Search in Vlaams Parlement

Met een ontwerp van decreet wil de Vlaamse Regering de bestaande middelen die werkplekleren stimuleren herbekijken. Zo moet één premie het kluwen aan financiële hulpmiddelen voor bedrijven vereenvoudigen en wordt de afronding  van het werkleertraject aangemoedigd met een leerlingenpremie. De Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie besprak het ontwerp van decreet en stemde erover.

Wat is werkplekleren?

Werkplekleren, of (bij)leren op de werkvloer, is een wijdverspreide methode om professionele competenties op te bouwen. De werkplek is immers een belangrijke leeromgeving waar je specifieke vaardigheden en zogenaamde ‘soft skills’ kan ontwikkelen, denk maar aan probleemoplossend denken, conflictbeheersing of ondernemerschap. Niet enkel de werknemer heeft hier baat bij, ook voor ondernemingen biedt werkplekleren kansen. Neem bijvoorbeeld het inzetten op een meer duurzame rekrutering of het verhogen van de leercultuur in het bedrijf.

Hoe wil de Vlaamse Regering werkplekleren stimuleren?

De Vlaamse Regering diende een ontwerp van decreet in om werkplekleren voor ondernemingen te optimaliseren en vereenvoudigen. Vandaag ontvangen bedrijven die werkplekleren aanbieden financiële ondersteuning vanuit vijf verschillende maatregelen: de start- en stagebonus, mentorkorting, doelgroepvermindering voor leerlingen die aan werkplekleren doen en doelgroepvermindering voor werkende jongeren uit het deeltijds beroepsonderwijs. Het ontwerp van decreet zal de vijf bestaande ‘incentives’ opheffen. In de plaats komt de premie kwalificerend werkplekleren. Die moet ondernemingen stimuleren een kwalitatieve leerwerkplek aan te bieden. Daarnaast wordt er een leerlingenpremie ingevoerd om de succesvolle afronding van een werkplekopleiding aan te moedigen.

Debat in de commissie

Na de toelichting van het ontwerp van decreet door bevoegd minister Jo Brouns nam commissielid Caroline Gennez (Vooruit) het woord. Volgens haar wordt er met dit ontwerp van decreet onvoldoende geïnvesteerd in werkplekleren. Ze verwijst daarvoor naar de omzetting van vijf premies naar slechts één. “Ik zou willen pleiten om vanuit de regering niet gierig te zijn en net meer te investeren”, zei ze.

Commissielid Imade Annouri (Groen) vindt het ontwerp van decreet een stap in de goede richting, maar niet verregaand genoeg. Daarbij uitte hij nog de vraag: “Er zou een jaarlijkse monitor komen. Maar wat zal er precies gemonitord worden?” Later sloot commissielid Ilse Malfroot (Vlaams Belang) zich aan bij de bezorgdheden van de Vooruit- en Groenfracties en zou ook de Vlaams Belang-fractie zich onthouden van de stemming.

Volgens commissielid Tom Ongena (Open Vld) houdt het ontwerp van decreet een belangrijke vereenvoudiging in voor bedrijven die werkplekleren willen aanbieden. Dat juichte hij enkel toe. Hij had wel nog enkele vragen voor de minister waaronder: “Wordt er een richtcijfer vooropgesteld voor wat betreft de toename van het aantal stageplaatsen? En wat gaat de grootorde zijn van de premie die bedrijven zullen krijgen?”

Ook commissielid Allessia Claes (N-VA) vroeg de minister om verduidelijking omtrent onder meer de kwaliteitsvoorwaarde die aan de premie voor bedrijven wordt gekoppeld: “Over welke kwaliteitsvoorwaarden gaat het precies? En hoe zal dat gecontroleerd worden?”

Tot slot wou Loes Vandromme (cd&v) nog weten hoe over deze nieuwe aanpak gecommuniceerd zal worden. Dat met het oog op het extra stimuleren van bedrijven om in te zetten op werkplekleren. En stelde ze de minister onder andere nog volgende vraag: “Wat met leerlingen uit het buitengewoon onderwijs? Hoe worden die hierbij betrokken?”

Herbekijk het debat, de antwoorden van de minister en de stemming van het ontwerp van decreet:

Volgende stap?

Het ontwerp van decreet werd aangenomen in de commissie. Binnenkort zal het ontwerp van decreet op de agenda van de plenaire vergadering komen en zal het Vlaams Parlement erover stemmen.

Scroll to top