U bent hier

Mevrouw Turan heeft het woord.

Minister-president, wij hebben het al meerdere keren over het Trans-Atlantisch Handels- en Investeringsverdrag (TTIP) gehad. Ook in deze commissie zijn we er nu mee bezig. Er was ook een zeer constructieve houding van mijn collega’s naar aanleiding van belangrijke hoorzittingen. Maar ik wou u nu opnieuw een vraag stellen over een antwoord dat u mij destijds hebt gegeven, nadat ik ondertussen heel wat van de overkant van de straat heb vernomen.

Minister-president, in uw antwoord op mijn interpellatie van januari 2015 over de gevolgen van het TTIP voor Vlaanderen hebt u het volgende verklaard: “Op verzoek van Vlaanderen bereidt nu ook de FOD Economie een landenspecifieke impactstudie voor naar de gevolgen van het TTIP voor de economische ontwikkeling van kleine, middelgrote en grote ondernemingen en voor de werkgelegenheid. Er is beloofd dat de eerste resultaten daarvan tegen de zomer bekend zullen zijn.” Gezien het belang van de economische impact heb ik u daar toen voor bedankt.

Ondertussen zijn verschillende studies verschenen. Dat is gisteren, tijdens de hoorzitting, nogmaals gebleken. Sommige studies geven een zeer positieve impact aan. Er zijn echter ook studies die een negatieve impact aantonen. Sommige studies zijn ook betrouwbaarder dan andere.

Met betrekking tot de impactstudie die de FOD Economie momenteel zou uitvoeren, zou ik graag een aantal bijkomende vragen stellen. Mijn partijgenoten in de Kamer van Volksvertegenwoordigers hebben de federale minister van Economie een gelijkaardige vraag gesteld. Ze hebben niet kunnen ontdekken over welke studie het eigenlijk gaat.

Minister-president, u hebt zelf naar de FOD Economie verwezen. Wie voert de studie uit? Hoever is de studie gevorderd? Mogen we de resultaten van deze studie, zoals u aanvankelijk hebt verklaard, nog voor het zomerreces verwachten?

Wat is de finaliteit van deze studie? Wat wordt, met andere woorden, net onderzocht? Gaat het enkel om de economische effecten op het vlak van tewerkstelling, economische groei, inkomens, export, aandeel van arbeid in het bruto binnenlands product, overheidsinkomsten en dergelijke? Gaat het daarnaast ook om de maatschappelijke effecten, die eveneens zeer belangrijk zijn? Ik denk dan aan de stabiliteit van de financiële markten, de kwetsbaarheid voor internationale crises, de Europese economische integratie, de gevolgen voor onze sociale en milieuwetgeving en de aantasting van de regelgevingsautonomie ten gevolge van de Investor-State Dispute Settlement-clausule (ISDS-clausule)?

Ik ben zelf geen economist, maar ik heb me laten informeren. Ik ga ervan uit dat u dat ondertussen ook hebt gedaan. Het econometrisch model dat in een studie wordt gebruikt, bepaalt in sterke mate het resultaat van de studie. Ik begrijp het zelf niet helemaal, maar ik reken op de deskundigheid van de economisten die me hierover hebben geïnformeerd.

Er is het computable general equilibrium (CGE). Dit model wordt door een Europese Commissie gebruikt. Daarnaast is er een ander model, het United Nations Global Policy Model (GPM), dat onder meer in de studie van professor Capaldo van de Tufts University is gebruikt. Enkele experts hebben ons gisteren echter uitgelegd dat die studie ook niet zo stabiel of grondig blijkt te zijn. Dat moet nog nader worden onderzocht. Het gebruikte model geeft in feite al het resultaat aan. Indien u me kunt vertellen welk model voor deze studie wordt gebruikt door de FOD Economie of door wie deze studie ook moge uitvoeren, kunnen we al op voorhand weten wat de resultaten zullen zijn. Dit staat nog los van de foutenmarge. We hebben gisteren, tijdens de hoorzitting, geleerd dat dit studies ook zeer onbetrouwbaar maakt.

Mijn laatste vraag is of de studie die nu wordt uitgevoerd, complementair is aan de door de Europese Commissie bestelde Sustainability Impact Assessment.

