U bent hier

Commissievergadering

donderdag 4 juni 2015, 14.05u

Voorzitter
van Jos De Meyer aan minister Hilde Crevits
2164 (2014-2015)
De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, uit recente informatie die ik kreeg, blijkt dat een West-Vlaamse school dreigt failliet te gaan door aanhoudende problemen bij het afbetalen van haar lening voor infrastructuurwerken. Die lening was gewaarborgd door het Nationaal Waarborgfonds. Op 22 januari 2015 kwam in de commissie Onderwijs mijn vraag over het Nationaal Waarborgfonds reeds aan bod. Ik stipte toen aan dat sommige scholen die voor hun infrastructuurwerken in de periode 1974-1989 leningen hadden afgesloten bij het Nationaal Waarborgfonds, het zeer moeilijk kregen om hun leningen af te betalen en dat ze daardoor in een precaire situatie zijn geraakt. De financiële toestand nu is immers volledig anders dan wat men verwachtte in de periode waarin die leningen werden afgesloten, met de rentevoeten die toen gangbaar waren.

Het probleem werd tijdens de twee vorige legislaturen erkend door de bevoegde ministers, en er werd dan ook geregeld gesteld dat men het probleem zou oplossen, maar dat is nog steeds, collega’s, niet gebeurd. Het Nationaal Waarborgfonds is, zoals de naam zegt, federale materie, en er moet dus contact worden genomen met de federale minister van Financiën om een oplossing mogelijk te maken.

In de commissievergadering van 22 januari 2015 bleek dat er wel degelijk reeds contact was opgenomen met de federale minister van Financiën. Men had gevraagd om een algemene volmacht voor het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) in verband met de federale waarborgen die in het verleden werden verstrekt voor de terugbetaling van bancaire leningen door de scholen. Op dezelfde dag als die van de commissievergadering heeft de federale Thesaurie van de FOD Financiën het kabinet van de Vlaamse minister van Onderwijs opgebeld om een vergadering te beleggen, waar een definitieve oplossing zou worden uitgewerkt.

In Wallonië is al enkele jaren geleden een oplossing uitgewerkt, waardoor scholen die een beroep deden op het Nationaal Waarborgfonds slechts maximaal 25 procent van hun werkingstoelagen hoeven te gebruiken voor die afbetalingen. In Vlaanderen zit minstens een achttal scholen in zware financiële problemen door hun infrastructuurafbetalingen, en tientallen scholen besteden op dit ogenblik meer dan 30 procent van hun werkingstoelagen aan afbetalingen, sommige meer dan 40 procent en zelfs enkele meer dan 50 procent. Men kan zich afvragen met welke middelen ze hun hoofdtaak nog moeten uitvoeren.

Minister, wat is de stand van zaken? Wanneer komt er een definitieve oplossing voor de scholen die in de problemen geraken door hun moeilijkheden bij de afbetalingen van leningen die verstrekt zijn via het Nationaal Waarborgfonds? Welke directe oplossing ziet u voor het dossier van het dreigende failliet van de West-Vlaamse school en mogelijke andere acute probleemgevallen? Ik herinner eraan dat minister Vandenbroucke reeds in zijn beleidsnota stelde dat hij het probleem zou oplossen. Ik hoop dat u het niet enkel zegt, maar het ook doet.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

De heer De Meyer stelt een terechte vraag. Volgens de cijfers die ik heb, zijn nu negen scholen in de problemen aan het geraken door de betaling daarvan. Ik wil de achtergrond van het dossier meegeven, want het is niet op een-twee-drie ontstaan en ik vrees dat het ook niet op een-twee-drie opgelost zal zijn. Het ging inderdaad over rentesubsidies. En de inflatie zorgt er nu net voor dat die bedragen heel hard stijgen. Mocht de inflatie op een ander niveau hebben gestaan, zou het probleem minder groot zijn.

Doordat dit nog altijd federale materie is, en het ook niet is meegenomen bij de zesde staatshervorming, moet het nog altijd mee worden bekeken op federaal niveau. De minister van Financiën staat daar zeker en vast voor open. Ik ben er ook zeker van dat deze minister niet zal zeggen wat een vorige vicepremier heeft gezegd, namelijk dat Vlaanderen aan het “treiteren” was door die vragen over het Nationaal Waarborgfonds. Die woorden zal hij zeker niet in de mond nemen. Ik ben wel benieuwd hoe ver de contacten staan om hieruit te geraken.

