U bent hier

De voorzitter

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, ik wou dat we hier vandaag niet opnieuw vragen hadden moeten stellen over dit onderwerp. Maar helaas. Hier zijn al zoveel vragen gesteld en er komt maar geen einde aan dit verhaal.

Het Vlaams-Marokkaans Culturenhuis is een dossier dat nu al ongeveer negen jaar aansleept. U weet hoe alles gestart is. Ik zal het niet allemaal herhalen, maar ik wijs toch even naar de kern van het probleem: de huurovereenkomst voor het gebouw La Gaité die werd afgesloten en waarbij er op jaarbasis 236.000 euro moet worden betaald aan de eigenaar. Deze huurovereenkomst werd afgesloten door de toenmalige minister van Cultuur. Zoals u eveneens weet, gebeurde dat op onwettige wijze, aangezien de minister geen toestemming had gekregen van de Vlaamse Regering.

Het laatste debat hierover voerden we begin maart. We zijn nu weer enige tijd verder, maar hebben sindsdien nog geen nieuws mogen vernemen, terwijl dat maandelijks toch aanzienlijk wat kost aan de Vlaamse overheid. Tijdens de commissievergadering antwoordde u dat u toen nog geen conclusies kon trekken na uw overleg met uw Marokkaanse collega. Daarnaast was er ook het rapport van crisismanager Hugo De Greef, dat u in september 2014 ontvangen hebt en dat u ten gronde wilde bestuderen vooraleer hieraan consequenties te koppelen. Nu zijn we opnieuw meer dan twee maanden verder en zou ik van u graag een stand van zaken krijgen over dit dossier, maar ook over de plannen met Daarkom in de toekomst.

Welke overlegmomenten hebt u gehad met de Marokkaanse instanties en welke staan er nog gepland? Hoe zijn die contacten verlopen tussen de Vlaamse en de Marokkaanse overheid? Welke concrete beslissingen zijn hieruit voortgekomen?

Wat zijn de aanbevelingen die uit het rapport van de crisismanager naar voren komen en welke aanbevelingen zult u al dan niet uitvoeren?

Kunt u op basis van uw contacten met de Marokkaanse instanties en het rapport van de crisismanager toelichting geven over uw toekomstplannen met het Vlaams-Marokkaanse Culturenhuis Daarkom, waarover u in het verleden hebt gezegd dat er misschien moet worden gedacht aan een nomadisch bestaan, waarbij we niet meer zouden gebonden zijn aan die plek, aan het gebouw La Gaité?

Wat is de stand van zaken in verband met het gebouw La Gaité? Is er al overleg geweest met de eigenaar van het gebouw, als ik het goed heb een immokantoor-bouwpromotor? Wat zijn de mogelijkheden met betrekking tot de huurovereenkomst? Kan die huurovereenkomst worden ontbonden? We weten waar La Gaité ligt: in een zeer dure buurt, aan een zijstraat van de Nieuwstraat vlakbij Muntpunt en De Munt. Is het mogelijk om een andere bestemming te geven aan dat gebouw? Wordt er gedacht aan een onderverhuring van het gebouw, zodat het een andere bestemming zou kunnen krijgen?

De voorzitter

De heer Bajart heeft het woord.

De heer Lionel Bajart (Open Vld)

Ik heb geen bijkomende vragen. Ik vind het allemaal goede vragen. Minister, ik kijk uit naar uw antwoorden. Afhankelijk van uw antwoorden zal ik misschien nadien nog tussenkomen.

De voorzitter

Dat is goed gedaan, een techniek om spanning op te bouwen.

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Het siert de heer Vanlouwe: zijn ambitie om in dit dossier om de twee maanden een vraag te stellen en om vooruitgang in het dossier te krijgen. Ik had gehoopt dat dit ook in andere dossiers zo zou zijn, maar blijkbaar beperkt dit zich tot het dossier van Daarkom.

Mijnheer Vanlouwe, u komt niet dikwijls naar de commissie Cultuur, maar als u komt, pept u zichzelf op om zo negatief mogelijk te zijn over het dossier Daarkom en om zelf alternatieven aan te reiken waarmee u aangeeft dat de boel moet geschrapt worden zodat we er vanaf zijn.

