U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Voorzitter, minister, vorige week raakte bekend dat de Vlaamse Gemeenschap 50.000 euro zal bijdragen aan de uitbouw van de meertalige bioscoop Le Palace op de Anspachlaan in Brussel. Eveneens vorige week vernamen we dat u samen met uw collega Joëlle Milquet elk 100.000 euro vrijmaakt om in Flagey een nieuw festival gewijd aan de digitale kunsten te organiseren. Het is goed dat een culturele kanker in Brussel, die symbool stond voor tegenwerking, eindelijk de kans krijgt om uit te groeien tot een meertalige kwaliteitsbioscoop in hartje Brussel. Tegelijkertijd maakt u een bedrag vrij dat amper volstaat om een paar films te ondertitelen. Ik verwacht dan ook dat u snel meer ambitie toont voor dit initiatief.

Het nieuwe festival van Flagey is eveneens een goed initiatief, maar tegelijk is het vooral een nieuwe programmatie van een culturele instelling die sowieso al door beide gemeenschappen gesubsidieerd wordt. Dit is dus bezwaarlijk een nieuwe vorm van cocommunautaire culturele samenwerking te noemen.

U juicht deze initiatieven toe als een uitvoering van het cultureel akkoord tussen beide gemeenschappen, dat in de vorige legislatuur ondertekend werd. Maar tegelijk komt er kritiek, met name van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS), het Théâtre National en Kunstenfestivaldesarts. Zij stellen dat er beter budgetten worden vrijgemaakt voor de bestaande samenwerkingen, zoals die tussen de cultuurhuizen KVS en Théâtre National, of zoals voor het Kunstenfestivaldesarts, voor bottom-upsamenwerking dus. Deze goede initiatieven zouden inderdaad geloofwaardiger zijn als er niet tegelijkertijd zou worden gezaagd aan de poten van diegenen die zonder politiek akkoord al jaren die culturele samenwerking op het gepaste ambitieniveau realiseren.

De KVS verloor 168.000 euro, Kunstenfestivaldesarts 77.000 euro. Minister, u zult begrijpen dat ik toch wel een aantal vragen heb.

Kunt u meer vertellen over het ‘nieuw fonds’ waarin volgens de berichtgeving ook de volgende jaren het budget voor het digitaal festival zal worden gestort? Wordt dit een fonds voor cocommunautaire culturele samenwerking? Welk groeipad voorziet u voor dit fonds? Welke bijkomende ondersteuning – in het kader van het cultureel akkoord – krijgen bottom-upinitiatieven als Kunstenfestivaldesarts of KVS/Théatre National voor de uitbreiding van de bestaande culturele samenwerking?

In 2016 komt er een oproep voor samenwerkingsprojecten. Welk budget zal vanuit beide gemeenschappen aan de oproep voor samenwerkingsprojecten besteed worden? Is dit een nieuw budget of gaat het om verschuiving van middelen?

Hebben u en minister Milquet de intentie om de Brusselse collega’s in de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en de Commission Communautaire Française (COCOF) te betrekken bij de culturele samenwerking in Brussel? En plant u ook het gewest te betrekken, dat binnen de bevoegdheden toerisme en imago investeert in gedeelde tweetalige culturele initiatieven?

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Eind 2012 sloten de voormalige Vlaamse minister van Cultuur Joke Schauvliege en haar Franstalige collega Laanan het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en de Franse Gemeenschap af. Het akkoord werd in 2013 omgezet in Vlaamse decreetgeving. Tijdens de vorige legislatuur was er echter geen tijd meer om er ook een inhoudelijke invulling aan te geven. Dat is dus wel een opdracht voor deze legislatuur. In uw beleidsnota, minister, lezen we ook dat u daar nadrukkelijk inhoudelijke invulling aan wilt geven. Ondertussen hebben zowel de Vlaamse Regering als de Franstalige collega’s hun vertegenwoordigers in het platform aangeduid.

Intussen doken in de media twee voorbeelden op van die inhoudelijke invulling van het samenwerkingsakkoord. Het eerste is een festival van digitale kunsten in Flagey in november. In de media zei u daarover: “Het wordt een heel breed festival met diverse disciplines.” Beide gemeenschappen trekken er 100.000 euro voor uit. De volgende jaren zou daarenboven een gelijkaardig bedrag in een nieuw fonds gestort worden, naar analogie van het Beste Buren-project, een gemeenschappelijk Vlaams-Nederlands cultuurfonds.

