U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Mijn vraag om uitleg is al enkele weken oud en ondertussen bent u in andere fora al verschillende keren ondervraagd over dit thema, en hebben we dus al veel bijkomende informatie kunnen verzamelen. De vragen over EHBO-opleidingen op school zijn nog niet in deze commissie behandeld. Daarom willen we dat alsnog doen.

Minister, als er een ongeval of hartfalen gebeurt, weten we allemaal hoe belangrijk de eerste hulp wel kan zijn. U maakte recent bekend dat u alle scholen ertoe wilt aanzetten om alle leerlingen uit de derde graad te leren hoe ze iemand in geval van hartfalen moeten reanimeren. In zo’n situatie zijn de eerste minuten immers cruciaal voor de patiënt. Het toedienen van hartmassage en beademing, en ook defibrillatie met een AED-toestel zouden de overlevingskansen van iemand die een hartaanval kreeg, kunnen verviervoudigen.

Een EHBO-opleiding maakt al geruime tijd deel uit van de vakoverschrijdende eindtermen van het onderwijs. Dat benadrukte u ook in de commissievergadering van 6 november 2014. Nu is echter gebleken dat niet alle scholen daar gevolg aan geven. Ze zeggen daar onvoldoende tijd of middelen voor te hebben, omdat het leerprogramma al overvol zit, maar vooral ook omdat er geen trainers voorhanden zijn. U kondigde echter aan om op dit vlak de samenwerking met het Rode en het Vlaamse Kruis te intensifiëren. Jaarlijks krijgen heel wat mensen te maken met een hartfalen, allemaal mensen die gebaat zijn bij deskundige eerste hulp in hun omgeving. Het komt er dus op aan om iedereen te onderwijzen over de technieken en vooral mensen ermee vertrouwd te maken en te sensibiliseren om gepast in te grijpen waar nodig.

Over het belang van het aanbieden van lessen EHBO hebben we het in de vorige legislatuur al gehad met de vorige minister. Minister, ik ben alleszins heel tevreden met uw aankondiging. Ik heb hierover wel enkele vragen en ik ben benieuwd naar de manier waarop dit verder kan worden geïmplementeerd.

Minister, hoe zult u alle scholen in Vlaanderen ertoe aanzetten om werk te maken van de vakoverschrijdende eindterm met betrekking tot het bieden van eerste hulp en reanimatie? Welke rol kunnen andere partners, zoals het Rode en het Vlaamse Kruis, maar ook de lokale besturen daarbij spelen? Als voormalig schepen van Onderwijs in mijn gemeente nam ik dit thema op met de scholen en het Rode Kruis, maar dan kwam het probleem ten berde dat ze, vanwege strenge eisen, vaak niet voldoende mensen hebben die de nodige kwalificaties hebben en de opleiding kunnen geven, wat natuurlijk heel belangrijk is.

Minister, wat is uw standpunt over het opnemen van een EHBO-opleiding in de lerarenopleiding? Op die manier zouden leerkrachten als EHBO-instructeur zelf lessen aan jongeren kunnen geven.

Minister, u lanceerde een actieplan dat moet garanderen dat elke jongere de schoolbanken verlaat met twee uur reanimatietechnieken achter de kiezen. Ik juich dit actieplan uiteraard toe. Op 6 november ondervroeg ik u in de commissie over uw intenties om aandacht te schenken aan reanimatietechnieken in het basis- en middelbaar onderwijs. Uw actieplan stelt voor om op die lijn voort te werken.

U wil via het sensibiliseren van de scholen en het stimuleren van samenwerkingsakkoorden met de gemeentebesturen, brandweerkorpsen en het Vlaams en Rode Kruis het uitblijven van onderricht in EHBO in een op de twee scholen wegwerken. Dat ik het plan toejuich, neemt niet weg dat ik denk dat nog meer ambitie geoorloofd is. Zo lijkt het mij onder andere aangewezen dat de leerlingen meer structureel onderricht krijgen in EHBO. Uw actieplan voorziet enkel in twee lesuren EHBO in het vijfde middelbaar en een opfrismoment in het zesde middelbaar. Daarnaast wordt ingezet op het Rode Kruis of expertise bij leerkrachten om de leerlingen EHBO bij te brengen.

Op de korte termijn zal dit inderdaad de te volgen weg moeten zijn, maar om expertise in de scholen structureel in te bedden lijkt het aangewezen binnen de leerkrachtenopleiding aandacht te schenken aan EHBO. Minister, daarom heb ik de volgende vragen voor u.

