U bent hier

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Minister-president, er is bij de Taalunie al een eerste bezuinigingsoperatie gebeurd van 777.000 euro voor de beleidsperiode 2013-2017. Daarna is, vooral op vraag van de Nederlandse overheid, beslist om nog een tweede bezuinigingsronde door te voeren, met ingang van 2015, en dat voor een aanzienlijk hoger bedrag, van 1,89 miljoen euro. Als we dat samentellen en we kijken even terug naar 2011, zitten we al aan een besparing van 2,668 miljoen euro.

Om die besparingen te realiseren, neemt de Taalunie uiteraard verschillende maatregelen. In een brief van 29 april werden die bekendgemaakt aan de diplomatieke vertegenwoordigers van Nederland en Vlaanderen in het buitenland. Het is goed om hen snel op de hoogte te brengen, omdat de Taalunie en alles wat te maken heeft met taalverwerving en het ondersteunen van onze Nederlandse taal en de studie daarvan in het buitenland, zaken zijn waar ook onze diplomatieke vertegenwoordigers op de een of andere manier bij betrokken zijn.

Alle activiteiten die niet als kerntaak van de Taalunie gelden, worden afgebouwd of zelfs helemaal afgevoerd. Er wordt een reorganisatie van het secretariaat doorgevoerd, het aantal medewerkers daalt van 45 naar 35, wat procentueel gezien zeer aanzienlijk is. De bijkomende bezuinigingsoperatie dwingt ook tot inhoudelijke keuzes.

De besparingen hebben een impact op het onderwijs Nederlands in het buitenland en op de internationale neerlandistiek. Zomercursussen in Vlaanderen en Nederland, die vreemdelingen de kans bieden om intens kennis te maken met onze taal en cultuur, worden stopgezet. De suppletieregeling voor moedertaalsprekers in Midden- en Oost-Europa wordt afgebouwd, en uit recente correspondentie begrijp ik dat dat ook in Shanghai gebeurt.

In de beleidsnota Buitenlands Beleid 2014-2019 noemt u Nederland als onze prioritaire buitenlandse partner. U wilt in dat verband de nodige aandacht besteden aan de culturele samenwerking met onze noorderburen. Voorts stelt u: “In overleg en in samenwerking met Nederland streven we ernaar dat er een kwaliteitsvol aanbod van Nederlandstalig onderwijs in het buitenland blijft bestaan. Hierover stemmen we ook af met de minister van Onderwijs. We beschouwen de Nederlandse Taalunie als een belangrijk instrument om samen met Nederland beleid te voeren op het vlak van het Nederlands en te investeren in de toekomst van onze taal.”

Minister, hoe schat u de gevolgen in van de besparingsbeslissingen van de Taalunie voor het kwaliteitsvolle aanbod Nederlandstalig onderwijs in het buitenland? Vallen de gemaakte keuzes te rijmen met de doelstellingen die u hebt geformuleerd met betrekking tot uw internationale beleid, en in het bijzonder het internationale taalbeleid en het investeren in de toekomst van onze taal? In welke mate zullen de gemaakte keuzes gevolgen hebben voor de positie en het imago van het Nederlands en de cultuur in de brede zin van de Lage Landen bij onze internationale partners?

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister-president, collega Kennes heeft de problematiek al met grote kennis van zaken geschetst. Dit thema is ook al aanleiding geweest voor een aantal vragen aan minister Gatz, onder andere van mevrouw Van Werde. De concrete aanleiding was toen onder meer een groot opiniestuk, getiteld ‘Red het Nederlands van de managerscultuur’, verschenen in De Standaard van 30 april 2015. Daarin trokken tachtig hoogleraren en docenten Nederlands uit binnen- en buitenland aan de alarmbel. Zij vrezen immers dat de Nederlandse Taalunie haar besparingen onevenredig afwentelt op het onderwijs van het Nederlands in het buitenland. De Taalunie schrapt, als gevolg van de drastische besparingen die ze moest doorvoeren, 20 procent van de daarvoor voorziene middelen, of zowat 500.000 euro, met als onmiddellijk gevolg dat de zomercursussen Nederlands in het gedrang komen – vanaf 2016 worden de zomercursussen in Vlaanderen en Nederland volledig stopgezet – en dat aanvullingen op de lonen van laagbetaalde docenten in het buitenland afgebouwd worden. De heer Caron wees daar al op in het debat met minister Gatz.

