U bent hier

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Voorzitter, minister, collega’s, mijn vraag gaat over onbehoorlijk bestuur inzake de financiering en continuïteit van zogenaamde klaverbladen voor preventieve gezinsondersteuning. Ik druk daarop, omdat elk woord belangrijk is. Ik zou het graag met u hebben over het specifieke dossier rond de klaverbladen voor gezinsondersteuning. Ik wil ook even ingaan op een meer algemene benadering ten aanzien van klaverbladen op zich.

In de sociale economie zijn verschillende organisaties actief die gefinancierd worden vanuit een zogenaamd klaverblad. In dit historisch gegroeid model dragen verschillende administraties en beleidsniveaus samen bij tot de financiering van de loonkost. Zo wil men de kokers tussen beleidsdomeinen overschrijden om verantwoordelijkheden van ministers eigenlijk collectief te benaderen. Het spreekt voor zich dat in zo’n model verschillende administraties en beleidsniveaus – lokale en provinciale besturen – bijdragen aan de financiering van de loonkost. Uiteraard staat of valt dit model met het feit dat alle partners op een gedegen manier hun verantwoordelijkheid nemen en blijven nemen.

Via elf organisatie die werken rond preventieve gezinsondersteuning, bereiken mij een aantal alarmkreten. Op 7 maart 2014 ontvingen zij een schrijven van Kind en Gezin dat hun financieringsmiddelen per 1 januari 2015 structureel verankerd zouden zijn. Uiteraard juichen we dit toe, want dit geeft hen garanties om de continuïteit van hun werking te garanderen. Het klaverblad wordt als het ware met wortels in de grond vastgezet en kan verder groeien. Ik ga ervan uit dat het ook is gebeurd op basis van een gedegen analyse van de projectwerking die voorafging aan die structurele erkenning. Vorige week, op 12 juni 2015, krijgen de elf organisaties dan weer een nieuwe brief, waarin staat dat, hoewel hun subsidiëring verankerd is, er tot op heden geen besluit getekend is dat de effectieve subsidiëring van het aanbod regelt. De timing van die brief is nogal typerend voor het onbehoorlijk karakter van de manier waarop hiermee is omgesprongen.

Het jaar 2015 is intussen halfweg. Lonen worden al een halfjaar uitbetaald, de werking loopt. De tijd tikt voor deze organisaties. Bovendien stelt deze mededeling de initiatieven voor de keuze om minstens een deel van hun personeel in opzeg te zetten. Ik kan u meedelen dat op basis van die brief, mensen in opzeg zijn geplaatst. Dan wordt het een beetje schrijnend. In de brief laat men weten dat het engagement vanuit Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) en Armoedebestrijding met een derde wordt teruggeschroefd, ondanks de modaliteiten die er waren met betrekking tot de toekenning van de subsidies. Deze berichtgeving komt laat. De organisaties moeten tegen 26 juni een nieuw aanvraagformulier indienen, waarin men aangeeft wat men dan wel kan doen in de toekomst, en misschien zou er dan toch nog wel een en ander kunnen. Het is duidelijk dat men deze organisaties het mes op de keel zet.

Dat brengt me bij implicaties op de iets langere termijn. Mogelijk komt de erkenning als lokalediensteneconomieproject in het gedrang. Het decreet voorziet namelijk in een financiering over minstens vijf jaar, gebaseerd op een klaverblad, waarbij men er blijkbaar niet in slaagt om zijn woord gestand te zijn, namelijk een structurele erkenning en financiering.

Op die manier komt de loontoelage voor de doelgroepmedewerkers op de helling te staan, maar ook hun tewerkstelling. Het gaat over projecten waarin mensen in armoede, coördinerend minister van Armoedebestrijding, werken met en voor kinderen in armoede. Dat heeft bovendien consequenties voor de erkenning en financiering van andere organisaties die werken volgens het principe van klaverbladfinanciering. Het valt immer te vrezen dat deze gehanteerd praktijk geen alleen staand geval is. Op deze manier komt heel het model van klaverbladfinanciering op de helling te staan, en dus ook de tewerkstelling die op deze manier wordt georganiseerd.

