U bent hier

Basisbereikbaarheid

De Vlaamse Regering stelde in haar regeerakkoord 2014-2019 dat ze voor het openbaar vervoer zou overstappen van het concept van basismobiliteit naar het concept van basisbereikbaarheid. Tijdens de legislatuur werkte ze dat nieuwe concept uit via een conceptnota, in uitvoering van een resolutie van het Vlaams Parlement. De praktische haalbaarheid van basisbereikbaarheid werd daarop uitgetest in een aantal proefregio’s (Aalst, Mechelen, Antwerpen en de Westhoek). Het vervoeraanbod bestaat voortaan uit vier lagen: het treinnet als ruggengraat van het openbaar vervoer, het kernnet van bussen en trams tussen grote woonkernen, het aanvullend net met buslijnen dat zorgt voor het vervoer naar het kernnet en het treinnet, en ten slotte het vervoer op maat zoals buurtbussen en taxi’s. De steden en gemeenten zullen een grotere rol krijgen bij het uittekenen van het openbaar vervoer in Vlaanderen, en er komen 15 vervoersregio’s. Per vervoersregio is er een vervoerregioraad die de invulling van basisbereikbaarheid bewaakt, stuurt en evalueert.