U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Mevrouw Katia Segers (sp·a)

Minister, de evenwichtige en representatieve beeldvorming van de vrouw vormt een belangrijke uitdaging voor alle media. Dagelijks worden we geconfronteerd met de onrealistische wijze waarop vrouwen, en eigenlijk ook mannen, soms worden voorgesteld in de audiovisuele media, geschreven pers, reclame, en ook in games. Het bijna systematische gebruik van Photoshop leidt bij jonge meisjes en vrouwen tot onrealistische verwachtingen inzake het schoonheidsideaal. Dat leidt in sommige gevallen tot een vertekend zelfbeeld en bijbehorende psychologische problemen, waaronder eet- en andere stoornissen. Maar het geeft ook veel jongens een verdraaid beeld van de evenwichtige positie van de vrouw in de samenleving.

We mogen die thematiek niet onderschatten. Daarom hebben we in de Senaat een omvangrijk hoofdstuk gewijd aan de rol van de media bij het informatierapport van de opvolgingscommissie voor de VN-conferentie over vrouwenrechten, omdat het beeld van vrouwen een issue is dat ons moet bezighouden.

Om die problematiek aan te pakken, is een gecoördineerde aanpak noodzakelijk en kan er op Vlaams beleidsniveau een en ander verwezenlijkt worden, zowel op het vlak van mediawijsheid, responsabilisering van mediabedrijven en sensibilisering van mediaprofessionals als op het vlak van monitoring.

Minister, staan er op het vlak van mediawijsheid al projecten op stapel rond beeldvorming van de vrouw in media? Zo niet, bent u van plan om dergelijke initiatieven te stimuleren? Ziet u mogelijkheden om, bijvoorbeeld via de Mediacademie of de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ), mediaprofessionals te sensibiliseren voor de problematiek? Welke mogelijkheden ziet u om mediabedrijven en de reclamesector te responsabiliseren inzake representatie van vrouwen? De Unie van Belgische Adverteerders (UBA) bijvoorbeeld heeft al een charter daarover, maar ik zie dat niet echt veel gebruikt worden.

Ziet u bijvoorbeeld heil in een logo dat aangeeft wanneer beelden digitaal bewerkt werden? Bent u bereid om te onderzoeken of de werking van de Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame (JEP) zou kunnen evolueren van een klachtgedreven werking naar een eigen initiatief?

De voorzitter

De heer Bajart heeft het woord.

De heer Lionel Bajart (Open Vld)

Dank u voor de vraag, mevrouw Segers.

Ik volg collega Segers dat een evenwichtige en representatieve beeldvorming heel belangrijk is. Ik zou dat trouwens niet beperken tot de beeldvorming van de vrouw. De Vlaamse overheid kan hier inderdaad ook een rol in spelen, voornamelijk door verder in te zetten op mediawijsheid. Daar zijn we nu al mee bezig. Collega Segers heeft ook gelijk dat er verschillende wegen zijn om mediawijsheid te bevorderen, maar we moeten vooral onze burgers als mediagebruikers versterken.

Minister, u hebt al gezegd dat de reclamesector in België zich redelijk goed aan de regels en zijn eigen regels houdt. De suggestie over de JEP is volgens mij trouwens ook wat misleidend. De JEP is het zelfdisciplinair orgaan van de reclamesector in België. Het is volgens mij dus niet aan de overheid om de werking van dat orgaan te veranderen of aan te passen. Misschien zijn er mogelijkheden om in te zetten op de mediawijsheid aan de kant van de producenten. Maar om dan in te grijpen in de werking van een goed systeem van zelfregulering? Volgens mij kan dat het doel gemakkelijk voorbijschieten.

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Mevrouw Manuela Van Werde (N-VA)

Mevrouw Segers haalt het zelf al aan: dit zijn de aanbevelingen van het informatieverslag van de Senaat. Ik wil meegeven dat er de afgelopen jaren toch wat beweegt in de mediasector qua beeldvorming en stereotypering van vrouwen. De VRT doet inspanningen, misschien niet genoeg, want vrouwen van boven de 40 op het scherm, dat is nog altijd een probleem. Dat heb ik zelf ervaren. Ze ruilen je liever in voor twee van 20, om dat cliché te gebruiken, behalve als je voor de nieuwsdienst werkt: dan is je houdbaarheidsdatum veel langer. Er wordt wel een expertendatabank aangelegd, die is opgezet vanuit Gelijke Kansen. Daarin worden vrouwelijke experten verzameld en naar de media begeleid. Mevrouw Segers heeft gelijk: er kunnen nog meer stappen worden gezet.