We hebben tijdens de hoorzitting vernomen dat het TTIP zowel in de VS als in Europa politiek enorm gevoelig ligt. Dit leeft bij de mensen. Dit is geen ver-van-mijn-bedshow meer. De verstrekking van correcte informatie aan de burgers en aan de parlementen lijkt me dan ook veel impasse en onduidelijkheid te kunnen vermijden. We moeten vermijden te moeten zeggen dat we niet wisten wat we goedkeurden. De positieve of negatieve impact zal in elk geval immens zijn.

De heer Verstreken heeft het woord.

Voorzitter, de hoorzitting was boeiend en leerrijk. Ik zie een aantal aanwezigen bevestigend knikken. Bepaalde zaken wisten we al, maar we hebben de kans gekregen heel wat bijkomende vragen te stellen.

Zoals daarnet is gesteld, zal het TTIP een ernstige impact op de economische ontwikkeling van multinationale bedrijven hebben. Ik vraag me echter af hoe dat met de kleine bedrijven zit. Hoe zal die impact op onze kmo’s worden berekend? Ik veronderstel dat dit in de studie aan bod zal komen.

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

Voorzitter, de hoorzitting gisteren was enorm interessant en heeft aangetoond dat we verschillende meningen kunnen hebben. De twee sprekers hadden duidelijk een andere visie. Dat is blijkbaar niet alleen bij gastsprekers het geval. Ik heb gemerkt dat er ook politieke partijen zijn die soms van mening veranderen of er andere visies op nahouden.

Zoals daarnet al is aangehaald, blijkt de studie van professor Capaldo niet erg relevant te zijn. (Opmerkingen van mevrouw Güler Turan)

Mevrouw Turan, zo heb ik het toch begrepen. De studie van professor Capaldo moet met meer dan een korrel zout worden genomen. Niet alle elementen zijn in zijn studie opgenomen.

Minister-president, ik vraag me ook af in welke richting de studie van de FOD Economie gaat. Wat zal die studie opleveren? Op welke wijze zal de studie worden uitgevoerd? Hebt u daarover al meer informatie?

Als economist zou ik hier zelf ook iets aan willen toevoegen. Ik ben veel met econometrie bezig geweest, en ik ken een aantal van die modellen.

Minister-president, mijn eerste vraag volgt de lijn van de vraagsteller. Is überhaupt om een studie gevraagd? Het gaat dan om een impactstudie, zoals dat heet. Binnen welk kader zal die studie worden uitgevoerd? Het gaat me dan niet enkel om het institutioneel kader, een overeenkomst tussen twee economische grootmachten, maar ook om het tijdskader. Ik betrek dit element erbij, omdat een impactstudie in principe enkel kan worden uitgevoerd indien de onderzoekers weten welke elementen een impact hebben. Aangezien er nu geen overeenkomst is, is er ook niet echt een indicatie van de elementen die deel van de overeenkomst zullen uitmaken. Het is dan ook zeer moeilijk een impactstudie te maken. Dat is de reden waarom ik het tijdskader erbij betrek.

De tweede vraag is: op basis van welke gegevens heeft de FOD Economie die impactstudie gemaakt? We moeten daar nu niet te veel op ingaan. Ik vrees dat de minister-president daar nu niet op zal kunnen antwoorden. Dat lijkt me ook logisch. Het zou niet slecht zijn mochten we weten aan welke entiteit binnen de FOD Economie dat gevraagd is, want dan zou ik het zo ver durven drijven om bijvoorbeeld de verantwoordelijke daarvan hier uit te nodigen. Dan kan die ons aangeven hoe je zo’n impactstudie maakt.

Dat is niet evident. Ik geef het voorbeeld van de Capaldostudie. Er is daarnaar verwezen. Die studie heeft zich gebaseerd op louter organische groei. Wat betekent dat? Groei die niets uit te staan heeft met wijzigende omstandigheden, wat hier wel het geval is. Die studie kwam tot conclusies waarvan je moet zeggen dat ze niet relevant kunnen zijn, omdat ze de elementen niet hebben ingevoerd. De andere gemaakte studies houden dan wel rekening met markttoegang en regelgevende wijziging, maar die is volgens mij ook in grote mate irrelevant omdat je gewoon niet weet welke de bredere markttoegang en de regelgevende wijzigingen zijn. Dat is wat vervelend.