Minister, u hebt, toen ik u eind maart daarover heb geïnterpelleerd, aangegeven dat u op dat ogenblik nog maar weinig nieuws had, maar dat u er naarstig aan werkte en dat u hoopte om na de zomer of zelfs al voor de zomer een aantal resultaten naar voren te kunnen brengen. Ik hoop dus, minister, dat u dit vandaag zult kunnen doen. Ik kijk dus uit naar uw antwoord.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Minister, bij de verschillende besprekingen van dit dossier hebt u aangegeven dat u de piste zou onderzoeken om samen te werken met de partners van de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, die beide in de buurt van het Muntplein liggen. We hebben daarbij meteen de bedenking gemaakt dat die partners dan wel eerst zelf stevig in de schoenen moeten staan. We hebben vorige week nog een serieuze gedachtewisseling gehad over Muntpunt. Ik denk dat Muntpunt stilaan stevig geworteld is. Dat is een positief punt. U ging begin dit jaar ook beslissingen ter tafel leggen, of pistes. Ik sluit mij aan bij de vragen van de vorige sprekers. Hebt u daar al meer duidelijkheid over?

Ik heb nog een kleine bijvraag. We weten dat er een schrijnend gebrek is aan fuifruimte in het centrum van Brussel. Is er ooit al met de eigenaar overlegd om binnen de receptieve werkingen van Daarkom ook in meer ruimte voor fuiven te voorzien?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Collega’s, op 18 november 2014 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen minister Anis Birou, bevoegd voor Marokkanen die in het buitenland verblijven en Migratiezaken, en mezelf. Er werd toen afgesproken om ook een afspraak te beleggen met de Marokkaanse ambassadeur en de Vlaamse minister-president, om een grondig gesprek te voeren over de Vlaams-Marokkaanse samenwerking in het algemeen.

Dat gesprek tussen de minister-president en de Marokkaanse ambassadeur heeft plaatsgevonden op 28 januari. Het Vlaams-Marokkaanse Culturenhuis Daarkom was een van de onderwerpen van gesprek. Er is duidelijk aangegeven dat de beoogde resultaten, die ooit geformuleerd zijn in het samenwerkingsakkoord, niet geboekt of bereikt worden. We kennen allemaal de oorsprong van het probleem. Het is hier zonet nog eens uitdrukkelijk aan bod gekomen, ik ga er niet op terugkomen.

Om een en ander te formaliseren, hebben de minister-president en ikzelf eind maart 2015 een brief overgemaakt aan onze Marokkaanse collega, de heer Birou. Gisteren heb ik daarover telefonisch contact gehad met de heer Birou, om de verdere procedure te bespreken.

Het rapport van de heer De Greef, dat een aantal scenario’s vermeldt, is nog altijd pertinent. Er zijn intussen zelfs een aantal suggesties overgenomen om de werking te verbeteren. De werking is ook dynamischer. Men krijgt heel wat meer mensen over de vloer, wat een positieve evolutie is.

Gisteren is overeengekomen dat ik in de komende maand, samen met de diensten van minister Birou en met de minister-president, zal bekijken welke verschillende scenario’s we nu hebben. Er zijn zaken die nog altijd voorliggen, in de brede zin van het woord, of het nu het nomadische gegeven is, of toch gebouwgebonden, dan wel een verdere samenwerking met andere partners, zoals de heer Poschet suggereerde. Dat ligt allemaal nog op tafel.

We hebben wel al een interne selectie gemaakt, met een voorlopige standpuntbepaling binnen de Vlaamse Regering, maar ik ga daar nu niet in detail op in, omdat ik eerst met de Marokkaanse overheid wil aftoetsen in hoeverre wij daarover een gemeenschappelijk draagvlak kunnen vinden. Ik ben daar gematigd optimistisch over, zoals ik over alles gematigd optimistisch ben. Ik vermoed dat we tegen de zomer wel bijkomende stappen zullen kunnen zetten.