Minister, hoe verantwoordt u het ontbreken van een besluit rond de effectieve subsidiëring? Hoe verankerd zijn hun financieringsmiddelen als er geen besluit is? Hoe structureel is de erkenning als de Vlaamse Regering er niet in slaagt om haar engagementen die eerder op papier waren gezet, ook hard te maken? Hoe verantwoordt u het eenzijdige opzeggen van een derde van de werkingsmiddelen van deze organisaties? Wat met de overeengekomen en gecommuniceerde modaliteiten? Hoe verklaart u deze manier van werken en communiceren? Hoe kon deze strikte deadline worden vermeden? Houdt u vast aan de deadline die deze week verloopt? Wat blijft er dan nog overeind van uw bewering dat op Sociale Economie niet wordt bespaard? Het is gemakkelijk om te zeggen dat u als minister van Sociale Economie niet bespaart, maar diezelfde persoon met hetzelfde kabinet bespaart wel in Armoedebestrijding. Is het niet uw verantwoordelijkheid om naar het geheel van de middelen en de netto-tewerkstelling te kijken? Is de Vlaamse Regering niet een collegiaal orgaan ? Gaat u in actie schieten en uw collega-ministers van Welzijn en Werk aanzetten om snel actie te ondernemen?

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, ik ben toch enigszins verbaasd dat deze vraag in de commissie Sociale Economie wordt gesteld. Mijnheer Van Malderen, u kunt ermee lachen, maar ik ben altijd in actie. U zegt dat het tijd wordt dat ik in actie schiet.

U kent de klaverbladfinanciering misschien nog beter dan ikzelf. Het impliceert dat er voor elk klaverblad een coördinerend en bevoegd minister is. U hebt zelf verwezen naar brieven die verstuurd zijn vanuit Kind en Gezin. Bij mijn weten valt Kind en Gezin niet onder mijn bevoegdheid, maar onder die van collega Vandeurzen.

Ik ben hier in de commissie Sociale Economie, voor alle duidelijkheid, en ik antwoord dus vanuit mijn bevoegdheid Sociale Economie. U vraagt mij hoe ik het hard kan maken dat er niet wordt bespaard op de middelen voor Sociale Economie. Ik zal u de harde cijfers geven, maar ze zullen u niet bevallen, denk ik. In 2014 ging er naar die welbewuste klaverbladfinanciering – preventieve gezinsondersteuning – vanuit Sociale Economie 199.207 euro, in 2015, door mijn begrotingscontrole, 540.007 euro. Wat mijn beleidsdomein Sociale Economie betreft – ook mijn andere beleidsdomeinen trouwens, maar die worden niet besproken –, heb ik geen euro bespaard. (Opmerkingen van de heer Bart Van Malderen)

Mijnheer Van Malderen, ik heb geen euro bespaard. De coördinerende minister voor deze klaverbladfinanciering is minister Vandeurzen. (Opmerkingen van de heer Bart Van Malderen)

Dat moet u in de commissie Armoedebestrijding doen, mijnheer Van Malderen. Ik denk dat het een goede aanbeveling is om uw vraag aan de coördinerende minister voor dit klaverblad te richten, zijnde Jo Vandeurzen. U hebt zelf verwezen naar een brief van Kind en Gezin, waar u dan nog zo intellectueel oneerlijk bent om er heel selectief en foutief uit te citeren.

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Ik stel vast dat u niet wenst te antwoorden op de vragen, minister. Meteen gaat uw toon omhoog en slingert u verwijten in het rond zoals ‘intellectueel oneerlijk’. Dat is uw stijl aan het worden, minister. (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

U hoeft dit niet persoonlijk te nemen, ik probeer te reageren op de inhoud. U mag gerust uw valiezen pakken, dat is niet de eerste keer. (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

Blijkbaar is het een gevoelige snaar en is het moeilijk om daarop op een manier die een minister waardig is, te antwoorden. Ik zou u willen vragen om op de inhoud in te gaan. Ja?

U bent verantwoordelijk voor de sociale economie en de tewerkstelling van deze doelgroepen. U zegt dat ik mijn vraag moet stellen aan de bevoegde minister, maar dat bent u. Inzake de nettofinanciering krijgen de organisaties een brief. Een derde van hun subsidies zou worden teruggeschroefd. (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

Maak u geen zorgen. We gaan elke bevoegde minister ondervragen.

