U bent hier

Commissievergadering

dinsdag 7 juli 2015, 14.00u

Voorzitter
van Björn Anseeuw aan minister Jo Vandeurzen
2672 (2014-2015)
De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

De heer Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, in Ukkel werd het Area+-project geopend. Het is een laagdrempelig en zeer toegankelijk multidisciplinair centrum voor adolescenten met een ondersteuningsnetwerk op fysiek, psychologisch, relationeel, sociaal en educatief vlak. Area + heeft zowel een residentieel ziekenhuis voor tieners en adolescenten, als een therapeutisch schooldagziekenhuis, een therapeutisch internaat, een polikliniek en een huis met permanentie. De werking is multidisciplinair met onder andere psychiaters, psychologen en verpleegkundigen, en zorgt voor ondersteuning op therapeutisch, sociaal, juridisch en educatief vlak door op zoek te gaan naar een synergie van actoren die werkzaam zijn binnen deze vakgebieden. Het wil zorgen voor een snelle aanpak op maat van de adolescent, zijn familie en de professionelen die adolescenten begeleiden. Het is een hele boterham. Het project heeft heel wat ambitie. Het klinkt ook heel goed.

Het centrum in Ukkel is een pilootproject dat zich baseert op de Maisons d’Adolescents uit Frankrijk, waar intussen al meer dan honderd dergelijke huizen bestaan. Ik heb begrepen dat u die Franse voorbeelden kent en dat u de komst van dergelijke initiatieven, zoals Area+ in Ukkel, toejuicht omdat het toont dat ook binnen de bestaande regelgeving en financieringsregels er echt wel mogelijkheid is tot innovatie, ook in en rond die psychiatrische ziekenhuizen.

Het is sowieso een bekommernis vanuit Vlaanderen om de ambulante en residentiële zorg op een kwalitatieve manier op elkaar te doen aansluiten. We lezen dat onder andere ook in de beleidsnota.

Minister, bent u van plan om ook in Vlaanderen met dit soort  ‘adolescentenhuizen’ te starten? Ziet u dat er in het bestaande aanbod al in zekere mate wordt ingespeeld op wat Area+ en de Maisons d’Adolescents beogen?

Op welke manier ziet u initiatieven zoals Area+ passen in het netwerkmodel dat u in de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren wilt uitrollen, samen met uw collega’s op het federale niveau? Hebt u hierover al overleg gepleegd met uw federale collega om ook daar een goede afstemming te verzekeren?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Area+ biedt een cluster van activiteiten aan, in de eerste plaats residentieel: veertig erkende bedden en twaalf bedden in een federaal pilootproject. De residentiële kinderpsychiatrie is uiteraard een bevoegdheid van de federale minister van Volksgezondheid. Ook de psychiatrische ziekenhuizen uit wiens schoot het initiatief Area+ is opgestart, vallen onder de bevoegdheid van de federale minister. Het wordt zowel gefinancierd door de federale overheid als door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), de Franse Gemeenschap en door giften.

Ik heb eens geprobeerd om het te ontrafelen, want ik vind het inderdaad een boeiend initiatief. Als ik het goed begrijp, bestaat het uit componenten van een psychiatrisch ziekenhuis, het onderwijs en een aantal stukken die bij ons in de jeugdhulp te situeren zouden zijn. Die zijn gecombineerd bij het in elkaar steken van een aantal erkenningen.

Adolescentenhuizen in de strikte zin van het woord kennen we in Vlaanderen niet. Er bestaan natuurlijk wel initiatieven die inzetten op een laagdrempelige ambulante opvang van jongeren met vragen en psychosociale problemen en die zeker linken hebben met wat Area+ beoogt. De jongerenwerking van de CAW's is rechtstreeks toegankelijk en staat open voor elke vraag. Jongeren die meer begeleiding nodig hebben, kunnen meestal doorstromen in hetzelfde CAW. Indien er meer gespecialiseerde hulp nodig is, worden ze doorverwezen naar bijvoorbeeld een centrum voor geestelijke gezondheidszorg (cgg).

Het vrijwilligersinitiatief Tejo biedt een laagdrempelig psychotherapeutisch aanbod voor jongeren. Maar er zijn ook jeugdwerkingen die initiatieven hebben zoals Habbekrats die via spel en allerhande activiteiten laagdrempelig inzetten op het samenzijn en goed doen voelen van kinderen en jongeren.

Er zijn natuurlijk ook aspecten die misschien meer thuishoren onder preventie, de Huizen van het Kind. In Vlaanderen is er verder de gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg met een aantal initiatieven die zich specifiek tot adolescenten richten. In sommige cgg's zijn er adolescententeams en in een aantal psychiatrische ziekenhuizen worden specifieke adolescentenwerkingen aangeboden. In dat laatste zien we wel een aantal linken met het initiatief van Area+. Area+ wordt vooral gekenmerkt door een intersectorale samenwerking met belendende sectoren om zo een goed traject hulp- en dienstverlening op te starten voor deze jongeren. 

In Vlaanderen hebben we de Integrale Jeugdhulp waar de intersectoraliteit echt wel al sterk werd benadrukt en waarin die sectoren samenwerken.

In de provincies worden nu initiatieven opgestart via de door de federale overheid en de gemeenschappen goedgekeurde gids ‘Naar een nieuw geestelijk gezondheidsbeleid voor kinderen en jongeren’. Daarin komt de vraag naar meer intersectorale samenwerking, onder meer tussen de ambulante en de residentiële sector, heel uitdrukkelijk aan bod.