Ik kan uw ongeduld over de voortgang van het dossier wel begrijpen, maar u moet ook begrijpen dat we hier in een interstatelijke context zitten, wat qua flexibiliteit wel zijn beperkingen heeft. Indien een en ander goed loopt, wil ik na de zomer ter plaatse – in Marokko, dus – met de Marokkaanse gesprekspartners de contacten verder zetten. Uit het gesprek met de heer Birou gisteren haal ik alleen maar positieve elementen. We zullen nu bekijken hoe we verder kunnen gaan.

U had tot slot nog een vraag over het gebouw ‘La Gaité’. Mijn administratie heeft enkele maanden geleden al contact opgenomen met de eigenaar van het gebouw. Dat heeft jammer genoeg geen verrassing opgeleverd, mijnheer Vanlouwe. Uit dat contact bleek namelijk duidelijk dat een vroegtijdige stopzetting met een dading die afwijkt van de afspraken in de huurovereenkomst, onbespreekbaar is voor de eigenaar. Daar zitten wij dus, zoals de Amerikanen dat zo mooi zeggen, ‘between a rock and a hard place’.

Ik focus mij liever op de inhoudelijke gesprekken, die nog een aantal goede perspectieven hebben, samen met de minister-president en de Marokkaanse overheid. Over enkele maanden zullen we u meer nieuws kunnen geven, maar achter de schermen boeken wij wel, traag maar zeker, enige vooruitgang.

De voorzitter

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Bedankt, minister. Ik dank de collega’s ook voor hun aanvullende opmerkingen. Ik zal dat uiteraard blijven opvolgen. Ik betreur wel dat wij een beetje ter plaatse trappelen, goed wetende wat dit ondertussen al gekost heeft aan de samenleving. Ik wil mevrouw Idrissi er ook even op wijzen wie daarvoor verantwoordelijk is. Dit is bijna een bodemloze put aan het worden, waar al ongeveer 8 miljoen euro aan besteed is.

U bent in de opstartfase zelf directeur van Daarkom geweest, mevrouw Idrissi. U weet zeer goed waarover u spreekt, wat er allemaal is misgelopen en waarom het zo lang heeft geduurd vooraleer Daarkom uiteindelijk open is gegaan. Er is van alles misgelopen bij de opstartfase, er is van alles misgelopen toen de contracten ondertekend moesten worden. Ik kan alleen maar vaststellen dat we daar nu, negen jaar later, nog altijd mee opgezadeld zitten.

Ik sta absoluut niet negatief tegenover een culturele samenwerking. De vraag is alleen of dat gebonden moet zijn aan dat project. De heer Poschet heeft bijvoorbeeld al een aantal alternatieven aangehaald. Zelf heb ik al gewezen op de mogelijkheid om het pand onder te verhuren en er een andere bestemming aan te geven, maar dat vereist opnieuw onderhandelingen. Tegelijk is er ook de mogelijkheid om het eventueel ter beschikking te stellen van andere Vlaamse verenigingen. We zitten in de onmiddellijke nabijheid van Muntpunt. We stellen vast dat daar een bepaalde dynamiek ontstaan is. Misschien zijn er mogelijkheden om daar een zinvolle invulling te geven.

Minister, u denkt tegen de zomer nieuwe stappen te kunnen zetten. Dat is ongeveer over anderhalve maand. Ik zal u hier dan zeker aan herinneren. Ik hoop alvast dat we dan toch iets verder zullen staan in dit dossier. Het is een molensteen die rond uw nek en die van de hele Vlaamse Regering hangt. We moeten echt proberen om daar knopen door te hakken, in ieders belang.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Mijnheer Vanlouwe, als het toch zo’n molensteen is, draagt de N-VA daar al meer dan zes jaar toe bij. Wat belet de N-VA om drastische keuzes te maken? Als u toch niet gelooft in het project? Doe! Handel! U hebt alle touwtjes in handen. U hebt de Vlaamse minister-president. Wat belet u? Toon een beetje verantwoordelijkheid. Geen woorden, maar daden!

Minister, u hebt een telefonisch gesprek gehad met minister Birou. U haalt positieve elementen uit dat gesprek. Kunt u daar iets meer over vertellen?

