U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, Eandis heeft op zijn jaarlijkse algemene vergadering de vraag gesteld of het nog wel zin heeft om te blijven investeren in aardgasleidingen. Ik schrok een beetje van die vraag omdat ik vind dat een distributienetbeheerder toch geen voorafname moet doen van wat politiek zal worden beslist of niet. In die zin vond ik het een bizarre vraag.

Over de argumenten valt eventueel te discussiëren. Eandis zegt dat er een verhoogde energiezuinigheid van woningen is, zeker in nieuwe verkavelingen. Er is ook de technologie van de warmtepompen en pelletkachels. Als het over warmtepompen gaat, gaat het ook over een grotere elektrificatie van de maatschappij die dan misschien andere consequenties heeft. De voorbije tien jaar investeerde de netbeheerder 700 miljoen euro in nieuwe leidingen.

Het Energiedecreet legt aan de aardgasnetbeheerders op om een aansluitbaarheidsgraad te hebben van 95 procent in 2015. De ambitie is om te evolueren naar 99 procent in 2020. In het regeerakkoord staat dat er zou worden geëvalueerd en aangepast in het licht van de verstrengende EPB-regelgeving. Tijdens de regeringsonderhandelingen – de heer Bothuyne was daar ook bij – is gezegd dat voor de laatste uitbreiding in nieuwe verkavelingen moet worden nagegaan wat het meest kostenefficiënt is.

Die evaluatie is er nog niet. Minister, hoever staat u met die evaluatie over de bijsturing van de verplichte aansluitbaarheidsgraad van 95 procent van de woningen op het aardgasnet?

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, niet alleen de algemene vergadering van Eandis maar ook het feit dat Eandis bij die gelegenheid een politiek punt maakt, is een jaarlijkse traditie. Dit jaar ging het over het aardgasnet. De heer Gryffroy heeft de stand van zaken heel goed geschetst. De doelstelling tegen 2020 is heel scherp waarbij de laatste procentpunten een grote investering vertegenwoordigen, goed wetende dat er in Vlaanderen al honderden miljoenen zijn geïnvesteerd in een vrij dicht aardgasnet.

In het Vlaamse regeerakkoord is een passage opgenomen om een evaluatie te doen. Een belangrijk zinnetje was dat we klimaatvriendelijke alternatieven zouden stimuleren.

Eandis aarzelt om voor die laatste procentpunten investeringen te doen, ook omdat ze de rendabiliteit van de gedane investeringen kennen. De afschrijftermijn is al verlengd, maar dan nog stellen ze de vraag of het aardgasverbruik in de toekomst nog wel voldoende zal zijn om de investeringen terug te verdienen. Het is wel een belangrijk signaal dat in de evaluatie moet worden opgenomen.

De communicatie van Eandis had uiteraard de bedoeling om een politiek punt te maken, maar leidde ook tot wat ongerustheid bij Vlamingen met bouwplannen of verbouwplannen. Ik heb zelf reacties gehad van mensen die uitgingen van een recht op aardgas in hun straat. Als we na de evaluatie een aanpassing aan de regelgeving moeten doen, is een overgangsperiode zeker nodig en wenselijk.

In het regeerakkoord wordt verwezen naar klimaatvriendelijke alternatieven. Eandis verwees daar ook naar in hun communicatie. Zij hadden het over de warmtepompen die een interessant alternatief kunnen zijn voor een goed geïsoleerde woning, evenals warmtenetten.

Daarnaast is er de rendabiliteit van het reeds aangelegde aardgasnet. Er zijn niet alleen de doelstellingen rond de aansluitbaarheidsgraad van het aardgasnet, maar ook rond de aansluitingsgraad. We scoren daarin al niet slecht. Heel wat woningen zijn effectief aangesloten op het aardgasnet. Er is echter nog een aanzienlijk deel dat niet is aangesloten. Hoe hoger we dat aandeel kunnen krijgen, hoe rendabeler de investeringen zijn die gedaan werden in ons aardgasnet. Allicht kan dat nog beter. Misschien is het nuttig om na de evaluatie van de aansluitbaarheidsgraad ook die aansluitingsgraad onder de loep te nemen en te onderzoeken of, bijvoorbeeld met een campagne vanuit de Vlaamse overheid, met Infrax en Eandis, en de betrokken steden en gemeenten het aantal aardgasaansluitingen opnieuw kan worden opgedreven.

Minister, net zoals de heer Gryffroy vraag ik u naar de evaluatie van de verplichte aansluitbaarheidsgraad. Wat is de timing van die evaluatie? Wat zijn de bevindingen?

In het regeerakkoord is er sprake van klimaatvriendelijke alternatieven die moeten worden gestimuleerd. Welke alternatieven plant u? Welke regelgeving wilt u op dat vlak uitwerken?