Op 13 mei vernamen we dan dat de filmtempel Le Palace een tweetalige of meertalige bioscoop wordt, met opnieuw subsidies van beide cultuurgemeenschappen. Beide gemeenschappen dragen elk 50.000 euro bij. Het grootste kapitaal wordt volgens de media bijeengebracht door de privé-initiatiefnemer Le Palace, en ook Beliris, het financieringsvehikel van de federale overheid voor grote projecten in Brussel, zou een stuk mee financieren. De media geven aan dat er vier bioscoopzalen en een restaurant zullen komen. De programmatie, zowel voor scholen als het publiek, zal zich tot de twee taalgemeenschappen richten.

Omdat in dit dossier ook Beliris betrokken partij is en de gemeenschappen de facto het voortouw nemen en zodoende het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gepasseerd wordt, zou er, opnieuw volgens de media, gewerkt worden aan een constructie waarbij de huidige eigenaar, de Franse Gemeenschap, een erfpacht verleent aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, dat zo een vinger in de Palace-pap krijgt.

De onderhandelingen over een dergelijke erfpachtovereenkomst zouden in de laatste rechte lijn zitten. Klopt die berichtgeving in de media? Kunt u daar wat verduidelijking bij geven? Kunt u een concrete toelichting geven bij de inhoud en de doelstelling van de initiatieven in het kader van het Cultureel Samenwerkingsakkoord die recent bekend zijn gemaakt? Op welke allocatie van de begroting worden de middelen voor die twee concrete voorbeelden ingeschreven?

Specifiek wat betreft het project rond de bioscoop: kunt u toelichting geven bij de concrete invulling als tweetalige of meertalige bioscoop, evenals bij de afspraken die gemaakt zijn omtrent de programmatie? Voor het project in Le Palace gaf u in een interview aan dat het in het begin gaat over een veeleer bescheiden bedrag van 50.000 euro. Betekent dat dat er voor de komende jaren gekeken wordt naar een grotere financiële ondersteuning? Zouden die middelen de komende jaren opgetrokken worden? Zo ja, welk bedrag hebt u voor ogen?

Uw federale collega Reynders, die bevoegd is voor Beliris, en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn betrokken partij. In hoeverre is er overleg gepleegd met beide partijen? Tot welke resultaten heeft dat overleg geleid? Hoe zal Beliris het project concreet ondersteunen? Welke engagementen neemt het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest op?

Er zijn nu twee voorbeelden van inhoudelijke invulling via de media toegelicht. Zijn er nog meer projecten op til? Kunt u daar meer toelichting bij geven? Hoeveel middelen worden daar in de eerstvolgende jaren voor ter beschikking gesteld? Hebt u een streefbudget voor ogen om ook in de komende jaren concreet invulling te geven aan dat samenwerkingsakkoord?

De voorzitter

De heer Bajart heeft het woord.

De heer Lionel Bajart (Open Vld)

Minister, de collega’s hebben al een uitgebreid overzicht gegeven. Ik wil even inpikken op wat collega Coudyser zei. Dit is inderdaad een eerste inhoudelijke invulling van het culturele samenwerkingsakkoord. Wat zijn de volgende mogelijkheden of stappen die u overweegt? Op welke manier kunnen de COCOF en de VGC daarbij betrokken worden?

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, ik sluit me aan bij de voorgaande sprekers. Het klopt dat het akkoord een drietal jaar geleden is afgesloten tussen de ministers Schauvliege en Laanan.

Het lijkt me ergens ook logisch dat het voor het eerst echt wordt ingevuld in Brussel. Voor onze partij moet Brussel geen verdeelde stad zijn, maar een stad om te delen tussen de verschillende gemeenschappen en de mensen die er wonen. Ik vind het belangrijk dat initiatieven van onderuit groeien en dat we die ondersteunen. Dat is een van de basispijlers van de christendemocratie. Voor ons is belangrijk dat de ruggengraat van die samenwerking de twee gemeenschappen blijven. Dat kan werken. We zien dat bij Flagey. Het kan dat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest vanuit een of andere, al dan niet obscure, ruim ingevulde bevoegdheid een steentje, of een dikke steen, bijdraagt. Dat wou ik nog meegeven als aandachtspunt.