Het gaat verder dan vrouwen op het scherm krijgen. Het gaat om de beeldvorming van vrouwen door de media. Vrouwen met ideale afmetingen en lichaamsbouw worden verheerlijkt. Dat heeft natuurlijk gevolgen, daar moeten we ons bewust van zijn.

We willen ook aanstippen dat er bemoedigende evoluties zijn. Er zijn modellen met een maatje meer. Er zijn vrouwen die ervoor kiezen om niet gefotoshopt te worden.

U wilt inzetten op mediawijsheid, dat hebt u aangekondigd in uw beleidsnota. Er zijn regelmatig nieuwe initiatieven. Er zijn recent nog drie games ontwikkeld om kinderen te leren omgaan met reclame op sociale media, Facebook en zo. Reclamegeletterdheid is een belangrijk deelgebied binnen mediawijsheid. In dat kader zou er inderdaad aandacht kunnen worden besteed aan het aspect van de beeldvorming van en rond vrouwen. Dat is misschien niet de eerste taak van het Kenniscentrum Mediawijsheid, maar het zou er deel van kunnen uitmaken.

De vraag is of er initiatieven zijn, of er plannen zijn om daaraan mee te werken. Ik heb niet meteen iets teruggevonden op de website mediawijs.be. We denken dat de minister van Media een rol kan spelen als bruggenbouwer naar de sector om de mediaprofessionals en -bedrijven te wijzen op hun verantwoordelijkheid, ook de openbare omroep natuurlijk. Daar hebben we tools door middel van de beheerovereenkomst, zonder dat er quota moeten komen voor ons. Een logo, dat ligt iets moeilijker voor ons. Moeten we niet eerder de sector sensibiliseren en bewustmaken en onze meisjes en vrouwen meer mediageletterd maken? Een logo moet trouwens heel goed overlegd worden met de sector.

De Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) is ook bevoegd voor dat inhoudelijk kwalitatief toezicht op de inhoud van reclameboodschappen. Hoe zou die bevoegdheid van de JEP zich verhouden tot de VRM? De JEP is een vorm van zelfregulering, dat is zelfdiscipline, georganiseerd door de adverteerders. Hoe kan de minister van Media hiermee omgaan?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Het Steunpunt Media heeft als doel om het beleidsmatige en publieke debat over de mediawijsheid van Vlaamse mediagebruikers te verrijken en te verbeteren. Dat gebeurt op basis van de data die het steunpunt verzamelt en de onderzoeken die ze in dit kader voeren. Het Steunpunt Media heeft recent twee onderzoeksprojecten afgerond betreffende de zichtbaarheid van onder andere vrouwen in de media, dit op basis van inhoudsanalyse en beeldvorming. Het betreft de onderzoeken ‘Genderdiversiteit in de Vlaamse nieuwsmedia’ van september 2014 en ‘Roldiversiteit op de Vlaamse en Franstalige Televisie’ van april 2014, dat niet alleen over nieuwsprogramma’s ging. Beide onderzoeken kunnen worden geraadpleegd via de website van het steunpunt. De resultaten van deze studies zijn relevant voor maatschappelijke stakeholders zoals het Kenniscentrum Mediawijsheid.

Binnen dit kader kan ik meegeven dat er momenteel nog een aantal andere onderzoeken lopen. Zo is er het onderzoek van Alexander Deweppe van de VUB over kritische en strategische vaardigheden van kinderen en jongeren in media-inhouden. Het is een kwalitatieve studie van strategisch mediagebruik en kritische mediawijsheid, met de focus op een specifieke groep van de bevolking, zijnde jongeren en kinderen. De klemtoon van dit onderzoek ligt, naast de strategische, creatieve en productieve aspecten van mediawijsheid, op de kritische attitude tegenover en inzichten in media-inhouden. De link wordt gelegd naar de rol die onderwijs, ouders, pers en concrete projecten, zoals Kranten in de Klas, volgens kinderen en jongeren vervullen in de ontwikkeling van mediawijsheid en hoe deze te verbeteren. De oplevering van het onderzoek wordt deze zomer verwacht.