Het enige dat je wel weet – en ik spreek nu als econoom – is ten eerste dat, wanneer markttoegang vergroot, dit in principe groeiversterkend werkt. Ten tweede, wanneer er regelgevende maatregelen worden genomen waarbij er minder regels zijn, werkt dat in principe groeiversterkend. Dat heeft alles te maken met synergieën en dubbele kosten, met marginale kostendaling enzovoort. Dat is niet zo moeilijk. Puur econometrisch gezien kun je dat zo aanvoelen.

Waar wel een punt is – en dat is dan concreet mijn vraag aan u, minister-president – is de meting waar dat zich situeert. Dat is een terechte bezorgdheid. Heeft dat een impact op een al dan niet betere duurzaamheid van het economische gegeven? Heeft dat al dan niet een disproportionele impact naarmate de grootte van het bedrijf? Dat zijn de elementen die ons interesseren.

Ik wil het vandaag niet te ingewikkeld maken, omdat ik besef dat u niet heel veel zult kunnen aangeven. De vraag is terecht. Minister-president, is de opdracht gegeven? Blijkbaar wel. Aan wie? Bent u het er desgevallend mee eens dat we met de opdrachthouder – zo zullen we die maar noemen – gewoon eens een gesprek kunnen hebben om te zien hoe we dat zullen doen? Zou u het ermee eens kunnen zijn dat er vanuit de commissie input wordt gegeven om een aantal elementen te onderzoeken die vandaag misschien niet in de opdracht staan? Persoonlijk ben ik daarin vragende partij. Dat is een persoonlijk mening, ik praat nu dus niet als voorzitter van de commissie. Ik weet namelijk dat empirische studies allerhande aantonen dat markttoegang en regelgevende maatregelen empirisch aantoonbaar in 100 procent van de gevallen groeiversterkend zijn. Dat is puur empirisch vast te stellen, in alle mogelijke studies en mogelijke universiteiten. De verdeling ervan is een ander verhaal. Dat is een bedenking die ik even wilde meegeven. Het is een belangrijk element, en ik vind dat dat element desgevallend wel degelijk mag meewegen in de appreciatie die diverse fracties over het desgevallend eindresultaat van deze overeenkomst maken.

Ik heb nog een laatste bedenking. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet over een vrijhandelsverdrag. Men denkt dat altijd en schaalt het zo in. Neen. Het gaat over een handels- en investeringsverdrag tussen twee economische blokken, waarbij een aantal elementen worden gewijzigd waarvan men van oordeel is dat ze vandaag groeibeperkend zijn voor de beide blokken. De enige studie die vandaag voor ons relevant mag zijn, maar waarbij je ook vraagtekens moet plaatsen, is uiteraard die van de Europese Commissie zelf. Daarbij zou in totaliteit op een periode van tien tot vijftien jaar een 300 miljard euro meer groei tot stand komen, ongeveer een derde/een derde/een derde, verdeeld over Europa, de VS en buiten Europa en de VS. Dat is ongeveer de algemene richtlijn die daar gegeven is.

Ik plaats daarbij wel een vraagteken. Aangezien we de inhoud niet volledig kennen, is het heel moeilijk om dat in te schatten.

Mevrouw Turan heeft daarin gelijk: in een econometrisch model hoef je natuurlijk maar aan één variabele te draaien en het eindresultaat is veranderd. Zo simpel is het. We moeten het de waarde en de plaats geven die het waard is. En, met alle respect voor alle economen – waar ik bij hoor –, dat is altijd met een behoorlijk vraagteken.

Minister-president, dat waren de bedenkingen die ik wilde meegeven. Het is een vakdomein waarmee ik mij nogal bezighoud.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, collega’s, er is al heel wat gezegd. We hebben daarover ook al heel uitvoerig gepraat op 27 januari van dit jaar.

Ik ga eerst even in op de aspecten van de studie. Mijn administratie heeft nog contact opgenomen met de FOD Economie. Daaruit blijkt dat de impactanalyse nog niet in de markt is geplaatst. Er is een bestek in het Nederlands opgemaakt, maar blijkbaar nog niet in het Frans. De stand van zaken is dat er nog een aanbesteding moet gebeuren.

De dienst die daarmee is belast, voorzitter, is de dienst Internationale Handel, onder leiding van Valère Vangeel. Dat is de persoon die dat leidt en opvolgt. Er wordt meegedeeld door de FOD Economie dat de resultaten er pas in het najaar zullen kunnen zijn. De concrete datum is niet bekend.

