U bent hier

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, ik wil het even hebben over de Kempen en over het Dynamisch Actieplan Kempen (DYNAK). In het voorjaar van 2013 hebben de Kempense partners in het regionaal sociaaleconomisch overlegcomité (RESOC) bij de Vlaamse Regering aan de alarmbel getrokken. Ze hebben gevraagd tijdens diezelfde legislatuur nog tien slimme investeringen uit te voeren om in de regio tweeduizend nieuwe banen te creëren. Naast enkele projecten als het Living & Care lab (LiCalab) of geothermische projecten heeft de Vlaamse Regering voorzien in middelen om een economisch programma voor de Kempen uit te werken. Dit programma heeft de naam DYNAK gekregen.

Er is een studie uitgevoerd met als doel in kaart te brengen hoe de economische actoren in de Kempen met een gerichte regionale strategie optimaal op de Vlaamse en de Europese beleidskaders kunnen inspelen. De economische opportuniteiten in de Kempen zijn gedetecteerd en de partners voor projecten zijn in kaart gebracht.

Om die reden zijn concrete projecten voor de Kempen opgesteld. Die projecten sluiten aan bij de Vlaamse en de Europese ambities zoals vermeld in Vlaanderen in Actie (ViA) en EU2020. De projecten zijn typerend voor het economisch klimaat en de specifieke setting in de Kempen.

RESOC Kempen coördineert de opvolging van de geselecteerde projecten. Er zijn vijf geïdentificeerde niches, namelijk de geothermie, de nucleaire geneeskunde, de innovatieve binnenvaarttoepassingen, de biogebaseerde grondstoffen en de revalidatie. In verband met deze projecten is ook de uitwerking van een of meerdere pilootprojecten opgenomen.

Minister, in maart 2015 heb ik om een stand van zaken in verband met de verschillende projecten gevraagd. U hebt me toen het volgende geantwoord: “De initiatiefnemers vanuit de Kempen zijn ten volle verantwoordelijk voor de uitvoering van deze projecten. RESOC Kempen coördineert de opvolging van de geselecteerde projecten. De Vlaamse overheid speelt noch in de opvolging, noch in de uitvoering een actieve rol. Er is dan ook geen formele goedkeuring door de Vlaamse regering van de projecten die opgenomen werden in het DYNAK, evenmin werd er op de Vlaamse begroting een specifiek budget geoormerkt voor de uitvoering van het DYNAK. Dit sluit uiteraard niet uit dat individuele projecten vanuit de reguliere steunkaders gesubsidieerd zouden kunnen worden vanuit de Vlaamse overheid.“

Bij het opstellen van het DYNAK is vooral naar mogelijke Europese financieringsbronnen voor de projecten gekeken. Deze bronnen staan per project in het DYNAK geïnventariseerd. De vorige Vlaamse Regering heeft toegezegd het DYNAK mee uit te voeren. Voor de Europese financiering is de cofinanciering natuurlijk belangrijk. U moet over de nodige cofinanciering kunnen beschikken. Dit is telkens een uitdaging.

Minister, het is cruciaal dat de Vlaamse middelen in het Hermesfonds of de provinciale projectmiddelen hiervoor efficiënt kunnen worden ingezet. Die middelen zijn belangrijk als cofinanciering ten overstaan van de Europese financiering. Ik heb u naar de lokale middelen horen verwijzen. Op zich kan dit. Als ik het over Vlaanderen in Actie (ViA) of over EU2020 heb, gaat het natuurlijk meestal om bovenlokale projecten. Ik wil niets uitsluiten, maar we moeten toch in eerste instantie naar Vlaamse en provinciale middelen kijken.

Ik heb vernomen dat deze projecten het zeer moeilijk hebben om aan de nodige financiering te geraken. De oproep voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is lang uitgebleven. Ik heb ondertussen vernomen dat vorige week toch een oproep is gelanceerd. De projecttrekkers krijgen ook signalen dat het Hermesfonds met betrekking tot de Kempen tot nul zou zijn herleid.

Minister, ik zou graag enkele vragen stellen over de stand van zaken met betrekking tot het DYNAK en dan in het bijzonder over de Europese financiering en de Vlaamse cofinanciering.