De heer Bart Caron (Groen)

Bij de verkiezingen een jaar geleden hebben we in ons programma voorgesteld om een fonds op te richten om culturele samenwerkingsprojecten op de vloer mogelijk te maken. U hebt een gelijkaardig idee. Het is heel goed om het op die manier te voeden en prioriteit te geven aan bottom-up initiatieven. Het idee BesteBuren is mooi. Dat heeft een enorme waslijst aan voorstellen opgeleverd. De beoordeling is dan weer een andere zorg natuurlijk. Die moeten we deels uitbesteden en aan specialistenhanden geven. Ik wil mijn steun geven aan de concrete invulling.

De vragen van de dames Idrissi en Coudyser, vooral die tweede, zijn nog veel uitgebreider, dat wil ik benadrukken, dat vind ik belangrijk.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Zoals het parlement uit antwoorden op vorige vragen weet, bestaat er een sterke wil bij de Vlaamse en de Franse Gemeenschap om krachtig en in goed tempo uitvoering te geven aan het cultureel samenwerkingsakkoord. Sinds geruime tijd ben ik in overleg met mijn homoloog, minister Milquet, en we maken vorderingen op de drie afgesproken lijnen.

Er is de uitvoering van het akkoord ten behoeve van de sector. Van meet af aan hebben beide partijen de intentie geformuleerd om het akkoord tastbare uitvoering in de sector te geven. Hier wordt gewerkt aan een top-down initiatief, een groot, jaarlijks cultureel project, dat als speerpunt kan fungeren voor de samenwerking. Zo zullen dit jaar nog, in het najaar, beide gemeenschappen in Flagey, een symbolische plek in Brussel, een energiepunt van de co-communautaire samenwerking, een nieuw initiatief ondersteunen rond het thema van digitale kunst.

Daarnaast willen we bottom-up werken en zoveel mogelijk initiatieven ondersteunen die de samenwerking opzoeken over de taalgrens heen, niet alleen in Brussel maar over het hele land. Ik neem aan dat er dit jaar enkele bestaande samenwerkingen, muzikaal of podiumkunsten, zich afvragen waarom de overheid daarnaast nu nog een spoor moet creëren, top-down, rond digitale kunst. We kunnen een inhoudelijk debat voeren over het belang van digitale kunst. Dat is een heel breed gegeven. Het is goed dat we daar meer aanzet toe geven om dat een groter draagvlak te geven.

Mochten we het bedrag dat ik straks zal noemen, en dat u eigenlijk al kent, wat u misschien enigszins voorbarig een fonds voor co-communautaire samenwerking noemt, maar dat wel de prefiguratie ervan kan zijn, verder verdelen over de bestaande co-communautaire samenwerkingen, Kunstenfestivaldesarts en andere, dan zou de kritiek zijn dat het te weinig is om te verdelen over het aantal partners, dus het is altijd wat. Ik ben ervan overtuigd dat wat we doen vrij snel op elkaar zal inhaken. Met andere woorden: we willen wel degelijk een symbolische start geven in het najaar met de digitale kunst Les Arts Numériques, zoals dat zo mooi heet in het Frans, in Flagey. Het is de bedoeling om daarna, in 2016, in heel het land een sneeuwbaleffect te creëren.

Voor dit laatste initiatief werd, zoals u weet, een samenwerkingsplatform geïnstalleerd dat bestaat, overeenkomstig het akkoord, uit telkens vier leden van beide gemeenschappen, in totaal acht: één vertegenwoordiger van elk administratie, telkens de leidend ambtenaar van de cultuurambtenaar, één vertegenwoordiger van elke minister en twee vertegenwoordigers vanuit beide cultuursectoren.

Het samenwerkingsplatform wordt administratief ondersteund door een ambtenaar van elke administratie en kan ook om advies gevraagd worden met betrekking tot andere onderwerpen in het kader van het samenwerkingsakkoord. De eerste vergadering van het samenwerkingsplatform vond plaats op 4 mei – in het Kaaitheater pour la petite histoire – en een nieuwe vergadering staat al gepland voor 16 juni. Nu is het een kwestie van aan de gang komen en blijven.

