U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Mevrouw Güler Turan (sp·a)

Minister, werkbaar werk is belangrijk, niet alleen voor mensen die in loondienst werken, maar ook voor onze zelfstandigen. Het is een onderwerp waar we geregeld vragen over stellen, zeker ook naar aanleiding van de enquête die telkens wordt afgenomen. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) publiceerde onlangs een tevredenheidsrapport, waarin een analyse wordt gemaakt van de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor. Dat is een driejaarlijkse enquête over werkbaar werk bij zelfstandige ondernemers.

De cijfers zijn heel duidelijk. Van alle zelfstandige ondernemers is 73,9 procent tevreden met zijn keuze voor zelfstandig ondernemerschap. Dat is ongeveer hetzelfde als in 2007, maar het aandeel ontevredenen is wel toegenomen van 6,2 procent in 2007 naar 7,6 procent in 2013.

Het rapport bevat zoals altijd heel wat interessante bevindingen en legt tegelijkertijd een aantal pijnpunten bloot waar beleidsmatige verbeteringen mogelijk zijn. Om verder te evolueren naar duurzaam ondernemerschap – ondernemerschap dat vol te houden is tot aan het pensioen en dat gepaard kan gaan met positieve groeiverwachtingen – schuift de SERV vier aandachtspunten voor het beleid naar voren.

Ten eerste blijkt dat het aandeel tevredenen het laagst is wat betreft dienstverlening vanwege de overheid, minister. Minder dan twee op de tien zelfstandige ondernemers is tevreden met de contacten met de overheidsadministratie of over de sociale bescherming. Die bevinding geldt bovendien voor alle deelgroepen en sectoren. Het aandeel tevredenen over de contacten met de overheidsadministratie is gedaald van 21,6 procent in 2007 naar 18,2 procent in 2013. Dat is toch een opvallende daling.

Ten tweede is er het financieel-economische aspect. Het aandeel dat tevreden is over de mogelijkheid om leningen en financiering te verkrijgen, is gedaald van 58,5 procent in 2007 naar 47,9 procent in 2013. Dat vind ik het meest opvallende cijfer, gelet op het bankenplan dat we hebben goedgekeurd, net om kmo’s een push te kunnen geven en de banken te stimuleren om de nodige kredieten te verlenen. Ik herinner mij de discussie die we hier gehad hebben over de ‘credit crunch’. 2008 was ook wel het dieptepunt. De vraag is dan wat daar nog van waar is. Ondanks de sterke groeiverwachting ligt het aandeel voor de starters met 39,9 procent opvallend laag.

Ten derde blijkt dat een grote groep van zelfstandigen, meer dan 44 procent, zich slechts in beperkte mate ondersteund voelt vanuit een sociaal netwerk, en 15,6 procent zelfs helemaal niet. Dat is problematisch, omdat het aandeel dat tevreden terugblikt op zijn of haar keuze voor het zelfstandig ondernemerschap, groter is bij hen die zich in hun bedrijfsvoering wel gesteund voelen door een sociaal netwerk van verenigingen, externe adviseurs, familieraad en dergelijke meer.

Ten vierde toont het rapport aan dat het aandeel tevredenen hoger ligt bij zelfstandigen met werkbaar werk, evenals bij zelfstandigen die zich voldoende opgeleid voelen op het vlak van technische en managementcompetenties. In 2013 is er voor 31,6 procent van de zelfstandigen sprake van een onevenwicht in de werk-privébalans. Voor 33,4 procent van hen is er sprake van problematische psychische vermoeidheid en voor een derde daarvan is er zelfs een risico op burn-out.

Inzake het competentiedeficit is het probleem het grootst inzake managementcompetenties: 28,1 procent van de zelfstandigen ervaart hier een ernstig competentiedeficit. Het is al heel goed dat daar een besef van is. Dat is een begin van aanpak, minister, zowel voor de individuele zaakvoerder als voor het beleid. Het probleem varieert wel sterk over de verschillende deelgroepen, met als kwetsbaarste groepen vrouwen, jonge ondernemers, de vrije beroepen, de bouw en de land- en tuinbouw.