Mensen uit de ambulante cgg’s maken deel uit van de mobiele crisisteams. Ook actoren buiten de geestelijke gezondheidszorg worden in die netwerken betrokken. Van meet af aan wordt bij de opstart van deze netwerken rekening gehouden met de bestaande Integrale Jeugdhulp en de inspraak van de jongeren en hun omgeving.

Misschien nog belangrijker is het programma 5 van de gids, de integratieve en herstelgerichte ondersteuning voor kinderen en jongeren. In dit programma moeten de provinciale netwerken heel duidelijk de link leggen tussen de geestelijke gezondheidszorg en de sectoren van onderwijs, vrije tijd, werk, enzovoort.

Het is een zeer interessant initiatief omdat het aantoont dat je met de huidige regelgeving op de psychiatrische ziekenhuizen en de regelgeving bij de K- en k-bedden dat echt kunt losmaken van de grote ziekenhuisinfrastructuur, dat kunt decentraliseren en daarin allianties kunt aangaan met andere partners. In die zin ben ik daar persoonlijk, mocht er zich in Vlaanderen een initiatiefnemer melden die zo’n concept wil ontwikkelen, a priori zeer sterk voorstander van. Je moet natuurlijk partners hebben op het terrein die zeggen dat ze zo’n alliantie op een of andere manier willen concretiseren. Daarbij leveren wij, wat het federale luik betreft, in casus de residentiële psychiatrie, de erkenningen af. Daarin kunnen we zeer voluntaristisch zijn en zeggen dat we wat mogelijk is, ook effectief zullen faciliteren. Je moet natuurlijk partners hebben op het terrein die dit soort initiatieven of integrerende modellen ook juridisch willen organiseren.

Ik geef u een klein voorbeeld. De voorbije jaren hebben we een paar keer een psychiatrisch ziekenhuis gehad dat de vraag stelde of ze een afdeling van hun psychiatrisch ziekenhuis konden delokaliseren naar de site van een algemeen ziekenhuis, omdat we veel meer psychiatrische zorg en algemene ziekenhuizen willen integreren in een meer holistische benadering. Ik heb dat altijd a priori met zeer veel positieve vooringenomenheid behandeld. Ik vind dat je die modellen in de psychiatrie, waarbij je van het heel grote institutionele naar kleinschalige integreermodellen gaat, kansen moet geven.

Of het adolescentenhuis in het netwerkmodel van de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren kan worden uitgerold, hangt af van welke partners op het terrein daarin een opportuniteit zien. Die netwerken worden nu in de provincies ontwikkeld en er wordt verwacht dat de bestaande initiatieven meewerken en mee nadenken vanuit het nieuwe ggz-netwerk en vanuit het principe van ‘gedeelde zorg’. In die zin kijken wij uit naar hoe het Franstalig netwerk in Brussel  - want Area+ is Franstalig - zich zal ontwikkelen, evenals hoe het Nederlandstalig netwerk zich zal ontwikkelen en hoe de samenwerking kan worden georganiseerd.

Ik sta zeker open voor zulke nieuwe innovatieve initiatieven, en ik heb dan ook aan mijn kabinet en administratie gevraagd om met de mensen van Area+ af te spreken om na te gaan hoe ze het technisch en volgens de normering in elkaar hebben gestoken. 

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

De heer Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, ik ben zeer tevreden met uw antwoord. Wat bijzonder is aan zulke initiatieven, is dat men niet alleen een netwerk gaat ontwikkelen maar vooral ook een clustering van voorzieningen. Dat heeft een nog meer versterkend effect van die sectoren en actoren op elkaar. Ik dacht dat dit het goede moment was om een vraag te stellen omdat we aan de vooravond staan van die netwerken, specifiek gericht op jongeren en adolescenten. De meest voor de hand liggende vraag is of we lessen kunnen trekken uit goede voorbeelden uit het buitenland of zelfs nu ook al uit het binnenland, uit Brussel zelf.

Minister, hebt u er enig idee van waarom men in Vlaanderen vanuit de sector zelf er nog niet toe gekomen is om over te gaan tot een clustering. Het is blijkbaar wel mogelijk binnen de huidige regelgeving. Zijn er belemmeringen? Hebt u er een verklaring voor waarom er nog geen aanstalten is gemaakt in Vlaanderen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik denk dat we het niet zo zwart-wit moeten stellen. Ik denk dat er al een aantal organisaties zijn die in hun eigen rechtspersoon verschillende erkenningsvormen hebben die wel zulke combinaties maken en kunnen maken. Het zijn ook vaak opportuniteiten. Er komt een nieuwbouw of er is een reconversie naar K-bedden maar men kan dat niet alleen doen, want men heeft niet voldoende volume. Dan zoekt men een ander ziekenhuis om samen te werken. Ik heb het aanvoelen dat er in Vlaanderen wel een aantal initiatieven bestaan die er erg bij aanleunen en die combinaties maken. Maar het moet vaak ook lukken dat men die combinatie van erkenningen kan maken omdat men zelf een nieuwe rechtspersoon kan creëren of omdat men ze zelf in eigen portefeuille heeft.

De heer Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Voor mij is het duidelijk. Ik ben zeer tevreden dat u die netwerkvorming nog wilt versterken en de clustering van voorzieningen wilt ondersteunen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.