Er wordt momenteel binnen het samenwerkingsplatform een projectoproep voorbereid, die we graag lanceren in het najaar van 2015 voor uitwerking in 2016, en waarbij elk initiatief een gelijke ondersteuning krijgt vanuit de Vlaamse en Franse Gemeenschap. Het succesmodel van BesteBuren als programma staat hier als voorbeeld. Zelfs al ging het om relatief bescheiden bedragen van 7000 à 7500 euro, er zijn veel projectaanvragen ingediend in Vlaanderen en Nederland, zo’n 150 à 200. 110 zijn er gehonoreerd. Dat heeft vrij veel appeal gehad en kan als ‘seed money’ worden beschouwd, met allerlei initiatieven.

Ook hier willen we in 2016 onder de noemer digitale kunst werken en zal het uiteraard telkens een partnerschap moeten zijn van een Vlaamse en Franstalige organisatie. Dit is nader te bespreken. Ik kan daar in de komende maanden wellicht helderder toelichting rond geven wanneer het samenwerkingsplatform daarmee klaar is.

De middelen waarin voor deze projecten wordt voorzien, komen uit het budget voor bilaterale samenwerking. We plannen een gemeenschappelijk budget in 2016 van twee maal 100.000 euro. Is dat gigantisch? Neen. Is dat een goed begin? Wellicht wel.

Naast de uitvoering van het akkoord ten behoeve van de sector, willen wij de politieke prioriteiten voor de samenwerking op langere termijn bekijken. De respectieve kabinetten werken aan topics op beleidsniveau. Het kan dan gaan om gezamenlijke standpunten ten aanzien van derde partijen, bijvoorbeeld de federale, Europese of internationale overheden. Denken we aan media-aangelegenheden zoals het auteursrecht, het kunstenaarsstatuut.

Anderzijds kijken we naar een versterkte onderlinge samenwerking rond gedeelde cultuuragenda’s – dit komt wat mij betreft als eerste op de agenda –, de gereglementeerde boekenprijs – we zullen de discussie hier hebben op 4 juni over de stand van zaken –, samenwerkingsmodellen die nu al bestaan in de verschillende instellingen, of het recente voorbeeld, namelijk de ondersteuning van Pathé Palace.

Zoals gezegd, is het de bedoeling dat elke minister vanuit zijn eigen budgetten en op gelijke basis jaarlijks één groter project ondersteunt en in projectmiddelen voorziet voor kleinere samenwerkingsinitiatieven. Ik zei al dat het voor ieder om 100.000 euro gaat. In 2015 starten we met een kleiner budget. Dat wordt op het ene grotere project in Flagey geconcentreerd.

In de praktijk bestaan vandaag al verschillende voorbeelden van samenwerking tussen cultuur- en kunstinstellingen van elke gemeenschap. Bestaande initiatieven steunen we vanuit de reguliere werkingsmiddelen. Vanuit het Samenwerkingsplatform kiezen we er echter resoluut voor om nieuwe initiatieven een kans te geven om zo de dynamiek van het akkoord, de culturele samenwerking, nog meer kracht te geven.

Er is me gevraagd of we de intentie hebben samen te werken met de Brusselse collega’s. Ja, we willen dit doen. Zoals het parlement weet, is het mijn uitdrukkelijke ambitie om ook naast of buiten het cultureel samenwerkingsakkoord strictu sensu de beleidsdialoog op te starten en tot concrete resultaten te brengen inzake het cultuurbeleid in Brussel dat verspreid zit over de verschillende overheden en beheerders. We zetten momenteel de eerste stappen na de bilaterale politieke contacten om dit te agenderen op een interministeriële conferentie voor cultuurbeleid. Het is mijn overtuiging dat we Brussel cultuurstad nog sterker vorm kunnen geven, uitdragen en promoten. Het potentieel is er om, naar het voorbeeld van zoveel andere steden, Brussel voor de eigen inwoners, zakenmensen, toeristen, pendelaars en voor wie over de vloer wil komen, nog meer met cultuur te laten associëren.