Daarnaast loopt er momenteel nog een onderzoek van de groep ‘Media, Beleid en Cultuur’ aan de Universiteit Antwerpen: ‘Seksualisering in en door kindermedia. De inhoud, het gebruik en het effect van seksualiserende boodschappen bij 10- tot 12-jarigen’. Het wordt eind december 2016 afgerond. Dit project, met als promotor Hilde Van den Bulck, betreft een fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek dat gefinancierd werd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen na een voorafgaande selectie door een expertpanel.

Ook aan de Universiteit Gent zijn er verschillende onderzoeken gedaan rond gender en media. UGent is momenteel het Global Media Monitoring Project (GMMP) aan het afronden. Het project gaat over de genderbeeldvorming in nieuwsverhalen. Het gaat om een onderzoek over de hele wereld waar UGent het deeltje over Vlaanderen voor zijn rekening neemt.

Tot slot, als eerste deel van het antwoord, wil ik graag verwijzen naar het kenniscentrum gender en etniciteit Ella vzw, dat wordt ondersteund door de Vlaamse overheid. Ella organiseert namelijk verschillende vormingen rond identiteit en beeldvorming bij jongeren en heeft als expertisecentrum een brede focus, zoals de empowerment van meisjes en vrouwen maar ook jongens en mannen van allerlei origines vanuit genderperspectief.

Dan waren er vragen over de Mediacademie en de VVJ. In dit verband kan ik verwijzen naar drie artikels uit de code van de Raad voor de Journalistiek. De richtlijn bij artikel 3 stelt het volgende: “De journalist schrapt of verdraait geen essentiële informatie in teksten, beelden, klankfragmenten of andere documenten.” Bij de goedkeuring van deze richtlijn in 2006 werd nog extra toelichting toegevoegd. Ik citeer: “Beeldbewerkingen die de journalistieke inhoud van een beeld of van een document wijzigen, moeten duidelijk waarneembaar zijn voor de kijker en/of de lezer, die op geen enkele wijze misleid mag worden. Indien niet meteen duidelijk is dat het om een bewerkt beeld gaat, wordt in het beeldonderschrift of de begeleidende tekst duidelijk aangegeven dat het beeld bewerkt is. Indien beelden zodanig worden bewerkt dat ze niet meer weergeven wat de camera reëel heeft vastgelegd, moet dat voor de kijker duidelijk gemaakt worden in de begeleidende commentaar of tekst.” Vervolgens stip ik artikel 27 aan, dat luidt als volgt: “De journalist die persoonlijkheidskenmerken vermeldt zoals etnische oorsprong, huidskleur, seksuele geaardheid vermijdt stereotypering, veralgemening en overdrijving, en zet niet aan tot discriminatie.”

Dit artikel vermeldt discriminatie op basis van geslacht niet expliciet, maar de term ‘zoals’ maakt het toepasbaar voor verschillende vormen van discriminatie. De raad ontving tot nu toe één klacht over discriminatie op basis van geslacht. Het ging om een klacht van het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen tegen Metro in 2012 over een artikel over pitspoezen op het Autosalon. Het artikel in Metro toonde de stereotiepe en seksistische manier waarop vrouwen bij evenementen zoals het Autosalon worden ingezet om producten aan te prijzen. De raad stelde in zijn uitspraak dat het de opdracht is van de pers om de feiten te tonen zoals ze zijn.

In dit verband kan ook verwezen worden naar artikel 1 van de code van de Raad voor de Journalistiek: “De journalist bericht waarheidsgetrouw.” Als de realiteit stereotyperend is, moet de pers dat kunnen tonen, stelt de raad. Ik weet dat dit aanleiding kan geven tot debat.