Collega’s, ik heb de vorige keer al toelichting gegeven bij het rapport dat de Europese Commissie heeft besteld met betrekking tot de groei-effecten die mogelijk zijn door TIPP. Dat is inderdaad meer dan vrijhandel, voorzitter. Zoals bij elke studie, kun je je daarbij vragen stellen. Ik denk dat niets moeilijker is dan het maken van voorspellingen, ook al zijn er daarvoor econometrische modellen. We zijn oud genoeg om te weten dat je alles moet relativeren.

Ik kan u zeggen dat, als de FOD Economie de studie uitbesteedt, er inderdaad een omvattende analyse zal worden gevraagd. Dat wil zeggen dat de drie pijlers van duurzame ontwikkeling aan bod zullen komen. De potentiële impact wordt gemeten met betrekking tot de economie, de jobcreatie en de diverse bedrijven, ook de kmo’s, collega’s, die trouwens een apart hoofdstuk vormen van het TTIP-verdrag zelf.

Samen met minister-president Magnette heb ik erop aangedrongen dat waar mogelijk de impact op de deelstaten zou worden gemeten. Ik heb begrepen dat er in het Vlaams Parlement is gezegd dat we daarmee moeten oppassen, omdat het heel moeilijk is om de impact te meten op statelijk en deelstatelijk niveau. Het gaat veel meer over de omvattende mogelijkheden. Het hangt ook af van de dynamiek van elk van de deelstaten, van de bedrijven. Hoe actief zijn ze op de markt? Hoe actief gaan ze op markten die worden opengesteld? Daarin heb ik nogal wat vertrouwen. We hebben niet alleen bij de grote bedrijven, maar ook bij de kmo’s mensen die niet alleen de grenzen van de buurlanden oversteken, maar ook wereldwijd gaan om markten aan te pakken.

Collega’s, u kent het mandaat dat de commissie heeft gekregen. U kent ook de ‘voorwaarden’ die geformuleerd zijn bij dat mandaat. We hebben het daarover vroeger al gehad. Ik kom daar niet op terug. Het gaat er in essentie om dat niet-tarifaire en tarifaire handelsbelemmeringen zouden worden weggewerkt zodat je meer mogelijkheden krijgt om zonder allerlei belemmeringen handel te voeren en investeringen uit te voeren.

Het is van belang – en dat is opgenomen in de motie die u hebt goedgekeurd op 29 januari – dat de commissie zo dicht mogelijk bij haar mandaat blijft. Ik heb ook begrepen dat, als dat niet zo zou zijn, de commissie dan moet terugkeren naar de raad, naar de spelers. U weet ook dat het Europees Parlement er op het ogenblik moeilijk uitgeraakt. Mevrouw Turan, uw fractie is gaan lopen op het moment van de stemming. De zaak is opgeschort. (Opmerkingen van mevrouw Güler Turan)

Ze is gaan lopen, ze heeft niet gestemd, op de rapporteur na, die voorstander is. Er was bij iedereen plots grote twijfel. U verwijst naar wat er hier aan de overkant gebeurt, maar u mag ook verwijzen naar wat er een beetje verder gebeurt, bij de Europese speler daar.

Alles hangt er natuurlijk van af of je er al dan niet voorstander van bent dat die belemmeringen worden weggewerkt. Wie bekommerd is om onze welvaart kan niet anders dan te zeggen dat er zoveel mogelijk belemmeringen moeten worden weggewerkt. Collega’s, ik herhaal het nog eens: Vlaanderen leeft van de export. We hebben per capita drie keer zoveel uitvoer als Duitsland. We zijn op dat vlak een wereldspeler. Wie dat niet als uitgangspunt neemt en zegt dat het niet nodig is: oké. Maar dan ga je nog veel meer moeilijkheden hebben om Vlaanderen opnieuw te industrialiseren. Wij maken een omschakeling naar de nieuwe economie die aanslaat. We moeten kunnen exporteren, zo niet komt onze welvaart in het gedrang.

Die limieten, die voorwaarden die zijn gesteld aan de Europese Commissie: ik vind het goed dat dit gebeurt omdat je een aantal standaarden hoog moet houden. Dat is de inzet van die onderhandelingen. Ik heb geen illusies, het zal geven en nemen zijn. De Amerikanen hebben natuurlijk ook hun vragen. Ik denk niet dat we onze baggeraars daar meteen zullen zien baggeren, ook al wens ik dat uit de grond van mijn hart. Ook zij hebben uitgangspunten die ze niet willen verlaten.