Ik ga hierover in gesprek met alle betrokken partijen: de federale overheid, de Franse Gemeenschap, maar uiteraard ook de VGC en de COCOF, en ja, ook het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Het is inderdaad mijn bedoeling om het project Palace mee te ondersteunen. Dit project zal verschillende bioscoopzalen omvatten en een restaurant. Het is uitdrukkelijk de bedoeling van het filmcentrum, waarvan Luc Dardenne een van de drijvende krachten is, om zich te richten tot de scholen en het brede publiek van de twee taalgemeenschappen. Mijn intentie is om voor de werking middelen in de grootorde van 50.000 euro vrij te maken. Deze middelen worden voor 2015 en 2016 vrijgemaakt op de begroting Brusselse Aangelegenheden. Daarna zullen we zoeken naar een meer structurele oplossing.

Voor de aanpassingswerkingen zijn ook gesprekken gestart om Beliris-middelen aan te wenden. De eigenaar – de Franse Gemeenschap – zal mogelijks een erfpachtovereenkomst sluiten met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zodat ook zij duidelijk partij worden in dit dossier. Daarmee kan Le Palace een kleiner voorbeeld worden hoe we in Brussel vanuit alle betrokken partijen met cultuur kunnen omgaan.

Denken we aan de onzalige periode van de wedren tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap van mijn voorgangers Anciaux en Hasquin, om het gebouw te verwerven. Uiteindelijk heeft de Franse Gemeenschap aan het langste eind getrokken, maar nooit een degelijke werking in het gebouw kunnen opzetten. Dat gebeurt nu wel. In feite is onze ondersteuning aanvullend, want de financiering zal voor een groot deel uit eigen inkomsten komen. Het betreft hier een tweetalige vzw waarvan de heer Dardenne de gangmaker is. Ook mensen zoals Fien Troch zijn duidelijk betrokken. Onze ambitie is dus veel ruimer dan enkel maar wat ondersteuning te geven voor het ondertitelen van films. Dat zijn uw woorden, mevrouw Idrissi. We willen een tweetalige vzw ondersteunen met ruime culturele uitstraling die zich ook tot het Nederlandstalige onderwijs en alle Brusselse scholen zal richten om vanuit een arthousecinema een dynamische rol in Brussel te kunnen spelen.

Ik vertrek altijd van kleine dingen, maar kleine dingen kunnen groot worden. Ik ben blij dat ik in een beperkt aantal maanden al concrete resultaten, hoe bescheiden ook, kan voorleggen.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, toen ik zei “goed genoeg voor een paar ondertitelingen”, verwees ik uiteraard naar het budget van 50.000 euro en wat je daarmee kunt doen.

U hebt uitgebreid geantwoord op mijn vragen, maar toch heb ik enkele opmerkingen. U zegt dat u elk jaar een nieuw initiatief zult lanceren en tegelijkertijd een projectoproep zult doen. U zegt uitdrukkelijk dat het om nieuwe initiatieven gaat. De bestaande initiatieven zullen er geen gebruik van kunnen maken. U had evengoed kunnen zeggen dat u de wegbereiders, de pioniers, zou steunen voor hun jarenlange werk. U neemt een andere beleidskeuze die ik betreur.

U verwijst naar de interministeriële conferentie cultuur voor Brussel. In januari had u al heel duidelijk voor ogen wanneer die zou plaatsvinden. Ik heb de indruk dat u er toen veel dynamischer mee omging. Ik hoor u nu geen datum meer noemen. Hebt u er zicht op wanneer dergelijke interministeriële conferentie van start kan gaan? Wat zal de agenda zijn?

U zegt op het einde dat Pathé Palace een voorbeeld is. Ik wil onderstrepen dat de werkmethode wel een juiste is om alle overheden te betrekken.

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik dank u voor het uitgebreide antwoord. Wat betreft het samenwerkingsakkoord zelf, is het inderdaad belangrijk, zoals u zei en de heer Poschet ook opmerkte, dat de beide gemeenschappen in dialoog gaan, dat ze aan een aantal zaken die ze samen kunnen doen, samen een inhoudelijke invulling geven. Ook belangrijk daarbij is dat dit zich niet beperkt tot Brussel, maar wordt uitgerold in beide gemeenschappen.