Een andere problematiek zijn de vaak stereotyperende opmerkingen en reacties op sociale media, ook bij journalistieke artikels. In dat verband kan ik verwijzen naar de richtlijn bij artikel 14 van de code over de moderatie van fora en reacties: “Bij discussieforums vallen de opiniebijdragen die erop verschijnen onder de eerste verantwoordelijkheid van de auteurs, maar het medium dat de bijdragen publiceert, is op beroepsethisch vlak mee verantwoordelijk voor het goed beheer van het forum. Om ongepaste inhoud te voorkomen of zo snel mogelijk te verwijderen bestaan onder meer volgende technieken (…).”

Welke reacties of posts ongepast zijn, moeten redacties geval per geval uitmaken. De raad heeft nog geen klachten gehad in dit verband. Een bijkomend probleem is hier dat redacties reacties op hun artikels of fora die ze zelf openen wel kunnen modereren, maar dat dat onmogelijk is wanneer mensen artikels sharen op Facebook, Twitter of andere sociale media en daar hun commentaar bij zetten. Dat kunnen de media niet opvolgen en daar kunnen ze ook niet voor verantwoordelijk gesteld worden. Stereotypering is wellicht een groter probleem op sociale media dan in de journalistiek zelf.

Ik verwijs ook naar de workshops die de ombudsman van de Raad voor de Journalistiek geeft bij redacties. Dat gebeurt op vraag van en in overleg met de redacties zelf en op maat van hun vraag. Daarbij wordt altijd uitgegaan van beroepsethische vragen en problemen waarmee zij dagelijks geconfronteerd worden. Daarbij komen ook de eerder genoemde items geregeld aan bod.

Zoals ik begin maart in deze commissie aangaf, komt het vanuit de optiek van zelfregulering toe aan de Raad voor de Journalistiek zelf, om te bekijken of de code en de richtlijnen voldoende handvatten bieden voor de journalisten.

Dat brengt me tot de Vlaamse Vereniging van Journalisten. De VVJ heeft al acties ondernomen met betrekking tot gendergelijkheid in het nieuws, meer bepaald haar participatie in de www.expertendatabank.be en de publicatiereeks ‘Voorbij het cliché’, een brochure die handelt over genuanceerde beeldvorming, weliswaar uit 2011, maar die zeker nog actueel en relevant is. Daarnaast hamert de VVJ op correcte berichtgeving in lijn met de code van de Raad voor de Journalistiek, wat onder meer authentieke beeldjournalistiek inhoudt.

Niets verhindert dat de VVJ, bij een concreet, relevant aanbod, zoals de oplevering van een onderzoek of op eigen initiatief, bijkomende of specifieke aandacht besteedt aan de aangegeven problematiek rond beeldvorming. Dat kan door bijvoorbeeld publicatie in het magazine De Journalist, op de website www.journalist.be of via andere communicatiekanalen.

Ik wil ook stilstaan bij de Mediacademie. Bij de Mediacademie voor de geschreven pers bestaat de mogelijkheid om naast het vastgestelde opleidingsplan bijkomende open opleidingen te organiseren. Hierdoor kan de nodige flexibiliteit aan de dag gelegd worden om tegemoet te komen aan actuele issues. Met de bijkomende open opleidingen oefent Mediacademie een signaalfunctie uit naar de volledige geschreven perssector.

Voor deze opleidingen worden gespecialiseerde en pedagogisch gekwalificeerde vakexperten en lesgevers aangesproken, evenals toonaangevende domeinexperten uit de media. Ze komen tot stand op basis van samenwerking met de leden van de adviesraad van de Mediacademie, waartoe VVJ, Fonds Pascal Decroos en de Raad voor de Journalistiek behoren, dit na een positieve beslissing van de programmacommissie van de Mediacademie.

Sensibilisering van mediaprofessionals via Mediacademie omtrent een evenwichtige en representatieve beeldvorming van de vrouw behoort dus zeker tot de mogelijkheden. Aan de stakeholders binnen de Mediacademie om dit te bekijken in functie van het bestaand aanbod en de noden.

