U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Mevrouw Vera Celis (N-VA)

Minister, ICT is een van mijn stokpaardjes. Ik vind het nog altijd een interessant gegeven, zeker vanuit mijn generatie, omdat ik al verschillende keren gehoord heb dat wij een verloren generatie zijn voor de ICT omdat we het destijds niet in onze opleiding hebben gehad, en met mijn belangstelling daarvoor wil ik dat ten stelligste tegenspreken.

Het gebruik van ICT-toepassingen is niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Ook scholen doen dezer dagen veel inspanningen om leerlingen vertrouwd te maken met de nieuwste technieken. Om de integratie van deze IT-toepassingen in de klas te ondersteunen, ontvangen scholen sinds het schooljaar 2005-2006 extra personeelsomkadering voor de aanstelling van een ICT-coördinator. Deze coördinator heeft als taak om zowel pedagogische als technische ondersteuning te bieden in een school. Zijn/haar aanwezigheid is bijzonder nuttig voor leerkrachten, die vaak aangeven dat ze nood hebben aan een vast aanspreekpunt wanneer zij problemen ervaren met IT-toepassingen. Immers, uit de laatste ICT-monitor uit 2013 bleek dat er bij leerkrachten vaak nog bijzonder veel vraag is naar technische en inhoudelijke ondersteuning bij de educatieve toepassing van nieuwe technieken, zoals tablets en interactieve borden.

In de praktijk blijkt echter dat de meeste ICT-coördinatoren zich door tijdsgebrek vaak beperken tot het technisch beheer van de ICT-infrastructuur. Dat werd ook al eerder aangehaald in verschillende studies, waaronder het advies over ICT-integratie in het leerplichtonderwijs van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en het onderzoek rond het ‘Bestedingspatroon van personeelsmiddelen in basis- en secundaire scholen’.

Minister, in 2013 stelde ik aan uw voorganger een vraag om uitleg over zijn visie rond de integratie van ICT-toepassingen in de klas en de toekomstige rol van de ICT-coördinator. Hij gaf toen aan dat er vier belangrijke elementen waren. Eerst en vooral wou hij samen met de koepels streven naar een “meer gestroomlijnde ondersteuningsstructuur voor ICT-coördinatie”. Ten tweede wou hij bekijken of “het nuttig en mogelijk is om een beroepscompetentieprofiel voor ICT-coördinatoren op te maken.” Ten derde gaf hij aan dat “er ook moet worden bekeken of de uren voor ICT-coördinatie moeten worden uitgebreid voor de centra voor basiseducatie (CBE’s).” Ten slotte moet volgens hem “het statuut van ICT-coördinator worden uitgebreid”.

Wat is uw visie over de ondersteuning van leerkrachten op het vlak van IT en digitale toepassingen zodat zij die optimaal en efficiënt kunnen inzetten in de klas? Hoe ziet u zelf de rol van de ICT-coördinator in dit verhaal? Streeft u naar de uitwerking van dezelfde vier elementen die uw voorganger aanhaalde in zijn antwoord op mijn vraag om uitleg? Zo ja, kunt u hierbij meer toelichting geven? Zo niet, kunt u mij op de hoogte stellen van uw plannen in deze materie? Zult u verder nog maatregelen nemen om de integratie van IT-toepassingen in de verschillende niveaus van het onderwijs te ondersteunen? Zo ja, over welke spreken we dan?

De voorzitter

Mijnheer Daniëls, u zegt dat uw vraag over een heel ander thema gaat, maar de commissiesecretaris en ik hebben beslist om uw vraag aan die van mevrouw Celis te koppelen. (Opmerkingen van minister Hilde Crevits)

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik neem aan dat de minister een geïntegreerd antwoord zal geven.

Op 29 april 2015 heeft het Overlegcomité van de Federale Regering, de gemeenschapsregeringen en de gewestregeringen akte genomen van de beslissing van de Federale Regering om de I-linedienst van Proximus op te heffen. Er is enkel akte van genomen, want de beslissing was toen al genomen.

Ik wil als achtergrond nog even vertellen dat ik het verleden ooit nog op het secretariaat-generaal Onderwijs aan het PC/KD-project heb gewerkt. Een van de toenmalige realisaties bestond erin scholen snelle internetverbindingen te bezorgen. Het was niet zo evident dit in orde te krijgen.

