Search in Vlaams Parlement

De plannen van Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open Vld) om het sociaal woonbeleid op te lossen konden op weinig begrip rekenen in het Vlaams Parlement. Zowel oppositie als regeringspartij CD&V verzetten zich tegen het voorstel. “Het ontbreekt de minister aan realiteitszin”, klinkt het. In een nieuwe aflevering van Studio Vlaams Parlement verdedigt Mercedes Van Volcem (Open Vld) haar minister.

Afgelopen week legde Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open Vld) een voorstel op tafel om de wooncrisis aan te pakken. Zo vindt Somers dat iemand die arbeidsgeschikt is maximaal negen jaar in een sociale woning mag wonen. Nadien moet je naar de privémarkt doorverwezen worden. “Vandaag staan er 170.000 mensen te wachten op een sociale woning, en 250.000 mensen komen in aanmerking voor een sociale woning. Momenteel bouwen we slechts 2.000 sociale huurwoningen bij per jaar. Aan dat tempo zijn de 170.000 sociale huurwoningen pas gerealiseerd in het jaar 2107. Een sociaal woonbeleid dat alleen inzet op het bouwen van woningen, is een ontoereikend sociaal woonbeleid. Zo help je enkelingen, maar niet de volledige groep die in aanmerking komt voor een sociale woning”, verdedigt Mercedes Van Volcem (Open Vld).  

De Vlaamse regering stapte in 2017 af van de levenslange contracten, maar in de praktijk worden de huidige 9-jaarlijkse contracten vaak gewoon verlengd. Van Volcem vindt dat mensen die arbeidsgeschikt zijn gestimuleerd moeten worden om te gaan werken en na negen jaar de sociale woning moeten verlaten. "Bij de beroepsactieve bevolking stroomt slechts 2 procent door naar een private woning of naar een private koopwoning. Voor ons is een sociale woning een tijdelijke oplossing voor iemand die het tijdelijk moeilijk heeft. Voor ons is dat een startstation van waaruit je de trein neemt en naar een beter leven moet gaan, maar geen eindstation, waar je tot het einde van je leven blijft en niet gestimuleerd wordt om te werken."

(CDF)

Scroll to top