U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Voorzitter, minister, in het meinummer van Brussels Studies las ik een artikel van Benoît Quittelier, een jonge onderzoeker die een doctoraatsthesis schrijft over de hiphopcultuur in Brussel. Hij maakte een inventaris van de plaatsen in Brussel waar breakdance, de populairste hiphopdans, beoefend kan worden. Quittelier verzamelde zo’n 40 plaatsen waar weleens battles en trainingen plaatsvinden. Slechts negen hiervan kunnen het hele jaar door regelmatig worden gebruikt. De breakdancescene bevindt zich vooral in het centrum en in zuidelijke gemeenten als Elsene en Sint-Gillis. Deze centrale spreiding weerspiegelt de inburgering van breakdance bij het bredere publiek.

Opvallend is dat breakdance moeilijk toegang lijkt te krijgen tot het traditionele cultuurcircuit. Er zijn culturele centra zoals Jacques Franck, het Kaaitheater, de Pianofabriek, de KVS en De Maalbeek, die hun deuren openstellen voor battles en trainingen. Hiervoor hebben zij echter maar beperkte middelen, waardoor breakdancers veelal aangewezen zijn op openbare locaties, zoals de Brusselse stations. Daar worden zij vaak weggejaagd, hetzij door politie-interventies onder het mom van veiligheidsredenen, hetzij doordat locaties minder geschikt worden gemaakt voor breakdance, bijvoorbeeld door stopcontacten af te sluiten.

De Franse Gemeenschap investeert 535.000 euro in alle vormen van hiphop, stelt Quittelier vast op www.brusselnieuws.be. Dat is erg weinig vergeleken met andere dansvormen. Het getto-imago van hiphop lijkt een structurele ondersteuning in de weg te staan. Gezien het diverse publiek dat hiphop aantrekt in het multiculturele Brussel, is dit doodzonde. Ik pleitte in een motie eind vorig jaar reeds voor een geïntegreerd superdiversiteitsbeleid en een urbanculturebeleid, zodat artiesten en toeschouwers met een gekleurde achtergrond aan hun trekken kunnen komen.

Minister, wat is uw visie op de hiphopcultuur in Brussel? Vindt u dat hiphop, breakdance en urban art ondergefinancierd zijn in Brussel en Vlaanderen? Vindt u dat klassieke cultuurhuizen gestimuleerd moeten worden om meer aandacht aan deze cultuurvorm te besteden? Zo ja, op welke manier? Kunt u een beter zicht geven op het superdiversiteitsbeleid dat u voor ogen hebt?

De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Ik zal het niet in rapvorm doen. Ik zal u dat besparen. Ik heb ooit wel eens breakdance geprobeerd, maar de dag nadien is me dat niet al te goed bekomen. Er was veel ‘gebroken’, maar dit geheel terzijde.

Mevrouw Idrissi haalt een interessante studie aan. Ik heb de doctoraatsthesis niet doorworsteld, maar ik heb het artikel gelezen. Daarin staat dat in de Franstalige cultuurwereld de hiphopcultuur nog steeds niet als een volwaardige kunstvorm wordt erkend, het wordt geassocieerd met de zelfkant van de maatschappij, en verder zie ik staan: “de Nederlandstalige cultuurhuizen stellen zich vaker open voor hiphop en beseffen dat ze daarmee ook een brug kunnen slaan met de buurt”. Dat laatste zou een citaat zijn van de heer Quittelier.

In elk geval zijn er in Vlaanderen een aantal initiatieven van cultuurcentra. Ik heb het even opgezocht. Zo is er BEAT UP van het Cultuurcentrum Mechelen, dat een forum biedt aan hiphopartiesten. Het begint altijd op straat en belandt uiteindelijk in een andere vorm in de cultuurhuizen en op podia, al dan niet met een andere invulling. Het is een beetje moeilijk. Ik begrijp de bekommernis, maar aan de andere kant is er de vraag of wij moeten bepalen wat cultuurhuizen en cultuurcentra moeten programmeren.

Er is ook sprake van specifieke infrastructuur. Het lijkt me de taak van de stad Brussel om die te promoten. Uit wat ik lees, leid ik af dat de Vlaamse cultuurhuizen er al degelijk interesse voor tonen. Dat neemt niet weg dat we via een aantal incentives kunnen nagaan hoe we dit nog meer kunnen promoten.