Met I-line biedt Proximus scholen, ziekenhuizen en bibliotheken snelle en performante internetverbindingen aan tegen een verminderd tarief. Dat laatste punt is niet onbelangrijk. Die verbindingen worden voor het grootste deel door de federale staat, de drie gemeenschappen en Proximus bekostigd.

Aangezien het een bevoegdheid betreft die voortaan de deelstaten toebehoort en aangezien I-line een ietwat verouderd systeem heeft waarvan de capaciteit grenzen heeft, beoogt het ontwerp de stopzetting van de I-linedienst en de keuze voor een toekomstgerichte oplossing door middel van geavanceerde technologie, waaronder glasvezelkabels, op het niveau van de gemeenschappen.

Er wordt voorzien in een overgangsperiode tot 1 september 2015, een datum die niet zo veraf meer is. Hierdoor krijgen scholen, bibliotheken en ziekenhuizen de tijd om een alternatief te zoeken. Proximus zal de klanten van I-line alternatieve oplossingen voorstellen. Een van die oplossingen houdt de mogelijkheid in de bestaande ADSL-toegang zonder meerkost voor de eindgebruiker te behouden.

Minister, zult u een kaderovereenkomst of iets anders met een provider afsluiten om de scholen van snel en performant internet te kunnen voorzien? Zult u ervoor zorgen dat de scholen niet zelf moeten aanbesteden en dergelijke, maar gewoon zullen kunnen intekenen? Zult u ervoor kiezen in meerdere kaderovereenkomsten te voorzien? Zullen de scholen zelf op zoek moeten naar wat voor hen volstaat en van toepassing is?

Mijn tweede vraag is wat ruimer, maar niet onbelangrijk. Vroeger konden de scholen over de PC/KD-gelden beschikken. De scholen hebben hier in sterke mate op ingetekend. Dit project is in 2009 gestopt. Welke stappen zult u zetten om de scholen te helpen de ICT-doelstellingen te bereiken? Ik heb het niet over het personeel of over de administratieve software. Ik heb het over de leerlingen en de bestaande eindtermen.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Voorzitter, ik zal eerst op de vraag om uitleg van mevrouw Celis antwoorden.

Wat het doel van de ondersteuning betreft, verwijs ik eerst en vooral naar het advies over de ICT-integratie in het onderwijs dat de Vlor in 2013 heeft verstrekt. Dit advies gaat onder meer in op de vraag hoe en onder welke randvoorwaarden een leraar als professional gebruik kan maken van de nieuwe technologieën. Die randvoorwaarden slaan op een geïntegreerde aanpak en op de afstemming van de ICT-vakdidactiek, de ICT-vakinhoud, de nascholing, de begeleiding, de ondersteuning en mogelijk ook op de opdracht van de ICT-coördinator en op de ICT-infrastructuur.

De ICT-integratie en de ICT-toepassingen in de klas evolueren razendsnel. We zien dat bijna dagelijks veranderen. Het is dan ook van belang dat leerkrachten voldoende gebruikmaken van de nascholingsprogramma’s die met betrekking tot ICT worden aangeboden. Die programma’s zijn door de pedagogische begeleidingsdiensten van de verschillende onderwijsnetten uitgewerkt.

Het kan een opdracht van de ICT-coördinator zijn het lerarenteam bijkomend te vormen en goede praktijken te delen. Een inhoudelijk goed onderlegde ICT-coördinator vormt zeker een meerwaarde voor elke school. Daar hoef ik uiteraard niemand van te overtuigen.

De scholen beschikken over de nodige autonomie om de middelen en de uren die ze voor ICT-coördinatie krijgen, zelf naar eigen behoefte in te zetten. Dat behoort tot de autonomie van elke school.

De Vlor heeft hierover een relevante opmerking gemaakt. De didactische ondersteuning door de ICT-coördinatoren in de scholen wint aan belang en wordt steeds zichtbaarder. Elke school moet voor de oplossing van technische problemen op een minimale technische ondersteuning kunnen terugvallen. Er moet een goede balans zijn tussen de pedagogische en de technische taken. Iedereen kent de creativiteit van de scholen. Er zijn dan ook verschillen tussen de scholen onderling.

