U bent hier

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Voorzitter, op zondag 13 september staat het grootste culturele eendagsevenement van Vlaanderen gepland. Open Monumentendag, hét feest van het onroerend erfgoed, is in 2015 al aan zijn 27ste editie toe en vorige week werd bekendgemaakt dat Antwerpen op die dag uitpakt met twee opvallende publiekstrekkers. De tuin van de kathedraal en het Le Corbusier-huis zijn uitzonderlijk te bezoeken. Het initiatief past volledig in de visie van de Vlaamse erfgoedorganisatie Herita: bouwkundig erfgoed interessant maken voor het grote publiek.

Erfgoedorganisatie Herita, volgens de minister de stem van de onroerenderfgoedsector, wil daarom het succes van de Open Monumentendag het hele jaar doortrekken. Algemeen directeur van Herita, Kristl Strubbe, haalt terecht aan dat een gebouw pas betekenis krijgt als het bezocht kan worden. Het erfgoedbeheer in Vlaanderen is momenteel zeer versnipperd en is vaak gericht op restauratie en behoud. Het openstellen van monumenten en sites komt, volgens Strubbe, momenteel slechts op de tweede plaats. Het initiatief past ook in het kader van de beleidsnota van de minister, waar gezegd wordt dat Herita een onmisbare taak heeft op het vlak van de ontsluiting van het erfgoed.

Minister-president, deelt u de visie van Herita om monumenten het hele jaar door te ontsluiten voor het grote publiek? Indien u daarmee akkoord gaat, bent u van plan dat te ondersteunen en actief te stimuleren? U wilt van Herita de onroerenderfgoedorganisatie in Vlaanderen maken. Hoe ziet u de uitbouw daarvan, zodat Herita een breed publiek kan laten kennismaken met het erfgoed in Vlaanderen? Hebt u reeds maatregelen genomen?

Met de Monumentenprijs had u als minister de kans om jaarlijks erfgoed in de kijker te plaatsen en te werken aan draagvlakontwikkeling. Vorig jaar stond de winnaar van deze prijs in de kijker op de Open Monumentendag. Dat zal dit jaar helaas niet zo zijn, doordat de vernieuwde Onroerenderfgoedprijs niet op tijd klaar was om die te vervangen. Voorziet u in een alternatief om deze prijs te vervangen? Zo ja, zal dit alternatief ook worden gebruikt voor het versterken van het draagvlak rond erfgoedparticipatie?

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister-president, collega’s, het moet inderdaad de bedoeling zijn om meer erfgoedsites beter en vaker toegankelijk te maken, zodat elke burger de kans krijgt om ervan te genieten. Alleen lijkt het me onmogelijk, want er zijn ook private gebouwen bij.

Ik wil herhalen wat ik heb gezegd in de commissievergadering van 10 maart 2015 bij de vraag van de heer Caron. De Open Monumentendag is het kroonstuk van het monumentenbeleid zoals het in Vlaanderen al 27 jaar wordt gevoerd. Herita heeft expliciet de opdracht om publiekswervend te werken. De Open Monumentendag is daar een essentieel onderdeel van. Het is een goede zaak dat er wordt overwogen om monumenten vaker open te stellen.

U kondigde in uw beleidsnota aan dat u samen met minister Gatz een samenwerking zou opzetten tussen FARO en Herita, zodat de Erfgoeddag en de Open Monumentendag worden verbonden, wat de betrokkenheid van Erfgoed bij de Open Monumentendag ten goede komt. Moet Herita volgens u enkel nog focussen op het openstellen van erfgoed in Vlaanderen of een blijvende rol spelen op het vlak van beheer een restauratie van een aantal sites die eigendom zijn van de Vlaamse overheid? Er is een misverstand over de Monumentenprijs, maar spreek me tegen als het niet juist is, want die wordt vanaf 2016 opnieuw ingericht maar onder een nieuwe noemer, Onroerenderfgoedprijs. Klopt dat?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Minister-president, ik vind de vragen van de heer De Gucht vanzelfsprekend, maar ik wil ze ondersteunen. Het is logisch dat Herita een brede opdracht heeft en houdt. Herita heeft al een brede opdracht, op verschillende terreinen. Er is geen mens vragende partij om die te versmallen, misschien soms om te focussen, maar dat laat ik in het midden.

Ik pleit ervoor dat Herita zo krachtig mogelijk is in de verbinding tussen het erfgoed en het publiek, en in het ontwikkelen van expertise en in het zorgen voor herbestemming of ander gebruik van onroerend erfgoed. Met enkele sites in Vlaanderen hebben ze bewezen dat er met creativiteit veel te bereiken valt. Ik denk aan Fort Napoleon in Oostende. Dat is zowel erfgoedgewijs als toeristisch een parel, een waardevolle aanvulling voor het kusttoerisme en voor ons erfgoedpatrimonium. Dat is mijn visie op Herita. Ga ervoor.