Waar ik wel iets in zie, is in de grote cultuurhuizen. In uw nota staat ook dat ze een soort hub moeten zijn. Ze kunnen om uit te zoeken wat leeft, zich op het terrein, op de straat begeven en het daarna implementeren en onder hun vleugels nemen. Misschien is daar een oplossing voor te vinden.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, ik vind dit een interessante vraag. Het cultuurbeleid moet alle subculturen zo veel mogelijk laten bloeien en moet dus ook onderzoeken of er ondersteuning voor hiphop mogelijk is. Dat moet niet per se met geld te zijn, het kan inderdaad ook door het toegankelijker maken van podia.

Ik herinner me dat er in december de heel interessante en gesmaakte voorstelling ‘Breakdance meets Bach’ was, hier in het Koninklijk Circus. Het is een voorbeeld van de richting die we uit kunnen gaan. Natuurlijk kan het ook over pure hiphop en breakdance gaan.

Ik sluit me graag aan bij de vragen van mevrouw Idrissi.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voorzitter, mevrouw Idrissi, uw vraag en het recente artikel van Benoît Quittelier ‘Hiphop in Brussel: eindelijk uit het getto?’ in Brussel Studies, nummer 86 van 18 mei 2015, zijn erg interessant.

De hiphopcultuur is erg populair, maar slaagt ze erin, of krijgt ze genoeg kansen, om naast andere gevestigde kunstuitingen haar plek binnen cultuur en kunsten te verwerven? Hiphop is een brede term. De hiphopcultuur is een culturele en artistieke beweging die in het begin van de jaren 70 in New York is ontstaan en waarmee we praktijken zoals graffiti, rap, dj-optredens en natuurlijk ook breakdance associëren.

Als muziekvorm is hiphop reeds langer ‘het getto’ ontgroeid en doorgedrongen tot de mainstreammuziek. Het heeft een duidelijke plek verworven naast pop, rock, reggae, en elektronische muziek. Dat is ook duidelijk in Brussel als muziekstad.

De studie van geograaf aan de ULB, en blijkbaar zelf hiphopdanser, Benoît Quittelier, zoomt in op de plek in de stad voor de hiphopdans, met name de breakdance. Na de muziekvorm, stelt de auteur, is het ook duidelijk dat in Brussel de beoefenaars van breakdance aan maturiteit hebben gewonnen en dat hun sociale positie verbeterd is, waardoor breakdance, zowel letterlijk als figuurlijk, uit de marge is geraakt en zich thans ontwikkelt buiten de meest achtergestelde gebieden van de stad, in wijken met een grotere etnische en sociaal-economische mix.

Het is echter te vroeg dag om de studie in al zijn finesses en theses te ontleden. Zoals u weet, is het artikel heel recent. Daarom wil ik alvast zeggen dat mijn administratie Brussel de uitstekende gewoonte heeft om bij het verschijnen van een dergelijke studie de auteur uit te nodigen en het gesprek aan te gaan over de conclusies of aanbevelingen. Bij deze studie is dat niet anders, Benoît Quittelier werd al uitgenodigd voor een onderhoud. Ook mijn administratie Cultuur zal aansluiten bij dit gesprek.

In een eerste reactie is het positief om vast te stellen dat de studie meegeeft dat breakdance in Brussel alvast ook een podium heeft in de Pianofabriek in Sint Gillis en De Maalbeek in Etterbeek. De auteur geeft echter aan dat dit erg beperkt is en dat door gebrek aan ondersteuning en middelen en door een gebrek aan erkenning, het voor breakdancers zo goed als onmogelijk is om evenementen te organiseren in de gevestigde culturele centra van Brussel. Breakdance zou onvoldoende gezien worden als volwaardige kunstuiting maar eerder als een instrument om toegang te krijgen tot moeilijk bereikbare doelgroepen.

De studie lijkt op zich geen volledigheid na te streven. We willen daarom ook graag alvast een aantal aanvullingen geven op wat er zich in Brussel zoal afspeelt rond breakdance. Ik dank ook de heer Meremans om het debat wat open te trekken naar de Vlaamse podia.