De ICT-coördinatie is veel meer dan het louter technisch beheer van het computerpark in de school. De kwaliteit van het ICT-beleid in de school wordt door de directies en de leerkrachten als beter ervaren indien een ICT-coördinator en didactische ondersteuning wordt aangeboden. Als de ICT-coördinator vorming organiseert of het lerarenteam zelf vorming geeft, kunnen we ons de vraag stellen of het niet kostenefficiënter is louter technische beheerstaken of zeer specifieke beveiligingstaken uit te besteden. In dat geval kan een school zich op het vlak van de ICT-coördinatie op de didactische ondersteuning van leraren en dergelijke focussen.

Wat de gestroomlijnde ondersteuningsstructuur voor de ICT-coördinatoren betreft, heeft mijn voorganger naar de verantwoordelijkheid van de onderwijskoepels verwezen. Over het beroepscompetentieprofiel van de ICT-coördinatoren heeft mijn voorganger verklaard dat hij zou nagaan of het nodig en mogelijk is een dergelijk profiel op te stellen. Gelet op de pedagogische vrijheid en de autonomie zouden we kunnen stellen dat dit in eerste instantie een opdracht is van de onderwijsverstrekkers zelf en niet van de overheid. Aangezien ik aanvoel dat hier een grote nood aan is, kan ik dit met de onderwijsverstrekkers bespreken.

Mevrouw Celis, u zult wel begrijpen dat ik op dit ogenblik geen uitbreiding kan doen van de uren ICT-coördinatie in het leerplichtonderwijs, en ook niet in de andere onderwijsniveaus, bijvoorbeeld de Centra voor Basiseducatie. Maar scholen kunnen zelf wel veel doen.

Over de uitbreiding van het statuut van ICT-coördinator word ik heel vaak aangesproken, moet ik eerlijk bekennen. Het is nog niet aan de orde, maar scholen vragen er echt wel naar. Het is sowieso niet opportuun om voor elke specifieke nieuwe opdracht, of het nu gaat om financiën, welzijn of ICT-coördinatie, altijd in een apart ambt of statuut te voorzien. Voor mij is het van belang dat je je kader voldoende flexibel kunt invullen. Bestuurlijke schaalvergroting kan soelaas bieden, maar met dat statuut zit je vast. Ik voel dat daar wel wat spanning bestaat. Ik neem dat mee in de loopbaanbesprekingen die straks volgen. Ik ben er wel gevoelig voor. Op mijn voorbereiding staat dat het niet aan de orde is, maar ik word er iets te vaak over aangesproken om het toch niet even van dichterbij te bekijken.

Een aantal initiatieven inzake de toepassing en bevordering van ICT-beleid op school staan in onze beleidsnota: competentieontwikkeling; faciliteren van het digitaleleermiddelenbeleid via de ontwikkeling van een uniek toegangsportaal, via steun aan het Gamefonds, het Vlaams Instituut voor Archivering (VIAA) en KlasCement; werken aan mediageletterdheid in samenwerking met het Vlaams Kenniscentrum voor Mediawijsheid; scholen ondersteunen rond veilig ICT-gebruik.

Ik kom tot een naadloze aansluiting bij de vraag van de heer Daniëls omdat we aan een nieuwe raamovereenkomst werken voor het voorzien in internetconnectiviteit en gerelateerde diensten aan scholen. Ik zal dat wat duiden, mijnheer Daniëls. U hebt verwezen naar het Overlegcomité. Ik heb daar gevraagd dat ook de federale minister – de bevoegdheid is overgekomen, maar inzake de digitale agenda is er nog een bevoegdheid op het federale vlak – gebruik zou maken van zijn bevoegdheden om te zorgen dat we in een betere onderhandelingspositie zouden worden geplaatst, ook ondersteund door de Franse Gemeenschap.

De voorgeschiedenis hebt u zelf geschetst. In 2011 heeft de minister beslist om een aanbesteding uit te schrijven. Die is gegund aan Telenet. Telenet SchoolNet biedt sindsdien connectiviteit voor scholen tegen een gunsttarief aan. Die raamovereenkomst had een looptijd van drie jaar, is momenteel afgelopen en werd ondertussen stilzwijgend verlengd tot 15 juli 2016.

Op dit ogenblik is een aanbod aan internetvoorzieningen, al dan niet tegen gunsttarief, voor alle scholen gewaarborgd via volgende zaken: de raamovereenkomst, waarbij 80 tot 90 procent van alle Vlaamse secundaire scholen hierover beschikken, aldus informatie die Telenet heeft bezorgd; het door Proximus voorziene aanbod Office&Go Pro Schools, in vervanging van ADSL dat tot september 2015 loopt, met 366 scholen in Vlaanderen, aldus informatie van Proximus; het aanbod van IRISnet voor de Nederlandstalige scholen in Brussel, nu 34 scholen, uitgerold tegen 2019, met 28 scholen per jaar, aldus informatie van Proximus.

