U bent hier

Begroting

De begroting regelt de inkomsten en uitgaven van de Vlaamse overheid voor het volgende jaar. Hij bestaat uit twee ontwerpen van decreet die elk jaar ter goedkeuring aan het Vlaams Parlement worden voorgelegd: 

  • Het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap bevat de schatting van de ontvangsten van de Vlaamse overheid voor het volgende jaar.
  • Het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap legt de mogelijke uitgaven per onderwerp vanst voor voor het volgende jaar. De uitgaven zijn dus de maximale bedragen die de Vlaamse overheid voor een bepaalde bevoegdheid mag uitgeven. Het hele bedrag hoeft niet te worden uitgegeven.

Als het Vlaams Parlement het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting goedkeurt, mag de Vlaamse Regering de ontvangsten die ze geschat heeft ook echt innen. Als het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting wordt goedgekeurd, mag de Vlaamse Regering de uitgaven die daarin werden gepland, ook doen. Om middelen uit te geven of te innen is er wel altijd een specifiek decreet nodig.

Samen met de begrotingsontwerpen dient de Vlaamse Regering meestal ook een ontwerp van programmadecreet in. Daarin stelt ze maatregelen voor die nodig zijn om de begroting te kunnen uitvoeren. Tussen 1990 en 1996-1997 kende het Vlaams Parlement ook de administratieve begroting.

De Vlaamse Regering moet jaarlijks verantwoording afleggen aan het Vlaams Parlement over de uitvoering van de begroting. Dit gebeurt in het ontwerp van decreet houdende de eindregeling van de begroting.

Na een half jaar (uiterlijk voor 30 juni van het begrotingsjaar zelf)kan de regering de begroting bijsturen.

 

Voorbeelden? Raadpleeg alle begrotingsdocumenten van Vlaanderen vanaf 1971