Engageert u er zich nog steeds toe het DYNAK mee te ondersteunen? Hoe zult u dit engagement duidelijk maken en concretiseren?

In uw antwoord op mijn schriftelijke vraag hebt u voornamelijk naar de Europese steun verwezen. U hebt ook laten weten dat projecten door de Vlaamse overheid kunnen worden gesubsidieerd. Hoeveel bedraagt het totaalbudget uit het EFRO voor de periode 2014-2020 in Vlaanderen? Ik zou graag een opsplitsing in Vlaamse en Europese middelen krijgen. Hebt u al zicht op de bijdragen uit de private sector?

Aangezien het DYNAK verschillende projecten omvat, zou ik graag vernemen hoeveel steun uit het EFRO in het verleden reeds is verleend. Welke relevante oproepen van het EFRO staan nog geagendeerd? Wanneer zullen die oproepen, met uitzondering van de oproep van vorige week, dan net worden gelanceerd? Wat kan hierop in de toekomst repercussies hebben?

Wat is de oorzaak van de sterke vertraging van de EFRO-projectoproep? De projecten van het Interreg Community Initiative, kortweg Interreg, lopen al voluit. Die maken deel uit van dezelfde Europese programmatieronde. Voor Interreg gaat het blijkbaar sneller dan voor het EFRO. Kunt u me duidelijk maken wat hiervan de oorzaak is?

Op welke thema’s zullen deze oproepen zich richten? Hoeveel middelen worden er voorzien? Kunnen projecten nog een beroep doen op cofinanciering vanuit Vlaamse middelen, aangezien daar in het veld blijkbaar nog onduidelijkheid over is?

Minister, u gaf tijdens de bespreking van de laatste begrotingsaanpassing aan dat hij de cofinanciering van EFRO wel wil behouden, maar andere bronnen wil aanboren. Zal Vlaanderen nog voorzien in cofinanciering voor EFRO-projecten? Wordt er in het Hermesfonds nog ruimte vrijgemaakt voor cofinanciering zoals in het verleden? Hoeveel middelen zijn daarvoor vrijgemaakt in de begroting van 2015 en eventueel voor de volgende jaren? Hoe worden die middelen verdeeld over de verschillende provincies?

Welke andere bronnen, zoals u vermeldde in het antwoord op mijn schriftelijke vraag, wilt u nog aanspreken voor cofinanciering? Hoeveel middelen zullen op die manier vrijgemaakt worden?

Ook het clusterbeleid wordt als erg belangrijk ervaren door de verschillende initiatieven binnen DYNAK. Wanneer zal daarover – conform de beleidsnota – meer duidelijkheid komen en zal men in dit kader middelen kunnen aanvragen? Worden daarvoor ook projectoproepen gelanceerd? Wanneer zal dat dan gebeuren?

Het hele DYNAK-verhaal heeft gevolgen voor verschillende zaken. Iedereen weet dat u met een hervorming van het streekoverleg bezig bent. Ik stelde u daarover ook reeds enkele vragen, maar het is nog niet helemaal duidelijk welke richting het uit gaat. U gaf aan dat dit voor de zomer zou gebeuren. Het parlement staat voor het zomerreces. Hoe zal het streekoverleg eruitzien in de toekomst? Zullen er nog middelen voor worden uitgetrokken en hoeveel? Waar zal de focus van het toekomstig streekoverleg liggen? Is het mogelijk dat de hervorming van het streekoverleg bepaalde projecten belet aan financiering te raken? Of is er een mogelijke impact op de financiering van de projecten?

De heer Gryffroy heeft het woord.

Het is een zeer complexe vraag, die zeer streekgebonden is. Het doet me denken aan andere regio’s in Vlaanderen. Naar ik verneem van Kempische ondernemers, die toch ook deel uitmaken van mijn netwerk, vindt er volgende week blijkbaar een afspraak plaats tussen een aantal mandatarissen, het kabinet en de deputatie, waar een en ander verder zou worden uitgeklaard. (Opmerkingen)

Minister, ik weet niet wat u nu gaat vertellen, maar ik veronderstel dat dit overleg kan doorgaan, want blijkbaar zijn er ook nog wat interne moeilijkheden tussen de deputatie, de Kempische ondernemers en het RESOC-gebeuren over welke kaart men wil trekken. Misschien kunt u daar meer duidelijkheid over geven.