Bent u ervan overtuigd dat twee lesuren aandacht voor EHBO in het vijfde middelbaar en een opfrismoment in het zesde middelbaar volstaan om onze jongeren voldoende kennis bij te brengen rond reanimatietechnieken en EHBO, wat volgens mij een ruimer begrip is?

Ziet u mogelijkheden om onderricht in EHBO en dus ook reanimatietechnieken een meer repetitief karakter te geven doorheen het basis- en middelbaar onderwijs? U antwoordde op mijn vraag van 6 november 2014 dat u zou samenzitten met de verschillende onderwijskoepels. Wat was hun reactie op uw verzoek om sterker in te zetten op EHBO? Zijn er verschillende standpunten en verzuchtingen bij de verschillende onderwijskoepels?

U kijkt naar bestaande expertise bij de leerkrachten of het Rode Kruis en/of Vlaamse Kruis om de leerlingen EHBO bij te brengen. Ziet u heil in het incorporeren van deze expertise bij leerkrachtenopleidingen om in de toekomst een structurele oplossing te hebben?

U meldt dat een aanpassing van de eindtermen niet nodig is. Betekent dit dat EHBO niet zal worden meegenomen in het debat over de eindtermen?

U kijkt naar het Rode Kruis en het Vlaamse Kruis om opleidingen aan te bieden. Hebben zij hiertoe voldoende capaciteit? Hebben zij bijkomende ondersteuning gevraagd voor deze opdracht?

Hebt u nog in contact gestaan met andere organisaties buiten het Rode Kruis of het Vlaamse Kruis? Bent u van plan nog andere organisaties te betrekken?

Tot slot wil ik nog opmerken dat op het einde van het schooljaar vaak de vraag rijst hoe de dagen na de examens dienen te worden ingevuld. Sommige scholen voorzien dan in een EHBO-opleiding. Het zou goed zijn mocht er vanuit de regering een duidelijk signaal komen dat dit een goede keuze is. 

Mevrouw Ingeborg De Meulemeester (N-VA)

Minister, eind april kwam inderdaad uw actieplan rond EHBO in de pers. Ik zal niet alles herhalen wat de collega’s al hebben gezegd.

Belangrijk is dat in het secundair onderwijs wordt gesteld dat leerlingen in de derde graad zich in het kader van de ontwikkeling van een gezonde en veilige levensstijl moeten verdiepen in reanimatie en dat ze eerste hulp bij ongevallen moeten aanleren. Zo kunnen we expliciet lezen: “De leerlingen roepen hulp in en dienen eerste hulp en cpr toe.”

Ondanks het feit dat EHBO op school al deel uitmaakt van de eindtermen, wordt dit in de helft van de Vlaamse scholen niet toegepast. Nu wilt u daarom een samenwerkingsverband tot stand brengen tussen de onderwijskoepels, het Rode en Vlaamse Kruis, gemeenten en brandweerkorpsen.

Hoe ziet u concreet het samenwerkingsverband tussen de onderwijskoepels, het Rode en Vlaamse Kruis, gemeenten en brandweerkorpsen? Hebt u reeds overleg gepleegd? Wat waren de belangrijkste conclusies uit dat overleg? Wanneer zal het samenwerkingsverband vorm krijgen?

Sensibilisering en correcte informatie is belangrijk. Hoe ziet u de rol van leerkrachten inzake het bijbrengen van kennis omtrent EHBO?

Minister Hilde Crevits

Sinds de indiening van de vragen is al het een en ander gebeurd, en ik zal u een update geven. Ik heb inderdaad een initiatief genomen om een taskforce ‘EHBO op school’ samen te roepen. Daaraan hebben veel meer actoren deelgenomen dan enkel het Rode Kruis of het Vlaamse Kruis. In een grote vergaderzaal kwamen op 20 mei ook vertegenwoordigers van de brandweerdiensten, het Instituut voor Medische Dringende Hulpverlening, de urgentieartsen, de Belgische Reanimatieraad, de VVSG en academici die hierover aan de universiteiten onderzoek verricht hebben, samen.

Het gevolg was een zeer interessante overlegronde. Zo bleek dat er in Vlaanderen zonder enige twijfel voldoende mensen zijn die over voldoende skills en vaardigheden beschikken om aan elke jongere in Vlaanderen de technieken van reanimatie, en bij uitbreiding EHBO, bij te brengen. Er is in het veld een enorme variëteit aan antwoorden op de vraag wie wat doet. De brandweerdiensten vertelden mij dat ze in een aantal scholen individuele lessen geven. Ook het Rode Kruis doet veel, maar ook de reanimatieverplegers, enz. Er is dus een enorm netwerk van deskundigen beschikbaar.