Minister, welke pistes liggen er op tafel? Is die piste van de Franse Gemeenschap er één? Als je het op 25 procent zet, zullen de betalingen langer lopen. Iemand moet instaan voor de garantie, lees de verlenging. Als de waarborg verlengt, heeft dat kosten.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, mijnheer De Meyer, ik weet dat deze problematiek u interesseert. Het probleem woedt al iets meer dan twee legislaturen, en er is nog geen oplossing voor gekomen.

Betekent dat dat ik niet moet proberen om het op te lossen? Neen. Maar het is wel iets dat al heel lang aansleept. De heer Daniëls heeft een stukje voorgeschiedenis geschetst. Het moet worden opgelost.

Op 13 februari is er een overleg geweest tussen mijn kabinet, het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) en het kabinet van de federale minister van Financiën, Johan Van Overtveldt en de diensten van de Thesaurie. Er werd gevraagd én beslist om in het kader van de niet-terugbetaalde leningen samen een praktische methode uit te werken om de uitbetaalde waarborgen te recupereren en een regeling te vinden voor de problematiek van de terugbetalingslasten van scholen in het kader van het Nationaal Waarborgfonds. We zijn dus alle vier in contact, we zitten aan tafel en willen een praktische methode uitwerken om soelaas te bieden aan de problematiek.

Vervolgens is er op 24 maart een technische werkvergadering gehouden tussen de diensten van de Thesaurie en AGIOn. Er is daarbij een ontwerp van stappenplan uitgewerkt voor de recuperatie bij de bestaande waarborgdossiers. Zoals hier terecht werd opgelijst, gaat het over negen scholen met een uitstaande schuld van 10.340.000 euro. Er werd ook een ontwerp van gelijkaardig stappenplan uitgewerkt voor scholen met moeilijkheden om hun leningslasten terug te betalen.

Het dossier wordt nu verder opgevolgd door het kabinet van de federale minister van Financiën. Conform de afspraak hebben ze het ontwerp van stappenplan recent voorgelegd aan de Inspectie van Financiën. Die heeft een aantal bijkomende vragen gesteld ter verduidelijking. Die vragen zijn nu ongeveer beantwoord. Het is nu wachten op het advies van de federale Inspectie van Financiën. Dan weten we of dit ontwerp van stappenplan een positief advies krijgt, aldus de Thesaurie. Als dat zo zou zijn, kunnen we het verder uitwerken en concretiseren.

Mijnheer De Meyer, u vraagt wanneer er een definitieve oplossing komt. Ik denk dat we een reusachtige stap voorwaarts zetten als dat stappenplan wordt goedgekeurd. Dan hebben we dat toch al mee. Er is een constructief overleg. Er was een switch bij het personeel op het kabinet van minister Van Overtveldt. Ondertussen is dat opgelost. Er zijn nu dus duurzame contacten om tot een oplossing te komen. Ik hoop dat ik zo snel mogelijk aan de scholen en ook hier kan melden dat er een oplossing is.

Welke elementen uit dat stappenplan kan ik jullie al meegeven?

Ten eerste zal de inrichtende macht door AGIOn, in opdracht van de federale minister – maar uiteraard met akkoord, want het stappenplan wordt door iedereen goedgekeurd – officieel in gebreke worden gesteld voor het niet terugbetalen van de lening en vervolgens van de waarborg.

Ten tweede moet er vervolgens in nauw overleg met de school een voorstel van aflossingsplan worden onderhandeld, op basis van het principe – en nu komen we aan het Waalse systeem – dat er maximaal 25 procent van de werkingsmiddelen aan de afbetaling kan worden besteed.

Dit percentage kan ook minder zijn. Ik vind het van belang dat het niet wordt vastgeklikt, maar dat er op maat en in overleg met de betrokken school over kan worden onderhandeld. Dat moet gebeuren in overleg met de betrokken school, AGIOn en de Thesaurie. Op die manier wil ik vermijden dat scholen 30 tot 40 procent of meer van hun werkingsmiddelen zouden spenderen aan afbetalingen. Dat komt uiteraard de leerlingen niet ten goede. Het belangrijkste is dat er een perspectief tot afbetaling van de aangegane schulden komt, terwijl er thans in die dossiers al jaren niets of toch zeer weinig meer is gebeurd.

Ten derde zal er met elke school een overleg plaatsvinden voor de opmaak van een afbetalingsplan op maat.

Tot slot kan er op basis van een akkoord met mezelf, de Vlaamse minister van Onderwijs, en afspraken met het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) een welbepaald vastgelegd deel van de werkingsmiddelen vooraf worden ingehouden. Ook hier moeten we bekijken hoe we dat precies moeten doen: op voorhand of niet enzovoort. Het zijn zaken die nog moeten worden onderhandeld.