Minister Muyters heeft het woord.

Eerst en vooral wil ik zeggen dat ik de economische ontwikkeling van de Kempen wil ondersteunen, net als in de rest van Vlaanderen. Binnen het EFRO-programma is in een nieuw systeem, de geïntegreerde territoriale investeringen (GTI), voorzien op drie plaatsen, waaronder de Kempen. Het is de bedoeling om met de GTI de Europese middelen te laten inspelen op de sociaal-economische uitdagingen van bepaalde gebieden. Er werd aan de GTI gevraagd om een startnota op te maken. Die nota kan uiteraard gebaseerd zijn op het Dynamisch Actieplan Kempen, maar het is aan de GTI-stuurgroep om die nota op te stellen. Vlaanderen verkreeg, in het kader van de doelstelling ‘Investeringen in groei en werkgelegenheid’ van het Europees Cohesiebeleid 2014-2020, een bedrag van 173,5 miljoen euro uit het EFRO-fonds. Dat is zoals altijd een cofinanciering: 40 procent Europese middelen en 60 procent bijdragen van andere partners. U sprak van de Vlaamse overheid en de provincies, maar het kan ook gaan om de gemeenten of om private projectpartners. Dat betekent dat voor 173,5 miljoen euro er 260 miljoen euro van andere partners tegenover moet staan.

Het EFRO-programma is van toepassing op geheel Vlaanderen waarbij evenwel gebruik wordt gemaakt van een nieuw instrument, GTI, voor drie gebieden: Limburg, de Kempen en West-Vlaanderen. De beheersstructuren voor het programma zijn vastgelegd, met een stuurgroep per GTI. Er is ook bepaald wie daar deel van moet uitmaken. Daarbij wordt nu aan elke stuurgroep een startnota gevraagd, die ze moet inpassen binnen de prioritaire assen van het operationeel programma vanuit Europa.

Thans worden de concrete uitvoeringsmodaliteiten besproken, waarna de eerste projectoproepen op korte termijn kunnen worden gelanceerd. De projectoproepen dienen zich steeds in te schrijven in de prioritaire assen van het operationeel programma EFRO, namelijk het stimuleren van innovatie en technologische ontwikkeling, het versterken van het concurrentievermogen van onze kmo’s en het bevorderen van de overgang naar een koolstofarme economie. Voor de GTI-Kempen is daarvoor een globaal EFRO-budget bepaald van 9,5 miljoen euro voor de periode van 2012-2020. In het Hermesfonds zullen we, rekening houdend met de algemene budgettaire context, in middelen voorzien ter ondersteuning van kwalitatieve acties, als die aansluiten op het beleid dat ik voer.

Wat de cofinancieringsmiddelen voor 2015 betreft, was bij de begrotingsaanpassing 2015 van de 6 miljoen euro nog niets besteed. Daarom heeft de Vlaamse Regering dat bedrag voor 2015 bespaard. Niet de middelen van de Kempen, maar alle EFRO-middelen waarin oorspronkelijk voorzien was in het budget 2015 zijn geschrapt. Er is natuurlijk nog de rest van de periode om, wat mij betreft, voor de zaken die voor mij interessant zijn, de cofinanciering vanuit Hermes mogelijk te maken. Ook collega-ministers van de Vlaamse Regering kunnen uiteraard cofinanciering leveren ten opzichte van de EFRO-middelen, net zoals private partners, provincies of gemeenten.

Over het clusterbeleid hebben we het reeds meermaals gehad. Zoals ik daarnet zei, is dat een van de drie conceptnota’s waar ik zo snel mogelijk mee naar de regering wil stappen. Ik ga er mij niet op vastpinnen. Er loopt een interkabinettenwerkgroep over. Binnen de regering moeten we bekijken hoe ver en hoe snel we daarin kunnen gaan. Zodra de conceptnota bekend is, kunnen we daarover in het parlement verder van gedachten wisselen, ook over wat de idee is van een clusterbeleid en over hoe streekoverleg daar dan wel of niet in kan passen.

Ook over de hervorming van het streekoverleg loopt op dit moment overleg binnen de Vlaamse Regering. Ik hoop ook op dat punt snel te kunnen landen.