Voor de Vlaamse scholen is een migratie naar Telenet een volwaardig alternatief ter vervanging van de afgeschafte I-linedienst van Proximus. Voor de Vlaamse scholen die al gemigreerd zijn naar Telenet, verandert er dus niets.

Aangezien de raamovereenkomst met Telenet afgelopen is en aangezien de noden sinds 2011 fel zijn veranderd, onder andere door de introductie van tablets, werkt het departement aan een nieuwe raamovereenkomst. Die oproep zal via een open procedure dit najaar gelanceerd worden zodat het nieuwe aanbod zeker beschikbaar is tegen 15 juli 2016. Op korte en middellange termijn zou daarmee een aanbod gewaarborgd zijn voor de scholen.

We hebben ondertussen een uitvoerig overleg gehad met mijn federale collega bevoegd voor telecom en digitale agenda, Alexander De Croo. Eind april 2015 hebben we de aansluiting van scholen op breedbandinternet besproken. Het kabinet-De Croo beloofde de huidige situatie te onderzoeken en een aantal actiepunten op te lijsten. Deze maand is er een werkvergadering belegd met de betrokken administraties en met de grote internetproviders zoals Proximus en Telenet. Het doel daarvan is om de aansluiting van scholen op specifieke breedbandinternetpakketten in de toekomst nog te doen toenemen.

Dat is de stand van zaken. Alles is nu in volle evolutie. Als ik naar het veld kijk, zie ik een groot aantal klassen dat voorzien is van digitale borden en heb ik het gevoel dat de moderne technologieën zeer snel hun intrede doen in de klassen. Vorige week zag ik kindjes van het eerste leerjaar leren schrijven op het digitale bord. De manier waarop alles in evolutie is, is prachtig om te zien, als je vergelijkt met vijf tot tien jaar geleden. Ik denk niet dat alles verloren is. Er is een zeer grote nood aan goede coördinatie binnen de scholen.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Mevrouw Vera Celis (N-VA)

Minister, dank u wel voor uw uitvoerig antwoord. Het is inderdaad zo dat er binnen onderwijs nog heel wat koudwatervrees bestaat als het gaat over het toepassen van nieuwe technologieën. Je hebt inderdaad mensen die er vliegensvlug in zijn en die vooruitgang heel snel implementeren, maar spijtig genoeg zijn er ook nog de anderen. U hebt gelijk dat het belangrijk is dat leerkrachten met hun specifiek technische vragen om om te gaan met apparatuur en nieuwigheden, terecht moeten kunnen bij een deskundige die op het veld aanwezig is. Als dingen ter ondersteuning van de vakinhoud moeten dienen, moeten ze inderdaad werken en toepasbaar zijn.

Wat betreft de rol van de ICT-coördinator als iemand die misschien meer moet instaan voor bijscholing en didactische ondersteuning, hebt u zeker groot gelijk. Het was een beetje proberen van mij om te vragen of er wat uren betreft, dan een uitbreiding mogelijk is. Ik had wel verwacht dat het op dit moment bijzonder moeilijk is om naar een uitbreiding te gaan.

Ik deel uw visie dat men in de school vaak heel creatief en flexibel kan zijn om de vragen rond te krijgen op een veeleer creatieve manier, dan wel met bijkomende uren of zaken die op dit moment zeer moeilijk zijn.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik ben blij te horen dat het niet stilvalt rond de snelle internetverbinding en dat er integendeel voor wordt gezorgd dat er continuïteit is. Die snelheid is inderdaad cruciaal. Er is niets zo verschrikkelijk voor leerkrachten en leerlingen als ICT-materiaal te hebben maar dan te moeten wachten tot dingen geladen zijn, want dat werkt sterk op het systeem van de leerkrachten. En terecht, want de les valt in duigen doordat het materiaal niet mee wil. Alleen al om die reden is het belangrijk dat die vragen gekoppeld zijn. Als het niet werkt, dan komt de ICT-coördinator in beeld, die dan moet beginnen te werken aan de internetverbinding, wat strikt genomen niet mag, want dat is niet echt pedagogisch, maar dat is wel degene die in huis is om het op te lossen.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.