Vindt u de bezorgdheden van de aardgasnetbeheerders – of beheerder in dit geval – met betrekking tot de investeringen terecht?

Welke mogelijkheden ziet u om de rendabiliteit van het reeds aangelegde aardgasnet te verhogen?

De heer Danen heeft het woord.

Het belangrijkste hierover is al gevraagd. Ik stel mij de vraag in hoeverre Eandis de beslissing heeft genomen, dan wel of het een uitspraak was om de discussie wat op te poken in functie van een versnelde evaluatie. Minister, in hoeverre hebt u daar zicht op? Is de andere distributienetbeheerder, Infrax, tot dezelfde bevindingen gekomen?

Ook ik wil ten slotte vragen om versneld te evalueren. Je kunt moeilijk zeggen dat we dat niet meer zullen doen. De vraag is dan namelijk wat we wel zullen doen.

De heer Schiltz heeft het woord.

Minister, het is zeer interessant dat de collega’s deze problematiek aansnijden. We zien dat op een aantal plaatsen een aantal warmtenetten worden uitgerold, niet het minst het project in Antwerpen Nieuw Zuid, waarbij Infrax en Eandis de handen in elkaar slaan.

De vraag van de heer Bothuyne is dan ook zeer interessant. Vooraleer we volledig nieuwe netten beginnen uitrollen, moet een kosten-batenanalyse worden gemaakt, zowel puur financieel als wat betreft de impact op de netgebruikers en onze milieudoelstellingen.

Anderzijds mogen we deze boot zeker niet missen. De tendens die is ingezet met energiebesparing, maakt dat het steeds interessanter kan worden om meer in te zetten op warmtenetten. Ik had trouwens begrepen dat het een van de speerpunten van uw beleid was. Ook bij de begrotingscontrole heb ik gemerkt dat er een stijging is van het budget dat daarvoor wordt vrijgemaakt. Dat stond vandaag trouwens ook in de pers.

Voorbeelden uit het buitenland leren ons echter dat het verschil tussen het succes of het falen van een warmtenet of warmtepompproject vaak heel miniem is. Het komt erop aan goed studiewerk te verrichten en een goede inschatting te maken van de warmtevraag, te voorzien in voldoende capaciteit zonder daarbij te overdrijven. (Opmerkingen)

Ja, ik weet het. Die vragen liggen heel dicht bij elkaar. Je kunt bijna niet over het ene spreken zonder het andere, mijnheer Bothuyne.

Ik sluit mij dus heel graag aan bij de vragen naar het kort op de bal spelen en het versneld evalueren, samen met de netbeheerders. Wat is de stand van zaken? Hoe zal dit verder verlopen?

Er is inderdaad een verwevenheid tussen beide thema’s. De vraagstellers hebben die thema’s uit elkaar getrokken. Ik ga ervan uit dat de stand van zaken over het warmtenet straks aan bod zal komen. Mogelijk zal er een link te vinden zijn in het antwoord van de minister.

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Er werd inderdaad door Eandis geopperd of het naar de toekomst toe zinvol is om zwaar te investeren in nieuwe aardgasleidingen wanneer door de opkomst van alternatieve energiebronnen, zoals zonnepanelen, warmtepompen, installaties voor warmte-krachtkoppelingen of een hogere efficiëntie van aardgastoestellen en strengere isolatienormen de vraag naar aardgas voor verwarming op termijn zal dalen.

De vraag of ik al dan niet op de hoogte was, vind ik niet zo relevant, want eigenlijk is het in de pers scherper geponeerd dan Eandis het intern had gesteld en opgeworpen. In die zin is er inderdaad wel een verwevenheid met de warmtenetten waarover de heer Schiltz het heeft. Stel dat je op een bepaalde plaats een warmtenet hebt, een warmtekrachtkoppeling en restwarmte. Moet je dan eigenlijk een aardgasleiding aanleggen enkel voor het gasvuur in de keuken? Als je de kosten en baten weegt, is dat dan misschien toch te duur. Dat is het kader waarin we daarover moeten denken.

Ik denk dat iedereen, zeker in de politiek, het erover eens is dat waar men verwarming doet, er aardgas moet worden aangelegd. Maar als men in nieuwe woonwijken heel doorgedreven nadenkt over duurzaam bouwen en duurzame wijken met alternatieve energiebronnen, dan kan die vraag legitiem zijn. Dat moet dan worden opgelost via maatwerk.

Het Energiedecreet legt drie doelstellingen op met betrekking tot de aansluitbaarheidsgraad. De doelstelling voor 2015 is al gehaald. Er resten nog twee doelstellingen voor 2020. De Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) constateerde in zijn rapport van 2014 over de investeringsplannen dat er nog een bijzondere inspanning nodig is van de distributienetbeheerders om tegen 2020 de doelstelling te halen van 99 procent voor aansluitbaarheidsgraad in woongebied, woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde en woonuitbreidingsgebieden. De distributienetbeheerders wezen er toen op dat de inspanningen om 99 procent aansluitbaarheidsgraad te halen, niet meer in verhouding staan tot de verwachte opbrengsten.