Tot daar mijn reactie op uw vragen. Ik denk niet dat we moeten panikeren over het feit dat we het Dynamisch Actieplan Kempen niet in uitvoering zouden hebben. De structuren zijn nu uitgezet. Het actieplan moet nu worden gemaakt. Vanaf volgend jaar kunnen we dan wellicht, als dat past binnen het beleid, in de nodige middelen voorzien.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Dank u voor uw antwoord. Mijn vraagstelling komt uiteraard vanuit een alarmbel vanuit de Kempen. Mijn vraag is wel van tel voor de hele regio, want als er geen EFRO-oproepen zijn of er geen cofinanciering is voor Europese projecten, dan geldt dat uiteraard voor heel Vlaanderen. Omdat in de Kempen toch een specifieke dynamiek is rond het DYNAK-verhaal, zitten er een aantal partners effectief te wachten om te zien hoe ze hun financiering kunnen rondkrijgen.

In deze economische tijd, daar waar de regio erkend is als ontwrichte zone, is het belangrijk om alles op alles te zetten om de projecten op een deftige manier te faciliteren en ze zo snel mogelijk van de grond te laten komen. In die zin ben ik een beetje teleurgesteld in de antwoorden, of ben ik toch bezorgd, omdat ik voel dat er eigenlijk op heel wat zaken nog steeds niet kan worden geantwoord en dat ze voor een stuk vooruitgeschoven worden. Ik hoopte dat ik vandaag een aantal insteken kon krijgen of dat ik althans aan de mensen in de Kempen een stuk opluchting kon geven door hen te zeggen dat we op de goede lijn zitten en dat het in orde komt.

Wat de specifieke middelen betreft, is het antwoord me niet helemaal duidelijk. U haalt aan dat er 6 miljoen euro is geschrapt omdat ze nog niet waren besteed. Was dat vanuit de vorige begrotingsronde of was dat het budget waarin u voorzien had in 2015? In welk bedrag had u voorzien voor 2015? Als er geen EFRO-oproep is geweest, dan konden die middelen ook nog niet toegewezen zijn. Met andere woorden, komt het erop neer dat we 6 miljoen euro aan onze neus hebben laten voorbij gaan? (Opmerkingen van minister Philippe Muyters)

Ik bedoel daarmee: niet de Kempen, maar mensen die wilden gaan investeren, maar die geen project konden indienen en met andere woorden de cofinanciering van de 6 miljoen euro niet hebben kunnen gebruiken.

Dat is vrij eenvoudig. Er zijn EFRO-middelen en daar tegenover moet cofinanciering staan. Dat moet niet in 2015, maar dat kan ook nog in 2016, 2017, 2018, 2019 of 2020.

Betekent dit dat het bedrag van 6 miljoen is doorgeschoven en weer wordt gerecupereerd?

Zo werkt dat niet. U gaat ervan uit dat we vanuit Vlaanderen en het Hermes-fonds de volledigheid moeten cofinancieren. Dat is niet het geval. We zullen in cofinanciering vanuit Hermes voorzien als dat past in de filosofie, de werking en het beleid dat we in Vlaanderen willen voeren. Als dat daarin past, kan er een projectoproep gebeuren en is het mogelijk dat er vanuit Hermes cofinanciering gebeurt. Als u me echter nu vraagt of we de 260 miljoen euro die er zou moeten zijn om de EFRO veilig te stellen volledig te financieren, kan ik u daar niet op antwoorden. Dat hangt ervan af wat er wordt ingediend en hoe het wordt ingediend. Ik vraag en ik hoop dat provincies, gemeenten, private actoren en collega-ministers mee kunnen financieren als er zinvolle zaken zijn. Ik kan u echter nu niet antwoorden. Het enige dat ik kan antwoorden, is dat het bedrag van 6 miljoen euro waarin we hadden voorzien, wordt geschrapt. Deels omdat er nog geen projectoproepen waren en de GTI’s eerst actieprogramma’s moeten maken, heeft de Vlaamse Regering beslist die middelen in de begrotingsaanpassing, die u deze week in de plenaire vergadering mee hebt goed gekeurd, te schrappen.