Volgens de SERV loont het bijgevolg om in te zetten op een viertal punten. Een: de rol van de overheid als dienstverlener. Twee: het creëren van financieel-economische ruimte. Drie: oog voor samenwerking en sociale netwerken. Ik weet dat we in ons flankerend beleid een aantal mogelijkheden hebben om die sociale netwerken te stimuleren, maar als het rapport dit zo aangeeft, is het misschien ook iets dat u kunt meenemen in de grote oefening van het stroomlijnen van uw instrumenten. En vier: werken aan werkbaar werk en competenties, wat een blijvend pijnpunt is.

De SERV pleit verder ook voor een gediversifieerde aanpak, omdat er tussen de deelgroepen heel wat verschillen zijn, behalve wat betreft de dienstverlening vanuit de overheid en de mogelijkheid of onmogelijkheid om leningen, kredieten en financiering te verkrijgen.

Minister, onderschrijft u de aandachtspunten die de SERV in zijn rapport naar voren schuift? Er worden een aantal knelpunten opgesomd, die u uiteraard wel bekend zijn, maar ze worden vandaag nog eens onderstreept. Wat gaat u bij de hervorming van het instrumentarium linken met de werkbare werksituatie van de zelfstandigen?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Collega Turan, natuurlijk ken ik de aandachtspunten vanuit de SERV. Ze komen ook heel sterk overeen met de analyse die door het Agentschap Ondernemen en mijn Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) is gemaakt naar aanleiding van de vernieuwing van de strategie inzake ondernemerschapsbevordering. Ik heb in een van de vorige commissievergaderingen gezegd dat ik op dit moment met die analyse het werkveld aan het consulteren ben. Het Agentschap Ondernemen zal na die consultatie de analyse en de gevolgen die zij eraan denken te kunnen geven, aan mij opleveren.

Wat betreft het contact met de overheid, denk ik dat we met de uitbouw van de digitale front office voor ondernemers een aantal belangrijke pijnpunten in de communicatie kunnen wegnemen, bijvoorbeeld de eenvoudige opvolging van de dossierstatus. Daarnaast is er het vereenvoudigen van de structuren. Het Agentschap Ondernemen en het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) samenvoegen, maar ook het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO), Hercules en een ander deel van IWT verenigen, zal de eenvoud ten goede komen. In de consultatie met het middenveld die nu loopt, zitten ook elementen met betrekking tot het contact met de overheid.

Daarnaast is ook de toegang tot financiering verzekeren een kerntaak van het nieuwe agentschap. Ook dat is meegenomen in de consultatienota, waarin doelstellingen zijn opgenomen als het versterken van de positie van de ondernemer met zijn financierende instelling. We moeten daar niet altijd direct nieuwe programma’s naar voren brengen. Soms is het voldoende om specifieke aandachtspunten in bepaalde gevallen naar voren te brengen. Een startende onderneming is bijvoorbeeld iets anders dan een onderneming die de stap naar een volgende groeifase wil zetten.

U weet ook dat ik het high-leveloverleg met de banken blijf stimuleren. We blijven dat overleg tweemaal per jaar organiseren. Daar zitten ook de ondernemersorganisaties bij. Het element van de financiering komt daar elke keer bij aan bod. Maar we kunnen breder gaan dan de banken en werken aan een ‘investor readiness’ via de ‘business angels’ of door de noden van ondernemers bekend te maken bij het Participatiefonds Vlaanderen, de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) en private risicokapitaalverschaffers. Bij PMV doen we de oefening hoe we de instrumenten beter op elkaar kunnen afstemmen en ervoor kunnen zorgen dat we net inzetten op die plaatsen waar de markt faalt.

Daarnaast bepaalt de nota eveneens dat het toekomstige Agentschap voor Innoveren en Ondernemen een strategische link legt naar de overige beleidsvelden om zo samen ondernemerschap te ondersteunen en te stimuleren.