Mediarte.be, de organisatie die instaat voor de uitbouw en het beheer van het audiovisuele luik van de Mediacademie, ondersteunt werkgevers in de audiovisuele mediasector op het vlak van diversiteit. Bijvoorbeeld door middel van begeleiding bij diversiteitsplannen, door advies te geven bij het bereiken van diverse doelgroepen en informatie aan te reiken over het opzetten van proefprojecten met kansengroepen. Zo besteedde Mediarte tijdens de campagne van het ESF-project rond werkbaar werken in de media, aandacht aan het feit dat de uitstroom uit de sector van 35-plussers voor een groot deel uit vrouwen bestaat omdat werken in de media en een gezin vaak moeilijk te combineren zijn. Ik citeer hier. Ik lees die zin en denk dat dit ook een vorm van stereotypering is.

Ik wil in het kader van deze vraag ook nog de rol van de VRT aansnijden. De VRT heeft in 2014 de streefcijfers voor diversiteit behaald zoals die in de beheersovereenkomst met de Vlaamse Regering zijn opgelegd. Zo kwamen vorig jaar op de tv-zenders van de openbare omroep 35,3 procent vrouwen aan bod.

Als publieke omroep, die van iedereen is en er voor iedereen moet zijn, wil de VRT diversiteit in al zijn aspecten aanpakken, zowel inzake bereik, beeldvorming, toegankelijkheid als personeelsbestand. Met de nieuwe beheersovereenkomst moet er zeker verder worden ingezet op beeldvorming rond vrouwen, maar het gaat in feite veel breder. Alle groepen van de samenleving moeten op een evenwichtige en niet-stereotiepe manier aan bod komen. Diversiteit is bij de totstandkoming van de nieuwe beheersovereenkomst ook een belangrijk aandachtspunt, waarop we in deze commissie later beslist nog zullen terugkomen.

Mijn bevoegdheid in relatie tot andere mediabedrijven is vastgelegd in het Mediadecreet en zijn uitvoeringsbesluiten. Ik ben geen voorstander van bijkomende regels zoals een verplicht logo dat aangeeft wanneer beelden digitaal zijn bewerkt. In het Mediadecreet staan afdoende maatregelen. Zo bepaalt artikel 52 van het Mediadecreet dat aanbieders van omroepdiensten geen commerciële communicatie mogen uitzenden die niet in overeenstemming is met de eerlijke behandeling van de consument. Artikel 60 van het Mediadecreet bepaalt dat commerciële communicatie geen elementen mag bevatten die erop gericht zijn de consument te misleiden over de te verwachten resultaten van het gebruik van goederen of diensten. Overtredingen van deze bepalingen kunnen worden gesanctioneerd door de VRM. De VRM kan dat doen op basis van een klacht of na een onderzoek op eigen initiatief. De VRM heeft nog geen klachten behandeld over de toepassing van de artikelen 52 en 60 van het Mediadecreet.

De JEP is het zelfdisciplinair orgaan van de reclamesector in België. Het behoort tot de taak van de jury om te onderzoeken of de reclameboodschappen die worden verspreid via de media in overeenstemming zijn met de regels inzake reclame-ethiek, waarvoor zij zich baseert op de wetten en de zelfdisciplinaire codes. Enerzijds onderzoekt de JEP de klachten die ze ontvangt van het publiek, in het bijzonder van de consumenten. Anderzijds behandelt ze ook vragen om advies die haar op vrijwillige basis worden voorgelegd door adverteerders, reclamebureaus en media.

Op de website van de JEP staat letterlijk dat de voorzitter van de jury in eerste aanleg ook op eigen initiatief of op vraag van een of meerdere leden van zijn jury een reclameboodschap ter onderzoek kan voorleggen aan de JEP, met het oog op de verdediging van de consumentenbelangen en/of het imago van reclame. Zo’n onderzoek, waartoe u suggereert, lijkt me dus op het eerste gezicht niet nodig.

Mijn lange antwoord toont aan dat er al heel veel bestaat, dat we veel ondersteunen en dat we de problematiek ter harte nemen. Ik ben nieuwsgierig naar uw repliek, en kan me indenken dat er nog ruimte is voor verbetering. Ik wilde toch een overzicht geven van alle zaken die nu al in het vuur liggen.