Een bedrag van 260 miljoen euro is inderdaad veel. Ik ga er helemaal niet van uit dat u daarin volledig voorziet. Ik ben wel bevreesd dat het aandeel dat destijds vanuit het Hermesfonds voorzien is, sterk zou worden ingekrompen of, zoals het signaal althans nu is, volledig op nul wordt gezet. Hoe ziet u dat op lange termijn in de meerjarenbegroting? Iedereen moet immers een meerjarenbegrotingen maken, ook de gemeenten. Waarom? Omdat er nu een EFRO-oproep is gelanceerd. Iedereen probeert zijn financiering bij elkaar te krijgen, maar we weten vandaag alleen dat er daarvoor nog in 0 euro is voorzien in het Hermesfonds. Uiteraard geldt dat voor 2015, maar we zijn bezorgd. U weet ook dat er ondernemers zijn die zoeken en die een project willen indienen. Men kan pas een project indienen op het moment dat de financiering rond is. Vandaar de vraag: hoe moeten die projecten dan verder en hoe gaan de ondernemers er zicht op krijgen in welk budget er vanuit Hermes kan worden voorzien of in welke ondersteuning Vlaanderen kan voorzien voor hun projecten? Hoe moeten zij specifiek heel concreet die zaak opnemen, om ervoor te zorgen dat de projecten die klaar staan, ook effectief kunnen worden uitgevoerd? We hadden eerst geen EFRO-oproep en nu hebben we een nulbudget voor het Hermesfonds. Mijn vraag is hoe we nu een signaal moeten geven aan de ondernemers. De EFRO-oproep is er nu, maar hoe moet het nu verder met de financiering, rekening houdend met het feit dat ook de provincies en privé-investeerders niet alles kunnen betalen.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik wil gewoon nog even in het algemeen reageren. Ik wil me niet specifiek richten op het dossier Kempen, Limburg of West-Vlaanderen. Als Oost-Vlaming moet ik misschien wel zwijgen over dat dossier. Een economisch landschap hervormen, zoals dringend nodig was, vanuit een vraaggestuurd systeem en niet meer vanuit een antwoordgestuurd systeem, doe je zomaar niet ‘tussen de soep en de patatten’, om een West-Vlaamse uitdrukking te gebruiken. Dat moet op een gedegen manier gebeuren en dat vraagt tijd. Ik dacht dat de minister heel duidelijk zei dat er geen fondsen verloren zijn, maar dat hij wacht, vanuit de andere kant van de stakeholders, met name de lokale ondernemers, die moeten gaan kijken hoe ze gaan samenzitten enzovoort. Niet wij moeten gaan zeggen waar de middelen zijn, we moeten ook kijken wat er van ons uitgaat. Dat is vraaggestuurd werken. Ik heb in de boodschap van de minister geen enkel negatief bericht gehoord dat er fondsen zouden verloren gaan of dat de mensen op hun ongemak moeten zijn of moeten gaan panikeren. Ik heb dat niet gehoord, u blijkbaar wel. Ik verzet me daar een klein beetje tegen.

Ten tweede, ik begrijp uw bezorgdheid, maar een landschap dat de voorbije jaren was scheefgegroeid weer op de rails zetten, vraagt tijd.

Minister Muyters heeft het woord.

Mevrouw Rombouts, ik zie dat u vooral kijkt naar de Vlaamse overheid om de cofinanciering te realiseren. Ik kan u alleen zeggen dat de Vlaamse Regering heeft beslist om dat in 2015 niet te doen. U hebt letterlijk gezegd: “Van waar gaat de cofinanciering komen?” Mijn antwoord is: in 2015 niet vanuit Vlaanderen. Dat heb ik gezegd en dat hebt u deze week in het parlement beslist. Dat gebeurt dit jaar dus niet vanuit het Hermesfonds.