Het model dat de FOD Economie zal gebruiken, is voorwerp van discussie. Zowel op Capaldo, het Global Policy Model, als het Computable General Equilibrium Model bestaat er kritiek. Gisteren was het punt van kritiek in dit parlement dat het statische modellen zijn die uitgaan van de huidige situatie, terwijl je eigenlijk uitgaat van een evolutie, van een impuls die wordt gegeven. Daarom is het van belang dat u misschien eens Josée Lemaitre van onze Studiedienst uitnodigt. Of is het het Steunpunt Buitenlands Beleid dat de studie voorbereidt?

Wij doen een retrospectieve studie over het effect van de tientallen vrijhandelsakkoorden die al zijn gesloten. Het is natuurlijk iets anders dan vooruitblikken, maar het is belangrijk dat die studie wordt gemaakt. Je zult het nooit een-op-een kunnen doen, het hangt ook af van individuele initiatieven, van mensen die initiatieven en risico’s durven te nemen, naar het buitenland durven te gaan. Ik kom vaak zulke mensen tegen in het buitenland. Ik heb een grote bewondering voor mensen die soms in hun eentje met een pc in de hand de Amerikaanse markt betreden. Ze storten zich in het onbekende.

Je kunt dat nooit een-op-een doen. Het is dankzij dit verdrag en het hangt af van zoveel individuele initiatieven. De impactstudie in het verleden is ook een belangrijk element om de evolutie in die handel te kennen. De FOD-studie zal ook duurzame ontwikkeling opnemen en zal complementair zijn aan de studie die de Europese Commissie heeft besteld.

Ik heb vorige maandag contact gehad met Luxemburgs premier Bettel. We hebben natuurlijk gesproken over het voorzitterschap, want Luxemburg wordt voorzitter. Bettel is van plan om in november op het niveau van Europa een groot dialoogmoment te organiseren met werkgevers, werknemers, ngo’s en alle betrokkenen. Het is een goed idee om mensen daarrond samen te brengen, beter dan nu een beetje te kamperen op vooraf ingenomen standpunten. Dit is wellicht een primeur, want hij moet dat nog bekendmaken. Hij heeft het mij in elk geval gezegd, en het is goed dat dat in het najaar kan plaatsvinden.

Mevrouw Turan heeft het woord.

Minister-president, uw antwoord van 27 januari over een studie die al bezig was en tegen het zomerreces klaar zou zijn, wordt nu dus volledig ontkracht. Ik ben mijn collega’s van het federale niveau dankbaar dat ze op zoek zijn gegaan naar die studie. Het blijkt dat die er nog niet is. Ze zit nog in de opdracht- en bestellingfase.

Ondertussen heb ik economisch al wat bijgeleerd, namelijk dat elk econometrisch model kan worden tegengesproken door een ander econometrisch model. Waarom gaan al die miljoenen euro’s naar studies van consultants en economen? Dit is een portie zelfkritiek op politici. Het is vandaag ontnuchterend om vast te stellen dat we soms beslissingen nemen… We proberen juiste beslissingen te nemen en we laten ons bijstaan door onderzoeken om dat te kunnen, omdat we dingen moeten bepalen voor veel burgers. We moeten ook van alles doen met belastinggeld.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Turan, u zegt dat wat ik heb gezegd, ontkracht is. Ik ben niet mijn broeders hoeder. Ik kan niet instaan voor een aanbesteding door de FOD Economie. Ik heb op 27 januari gezegd dat we ook een studie doen over de impact op wat voorbij is. Die zit op schema en dat is met het Steunpunt. Die zal me niet naar de mond praten, u niet en mij niet. Dat is de KU Leuven, het is niet uitbesteed aan dure consultants. Ik wil het wel op mij nemen om die mensen te verdedigen. Ik heb nog nooit van die steunpunten, van die academici een studie gekregen die de minister vlug een plezier willen doen. Ik heb daar trouwens niets aan. Een studie om uit te komen waar de opdrachtgever wil, dat is het dus niet. Ik wil praten over waar wij verantwoordelijk voor zijn. Dat is de studie van het Steunpunt. Die wordt uitgevoerd in alle mogelijke objectieve omstandigheden. Ik kom daar op geen enkele manier in tussen.