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

U hebt al verschillende malen contact gehad met uw Marokkaanse homoloog, maar ook met de ambassadeur. In januari was dat het geval, gisteren blijkbaar ook. Wat is nu eigenlijk het struikelblok voor Marokko om iets te wijzigen aan de situatie?

De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Ik was eerst niet van plan om iets te zeggen. Mevrouw Idrissi, we bespreken dit al sinds de vorige legislatuur, u was daar toen ook bij. Natuurlijk doet men zoiets collegiaal in een coalitie. Mochten wij er in ons eentje iets aan doen, dan zou u de eerste zijn om te zeggen: zie je wel, de N-VA is niet bereid tot compromissen, luistert naar niemand, duwt iedereen weg.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Dus kiest u voor de zachte dood.

Dan horen we weer die rimram.

U stelt straks een vraag over hiphop in Brussel, wat ik voor een deel onderschrijf. Stel u eens voor hoeveel hiphopinitiatieven en urban culture we zouden kunnen subsidiëren en ondersteunen met al dat geld dat nu naar een lege doos is gegaan. Ik geef het u toch maar mee in tijden van benarde culturele keuzes die we moeten maken.

De heer Bart Caron (Groen)

Mijnheer Vanlouwe, ik begrijp dat u zich in het dossier vastbijt en er met de regelmaat van de klok vragen over stelt. De trage evolutie, de complexiteit die door een internationale context wordt veroorzaakt, is u daarbij dienstbaar. Dat is goed voor u.

U mag voor mijn part zo veel kritiek hebben als u wilt op de kosten van het gebouw, het slechte management dat er al dan niet geweest is, maar het is wat het is. Contracten zijn contracten. Ik dacht dat u een legalist was en dat zou respecteren. De minister heeft daarop geantwoord. Het is niet de eerste keer dat u dat doet. Maar de hele tijd opnieuw kritiseren, doet mij vermoeden – sorry dat ik het zo uitdruk – dat dit dossier voor u een bruin randje heeft. Dat vind ik niet leuk.

Voorzitter, dit vind ik onaanvaardbaar!

En ik dus ook!

Het is niet de eerste keer dat u zoiets durft te zeggen, voorzitter. Dit neem ik persoonlijk op. Ik wil dat u die woorden terugneemt. Sorry, maar dit kan niet!

Ik eis dat u die woorden terugtrekt! Ik eis dat! Onaanvaardbaar!

Dit gaat er zwaar over! Onaanvaardbaar! Een voorzitter onwaardig!

De voorzitter

Ik heb in naam van mijn fractie gesproken, en nu geef ik als voorzitter het woord aan de minister.

Minister Sven Gatz

Collega’s, de ironie is dat de werking van Daarkom de laatste zes à negen maanden beter was dan ooit. Ik bedoel niet dat de vzw de vooropgestelde doelstellingen van weleer al ooit behaald heeft. Daar wil ik duidelijk over zijn. De opdracht van de heer De Greef en de nieuwe dynamiek door de huidige directeur – die ik bij dezen meer dan een eresaluut wil brengen – zorgen ervoor dat de activiteit in het huis zowat verdubbeld is. Ze zijn vooral van receptieve aard omdat door de zware gebouwlasten de werkingsmiddelen niet volstaan om veel meer te doen. We zitten een beetje tussen hangen en wurgen.

Men komt eruit met enige stijl, maar dat kan niet blijven duren. Vandaar de weg die ik tot nu toe heb afgelegd binnen de Vlaamse Regering met een voorlopige standpuntbepaling, in uitstekend overleg met de minister-president. Vandaar dat duidelijk signaal dat we naar onze Marokkaanse collega’s gestuurd hebben.

Zij staan er ook voor open om de samenwerking te bekijken en herbekijken. Ze staan niet open voor een stopzetting ervan. Dat is de context waarin ik mij voorzichtig beweeg en de gesprekken met de medewerkers van minister Birou in de komende weken zal aangaan.

