorsing en vernietiging vragen van een decreet van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. Ze kunnen dit doen wanneer ze vinden dat de Vlaamse deelstaat niet bevoegd was om dit decreet aan te nemen.

Het Grondwettelijk Hof gaat dan na of het decreet de bevoegdheidsgrenzen naleeft, zoals die omschreven zijn in de Grondwet en enkele bijzondere wetten. Is dat volgens het Hof niet het geval, dan vernietigt het Hof dat decreet. Het is dan alsof het decreet nooit bestaan heeft. Het Grondwettelijk Hof kan tijdens zijn onderzoek het decreet ook al voorlopig schorsen, zodat het tijdelijk niet meer toegepast kan worden. Die schorsing duurt dan tot het Hof beslist heeft om het decreet wel of niet te vernietigen.

Ook de voorzitter van het Vlaams Parlement kan vragen dat het Grondwettelijk Hof een wet, decreet of ordonnantie van een andere overheid vernietigt of schorst. Maar hij kan dat niet alleen doen. Twee derde van de Vlaamse volksvertegenwoordigers moet dat vragen. Ze doen dat door een motie houdende beroep bij het Grondwettelijk Hof aan te nemen of te ondertekenen.

 

SenaatBelangenconflicten

Een belangenconflict ontstaat wanneer een parlement verklaart dat het ernstig in zijn belangen kan worden geschaad door een ontwerp of voorstel van wet, decreet of ordonnantie, of een amendement daarop, dat in een ander parlement in behandeling is. Ook regeringen kunnen om dezelfde reden onderling de procedure voor een belangenconflict opstarten.

De procedure voor belangenconflicten kan niet worden toegepast tegen ontwerpen of voorstellen van federale wet over de personenbelasting.

Het Vlaams Parlement kan zelf de procedure van belangenconflict opstarten. Daarvoor moeten één of meer volksvertegenwoordigers een motie betreffende een belangenconflict indienen, waarin wordt verklaard dat het Vlaams Parlement ernstig in zijn belangen kan worden benadeeld door een ontwerp of voorstel van wet, decreet of ordonnantie of door een amendement daarop, dat in een andere parlementaire vergadering van het federale België wordt behandeld.

Als de motie door het Vlaams Parlement wordt aangenomen met ten minste drie vierde van de stemmen, wordt de procedure in de andere parlementaire vergadering geschorst om overleg te kunnen plegen. Als dat overleg geen oplossing oplevert, wordt de zaak voorgelegd aan de Senaat, die een advies geeft aan het Overlegcomité. Het Overlegcomité beslist binnen de dertig dagen. Bij een belangenconflict met de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat wordt het conflict rechtstreeks voorgelegd aan het Overlegcomité.

Als er in het Overlegcomité geen eensgezindheid gevonden wordt om het belangenconflict op te lossen, eindigt de schorsing en kan het geviseerde parlement de bespreking van de betwiste tekst voortzetten.

Andere parlementen kunnen uiteraard ook de procedure voor een belangenconflict starten tegen een ontwerp of voorstel van decreet, of een amendement daarop, dat in het Vlaams Parlement besproken wordt. In dat geval moet het Vlaams Parlement de bespreking van de betwiste tekst tijdelijk stopzetten, tot er een oplossing voor het belangenconflict gevonden is, of tot vaststaat dat er binnen het Overlegcomité geen eensgezindheid gevonden wordt over het dossier.