Minister-president, u was een beetje afgeleid op het moment dat ik mijn antwoord begon. Dit was absoluut geen aanval op u of op uw diensten, over studies die naar de mond praten. Wat ik gisteren heb gehoord van economen die zeggen dat je, afhankelijk van het model, tot een bepaald resultaat komt, daar gaat het me om. Ik maak me daar in het algemeen zorgen over. Dat is geen aanval op uw diensten of op de universiteiten, integendeel.

Dat is wat men mij hier vandaag zegt. De Capaldostudie gebruikt dit model, een andere studie gebruikt weer een ander model. Voor mij als burger is dit moeilijk te vatten. Het gaat echt niet om de integriteit van uw diensten of van de universiteiten die onderzoeken doen.

Ik heb het er moeilijk mee dat we niet één model kunnen hebben. In het leven is het nooit gemakkelijk, je kunt niet altijd zeggen: dit is het nu, het is positief of negatief, want dat kunnen we niet weten. Van het feit dat u toen hebt gezegd dat Economie met een impactstudie bezig was, heb ik niet gezegd dat het verkeerd was, maar het wordt ook ontkracht, want de studie van de FOD Economie is nog niet begonnen. U zegt dat die nog moet worden uitbesteed. Dat zegt u toch?

Minister-president Geert Bourgeois

Ik heb toen niet gezegd dat ze al bezig was. Ik heb toen gezegd dat ze die tegen de zomer zouden geven. Ik kan er echt niets aan doen als de FOD Economie er nog niet klaar mee is. We hebben het gevraagd aan het Steunpunt, en die zit volgens mijn informatie – je moet altijd voorzichtig zijn – op schema. Dat is een retrospectieve studie, en dat is iets anders. Er is een verschil tussen een studie op basis van een bepaald model en zeggen dat we de opdrachtgever naar de mond praten. Maar u hebt gelijk. Ik neem aan dat je, afhankelijk van het model dat wordt gebruikt, totaal verschillende uitkomsten krijgt.

Er is een rapport van de Europese Commissie en er zullen er nog komen. Naast mij zit een econometrist, en die beaamt dat ook. Elk van die studies moet je met een korrel zout nemen. Dat zijn geen mathematische zekerheden.

Mevrouw Turan heeft het woord.

Ik heb mijn stelling nog niet kunnen geven, want de minister-president voelt zich aangevallen, terwijl dat dat absoluut niet de bedoeling was.

Minister-president, de studie die u samen met ons hoopte te kunnen lezen tegen het zomerreces, zullen we waarschijnlijk nog niet hebben in het najaar, op het moment dat het net heel belangrijk is. Wat kunnen we daarvan verwachten? U zegt dat de Vlaamse retrospectieve studie wel op schema zit, maar u hebt me niet gezegd of u daarvan een timing kende of niet.

Ik durf al geen vragen meer te stellen over studies, maar ik zal dit laten bezinken en u die vraag waarschijnlijk toch stellen. Gisteren hebben we dat ook gehoord: het is geen verhaal van links of rechts, van partij X tegen partij Y, het is gewoon heel belangrijk. We moeten proberen de beste keuze te maken op de best mogelijk geïnformeerde manier. Of het nu positief of negatief zal zijn, het zal een heel grote impact hebben tout court.

De heer Van Esbroeck heeft het woord. 

Gisteren is wel degelijk bevestigd dat in het verdrag rekening wordt gehouden met de kmo’s. Een van de sprekers heeft dat heel duidelijk gezegd. Dat is dus een positief verhaal. Minister-president, u maakt de vergelijking met de vroeger gemaakte vrijhandelsakkoorden. Daar kunnen we veel van leren, over jobcreatie enzovoort. Dat is een heel belangrijk onderdeel.

De studie van de KU Leuven is ook te vertrouwen en belangrijk. Mevrouw Turan, de studie van Capaldo heeft wel degelijk een waarde als studie, maar er wordt ook aangegeven dat ze geen rekening houdt met wat het zou kunnen worden. De resultaten zijn in die zin dus wel relevant, ook al onderzoekt ze maar wat ze onderzoekt. Het is er dus een klein beetje over en te kort door de bocht om alle studies te veel in twijfel te trekken.