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Mevrouw Katia Segers (sp·a)

Minister, bedankt voor uw omstandig antwoord. U hebt goed weergegeven wat er momenteel al op het terrein gebeurt, en dat is toch al een en ander. Toch beantwoorden de resultaten in de media, op het scherm en in de tijdschriften nog niet aan wat het zou moeten zijn. Het is geen evenwichtige afspiegeling van het aantal vrouwen, noch van hoe ze eruitzien en wat hun rollen zijn. In dat opzicht blijf ik op mijn honger zitten. Ik had graag gehoord waar u mogelijkheden ziet om heel concreet te sensibiliseren.

Mijn eerste vraag is wat misbegrepen. U hebt vooral verwezen naar de lopende onderzoeksprojecten, en die ken ik uiteraard. Ik wil ook graag weten welke mogelijke sensibiliseringsprojecten op het vlak van mediawijsheid u kunt opzetten. De Mediacademie doet iets, maar niet genoeg. Er gebeurt een en ander, maar we zien het niet in de media.

Ik heb veel vragen gesteld en de thematiek is bijzonder uitgebreid. Het gaat over de aanwezigheid van vrouwen op de werkvloer in de mediabedrijven, als journalist en in andere rollen. Het gaat over de aanwezigheid van vrouwen in de media als expert, als rolmodel. Er bestaat een databank van experts, maar journalisten gebruiken die niet. Ze hebben de neiging om hun telefoonbestand te gebruiken en ze doen geen inspanningen om naar vrouwen of mensen met een beperking te zoeken.

Ik vroeg ook naar een logo, zoals PP een logo is voor product placement, maar niemand kent dat omdat het veel te klein is. Doch dat is een andere discussie. Het idee is van een logo om aan te geven wanneer beelden zijn gefotoshopt. Dat is heel moeilijk. Veel beelden komen uit een stock of komen uit internationale reclamecampagnes. Maar ook daarover zouden we de Elles en de Marie-Claires van deze wereld kunnen sensibiliseren. Mijn vraag om uitleg was naar aanleiding van de discussie over Libelle, dat fotomodellen fotoshopt, momenteel dikker maakt omdat anorexia onder modellen vaak voorkomt. Het gaat over heel veel. Ik hoop dat we het debat in deze legislatuur ten gronde kunnen voeren in samenwerking met de sector. Het gaat trouwens niet alleen over vrouwen.

Minister Sven Gatz

We zijn de ontwikkeling en de uitrol van het Kenniscentrum Mediawijsheid stapsgewijze aan het bekijken. Ik ga met hen na hoe zij ook deze problematiek proactiever kunnen aanpakken. Ik hoop u daarover tijdens de komende maanden meer nieuws te kunnen geven.

Klachten kunnen efficiënt zijn. Ik roep dan ook op om klachten in te dienen bij de VRM of bij de JEP wanneer dat nodig is. Ik verwijs naar de E3-Prijs in Harelbeke, waarbij de organisatoren meenden hun wielerkoers op een nogal speciale manier onder de aandacht te moeten brengen. Dat heeft jammer genoeg op korte tijd veel aandacht getrokken, wat waarschijnlijk ook de bedoeling was, maar het gaf ook aan dat dit niet echt gepast is. Klachten hebben dus wel degelijk nut en zouden meer kunnen of moeten worden ingediend. Ik ben het met u eens dat we dat debat moeten voortzetten en dat er op dat vlak nog veel werk aan de winkel is.

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Mevrouw Katia Segers (sp·a)

Ik ben blij dat u bereid bent om het debat voort te zetten en na te gaan hoe u vanuit uw bevoegdheid mee kunt sensibiliseren. Ik wil ook een oproep doen aan de voorzitter om aan het eind van het kalenderjaar een hoorzitting te organiseren waarin we verschillende stakeholders zoals Mediawijs en vrouwenorganisaties kunnen horen om de volledige problematiek te bespreken en te ontrafelen in haar verschillende dimensies.

De voorzitter

We zullen dit op de to-dolijst zetten voor dit najaar.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.