Ik hoop, minister, dat u zich dan eens goed beraadt in uw kabinet. Als u commissiesecretarissen benadert om vragen te versluizen naar een andere commissie – ik heb het niet over deze commissie –, namelijk naar de commissie Onderwijs, hoe zit het dan met de intellectuele eerlijkheid in uw huishouden? (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

We hebben vragen ingediend over armoede, minister. Ik ben benieuwd hoe ze beoordeeld worden. Ik zal dit niet herhalen, maar dit kan gerust in het verslag.

We zullen ook vragen indienen bij Welzijn, maak u geen zorgen. We zullen elke minister bevragen, maar u, minister, hebt in dezen een dubbel petje op. Terecht. Neem uw verantwoordelijkheid op. U bent minister voor Sociale Economie, u bent bevoegd voor de lokale diensteneconomie. U bent bevoegd voor de tewerkstelling van die doelgroep. Ik zou willen dat u bekommernis betoont om de mensen die vandaag in opzeg gezet worden in elf projecten, omdat in Armoede en Welzijn een derde van de middelen worden geschrapt midden 2015. Dat is de brief van Kind en Gezin. Ofwel zegt u mij nu dat Kind en Gezin liegt, ofwel is er iets anders aan de hand. Als minister van Sociale Economie moet u ervoor zorgen dat dergelijke besparing en vooral de terugschroeving van de tewerkstelling niet kan. Dat is mijn vraag aan u.

Neem uzelf en uw collega’s onder de arm en ga aan de slag. Als men er niet in slaagt om een structurele verankering en financiering te geven, krijgen we op termijn het gevaar dat de erkenning in de sociale economie wegvalt. Is dat uw wens als minister van Sociale Economie? Ik mag hopen van niet. Ik mag echt hopen van niet. Ik mag toch hopen, samen met iedereen, dat u gaat voor iedere job in deze sector? Als dat niet zo is, kunt u gewoon achterover leunen, de Pilatushouding aannemen en zeggen: ik heb mijn ding gedaan en de rest trek ik mij niet aan, en ik weet het niet, ik wil het niet weten, ik hoef het niet te weten. Dat kunnen we toch niet aannemen? Dat is toch niet de positie van de minister bevoegd voor de sociale economie en de armoedebestrijding?

Ik heb vragen gesteld over de klaverbladen en hoe u daartegenaan kijkt. U antwoordt: ieder klaverblad heeft zijn verantwoordelijke minister en ik trek er mij niets meer van aan. Sorry, daar trekt u uw paraplu open, dat past echt niet als minister.

Ik ga ervan uit dat uw medewerkers mee aan de tafel zitten bij het opmaken van de klaverbladfinanciering. Hoe verklaart u dat het tot midden 2015 duurt eer daarover wordt gecommuniceerd? Ik zal de vraag anders stellen: wat hebt u gedaan om dit te versnellen?

Mijnheer Van Malderen, ik ga niet in op de inhoud van uw vraag. Ik voel me wel aangesproken door de insinuatie dat het kabinet de commissiesecretaris benadert. Ik kan u bevestigen dat alles wat de commissiesecretaris doorstuurt naar de leden, onder mijn verantwoordelijkheid valt. Noch ikzelf, noch de commissiesecretaris zijn politiek bezig.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Ik heb uitdrukkelijk gezegd, voorzitter, dat het niet om deze commissie gaat. De minister heeft gezegd dat we de vragen elders moesten gaan stellen. Ik heb geantwoord dat we dat ook doen, alleen stel ik vast dat het kabinet demarches maakt om vooral de hete aardappel door te schuiven.

Mijnheer Van Malderen, als u zulke beschuldigingen uit, wil ik dat u ze hard maakt. Ik pik dit niet. Ik heb niemand benaderd.

Laten we nog even ingaan op de inhoud. Het is u misschien ontgaan, maar we zitten hier in de commissie Sociale Economie. Ik heb u gezegd dat het budget voor deze klaverbladfinanciering, dus preventieve gezinsondersteuning, van 199.207 euro in 2014 gestegen is naar 540.007 euro in 2015. U zegt dat ik de eindverantwoordelijkheid draag voor elke klaverbladfinanciering. De heer Beenders had hier een vraag over de fietspunten. Hij zei heel duidelijk dat de eindverantwoordelijkheid bij minister Weyts ligt. U kunt me verantwoordelijk stellen voor elke klaverbladfinanciering, maar zo werkt dat niet, zo heeft dat in het verleden nooit gewerkt.