Feitelijk kun je niet elk privaat gebouw het hele jaar ontsluiten, dat is ook niet logisch. Daarom zijn er zaken als Open Monumentendag.

Minister-president, naar aanleiding van het Onroerenderfgoeddecreet hebben we gediscussieerd over het belang van het maatschappelijk draagvlak. Als we erfgoed belangrijk vinden, moeten we het maatschappelijk draagvlak voor dat erfgoed sterk genoeg maken. Nogal wat mensen twijfelen er soms aan. U kent de discussies die zeker mensen die lokaal actief zijn ondervinden, over de inventaris, bescherming of sloping van gebouwen op de lijst. Er is nog werk aan het draagvlak. Daar kan Herita een belangrijke rol in spelen.

Ten slotte, minister-president, ik heb er in de media al eens over gesproken. Ik betreur het dat de opvolger van de Monumentenprijs om administratieve redenen is uitgesteld, want het uitvoeringsbesluit was klaar na de datum waarop de kandidaatstelling moest gebeuren. Dat had perfect kunnen worden voorkomen. Het decreet is twee jaar oud. De Monumentenprijs had perfect kunnen worden opgevolgd door de Onroerenderfgoedprijs. Het zou kunnen dat uw diensten onderbemand zijn, minister-president. Maar ik betreur dat dit jaar een gat valt.

De voorzitter

De heer Verstreken heeft het woord.

De heer Johan Verstreken (CD&V)

Openstelling en promotie het hele jaar door, daar kunnen we niet 'neen' tegen zeggen. Wie aan actieve en effectieve openstelling doet, kan inderdaad meer subsidies krijgen. Dat is al enkele jaren het geval. De heer Caron haalde het voorbeeld aan van Fort Napoleon. Dat is ook een mooi voorbeeld van wat allemaal mogelijk is via publiek-private samenwerking. In het kader van dit decreet werd ook een nota beloofd over mogelijke fiscale instrumenten om organisaties te ondersteunen. Is die al afgewerkt? Hoe zit het met de timing? We blijven pleiten voor fiscale maatregelen, ter ondersteuning van eigenaars en initiatiefnemers.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, collega’s, het is uiteraard zo dat ik de visie van Herita volgens het beleid onderschrijf. Dat blijkt uit alles wat we doen. Het staat in mijn beleidsnota. We streven ernaar om onroerend erfgoed te restaureren, renoveren, te laten herbestemmen en hergebruiken, en ook zo veel mogelijk open te stellen. Wij doen daarvoor speciale inspanningen. We geven restauratiepremies. Die zijn niet gericht op het openstellen, maar op het in stand houden en restaureren van monumenten en sites. Mijnheer De Gucht, u weet dat er een specifieke bijkomende premie is opgenomen in het Onroerenderfgoeddeccreet in geval van openstelling.

Herita heeft ambitie. Het heeft lang geduurd voor we alle bestaande verenigingen hebben kunnen groeperen. Dat is uiteindelijk gelukt, met heel wat voorbereidend werk. We hebben het akkoord gesloten in het zuiden van Engeland op een symbolische manier. Dan is Herita van start gegaan. Er waren opstartmoeilijkheden. De CEO is na korte tijd opgestapt en vervangen door een nieuwe CEO. Ik heb de indruk dat er nu een dynamische wind waait. Herita heeft inderdaad de taak om te beheren in samenwerking met PMV, open te stellen via de Vlaamse Erfgoedkluis, het draagvlak te promoten en het onroerend erfgoed te ontsluiten. Daarvoor hebben we dus een samenwerkingsovereenkomst gesloten met Herita.

In mijn beleidsnota staat inderdaad dat we gaan kijken of er fiscale stimuli kunnen worden gegeven ter aanvulling of in plaats van het subsidiesysteem. Het agentschap Onroerend Erfgoed is bezig met de studie daaromtrent. Die zal normalerwijze in de loop van de zomer worden opgeleverd, met een doorlichting van de mogelijkheden, personenbelasting, onroerendgoedbelasting, registratierechten, onroerende voorheffing enzovoort. Die studie is nog niet opgeleverd, maar ik heb in mijn beleidsnota aangekondigd dat we dat gaan doen.

Mijnheer Caron, u verwijst naar de Monumentenprijs. Ik heb u geantwoord dat er in 2015 nog geen alternatief was. U weet dat we gaan voor een veel bredere prijs voor onroerend erfgoed, niet meer uitsluitend voor monumenten, maar ook voor maritiem erfgoed, archeologische sites, alle erfgoedsites in de meest brede zin van het woord.

Collega’s, ik druk het voorzichtig uit. U weet dat er wat sleet was gekomen op de formule. Er waren misvattingen. Het ging voor 75 procent over grote, dure projecten, terwijl wij het echt willen opentrekken. We gaan naar een bredere jury, we trekken het open, niet meer louter monumenten. Het agentschap zal die oproep voor kandidaat-juryleden in september op de website lanceren.