Er zijn nu concrete stappen gezet voor de eerste projecten in Brussel. Flagey is natuurlijk symbolisch belangrijk. Het digitale aspect kan worden aangewend in het maatschappelijke debat. Ook belangrijk is om de diverse projecten die vanuit de basis ontstaan, als een hefboom te gebruiken. U verwijst naar de samenwerking BesteBuren, waarmee wordt aangetoond dat dit een goede manier van werken is.

Minister, u ziet ook een aantal lijnen voor wat verder in het samenwerkingsakkoord kan worden opgenomen. Ik denk aan de projecten die op het terrein bestaan en die als hefboom kunnen dienen. Ik denk ook aan de topics die naar het federale niveau moeten worden meegenomen om vanuit de beide gemeenschappen te bekijken hoe we daar kunnen wegen op de auteurskunsten en het kunstenaarsstatuut. Ook is er de agenda die wordt gedeeld. En ik vernam dat u in verband met de boekenprijs met uw Franstalige collega bekijkt of men er wenst mee te stappen in een dergelijk verhaal en hoe zij het zien, want enige afstemming op elkaar zal nodig zijn.

Specifiek wat Brussel betreft, wil ik nogmaals benadrukken dat de structurele gesprekpartners in dit kader hier de beide gemeenschappen zijn, maar dat er in Brussel veel instanties bevoegd zijn. Dat ze betrokken worden, is uiteraard goed, maar we moeten er toch over waken dat de gemeenschappen de trekkers blijven.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik wil nog even iets verduidelijken over de nieuwe en bestaande initiatieven. Het is niet zo, misschien heb ik die indruk gewekt in het antwoord, dat bestaande samenwerkingsinitiatieven niet zouden kunnen intekenen op de projectoproep. Ik kan me wel voorstellen dat wanneer bijvoorbeeld de KVS en het Théâtre National iets zouden willen doen – maar ze hoeven dat helemaal niet te doen – rond digitale kunst, ze oordelen dat ze er niet aan willen beginnen voor een extra 7500 of 10.000 euro. Ik wil maar zeggen dat ze er niet van uitgesloten zijn. Het is te zien of en in welke mate ze erop willen inspelen. Het is dus geen zwart-witverhaal.

Wat de dynamiek betreft, moet er met heel veel mensen worden gepraat, moet er met heel veel gevoeligheden rekening worden gehouden en moet er met heel veel perspectieven en agenda’s rekening worden gehouden. Als dit wat meer tijd vergt dan verhoopt of gedacht, dan vind ik dat geen enkel probleem, als we maar geraken waar we moeten geraken. Met andere woorden, ook nu weer, indien de Interministeriële Conferentie voor Cultuur in de brede zin die zich buigt over het kunstenaarsstatuut, hier in Brussel niet kan plaatsvinden voor het zomerreces, dan zou dat enkel een agendaprobleem zijn, niet meer en niet minder dan dat. (Opmerkingen van mevrouw Yamila Idrissi)

We zijn overeengekomen om het te doen. Een aantal sleutelspelers zien elkaar informeel, maar we zijn op zoek naar een ritme om elkaar meer te kunnen zien. Als we elke keer een apocalyptische agendapuzzel moeten samenleggen, dan halen we het niet. Het voornaamste punt is nu dus het opleggen van een agendaritme. Zoals u weet, vinden de interministeriële conferenties drie tot vier keer per jaar samen. Dat is minder dan op regeringsniveau, maar we hebben, zoals een van mijn gesprekspartners zei, dan minstens een plek waar we over dingen kunnen beslissen en dingen kunnen overeenkomen of waar soms dingen worden geblokkeerd. Daar komen we minstens bijeen rond bepaalde dossiers. Dat is de enige reden waarom het wat tijd vergt, maar meer moet u daar niet achter zoeken.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Hebt u het over de federale interministeriële conferentie of de Brusselse?

Minister Sven Gatz

Ik bedoel wel degelijk een van de interministeriële conferenties zoals ze ook in het samenwerkingsakkoord zijn vastgelegd en die dus eigenlijk federaal zijn: federaal en de gemeenschappen en gewesten. Natuurlijk kunnen dat afhankelijk van de agenda’s heel uitgebreide bezettingen zijn of beperkte. Het is wel degelijk in dat gremium dat we het zullen moeten doen. Het is het meest geschikte platform ervoor en het is vrij soepel van samenstelling.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.