Ik heb het budget voor sociale economie bijna verdrievoudigd. Mijnheer Van Malderen, u vindt het blijkbaar niet bizar dat vanuit Kind en Gezin die brief is verstuurd. Kind en Gezin valt niet onder mijn bevoegdheid. Ik wil hier dan ook iets voorlezen. Op bladzijde twee van die bewuste brief staat dit: “Vandaag kunnen we u laten weten dat het engagement vanuit Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en vanuit Armoedebestrijding gevrijwaard is gebleven.” Sociale Economie staat er niet tussen omdat dit voor een klaverblad nooit het geval is. Mijnheer Van Malderen, ik moet u niet aanbevelen om naar bepaalde commissies te gaan en u mag die vraag hier stellen aan de minister bevoegd voor de sociale economie – ik heb heel duidelijk geantwoord –, en u mag me als minister verantwoordelijk voor de armoedebestrijding dezelfde vraag komen stellen en u mag ze ook aan de minister van Welzijn stellen, maar ik denk ook dat het interessant zou zijn voor de collega’s die de voorgeschiedenis van het dossier niet kennen, om de vraag eens aan de minister van Onderwijs te stellen.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Ik ben eigenlijk blij met die laatste opmerking. Het klopt dat op een bepaald ogenblik vanuit Onderwijs is gezegd…

In de vorige legislatuur.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Inderdaad. Toen is gezegd dat Onderwijs dat niet meer kon doen. Die beslissing hebt u mee goedgekeurd, toen u de begroting hebt goedgekeurd. In een collegiaal werkende regering, met ministers die begaan zijn met het lot van de doelgroep, heeft de minister verantwoordelijk voor de armoedebestrijding gezegd dat zij dat zou bijleggen. Ik stel het volgende vast. U trekt het bedrag met 340.000 euro op. Maar uw collega’s trekken er hun handen van af. De collegialiteit en de bekommernis ten aanzien van de doelgroep die er onder de vorige regering was, is in de huidige Vlaamse Regering zeer wankel en ongelijk verdeeld. Maakt u zich vooral geen zorgen: we zullen proberen om u die vragen ook als minister verantwoordelijk voor de armoedebestrijding voor te leggen, zoals we daarover ook minister Vandeurzen zullen ondervragen. (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

Ik wil gerust minister Crevits daarover ondervragen. De vraag is ook gesteld in het debat dat daarover is gevoerd. Maar in de vorige legislatuur heeft de minister verantwoordelijk voor de armoedebestrijding het gat dichtgereden. Ik begrijp dat iedereen wel eens in een betoog een lapsus maakt, minister. Maar het klopte niet. Onderwijs had zich op dat moment al uit het klaverblad teruggetrokken. Het aantal blaadjes zakte van vier naar drie. Ik stel wel vast dat vandaag van die drie blaadjes er twee worden geamputeerd. Ik houd u verantwoordelijk voor de tewerkstelling van deze doelgroep. U kunt me dat niet kwalijk nemen. Ik verwacht van u dan ook een proactief optreden, zowel op het gebied van armoedebestrijding als van de tewerkstelling van die doelgroep. En dat gaat verder dan uw geld ter beschikking te stellen en voorts niet te kijken naar wat andere ministers doen. Het is evengoed uw taak om andere ministers daarvoor te activeren. En we zullen zelf hen daarover ook ondervragen.

Ik heb nog een vraag. Deze erkenning geldt voor één jaar. Mijn vraag is ook ingegeven door de bekommernis dat men na de overgangsperiode een vast stramien moet bewerkstelligen. Wilt u die middelen – 540.000 euro – structureel, recurrent inzetten?

Excuseert u me, mijnheer Van Malderen, maar minister Vandeurzen coördineert. Zo-even heb ik gezegd dat het budget voor de projecten inzake preventieve gezinsondersteuning bijna zijn verdrievoudigd. Als nu blijkt dat andere ministers hun engagement niet zouden willen nakomen – ik beweer dus niet dat ze dat zullen zeggen wanneer u hun de vraag stelt –, dan zal ik ervoor zorgen dat die doelgroepmedewerkers op een andere manier zinvol worden tewerkgesteld. De aanpak is dus structureel.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

On verra bien!

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.