Ook netwerking is een factor waar een en ander rond kan gebeuren en waar we slechter scoren dan het EU-gemiddelde. Dat heeft ook te maken met de status en waardering van ondernemers. Inzetten op sensibilisering rond de cultuur van ondernemerschap is en blijft belangrijk. We hebben het vanmorgen nog gehad over ondernemend onderwijs. We zullen zien of daar ook nieuwe beleidsinitiatieven voor ontwikkeld moeten worden. Sensibiliseren en beeldvormen rond ondernemerschap zal wat mij betreft – maar ik wacht de consultatie verder af – een van de focusdomeinen zijn van het toekomstige beleid.

Ik denk dat ik heb aangegeven, mevrouw Turan, dat ik de bekommernissen helemaal deel en dat ik die wel degelijk wil meenemen in de verdere ontwikkeling van mijn beleid.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Mevrouw Güler Turan (sp·a)

Minister, hartelijk dank voor uw antwoorden. Ik kan me daar uiteraard in vinden. Gelet op uw aankondiging van een hele hervormingsoefening, zowel structureel als met betrekking tot de instrumenten, is dit rapport een bevestiging van waar u mee bezig was. Als u mij vandaag zegt dat het overeenkomt met wat het Agentschap Ondernemen en EWI al hebben aangegeven en dat daar consultaties rond zijn opgestart, heb ik nog één bijkomende vraag. Zijn de eerste bevindingen van het Agentschap Ondernemen en EWI al publiek gemaakt?

Daar kan ik niet op antwoorden. Ik zou dat moeten nakijken. Ik zal vragen of ze al bekend zijn, en dan zal ik zien of ik ze wel of niet bekend wil maken. Maar ze liggen in dezelfde lijn als de SERV, dus het zal niet schokkend zijn.

Mevrouw Güler Turan (sp·a)

Dat is in ieder geval een geruststelling. Als het rapport van de SERV en de bevindingen van het agentschap in dezelfde lijn liggen, is dat een duidelijk signaal, ook ten aanzien van u, om dat mee op te nemen.

Het is ook heel belangrijk dat de consultatie van het middenveld zo breed mogelijk gebeurt. Er zijn werkgeversorganisaties en ondernemersorganisaties, maar er zijn ook van die kleine microbedrijven die we misschien wat moeilijker kunnen bereiken. Ik heb gisteren nog een rapport gezien over de freelancers, heel ongekend en onbemind. Ik geef het u maar mee dat u ook die mensen niet vergeet.

Het klopt dat wij het qua netwerking slechter doen dan het EU-gemiddelde. Dat dat heel belangrijk is, tonen de cijfers van de SERV aan. Als je je omgeven voelt door de juiste mensen en je voelt je begrepen, is dat gemakkelijker. Ook ondernemend onderwijs is inderdaad een pijnpunt dat moet worden aangepakt.

Sensibiliseren en betere beeldvorming, dat gaat natuurlijk ook gepaard met het feit dat je de cowboys er zo snel mogelijk uit moet halen. En dan komen we terug bij de faillissementspreventie en een tweede kans voor ondernemers. Een van de grootste pijnpunten, waar wij nog slecht in blijven scoren, is de perceptie. Gefailleerden worden gelinkt met fraude, terwijl het meestal een financiële kwestie is of door een gebrek aan een aantal managementcompetenties, dus niet te kwader trouw.

U zegt dat u wilt werken aan sensibilisering en een betere beeldvorming. Ik ga daar volledig mee akkoord. Als u in die sensibilisering ook zou kunnen meenemen dat een faillissement niet altijd wil zeggen dat er sprake is van fraude, zodat daar aan een positieve beeldvorming kan worden gewerkt, denk ik dat er heel veel druk zal worden weggenomen bij de ondernemers.

De consultatieronde is bezig. Tegen wanneer denkt u daarmee te eindigen? Wanneer denkt u met een volledig nieuw afgewerkt instrumentarium te komen?

Het instrumentarium en de structuur wil ik stap voor stap doen. Ik zal niet alles in één keer wijzigen. De eerste zullen voor januari 2016 zijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.