Ik kom tot het clusterbeleid. Het clusterbeleid is geen regiobeleid. Dat is niet gepland voor regiobeleid. Zijn er andere wegen, is er ergens anders iets wat wel mogelijk is binnen het klassiek stramien? Dat kan, maar specifiek vanuit Hermes ligt er geen pot klaar. Wil dat zeggen dat er niets naar de Kempen gaat? Helemaal niet. Er is natuurlijk alles wat betreft de kmo-portefeuille en de strategische ondersteuning. De mogelijkheid bestaat zelfs om ook op federaal vlak de werkgeversbijdragen te verminderen. Dat is allemaal gepland. Ik kan zelfs zeggen dat er een aantal investeringen lopen of zelfs zo goed als goedgekeurd zijn, maar nog niet kunnen worden bekendgemaakt. Dus ja, wij blijven inzetten op de Kempen. Natuurlijk, de instrumenten die mogelijk zijn in verband met de investeringssteun, met de strategische onderzoeksteun en met de opleidingssteun, blijven allemaal gelden, maar specifiek voor EFRO is er geen pot ter beschikking in 2015 vanuit Hermes om er geld tegenover te zetten. Daar hebben de regering en het parlement voor 2015 niet meer in voorzien.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik moet wel melden dat het niet ‘tussen de soep en de patatten’ is dat het vraaggestuurd werken gebeurt. Men is al sinds 2013 bezig aan een DYNAK-plan. Mijn vraag is nu gericht op de Kempen, maar geldt uiteraard voor heel Vlaanderen. De problematiek van de Kempische ondernemers, die klaar staan met hun DYNAK-verhaal, betreft de hele regio.

De Kempense ondernemers staan klaar staan met hun DYNAK-verhaal, dat inderdaad een verhaal is ten aanzien van de hele regio. Alleen heb je daar al een verhaal dat gestuurd is vanaf 2013, waarbij de Vlaamse Regering zelf heeft opgeroepen om goed na te denken en te kijken hoe we impulsen kunnen geven. Vandaag moet ik vaststellen dat er voor 2015 geen extra middelen vanuit Vlaanderen, vanuit het Hermesfonds, worden uitgetrokken.

Bij de schriftelijke vraag had ik nog de hoop op andere instrumenten die eventueel als cofinanciering konden worden ingezet. Maar als ik het goed begrepen heb, minister, zijn er ook geen andere instrumenten in de mogelijkheden tot cofinanciering van de EFRO-projecten.

Ik weet dat ook provincies en lokale besturen middelen kunnen uittrekken en dat er vanuit de privésector ook zaken mogelijk zijn, maar u weet meer dan wie ook dat bij de provincies de middelen ook niet voor het graaien liggen en dat daar integendeel langs alle kanten beknibbeld wordt. Ik ben dan ook bezorgd dat we de Europese middelen die wij ontvangen, niet volledig efficiënt zullen kunnen inzetten of benutten. De cofinanciering is altijd een uitdaging. Het is noodzakelijk dat Vlaanderen die impuls kan geven. Die kan het best ook op die manier ingezet worden.

2015 is mij intussen duidelijk, maar hoe ziet u de toekomst van cofinanciering en de rol die Vlaanderen daarin nog zal of kan spelen?

Als je als bedrijf achter een project staat en 40 procent cofinanciering krijgt vanuit Europa, is dat al een enorme zet. Voor bijkomende investeringen, klein of groot, kun je een beroep doen op het Hermesfonds, wat ik helemaal niet uitsluit. Voor bijkomend personeel kun je dan ook nog de bedrijfsvoorheffing verlagen. Dan vraag ik mij af wat wij daar nog bovenop moeten zetten om een project tot slagen te brengen. Je krijgt 40 procent subsidies, je kunt investeringssteun krijgen, je kunt de werkgeversbijdrage verlagen. En ook in de toekomst kan een bedrijf een beroep doen op het Hermesfonds, in de mate dat dat past binnen het beleid van het Hermesfonds. Het is nooit de bedoeling geweest dat dat potje geld nu specifiek voor de Kempen was of voor de EFRO-middelen. Het moet altijd in het beleid passen.

Stel u voor dat er een bedrijf is dat wil investeren in minder CO2-uitstoot. Dan kan dat aan het Hermesfonds een investeringssteun vragen. Als dat voldoende innovatief is, als het internationaal ontwikkeld is en dergelijke meer, kan die een vraag stellen aan het fonds en kan die wellicht ook een beroep doen op EFRO. Dat zijn dus dingen die niet uitgesloten worden. Alleen is die 6 miljoen euro voor 2015 specifiek gekoppeld. Voor de toekomst blijf ik hetzelfde zeggen: in de mate dat die dingen passen in mijn beleid, zullen daar vanuit mijn beleid centen tegenover kunnen worden gesteld, ook in de toekomst.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.