Er werd lang gediscussieerd over de betekenis van die eindtermen. Persoonlijk vond ik ze zeer duidelijk, tot ik met specialisten aan tafel ging zitten, die ze natuurlijk veel minder duidelijk vonden en mogelijke aanpassingen aanreikten.  

Collega Schryvers, ook de onderwijsnetten en de -koepels waren op die taskforcevergadering aanwezig.  

Iedereen vindt het werken aan kennis, vaardigheden en attitudes om levens te redden van belang. De bezorgdheid werd evenwel geuit om de scholen niet te overladen. Er was ook een zeer grote bereidheid van het gehele veld om scholen te ondersteunen. Die taskforcevergadering heeft ook wel wat weerklank gehad doordat mensen aan elkaar doorvertellen wat er leeft.  We krijgen nu nog veel berichten van organisaties die zich willen inzetten voor reanimatie en EHBO in ons onderwijs.

Hoe pakken we dat nu verder aan? We kunnen werken met een maximum- en een minimumscenario. We moeten de scholen nu vooral goede richtlijnen geven en een goede inventaris aanbieden van wat er vandaag bestaat.

We hebben een nieuwe taskforce EHBO op School vanaf 1 juli. De administratie heeft na de eerste vergadering de opdracht gekregen om de volledige inventaris af te werken, want die bestaat nog niet. Er is nog geen dekkend aanbod om aan de eindtermen te voldoen als men geen eigen expertise heeft. Waar kan een school dan terecht? Op welke manier kan dat worden georganiseerd?

Ik was zeer opgetogen met zoveel expertise, maar ze raakt niet altijd op de school. Scholen weten soms niet waar ze het moeten halen. Soms is het alleen maar een theoretische uiteenzetting, en dat is natuurlijk ook niet de bedoeling.

Eerste stap is de scholen ondersteunen door een goed overzicht te geven van het beschikbare materiaal en de externe organisaties waar ze een beroep op kunnen doen. Verder wil ik de drempels wegwerken die er nog zijn rond EHBO en reanimatie in ons onderwijs. Er zijn niet altijd voldoende lesgevers en voldoende materiaal beschikbaar. Vandaar de tweede grote opdracht: zorgen voor een voldoende aanbod van materiaal. Er zijn genoeg poppen om reanimatie aan te leren. AED-toestellen zijn er in overvloed in Vlaanderen, maar ze moeten kunnen worden ingezet en men moet weten hoe ze te gebruiken.

Mijnheer De Gucht, niemand aan de tafel vroeg naar een vakgebonden eindterm. Dat wordt aanzien als te beperkend. Ik wil daar natuurlijk nog over spreken, ook in het debat over de eindtermen. Maar momenteel vraagt niemand, noch het Rode Kruis, noch de artsen, noch de koepels, noch de verpleegkundigen naar een vakgebonden eindterm. Het is goed zoals het staat in de vakoverschrijdende eindtermen, maar ik moet er wel op toezien … (Opmerkingen)

Inderdaad, dat is het.

U voelt het ook aan, zeker bij degenen met de expertise, het moet niet per se de leerkracht zijn die de EHBO-opleiding geeft, er is veel expertise daarbuiten. De leerkrachten kunnen als EHBO-instructeur zelf de lessen aan jongeren geven. Maar daarvoor moeten leerkrachten in spe eerst een opleiding van vijf dagen volgen. In twee uur tijd kan men geen EHBO en reanimatie leren. Het is een vrij intense opleiding.

Samen met de lerarenopleiders wil ik nagaan wat de mogelijkheden zijn om EHBO in het programma van de lerarenopleiding in te bouwen. Binnenkort is er overleg hierover gepland met de lerarenopleiders. De vragen gericht naar de lerarenopleiding zijn enorm. Wat we er allemaal niet extra zouden moeten instoppen! Maar men kan er mensenlevens mee redden, er is weinig reden om daar onnozel over te doen.