Het aantal kandidaten voor de Monumentenprijs nam jaar na jaar af. Er was steeds minder belangstelling voor. Dan is het wel goed om eens te zoeken naar een nieuwe formule, dat hebben we ook opgenomen in het decreet. We gaan naar een Onroerenderfgoedprijs die ook de kans zal bieden om kleine projecten in de kijker te zetten. Architecten weten vaak niet dat ze ook met kleinere projecten kunnen meedingen. Daaraan moet een grotere bekendheid worden gegeven.

De opzet is een bredere prijs voor archeologie, landschap, maritiem erfgoed en monumenten, in de hoop dat er ook wat meer kandidaten zullen zijn. De criteria worden duidelijker. We moeten meer zichtbaarheid kunnen geven. Nu verliepen oproep en uitreiking nogal onzichtbaar. Het was eerder kleinschalig.

Het heeft wat voeten in de aarde gehad om dat ministerieel besluit te maken. Er moest een dialoog worden gevoerd met de Raad van State. En ja, het ministerieel besluit was er nog niet, zodat we dit jaar de Onroerenderfgoedprijs nog niet kunnen lanceren. Maar nu in het najaar gaan we wel tijdig de oproep doen, zodat we voor 2016 een hopelijk meer gedragen en bredere Onroerenderfgoedprijs hebben dan de Monumentenprijs, die we afschaffen. We gaan ook voor de jurering en voor de jury zelf naar meer transparantie.

Dat moet leiden, collega’s, tot een groter draagvlak voor onroerend erfgoed. Dat is een van de middelen daartoe, maar in eerste instantie is het uiteraard aan Herita om dat te doen, en de organisatie bij uitstek daarvoor is natuurlijk de Open Monumentendag. Dat is de jaarlijkse, brede, grote publiekswerking, met soms een half miljoen mensen die daarvoor opdagen. Dat getuigt van een zeer grote belangstelling.

Ik heb altijd gezegd dat er een discrepantie is tussen de grote publieksbelangstelling op die hoogdag en het draagvlak voor bescherming, restoratie en openstelling. Dan is het ‘not in my backyard’, terughoudendheid en schrik, terwijl het juist een prachtig uithangbord kan zijn.

Ik herinner mij de bijna heroïsche discussies over de Bondgenotenlaan in Leuven. Ik heb voet bij stuk gehouden en de burgemeester getrotseerd. Maar hij heeft mij nu publiek gefeliciteerd, omdat we het hebben gedaan en hebben gezorgd voor een goed evenwicht tussen bescherming en mogelijkheden voor handelszaken en bewoning. Er is voldoende flexibiliteit bij Erfgoed. Nu kunnen die handelszaken liggen in een prachtig pand in de Bondgenotenlaan, eerder dan een schreeuwlelijke grote vitrine met een uithangbord erboven. Daar moeten we mensen van overtuigen, en het lukt ook. We moeten oppassen als er felicitaties komen uit die hoek, maar ze waren er. Het college was tevreden.

Ik geef het als voorbeeld, omdat we vaak weerstand vaststellen, ook al zeggen we dat we gaan samenwerken en overleggen. Ik kom heel veel op het terrein bij onroerend erfgoed, de laatste tijd krijg ik meer en meer de opmerking dat er een zeer goede samenwerking is met Onroerend Erfgoed. Dat doet me enorm veel plezier. Ze denken mee na over materialen en mogelijkheden, zodat er energiemaatregelen kunnen worden genomen, beglazing, isolatie, al eens toegankelijkheidsmaatregelen. Soms wordt er een gebouw aan gebouwd, natuurlijk op een zeer verantwoorde manier. Dat is de moderne manier om ermee om te gaan.

Er is in Vlaanderen nog een hele weg te gaan om dat draagvlak te creëren. Maar het is een van de opdrachten van Herita. De gedelegeerd bestuurder wil daar volop werk van maken.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Ik ben tevreden over de manier waarop u en uw diensten kijken naar hoe we moeten omgaan met onroerend erfgoed. We moeten niet blijven vastzitten in een tunnelvisie waarin een gebouw zijn functie moet behouden. Daardoor zijn in het verleden te veel gebouwen jammer genoeg vervallen, in plaats van er een nieuw concept voor uit te werken en ze klaar te maken om de volgende jaren een prominente plaats te krijgen in ons Vlaamse land.

Ik kijk uit naar het onderzoek dat u aankondigt over de fiscale maatregelen. Ik hoop dat we erover van gedachten kunnen wisselen op het moment dat het is afgerond en dat we werk kunnen maken van het soms beperkte erfgoed, als je kijkt naar wat we door de vingers hebben laten glippen. Wat we hebben, moeten we beschermen voor de toekomst.

Mevrouw Van Werde, het is niet mijn bedoeling om private huizen op elk moment van de dag open te stellen. Maar er moeten toch mogelijkheden zijn om meer dan één dag per jaar rond te lopen in de tuinen van de kathedraal. Het is zeker niet mijn bedoeling als liberaal om in te dringen in de privéplekken van mensen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.