Dit zijn vier principes die aan de basis zouden kunnen liggen van een oplossing. Deze werkwijze is min of meer analoog met hetgeen er voor het Waalse landsgedeelte werd afgesproken voor de terugbetaling van de schulden, behoudens de mogelijkheid tot variatie in het percentage afhouding van de werkingsmiddelen, want die heeft Wallonië niet. Dat moeten we nog uitklaren. Ik denk dat het goed is om telkens naar de specifieke situatie te kijken. We wachten af. De Inspectie van Financiën (IF) moet ook nog advies geven.

Wat betreft de recuperatie van de geactiveerde waarborgen voor scholen die hun lening of waarborg niet hebben terugbetaald, zijn er vijf Antwerpse scholen, drie West-Vlaamse scholen en één Limburgse school op dit ogenblik bij AGIOn bekend. In totaal zijn dat er dus negen.

Ik kan en wil hier geen uitspraken doen over individuele schooldossiers. Bovendien beschikken mijn diensten nog niet over alle financiële details. We kunnen ook niet vooruitlopen op het voorgestelde ontwerp van stappenplan.

Maar we zijn al een stap voorwaarts. Ik zal al het nodige doen – maar dat heb ik u al gezegd, mijnheer De Meyer – om een definitieve oplossing te vinden voor de dossiers bij het Nationaal Waarborgfonds. Ik kan rekenen op de zeer constructieve medewerking van onze federale collega.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Minister, het is duidelijk dat u na de vraagstelling die ik in januari heb gedaan een engagement bent aangegaan om dit dossier vooruit te helpen.

Het goede nieuws is dat u effectief als minister van Onderwijs in gesprek bent met uw federale collega. Ik heb daar in het verleden vaak op aangedrongen. Eigenlijk is dat in het verleden – en ik ben voorzichtig – moeizaam verlopen.

Het ontwerp van stappenplan dat op 24 maart is besproken en voorlopig is aanvaard, bestaande uit die vier verschillende elementen, vind ik een verstandige aanpak. Ik had alleen gehoopt dat ik vandaag voor de laatste maal een vraag zou moeten stellen over het Nationaal Waarborgfonds, maar ik heb begrepen dat er toch nog minstens eenmaal een vervolg aan gebreid zal moeten worden. Ik kijk uit naar een spoedige oplossing.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Het is inderdaad goed dat men momenteel on speaking terms en vooral on working terms is. In het verleden was er, zoals de heer De Meyer zei, geen sprake van speaking terms en al zeker niet van working terms.

Wat die maximale afbetaling betreft a rato van de werkingsmiddelen, moet goed worden gekeken in welke constructie de schoolgebouwen zitten, en dat is geen beschuldigende vinger. De school die in een gebouw zit en die daarvoor betaalt, is niet altijd in dezelfde vzw eigenaar van de school. Als daar een of andere patrimoniumconstructie achter zit, dan worden eerst daar de middelen uitgeput voor men te rade gaat bij de werkingsmiddelen. We moeten er zeker van zijn dat die werkingsmiddelen maximaal voor de school en de leerlingen worden ingezet.

Ik ben ook blij dat federaal minister van Financiën, Johan Van Overtveldt, in dezen meezoekt naar een oplossing. Die ligt niet voor het grijpen omdat er uiteraard een prijskaartje aan hangt.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer De Meyer, een probleem dat meer dan tien jaar aansleept, kan men moeilijk in drie maanden tijd oplossen, want dan was dat in het verleden al gebeurd. Ik zal echter mijn best doen om dat geregeld te krijgen. Ik wil ook dat dit correct gebeurt.

Mijnheer Daniëls, de Waalse oplossing is een kwart van de werkingsmiddelen. Ik vind dan ook dat men dit op maat moet kunnen bekijken en dat de toets niet noodzakelijk de werkingsmiddelen hoeven te zijn. In de gevallen waarin dat logisch is, moet men daar echter wel een drempel op zetten om te vermijden dat men terechtkomt in situaties waarbij scholen verhoudingsgewijs veel te veel van de werkingsmiddelen zouden aanwenden. Dat wil ik ook niet. Zoals het stappenplan nu op tafel ligt, sluit het helemaal niet uit dat men de middelen op een andere manier gaat zoeken. Ik heb niet gezegd dat de toets sowieso de werkingsmiddelen is maar wel een drempel van maximaal 25 procent ingevoerd wanneer het over die werkingsmiddelen gaat.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw engagement.

Collega’s, bedankt voor de soepelheid.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.