Sinds enkele jaren focust Zinnema, Open Talentenhuis in Brussel, zich steeds meer op ‘urban arts’, en dan in het bijzonder op dans, waar hiphop een belangrijk onderdeel van is. De belangrijkste trigger was het opzetten van een stadslabo in 2013, Puzzel B, in het kader van Skill City voor jongeren van 14 tot 24 jaar, rond hiphop, krumping, dancehall, breakdance en house. In enkele weekends werkten een tiental jongeren van zeer diverse afkomst aan de hiphopvoorstelling Puzzel B, onder de deskundige en gepassioneerde leiding van Cindy Claes, een Vlaamse choreografe die ondertussen 10 jaar in Londen woont en werkt. En met succes: de dansers werd gevraagd om performances te geven op allerhande activiteiten, waaronder de 11 juliviering 2013, georganiseerd door Muntpunt. Enkele deelnemers zetten verdere stappen in hun danscarrière. Zo werd een danseres geselecteerd voor de liveshows van So You Think You Can Dance en begon een andere danser aan een bloeiende hiphopcarrière in Londen.

Zinnema gaat hierop door en zette begin 2014 het project 1000 Pieces Puzzel op. Een talentvolle, bonte bende dansers en choreografen, vooral rond hiphop maar ook hedendaags dans, werken samen aan een voorstelling. De jongeren worden gecoacht in choreografie maar ook in management, marketing, sociale media, lichttechniek, scenografie en het verwerven van fondsen. Zo geven we hen de noodzakelijke hefbomen en empowerment om hun weg vol zelfvertrouwen voort te zetten. Na een intensief creatieproces tonen deze creatievelingen hun ‘work in progress’ aan het grote publiek. Ze pitchen hun idee voor een deskundige jury, die aan het beste project een werkbudget en volledige ondersteuning toekent. We kregen twaalf heel uiteenlopende en kwaliteitsvolle dossiers te zien. Er waren drie winnaars, en voor de anderen zorgde Zinnema zelfs voor een natraject.

Voor 2016 diende Zinnema, samen met Engelse partners East London Dance en RichMix, een Erasmus+-dossier in bij de Europese Commissie, om een echte uitwisseling tussen Brussel en Londen mogelijk te maken. Vijftien Brusselse jongeren krijgen de kans om vijf dagen lang te worden ondergedompeld in de hiphopscene van Londen, en op hun beurt komen vijftien Londense jongeren de week erna naar Brussel om de geneugten van onze urban scene te beleven.

Het is dus duidelijk dat Zinnema urban dance au sérieux neemt en dansers en choreografen met de nodige zorg, deskundigheid en goesting wil ondersteunen en begeleiden. Wat opvalt, is dat deze diverse doelgroep ook zeer goed de weg vindt naar Zinnema. Het is dus toch wel een geslaagde wisselwerking, die bottom-up is ontstaan, in functie van de noden en behoeften van de scene. In de komende jaren werkt Zinnema extra initiatieven uit die relevant zijn voor de toekomst van hiphop in Brussel en Vlaanderen.

Ik verwijs ook nog naar enkele andere bestaande initiatieven, naast de voornoemde in De Pianofabriek en De Maalbeek. Ook dit jaar zal bij ‘Brussel danst’, het 11 julifeest van de Vlaamse Gemeenschap, urban dance aanwezig zijn, op het Muntplein. Zoals vorig jaar zal dat plein volledig de urban culture ademen, met onder meer dance battles. Misschien is het een suggestie om onze woordensteekspellen op die manier eens voort te zetten op 11 juli.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

We hebben nu toch ervaring. (Gelach)

Minister Sven Gatz

Mogelijk kan men dit ook weer inpassen in de ‘evenementiële’ aandacht, maar onzes inziens verbreedt dit ook de culturele acceptatie van deze dansvorm, door de kwaliteit van de programmatie.

Ook binnen jeugdwerk zijn er initiatieven die tonen dat urban culture sinds enkele jaren bezig is aan een opmars in Vlaanderen. Ze werden en worden in eerste instantie voornamelijk gesubsidieerd in het kader van het experimenteel jeugdwerk, de weg bij uitstek om vernieuwende projecten een kans tot subsidiëring te geven. Momenteel worden er twee projecten gesubsidieerd – van de vijf goedgekeurde – die met urban culture, wat weliswaar inderdaad breder is dan enkel hiphop of dans, te maken hebben.

Daarnaast wordt de vzw Caleidoscopia gesubsidieerd, met het project ‘a School Called Tribe’ voor jongeren van 14 tot 25 jaar met verschillende achtergronden. Het project streeft naar het bouwen van een brug tussen het streetwise muziekgenre hiphop en het meer geïnstitutionaliseerde muziekgenre jazz.

