Search in Vlaams Parlement

Eind februari publiceerde De Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) zijn advies over het toekomstige actieplan tegen schooluitval. Hierin komen enkele belangrijke aandachtspunten naar voren, zoals de nood aan een verbindend schoolklimaat en een betere afstemming met de beleidsdomeinen Welzijn en Werk. Hoe staat minister Ben Weyts tegenover de aanbevelingen uit het advies van de Vlor? Wanneer zal dat nieuwe actieplan er komen? Dit werd besproken in de commissie voor Onderwijs. 

Welke conclusies trekt de minister uit advies?

Tijdens de commissievergadering van 10 maart verwees commissielid Koen Daniëls (N-VA) naar de beleidsnota Onderwijs 2019-2024 van minister Weyts. Hierin staat dat de minister het ongekwalificeerd schoolverlaten wilt terugdringen. Hij vroeg zich dan ook af wat de minister concreet uit het advies van de Vlor meeneemt om hierin te slagen. Voorts was Koen Daniëls benieuwd naar hoe minister Weyts zal omgaan met de "operationele spanning" die de scholen volgens hem ondervinden. Scholen moeten er namelijk enerzijds naar streven om zoveel mogelijk leerlingen een diploma te geven, maar moeten anderzijds ook kunnen garanderen dat de diploma’s die ze uitreiken effectief getuigen van kennis en vaardigheden. "Hoe gaan we dus om met die spanning? Hebt u daar zicht op?'", aldus Koen Daniëls.

Ook Roosmarijn Beckers (Vlaams Belang) had enkele vragen voor de minister klaar: “Hoe evalueert u de conclusies en de aanbevelingen uit het advies? De Vlor vraagt ook om een draaiboek te ontwikkelen met concrete interventies voor de scholen. Zult u dat meenemen in uw nieuwe actieplan?”  

Nog iets te vroeg

In zijn antwoord gaf Minister Weyts aan dat een groot deel van de gestelde vragen op de feiten vooruitlopen. Het besluitvormingsproces rond het actieplan voor schooluitval staat volgens hem namelijk nog maar net in de steigers. De lancering ervan verwacht hij tegen het begin van het volgend schooljaar.

Daarnaast wees hij erop dat er niet is stilgezeten en dat de huidige problematiek wordt aangepakt op verschillende manieren: “Er is lokaal werk gemaakt van projecten en de nodige samenwerking met allerlei actoren. Leerlingenbegeleiding is ondertussen ook verankerd in onze regelgeving, en ik heb ook input gevraagd van het veld (SERV en Vlor). Op grond van al die adviezen en suggesties allerhande gaan we dat nieuwe plan van aanpak vormgeven”, klonk het.

Verbindend schoolklimaat

Verder gaf minister Weyts  aan dat hij het eens is met de Vlor wat betreft de focus van het actieplan: de kracht van een verbindend schoolklimaat. Een goede aanpak is een aanpak die dicht tegen de leerlingen staat, stelde hij. Hiervoor kunnen de scholen volgens hem rekenen op lokale partners , zoals de VDAB en de werk-, jeugd- en welzijnspartners. "Zij moeten hierbij betrokken worden", aldus de minister.

Ten slotte wees minister Weyts op wat volgens hem de kernvraag in het debat is: “Hoe overtuigen we jongeren om te investeren in het behalen van een kwalificatie tijdens de periode van leerplicht en daarbuiten?”  Om daarin te slagen, is het volgens hem cruciaal om te vermijden dat leerlingen tijdens hun leerplicht langdurig afwezig trajecten volgen trajecten waarbij geen kwalificatie mogelijk is. De minister onderstreepte dan ook het belang om leerlingen die het risico lopen op vroegtijdige schoolverlating zo dicht mogelijk bij de school te houden."Dit in functie van de binding, maar ook omdat dat de enige plek is waar studievordering of een kwalificatie kan worden behaald."

Herbekijk dit deel van de vergadering

Relevante themas

Onderwijs en vorming

Onderwijs en Vorming

Scroll to top