Daarnaast wil ik nog andere pistes verkennen. Er kan bijvoorbeeld een beroep gedaan worden op – externe – mensen die reeds een training EHBO kregen en die zich willen inzetten in ons onderwijs om cursussen te geven. Dat is geen enkel probleem. De scholen verpleegkunde hebben zich spontaan aangeboden omdat iedereen daar natuurlijk leert om te reanimeren en EHBO te doen. Ze kunnen in het kader van hun stage perfect naar de scholen gaan. Het brengt interesse naar boven. Dank aan allen die het thema warm houden, en warm maken zelfs. Binnen de scholengemeenschappen kan men gebruik maken van de beschikbare expertise, die dan ingezet kan worden voor alle scholen van de scholengemeenschap.

De overheid moet het signaal geven, het parlement en de regering, dat die EHBO in de eindtermen – vakgebonden of vakoverschrijdend – ernstig moet worden genomen en dat we echt willen dat het tot bij de leerling komt. Is er volk genoeg? Ja. Is er materiaal genoeg? Ja. Maar het moet overzichtelijk worden voorgesteld en gestimuleerd.

In de scholen waar ik de afgelopen weken kwam, deed men opvallend zijn best om mij te komen vertellen dat er EHBO kan worden gevolgd. In de eerste maanden was dat niet het geval. Het leeft dus echt.

Een minimumscenario van twee lesuren in het vijfde jaar secundair onderwijs en een herhaling in het zesde jaar is volgens de experten voldoende om jongeren de basiskennis bij te brengen. In veel scholen gebeurt dit overigens nu al. U hebt natuurlijk gelijk, mijnheer De Gucht, het ideale scenario is dat scholen vanaf de kleuterklas met een initiatie starten. Ik verwijs naar de leerlijn van het Rode Kruis. Dat zit zeer mooi ineen. De scholen gaan daar stilaan mee aan de slag. Als we aan een maximumscenario denken, is dat perfect bruikbaar om jaar na jaar te herhalen.

De leerlijn is voorgesteld op de Commissie Gezondheidsbevordering van de Vlaamse Onderwijsraad op 24 september 2014. Dat is nog maar een goed half jaar geleden. Daar zien we dat EHBO ook ingebed is in het brede en integrale gezondheidsbeleid dat van scholen wordt verwacht. Dat houdt concreet in dat wordt geïllustreerd hoe een school, naast lessen, nog andere maatregelen kan nemen die het werken aan EHBO versterken. Ik zal de link naar dit document in het verslag laten opnemen. Het is een zeer interessant boekje voor de leerlingen. Deze leerlijn werd door alle leden van de Commissie Gezondheidsbevordering positief onthaald. Het is aan de leerplanmakers om dit mee te vertalen in hun leerplannen. Nu zit het een beetje overal. Minimum twee uur in het vijfde middelbaar en een herhaling in het zesde. Het scenario dat de voorkeur krijgt, maar dat is het maximum, is die leerlijn.

We gaan nu stap voor stap werken: naar het aanbod kijken, wie is aangeduid, op welke manier brengt de school de kennis tot bij de leerling.

Er waren vragen over sensibilisering. De opdracht van leerkrachten is ervoor te zorgen dat de eindtermen en ontwikkelingsdoelen worden behaald. Veiligheid, preventie en EHBO zijn onmisbaar. Ik moet u daarvan niet overtuigen.

Vorige week vrijdag heb ik op mijn kabinet een sessie laten plaatsvinden om te leren omgaan met een AED-toestel. Dat hangt in alle gebouwen en gemeenten, maar ermee werken is niet om te lachen. Men had me gezegd dat het zichzelf uitwijst, maar het zijn semiautomatische toestellen. Het zegt heel mooi wat je moet doen, maar het elementaire dat je moet kunnen toepassen, is hartmassage. We moesten eerst oefenen op een ‘nepventje’ van karton en dan op een pop. (Gelach)

Je mag het niet doen op gezonde mensen. (Rumoer)

Ik haal dit aan omdat ik het debat ruimer wil voeren dan louter op vlak van onderwijs. We hangen die toestellen overal. Het is echter cruciaal dat mensen goed weten dat het toestel gebruiken veel meer is dan het luisteren naar een handleiding. Het ging ook redelijk snel. Er wordt heel veel geïnvesteerd in dergelijke toestellen, ook in ons gebouw hangt er een. Het is elementair dat iedereen die er werkt met het toestel leert werken, maar daarmee kan je nog geen correcte hartmassage toepassen. Dat was een eyeopener voor mij. Het is een collectieve verantwoordelijkheid van ons allemaal.