Verder is er nog het project van de vzw Urban Woorden, dat zich richt tot maatschappelijk kwetsbare jongeren, onder andere jongeren met een migratieachtergrond die in armoede opgroeien of jongeren met een moeilijke thuissituatie. Men wil onder andere een kenniscentrum met betrekking tot hiphop en urban culture opzetten en een programma uitwerken voor het onderricht van jongeren over de culturele waarden van hiphop en urban culture. In het verleden werd ook Let’s Go Urban vzw gesubsidieerd binnen het experimenteel jeugdwerk. Zoals u weet, is de winnaar van So You Think You Can Dance daaruit voortgekomen.

Het is de bedoeling dat experimentele projecten ook kunnen doorgroeien naar volwaardig gesubsidieerde verenigingen binnen het decreet houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid. Op termijn, vermoed ik, zal dat wel degelijk gebeuren.

Ook rolmodellen zijn uiteraard zeer belangrijk. De Antwerpse dansschool Let’s Go Urban van Sihame El Kaouakibi won de eerste Vlaamse Cultuurprijs voor Amateurkunsten. Ish Ait Hamou uit Brussel – of moet ik ‘uit Vilvoorde’ zeggen, we gaan geen communautaire perikelen creëren –, die we ook allemaal kennen, is een tot over onze landsgrenzen heen gewaardeerd choreograaf, die onder meer jurylid is in So You Think You Can Dance, dat in Vlaanderen en Nederland wordt uitgezonden. Hij is op veel culturele vlakken actief. Hij is ook een succesvol schrijver.

Er gebeurt dus toch al vrij veel. Mijnheer Meremans, u hebt daar nog dingen aan toegevoegd die ik niet in mijn overzicht heb gegeven. Dat lijkt me dus zeer goed. Ik ben onlangs ook naar een voorstelling van de Lembeekse dansorganisatie Ballerino gaan kijken, waarvan iemand vorig jaar So You Think You Can Dance heeft gewonnen. Je ziet daar heel veel mengvormen. Hiphop is helemaal opgenomen in de programmatie van die dansgroep.

Ik beschik op dit ogenblik niet over aparte cijfers met betrekking tot de financiering van hiphop en breakdance. We zullen in eerste instantie verder moeten nagaan welke van deze initiatieven op dit ogenblik binnen welk kader het best kunnen worden ondersteund: binnen de amateurkunsten, binnen Jeugd of binnen de professionele kunsten? Dat is een discussie die nog moet en kan worden gevoerd.

U vroeg of ik stimulansen ten aanzien van de cultuurhuizen wil inzetten. Er is zeker nog een weg af te leggen. Dat weten we. De vraag die de onderzoeker opwerpt, is of breakdance geen grote problemen ondervindt om een plaats te veroveren binnen het traditionele cultuurcircuit. Zijn antwoord is alvast dat er inderdaad grote drempels zijn, in de eerste plaats met betrekking tot het gebruik van de openbare of semiopenbare ruimte, maar ook op het vlak van de acceptatie van hiphop als dansvorm binnen gevestigde cultuurhuizen, ook al zijn bijvoorbeeld Kaaitheater, de KVS en BOZAR al meermaals gastheer geweest voor de grotere, internationale dansevenementen, de zogenaamde dance battles.

Op de vraag of klassieke muziekhuizen verder moeten worden gestimuleerd om meer aandacht te hebben voor hiphop, is het antwoord dat dit naar mijn mening misschien niet altijd meer nodig is. Ik bedoel dat hiphopmuziek binnen de programmatie van grote cultuurhuizen zoals de Ancienne Belgique (AB) en kleinere clubs in Brussel en Vlaanderen volledig is ‘ingeburgerd’. De AB programmeerde zo het afgelopen jaar een vijftiental hiphopconcerten, van grotere tot ook kleinere namen en beginnende bands, met onder andere in 2014 een specifiek festival over veertig jaar hiphop. De Brusselse scene vindt vooral ook een podium in De Vaartkapoen, dat sterk investeert in een programmeerlijn voor nieuwe hiphopbands. Daarnaast vind je ook hiphop bij de Botanique, Beursschouwburg en kleinere initiatieven als Bruxelles les Bains, Bonnefooi, La Bodega enzovoort. Qua speelplekken lijkt het dus voor hiphopmuziek alvast goed te zitten in Brussel. Denk ook aan de festivals die we ook mee ondersteunen, zoals Couleur Café.