Zowel mijn departement als dat van de minister-president – niet alleen het kabinet maar ook de administratie – hebben een aantal scenario’s bekeken. Dat is zeer ruim. Na het formele diplomatieke signaal in de vorm van die gemeenschappelijke brief van eind maart, wil ik nu eerst met de Marokkaanse collega’s kijken wat we samen kunnen doen. Het spijt me, daar ga ik nu niet verder op in, anders lijkt het alsof ik hen voor voldongen feiten wil zetten.

Ik ga ervan uit dat we voorzichtige stappen zullen kunnen nemen. In het beste geval, mijnheer Vanlouwe en anderen, vinden we een geschikte doorstart, maar het gebouw en de lasten die verbonden zijn aan het huurcontract tot 2020, als ik me niet vergis, kan men niet zomaar wegtoveren. Ik ga niet in op scenario’s zoals onderverhuur, maar dat zijn correcte ideeën die u aandraagt om toch een deel van de financiële last terug te dringen. Ik zal dat meenemen.

Ik wil eerst over de inhoudelijke samenwerking met de Marokkaanse ambtsgenoten tot een gemeenschappelijk draagvlak komen. Dat vraagt wat tijd: in de internationale politiek gaat het niet zo snel. Dit is een lokaal dossier met een lokale inplanting, maar tegelijk een dossier van internationale politiek. Ik heb u alles gezegd wat ik u kan en wil zeggen. U kent het dossier even goed, om niet te zeggen beter dan ik, om te beseffen dat er voorlopig niet meer kan worden gezegd.

De voorzitter

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Voorzitter, u kan ik niet danken voor uw betoog. Ik blijf vragen dat u uw woorden terugtrekt. Zo niet, zie ik mij genoodzaakt om dit te agenderen op het Bureau van het Vlaams Parlement. Wanneer u mij beschuldigt van een bruin randje, dan vind ik dat onaanvaardbaar. Iedereen die mij kent, weet dat dit niet zo is. Ik heb dit op een correcte manier proberen te behandelen. Ik heb gewezen op problemen die al tien jaar bestaan. Ik wil dat er een oplossing komt voor dit dossier. Ik kan nog citeren uit adviezen van de Inspectie van Financiën (IF), uit brieven van de minister van Begroting in verband met onwettige rechtshandelingen die zijn gesteld, in verband met financieringsproblemen die tot op heden nog bestaan en waar destijds op is gewezen. Ik vind het onkies en onaanvaardbaar – ik blijf het zeggen – dat u mij daarvan beschuldigt. Ik verwacht van u dus excuses.

De heer Bart Caron (Groen)

Ik mag als Vlaams volksvertegenwoordiger en vertegenwoordiger van mijn fractie zeggen wat ik wil. U bent ook niet helemaal onpersoonlijk geweest in uw betoog, als ik dat hardop mag zeggen, mijnheer Vanlouwe. Derhalve neem ik mijn woorden niet terug. Ik doe mijn politieke uitspraak zoals u. U mag agenderen wat u wilt op welk forum dan ook. De teneur waarop u het zegt – het spijt me dat ik het moet zeggen… U mag het dossier voor mijn part politiek hard aanvallen, u mag een totaal andere mening hebben dan ik, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen – en daarom heb ik het ook gezegd – dat daar een andere agenda achter zit. En dat stoort me heel erg. Als u daar zo op reageert, dan neem ik aan dat u dat bevestigt, of net niet. (Opmerking van de heer Karl Vanlouwe)

U misbruikt uw positie, voorzitter. Dat is de eerste maal niet.

De heer Bart Caron (Groen)

O ja, mijnheer Meremans, gaat u vooral verder.

Bij de aanstelling van de heer Briers zei u: dat is een familie Vlaams, maar geschreven met ‘ae’. Dat was ook een verwijt. Nu bent u opnieuw bezig.

De heer Bart Caron (Groen)

U weet dat ik het onderscheid maak tussen mijn betogen en de rollen die ik hier hanteer. Dat zal ik ook zo blijven doen.

U verwart die twee met elkaar.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Ik kan me ook niet van het idee ontdoen dat hier een andere agenda speelt. (Opmerkingen van de heer Marius Meremans)

Daarom zou ik de minister heel, heel veel courage willen wensen in de verdere onderhandelingen in de Vlaamse Regering.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.