In een persbericht liet de Nederlandse Taalunie het volgende weten: “Om de besparingen te realiseren is eerst gekeken naar onze kerntaken. Activiteiten die niet als een kerntaak van de Taalunie konden worden beschouwd, werden buiten de deur geplaatst of afgebouwd.” Nochtans dreigt de beslissing van de Taalunie, als gevolg van de opgelegde besparingen, een hiaat te slaan in een van de kerntaken van de Taalunie én een van de ambities van de Vlaamse Regering, namelijk het versterken van de positie van het Nederlands in Europa en de wereld. Investeringen in onderwijs zijn cruciaal om een taal te beschermen, zeker als men wil dat het Nederlands, en bij uitbreiding onze literatuur en cultuur, op het internationale toneel zichtbaar blijven.

Minister-president, hebt u reeds contact gehad met de Nederlandse Taalunie over de manier waarop zij hun besparingstraject trachten in te vullen? Zo ja, kunt u toelichten welke activiteiten voortaan door de Nederlandse Taalunie als kerntaken worden gedefinieerd? Daarover gaat immers precies de discussie. Wat is uw toekomstvisie op het taalpromotiebeleid van het Nederlands in het buitenland?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Voorzitter, ik wil wat de collega’s zeggen, alleen maar kracht bijzetten. De technische aspecten zijn al deels in de commissie Cultuur aan bod gekomen en zullen ongetwijfeld eind juni ook nog aan bod komen in de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie. De collega’s hebben dat goed geschetst. Ik wil toch onderstrepen dat de diepe besparingen, die – ik weet het – vooral onder Nederlandse impuls bij de Taalunie zijn doorgevoerd, inderdaad diepe wonden slaan. Ik wil vooral dat aspect even beklemtonen waarover het hier gaat, namelijk over het docentschap van professoren Nederlands in het buitenland, vooral in Oost-Europa.

Minister-president, u kunt zich niet voorstellen hoe belangrijk die vakgroepen Nederlands in het buitenland zijn, op economisch vlak, op cultureel vlak. Voor onze auteurs, voor onze theatermakers, voor vertalers van romans en andere literatuur zijn dat buitengewoon belangrijke posten en jobs. Bijvoorbeeld de professoren Nederlands die in Hongarije aan de universiteit werken, hebben een loon dat schommelt rond de 800 euro netto. Volgens de regeling van de Taalunie wordt er wat bijgelegd, opdat men toch een redelijk loon zou bereiken en op die manier de promotie van het Nederlands zou kunnen waarmaken. Als je dat allemaal wegtrekt, dan doe je twee dingen. De kwaliteit van het Nederlandsonderwijs zal er ten eerste op achteruitgaan. Meestal is dat met moedertaalsprekers. Dan gaat het in eerste instantie over het Oostblok. Nietwaar, mijnheer Kennes? Het gaat echter ook over andere landen. Ten tweede is ook de kans reëel dat die professoren vertrekken, dat ze naar hier terugkeren en dat die opleidingen wegvallen. Dat is een reuzegroot risico voor het achteruitgaan van de internationale positie van het Nederlands. Dat een groene hier daarvoor moet pleiten, moge betekenisvol zijn. Ik bedoel dat positief.

Minister-president, ik kan u alleen maar zeggen: werp er met uw kabinet eens een extra blik op. Ga even dieper in op die thematiek. Ik denk dat u de ernst ook zult erkennen. Ik wil de Taalunie niet viseren in deze kwestie, want die is ook onderhevig, zoals ik in het begin zei, aan een besparing, die er vooral onder Nederlandse impuls komt. Op middellange en lange termijn is de schade voor de Nederlandse taal echter zeer ernstig. Dat wil ik onderstrepen.

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

De heer Karim Van Overmeire (N-VA)

Voorzitter, minister-president, wij delen de bekommernissen die door de collega’s werden geformuleerd. Dit is bijzonder belangrijk. Bij de vorige vraag kon je nog discussiëren over de vraag of we elkaars concurrenten zijn of niet. In dit geval is het heel duidelijk dat we bondgenoten zijn bij het verdedigen van een gemeenschappelijke standaardtaal. Mijnheer Caron, u zegt dat zelfs een groene dit stelt. Wel, ik denk dat we in dit soort discussies dezelfde bekommernis hebben, van links tot rechts en wars van alle ideologische, religieuze en andere overtuigingen. Die keuze is in 1841 gemaakt, op het taalcongres in Gent. U zult zich dat herinneren. De Vlamingen hebben toen niet gekozen voor een formalisering van de Vlaamse dialecten, maar voor het Nederlands als standaardtaal, voor eenzelfde taal in Noord en Zuid. We hebben nu het instrument van de Nederlandse Taalunie, en moeten daar natuurlijk zorgvuldig mee omgaan. Het risico bestaat inderdaad dat, wanneer men daadwerkelijk zaken niet meer gaat doen, men zelfs in tijden waarin het economisch wat beter begint te gaan en er opnieuw wat middelen komen, heel moeilijk die draad nog opnieuw kan oppikken. Er is natuurlijk sprake van budgettair moeilijke omstandigheden. Zoals men zelf heeft aangegeven, komt de druk vooral uit Nederland. Minister-president, ook onze fractie heeft toch een grote bekommernis.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, geachte leden, wat de vragen van de heer Kennes en de eerste twee vragen van mevrouw Segers betreft, zou ik toch willen verwijzen naar het antwoord van collega Gatz. Die vragen zijn immers door hem beantwoord. Ze kwamen van mevrouw Van Werbrouck en de heer Kennes. Ook de heer Caron heeft toen het woord genomen. Mevrouw Segers, ik weet niet of u daar ook was. Dat zijn exact dezelfde vragen. Ik ga natuurlijk niet in herhaling vallen. Daar is een toelichting gegeven bij de besparingen, bij de keuzes. De minister heeft daar toen ook gezegd dat hij deel uitmaakt van het Comité van Ministers, samen met onze Nederlandse collegae. Mijnheer Caron, u wees er al op dat er ook een Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie is. Die commissie is natuurlijk de bevoegde commissie. Daar moet men de vragen stellen. Ik begrijp echter dat daar niet zo vaak collega’s van ons parlement naartoe komen.