Anderzijds is urban art, waarvan hiphop een onderdeel is, ook een subcultuur die zich niet makkelijk laat inbedden in bestaande structuren. Het is een soort underground levensstijl met eigen gebruiken, eigen regels, een eigen ‘taal’. Het is van oorsprong een grootstedelijk fenomeen, dat intussen steeds verder uitdijt naar andere steden en gebieden in Vlaanderen.

Urban art in Brussel weerspiegelt tevens de lokale realiteit van de hoofdstad. Een belangrijke meerderheid binnen deze subcultuur beweegt zich momenteel dan ook tegen een Franstalige achtergrond. Toch wil ik er ook op wijzen dat er vanuit Vlaams perspectief wel degelijk aandacht wordt geschonken aan de noden van deze kunststijl die worden geconstateerd in studies uit onder andere de ons omringende landen. Het bestuderen en begrijpen van deze jongerentaal is een belangrijke opdracht voor een overheid. Er zijn een aantal organisaties die de ontwikkelingen op de voet volgen en daarop inhaken, zoals Danspunt, de landelijke amateurkunstenorganisatie voor dans, en Zinnema.

Zoals eerder gezegd, willen we, in dialoog met de auteur van dit interessant artikel, nadenken en/of onderzoeken of er genoeg plaatsen zijn om breakdancers, maar bijvoorbeeld ook graffitikunstenaars, hun kunst te laten beleven, of er voldoende infrastructuur aanwezig is en of er nood is aan meer specifieke ondersteuning. Het is ook goed om de auteur te betrekken in het gesprek met Brusselse actoren die werken inzake urban culture, een gesprek dat er trouwens zal komen op vraag van het Brussels Creative Forum.

Na dit uitgebreide antwoord met betrekking tot de hiphopaspecten op zich zult u het me niet kwalijk nemen dat ik summier blijf als het gaat over de superdiversiteitsvraag, niet omdat ik die niet belangrijk vind, maar omdat dat eigenlijk een debat op zich is.

Ik zou daar later graag met u willen op ingaan, eventueel al volgende week. Anders wordt het even breed. Voorlopig verwijs ik naar mijn visienota Kunsten, en ook naar andere beleidsdomeinen. Participatie in al haar vormen is duidelijk een van mijn speerpunten. Zo getuigen hopelijk mijn Burgerkabinet en het thema van het eerste cultuurforum. Ik zet even mijn joker in voor het laatste deel. Ik wil er graag op ingaan, want het is een belangrijke vraag, maar het zou ons nu zeer ver leiden.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, in uw antwoord somt u alle initiatieven op die er vandaag gaande zijn. Ik vroeg naar uw visie, maar daar blijf ik op mijn honger zitten. U had het over participatie. Vaak praten we over meer en een zo breed mogelijke participatie aan de klassieke cultuurhuizen. Dit is een vorm die kan worden ingezet in de klassieke cultuurhuizen. Ik denk dat daar een misverstand is. U had het vooral over de AB, maar ik denk ook aan andere huizen. Daar zou u een visie over kunnen ontwikkelen. Ik heb die niet gehoord, maar ik ben ervan overtuigd dat u dat zult meenemen. Zeker in de grootsteden Antwerpen, Gent en Brussel kunt u met de urban art veel meer doen dan het alleen maar ondersteunen. U kunt er ook een visie over ontwikkelen.

De onderzoeker zegt dat het een undergroundfenomeen is waardoor het sowieso met argwaan wordt bekeken. Je kunt het vergelijken met jazzmuziek in de jaren 20 in New York. Die scene was toen ook zeer underground en men keek er heel wantrouwig naar vanuit de gevestigde waarden. Vandaag is dat ingeburgerd. Hiphop en urban art gaan in diezelfde richting. Ik voel dat u op dezelfde golflengte zit, maar ik blijf op mijn honger over uw visie.

Met de klassieke cultuurhuizen bedoel ik niet de AB, maar de opera, de theaterhuizen, het ruimere cultuurveld dus. Die kunnen daarin worden gestimuleerd. Ik hoop daarop een van de volgende keren wel een antwoord te krijgen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.