Op 1 juli komt de taskforce dus samen. Er komt een samenvatting van het volledige bestaande aanbod. We gaan in overleg met de opleiders. We moeten vooral proberen om zeker het minimumscenario volgend schooljaar bij elke leerling te krijgen. Het kan dan in de volgende jaren geleidelijk aan worden opgebouwd.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitvoerig en heel positief antwoord. Het is een enorme verdienste dat u het thema op deze manier op de kaart hebt gezet en alle actoren hebt samengebracht. Niemand hier heeft ooit het belang ervan ontkend. In kaart brengen wat er allemaal is en iedereen bijeenbrengen, is zeker positief. Het komt er nu op aan om er verder werk van te maken. 1 juli zal er snel zijn. Ik hoop dat iedereen dan zijn huiswerk zal hebben gemaakt en dat er een duidelijk overzicht komt. In mijn regio zijn er onvoldoende lesgevers. U zegt dat er in heel Vlaanderen absoluut wel voldoende zijn. Het komt erop aan dat ze beschikbaar zijn en dat de scholen op de hoogte zijn.

Wat betreft de leerkrachten, begrijp ik dat er voor de opleidingen heel veel vragen zijn. Ik ben tevreden dat u dit wilt opnemen. Iedereen hier, alle scholen en ouders erkennen het belang. Het moet alleen in de praktijk kunnen worden gebracht.

U onderzoekt of het label ‘gezonde school’ kan worden ingevoerd. Misschien kan dit daar ook een onderdeel van uitmaken, want het hoort er ook bij.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, ik vind het heel positief dat we erop kunnen rekenen dat het vijfde en zesde middelbaar al de eerste stappen in EHBO-technieken zullen leren. Vanaf volgend schooljaar zullen jonge mensen er dus mee in aanraking komen. We hebben soms wel de neiging om EHBO- en reanimatietechnieken met elkaar te verwarren. Natuurlijk is het belangrijk dat jongeren reanimatietechnieken aanleren. Het stappenplan van het Rode Kruis vertrekt in de lagere school waarbij wordt geleerd hoe je hulp kan inroepen, welk telefoonnummer je moet draaien en op welke manier je een wonde kan stelpen. Zo bouwt zich dat op tot reanimatietechnieken. Die stappen zijn erg belangrijk.

Ik ben blij dat u actie onderneemt, maar ik hoop dat u het niet zult laten bij het vijfde en zesde middelbaar. Het schooljaar erna moeten we naar een systeem evolueren waarbij jongeren van in de lagere school leren wat ze moeten doen als iemand in nood verkeert. We moeten ervoor zorgen dat we over enkele jaren een bevolking hebben die weet hoe ze moet omgaan met iemand in nood. Dat is vandaag jammer genoeg niet het geval.

U haalde het AED-toestel aan. Ik denk dat dat daar ook in kan worden vervat. Dat is volgens mij een mogelijkheid. Er zijn verschillende scholen die een AED-toestel hebben.

Wat betreft die poppen, ken ik het merk niet en het doet er ook weinig toe, maar in het centraal station heeft men daar enkele maanden geleden een hele actie rond gedaan met de Reanimatieraad. Dat zijn eigenlijk kleine opblaasbare rompjes van een niet nader te bepalen geslacht, waar je de eerste technieken op kunt leren. Dat kan je gemakkelijk in de scholen aanleren. De poppen zijn inderdaad beperkt in aantal. Dan kan je daarna oefenen op een pop die geautomatiseerd is en die aangeeft of het op een juiste manier gebeurt. Het is misschien interessant om te kijken of het onderwijs voor de scholen een soort basispakket kan aankopen zodat in alle scholen daarin is voorzien. Men kan misschien samenwerken met het Rode Kruis of andere partners om een dergelijk basispakket te verdelen.

De voorzitter

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Mevrouw Ingeborg De Meulemeester (N-VA)

Collega’s, u weet allemaal dat ik een sociaal verpleegkundige ben. EHBO, cardiopulmonaire resuscitatie (CPR) vind ik uiteraard heel belangrijk. Maar ik denk dat we vooral moeten zorgen dat we het onderwijs niet overbelasten met allerlei dingen die men ook moet doen. U zegt het zelf: men heeft vijf dagen opleiding nodig om als leerkracht zelf de opleiding te mogen geven aan de studenten. Ik ben er een grote voorstander van om de expertise die er is, naar de scholen te halen en de samenwerking te organiseren met het Rode Kruis, het Vlaams Kruis enzovoort. Er zijn honderden vrijwilligers die al die opleidingen kunnen geven en dat met plezier in scholen en bedrijven komen uitleggen.