Ik heb het nog eens opgezocht. Artikel 10 bepaalt uitdrukkelijk het volgende: “De Interparlementaire Commissie is bevoegd te beraadslagen over alle zaken die op de Taalunie betrekking hebben en zich daarover tot het Comité van Ministers te richten. De Interparlementaire Commissie regelt zelf haar werkzaamheden.” Die heeft dus de bevoegdheid om dat ook Vlaams-Nederlands aan te kaarten.

Ik refereer aan het antwoord van collega Gatz, omdat de budgetten in dit geval behoren tot de bevoegdheden van mijn collega’s van Cultuur en Onderwijs. Ik ga dus geen doublure doen. Dat is niet omdat de thematiek me niet interesseert, verre van. Mevrouw Segers, daarmee kom ik tot uw derde vraag. Ik wil benadrukken dat we de Nederlandse Taalunie blijven beschouwen als een heel belangrijk instrument om samen met Nederland beleid te voeren op het vlak van het Nederlands, en ook te investeren in de toekomst van onze taal. Dit is een bevoegdheid van mijn collega’s van Cultuur en Onderwijs, maar ik heb inderdaad in mijn beleidsnota ook nog eens benadrukt dat dit een belangrijk instrument is. Mijnheer Van Overmeire, u verwees naar de keuze die is gemaakt in 1841. Mijnheer Caron, u weet dat het u – en misschien ook mij – zo dierbare West-Vlaams het toen heeft moeten afleggen. Ik weet dat Guido Gezelle een groot voorstander was van het West-Vlaams als dé standaardtaal in Vlaanderen. Hij heeft het echter niet gehaald. Er is gekozen voor één standaardtaal. Mijnheer Hendrickx, u zou ons anders niet hebben begrepen. Ik ben me ervan bewust. Het zou pijnlijk zijn geweest. Toen is die keuze gemaakt en ik wil dat die ook behouden blijft. Die keuze staat soms wel onder druk: in Vlaanderen zien we helaas het fameuze Verkavelingsvlaams oprukken. Ik hoop dat we die ene standaardtaal blijven behouden, wat natuurlijk niet betekent dat er geen eigen inbreng is van Zuid-Nederlandse woorden in onze prachtige woordenschat.

Voor ons is een kwaliteitsvol onderwijs Nederlands binnen en buiten het taalgebied dus een prioriteit, net als de promotie van taal en talige cultuur over de grenzen heen. Dat zijn en blijven belangrijke doelstellingen van de Taalunie. Daarvoor werkt die Taalunie trouwens ook samen met internationale partners, en zijn onze vertegenwoordigers daar ook bij betrokken. Dat wil ik ook zeggen. Ze houden mij ook op de hoogte van evoluties daaromtrent. Onze vertegenwoordiger in Den Haag is zelfs waarnemer bij de Taalunie, en kan op die manier dus ook rechtstreeks rapporteren. Ik vind die betrokkenheid van onze Vlaamse vertegenwoordigers zeer belangrijk.

Ikzelf heb binnenkort een overleg met de Taalunie, in de persoon van Geert Joris. Dat bewijst ook dat ik interesse heb en betrokken wil zijn bij de verdere evolutie. Ik weet – maar zelf heb ik daar geen details over – dat binnen de Taalunie wordt gezocht naar alternatieven voor bepaalde initiatieven tot nu toe, in de vorm van meer samenwerking met privépartners, een aantal efficiëntieoefeningen... Ik denk echter – en collega Gatz heeft dat beklemtoond – dat de kernopdracht gevrijwaard blijft. Ik vind het heel belangrijk dat dit gebeurt. Voorzitter, persoonlijk lijkt me niet slecht dat er ook in de Interparlementaire Commissie eens grensoverschrijdend van gedachten zou worden gewisseld over deze heel belangrijke problematiek. Dat is immers het gremium daarvoor. Wie ben ik echter om het parlement raad te geven?