Je hebt enerzijds wat aan de FOD Economie federaal is gevraagd. Daar hebben wij uiteraard geen controle over, zo simpel is dat. Daarover kunnen we de minister-president uiteraard moeilijk aanspreken. Hij heeft echter wel degelijk een initiatief genomen omdat die studie er zou moeten komen, wat een goede zaak is.

Wat ik persoonlijk goed vind, is dat wat u een retrospectieve studie noemt, waarbij de KU Leuven op basis van een aantal bestaande verdragen, waarschijnlijk via een regressie-analyse de correlatie, dan wel de causaliteit van maatregelen naar economische groei probeert te meten. Er is een groot verschil tussen een predictie-analyse, wat een impactanalyse is en dus nagaat was de impact zal zijn, en een regressieanalyse, waarbij empirisch wordt gemeten wat de impact is geweest. In die zin vind ik het een zeer goed initiatief, minister-president, dat u aan het Steunpunt van de KU Leuven een retrospectieve studie hebt gevraagd, omdat die ons zal aangeven dat bepaalde maatregelen bepaalde effecten hebben. Dan wordt het wel heel gemakkelijk om minstens algemeen in te schatten dat maatregelen die in dat TTIP-verdrag vervat zouden zijn, al dan niet een positief effect hebben. In die zin moeten we ook niet al de analyses op een hoopje gooien. Wel is het zo dat een predictieanalyse, wat die impactanalyse eigenlijk zal zijn, uiteraard een margin of error heeft, dat is evident. Bij een retrospectieve studie is dat niet het geval. Ik kijk daar zeker naar uit. Ik heb begrepen dat de minister-president er geen probleem mee heeft dat we daar desgevallend zouden heengaan om het ons te laten uitleggen. Dat zou mij zeer interesseren, ook op professioneel vlak. We zijn het er allemaal over eens dat het beter is om goed geïnformeerd te zijn dan minder goed geïnformeerd te zijn.

Het is ook duidelijk dat een aantal mythes bestaan, waarvan ik er hier één wil doorprikken. De heer Houben van de Europese Commissie heeft ons gisteren bijvoorbeeld heel duidelijk gezegd dat de Investor-State Dispute Settlement, een soort arbitrage die in verschillende verdragen onder de Wereldhandelsorganisatie bestaat, op geen enkel ogenblik en in geen enkele mate een bestaande regelgeving noch wetgeving kan wijzigen of omzeilen, en dat het slechts arbitrageclausules zijn die gaan over een desgevallende schadevergoeding. Het is heel belangrijk dat de heer Houben dat heeft gezegd, en de heer Defraigne, die erbij was, heeft het beaamd. Dat ontkracht de hele idee van multinationals die via arbitragesystemen de nationale wetgevingen zouden omzeilen. Quod non, op dat vlak ben ik heel formeel, en ik baseer mij daarvoor op het antwoord van de heer Houben. Hierrond worden veel mythes gemaakt, maar er worden ook veel waarheden over verteld die verschillend kunnen worden geïnterpreteerd.

Mijn conclusie is dat ik zeer geïnteresseerd ben in die retrospectieve oefening en dat ik zeker ook uitkijk naar de methodologie voor de impactanalyse waarvoor de opdracht via de federale entiteit wordt gegeven. Alvast bedankt voor uw antwoord, en we zullen hier de komende dagen nog veel over spreken.

Mevrouw Turan heeft woord.

Wij hebben gisteren gehoord dat in verband met de arbitrages enkel sprake kan zijn van financiële sancties. Die bedragen kunnen zo groot zijn dat een land goed moet nadenken over wat het met belastinggeld riskeert te moeten betalen, zodat het zijn regelgeving daarop kan aanpassen. Mijnheer Daems, uw quod non-premisse is hier zeker niet van toepassing omdat alles uiteindelijk toch met geld kan worden gestuurd, geld dat naar de multinationals kan gaan, die de staat onder druk kunnen zetten om hun burgers niet te beschermen. Dat is evengoed een visie op de ISDS.

Dat klopt niet, maar we zullen erop terugkomen. Ik zal een vraag stellen in de plenaire vergadering om het uit te klaren. We zijn het grondig oneens over wat u daarnet heeft gezegd, maar dat mag, dat is politiek.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.