Ik blijf erbij: het is oké om in het vijfde jaar twee uur EHBO-opleiding te geven en in het zesde jaar nog even een herhaling, maar er is maar één ding dat ervoor zorgt dat mensen dat kunnen blijven doen, en dat is regelmatig herhalen. Als je dat in het vijfde en het zesde middelbaar hebt gehad, en je doet er later niets meer mee of je herhaalt het nooit meer, dan kan je dat echt niet meer. Ik vind het heel belangrijk dat we ervoor zorgen dat de mensen dat op een of andere manier blijven onderhouden.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik ben het eens met het meeste wat hier wordt gezegd. Mijnheer De Gucht, ik kan niet beloven dat we met die twee uur in het vijfde middelbaar en dan de herhaling in het zesde middelbaar een schooljaar later al de volledige leerlijn overal binnenkrijgen. Het is fenomenaal waar we nu nog moeten starten. Je moet vooral zorgen dat heel Vlaanderen gedekt geraakt en dat je de wil om het overal te geven, wakker maakt. Ik denk dat het zo zijn beslag zal krijgen. Wat mevrouw De Meulemeester zegt, is ook juist, maar we moeten vooral de aandacht zeer sterk houden.

Collega De Meulemeester, minister Weyts is aan het bekijken om de rijopleiding te hervormen. Ik vind het eigenlijk vrij elementair dat dat daar ook deel van uitmaakt. Als je weet dat jongeren dat al gehad hebben in het vijfde middelbaar, is het maar een kleine moeite om dat te herhalen bij het halen van je rijbewijs. Dat moet niet apart en niet in hokken, maar je moet het erin integreren. Zo kom je tot een cascade. Dat is een levenshouding. Ze hebben me op die rondetafel verteld dat, zelfs als je het kunt, de grootste sprong het durven is. In de doelstellingen lager onderwijs staat dat je moet kunnen telefoneren naar het juiste nummer enzovoort. Dat vraagt de hele leerlijn, maar je moet wel ergens starten om de ‘goesting’ te doen ontstaan. Ik hoop dat ik zo een hefboomeffect zal kunnen teweegbrengen. Er zijn al educatieve softwarepakketten om het te leren en een theoretische uitleg te krijgen. Ik heb een uitvouwbaar popje gehad met een rompje uit schuimrubber. Dat ziet er in elk geval niet duur uit, maar dat is weer iets anders dan die zware poppen. Er is heel veel creativiteit op de markt. Ook dat moeten we samen kunnen aanbieden.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Het is belangrijk om de druk wat hoog te houden. Als we nu zeggen dat het voor volgend schooljaar is, maar als het er pas het jaar erna komt, zal ik dat evengoed toejuichen.

Ik wilde nog op één ding wijzen. Naast de gezonde school waar de collega naar verwezen heeft, heb je vanuit het Rode Kruis ook de hartveilige school, waarbij ze een screening doen of het belangrijk is om in je school een AED-toestel te hebben. Ze verwachten dat 10 procent van de personeelsleden een opleiding heeft gevolgd om het toe te passen en dat er een opleiding EHBO wordt gegeven aan de leerlingen. Het is misschien interessant om dat goed bekend te maken aan de scholen en te zorgen dat het Rode Kruis een goede toegang heeft tot de verschillende netten om die informatie te verspreiden.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Schryvers, ik had niet geantwoord op de gezonde school. Dat houdt me inderdaad bezig omdat we volgend jaar een gezondheidsconferentie hebben waar het gaat over voeding. Ik denk dat dat daar perfect in past, als ik zie wat milieuzorg op school (MOS) heeft teweeggebracht in scholen. Ik heb al aan collega Schauvliege gevraagd of we dat daar misschien bij kunnen steken, maar dat is misschien te breed. Ook wat u zegt over het Rode Kruis, dat kan. We mogen niet te veel labels hebben, maar sowieso wordt gezondheid volgend jaar over alle sectoren heen een groot topic omdat er nieuwe gezondheidsdoelstellingen moeten worden geformuleerd. Ik heb ook zelf gevraagd om onderwijs daar zeer sterk in te betrekken. Dat is het moment om dat mee op te nemen. Het is absoluut de bedoeling om daar op voort te werken.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

van Miranda Van Eetvelde aan minister Hilde Crevits
2094 (2014-2015)
van Miranda Van Eetvelde aan minister Hilde Crevits
2179 (2014-2015)

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.