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, het klopt dat we ook al de gelegenheid hebben gehad om hierover te spreken met de minister bevoegd voor het cultuurbeleid. De situatie lijkt me echter belangrijk genoeg om ook met de minister bevoegd voor het buitenlands beleid te bespreken. Dit is immers onmiskenbaar een element van het Vlaamse buitenlandbeleid. Het is niet louter een zaak van Onderwijs of Cultuur. Het is ook belangrijk dat de minister bevoegd voor dat ruime Vlaamse buitenlandbeleid zich daarover uitspreekt.

Minister-president, ik waardeer dat u uw betrokkenheid bij de Taalunie en de doelstellingen ervan bevestigt. Dat lijkt me op zich een goede zaak. Ik had ook al aangekondigd dat we zullen gebruikmaken van de mogelijkheden om een en ander op de agenda van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie te zetten. Dat volgt nog.

Dit is te belangrijk om het enkel in Onderwijs en Cultuur te behandelen, maar aangezien de Taalunie zelf onze buitenlandse vertegenwoordigers heeft aangeschreven, maken ze duidelijk dat het effectief een zaak is van Buitenlands Beleid. Dat wil ik hier beklemtonen.

Sommige zaken moeten nog worden uitgezocht. De minister-president kan moeilijk meer informatie geven dan minister Gatz op die korte tijd. Ik hoop dat alle Vlaamse ministers die betrokken zijn bij het dossier, van Onderwijs en Cultuur, maar ook van Buitenlands Beleid, mee alternatieven zoeken om problemen op te vangen, want die zijn er wel degelijk.

Toen ik de vraag om uitleg indiende, had ik ze ook aan minister van Cultuur Gatz kunnen stellen. Ik vond de kwestie zwaarwichtig genoeg om ze ook aan u te stellen, als minister-president van de Vlaamse Regering en als minister van Buitenlands Beleid. U bent het gezicht van de regering, u staat ook bekend om uw liefde en bekommernis voor de Nederlandse taal. Dit ligt u zeker na aan het hart.

Minister-president, ik ben blij dat u gaat overleggen met Geert Joris. Dat is belangrijk. In het debat met minister Gatz heeft hij beklemtoond dat de bijdrage van kwaliteitsvol onderwijs binnen en buiten ons taalgebied en het promoten daarvan een belangrijke doelstelling en een kerntaak blijft van de Taalunie. Hij heeft aangegeven dat er voor de geschrapte activiteiten goedkopere en minstens even doeltreffende alternatieven zullen worden gevonden. Ik reken op u om daarop aan te dringen in het overleg met de heer Joris. Als leden van de Interparlementaire Commissie (IPC) zullen we die discussie verder blijven voeren. We zullen die ook daar voeren. Ik reken op u om de vinger aan de pols te houden van de Taalunie.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Ik wil nog even wijzen op de ernst van de zaak. Het gaat deels over de suppleties, en deels over de organisatie van zomercursussen. Over het tweede kun je discussiëren, over het eerste niet. Om de ernst van de situatie te duiden, verwijs ik naar een Nederlandse en Vlaamse website nederl.blogspot.be, waarop de betrokken professoren en docenten Nederlands in het buitenland hun mening ventileren. De titel van de laatste blog is ‘Boycot het Taalunie-feestje’. Dat gaat over de week van het Nederlands, die de Taalunie voor het eerst wil organiseren, wat heel veel geld kost. Dat steekt de ogen uit van de mensen die een kleine vergoeding daarvoor moeten laten schieten.

Dit is een zaak die de harten ernstig beroert. Het gaat hier niet over activisten, indignados of andere Podemos-aanhangers, het gaat over professoren, geachte heren die Nederlands doceren in het buitenland. Zij hanteren dit soort taalgebruik. We mogen de ernst van de situatie echt niet onderschatten.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Caron, het is inderdaad heel belangrijk. Daarover zal onder andere mijn gesprek met Geert Joris gaan. Ik weet dat daarover op dit ogenblik gesprekken bezig zijn, ook met de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. Men zoekt naar alternatieven, naar oplossingen voor die suppleties voor het jaar 2016. Dat is het enige wat ik daarover nu in vrij algemene termen kan zeggen. Ik ben er ook om bekommerd dat er goede oplossingen worden gevonden. Ik zal dat in het gesprek met Geert Joris ook aankaarten.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

van Güler Turan aan minister Geert Bourgeois
2081 (2014-2015)
van Marc Hendrickx aan minister Geert Bourgeois
2105 (2014-2015)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.