De doelstelling van 95 procent tegen 2020 voor alle woongebieden hebben alle distributienetbeheerders bij Eandis nu reeds gehaald. Strikt genomen zijn die doelstellingen dus al gehaald.

De VREG heeft in 2014 en 2015 overleg gepleegd met de distributienetbeheerders over deze doelstellingen en over alternatieven voor deze doelstellingen, en verwacht rond het midden van dit jaar een advies met concreet voorstel te kunnen overmaken.

Een mogelijk alternatief is om in de plaats van naar een globale doelstelling voor alle aansluitingen te kijken, eerder per nieuwe aansluiting en per netuitbreiding te gaan kijken of die op een economisch verantwoorde manier kan gebeuren. De lengte van de netuitbreiding die nodig is voor een nieuwe aansluiting, is daarbij bijvoorbeeld ook belangrijk. Zoals gezegd, is hierover een overleg lopend tussen de distributienetbeheerders en de VREG.

Ik pleit er dus meer voor om op een bepaald moment te evolueren naar maatwerk. Zoals ik al zei: stel dat er een nieuwe woonwijk komt, met warmtenet en heel wat alternatieve energie. Als die woonwijk dan nog eens ver van de openbare weg ligt, dan kan het zijn dat de kosten om de gasaansluiting alleen voor gebruik in te keuken te doen, niet meer opwegen tegen de baten, vooral omdat we de doelstelling van 95 procent al halen.

In het beleidsplatform warmtenetten worden momenteel de thema’s onderzocht waarvoor een regelgevend kader nodig is. Na deze analyse zal ik daarvoor samen met het Vlaams Energieagentschap (VEA) een timing vooropstellen.

Het onvoldoende aansluiten op aardgasnetten is vooral een probleem op pas aangelegde aardgasleidingen omdat het in de praktijk enkele jaren duurt vooraleer woningen hierop gaan aansluiten. Het staat de distributienetbeheerders nu reeds vrij om initiatieven te nemen om het aantal aansluitingen op het bestaande distributienet te stimuleren. Indien men, eerder dan een globale aansluitbaarheidsgraad na te streven, de verdere aanleg van nieuwe gasleidingen op een economisch verantwoorde manier bekijkt, wordt er automatisch met dit aspect rekening gehouden.

– Valerie Taeldeman treedt als voorzitter op.

Minister Annemie Turtelboom

Ik vat samen. De doelstelling van 95 procent wordt gehaald. Voor nieuwe woonwijken sta ik ervoor open om het op maat te bekijken. Voor mij is het belangrijk dat het alleen kan worden overwogen wanneer de alternatieven zo dominant aanwezig zijn dat het perfect op een andere manier kan worden aangepast. Dan sta ik ervoor open. Het is zeker niet zo algemeen, zo cru of scherp gesteld als het in de pers is gekomen.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Mijnheer Schiltz, ik stel vast dat u mijn vraag om uitleg niet zo interessant vond, maar dan misschien wel mijn volgende vraag om uitleg over warmtenetten. (Opmerkingen van de heer Willem-Frederik Schiltz)

Die vraag om uitleg over de warmtenetten gaat wel nog over iets anders dan wat de heren Bothuyne en Schiltz bedoelen als het gaat over warmtenetten bij interne verkavelingen.

Ik verklaar me nader. Een verkavelaar die een project wil uitvoeren en, bijvoorbeeld, een stuk grond in honderd woonunits wil opsplitsen, kan ervoor kiezen een individuele aardgasaansluiting voor de woningen te betalen. Voor de verkavelaar ligt die kostprijs lager dan de feitelijke investeringskost voor de distributienetbeheerder. De distributienetbeheerder recupereert een gedeelte van de kosten door middel van het gas dat nadien door die buizen stroomt. Dat wordt door middel van afschrijvingen van investeringen en dergelijke in het distributienettarief verrekend. De feitelijke aansluitingskost maal honderd dekt de totale kosten van de distributienetbeheerders niet.

We zouden natuurlijk kunnen opmerken dat de verkavelaar misschien te weinig betaalt. Misschien moeten die prijzen stijgen. We kunnen hierover discussiëren. Ik stel hier echter het punt tegenover dat de verkavelaar in dat geval ook de vrijheid zou moeten hebben om voor een alternatief te kiezen. Dat ligt echter momenteel niet echt op tafel.

Een verkavelaar zou voor een warmtenet kunnen kiezen. Er is echter nog geen regulering voor warmtenetten met betrekking tot verschillende woonunits. Wat gebeurt er, bijvoorbeeld, met de afschakeling indien iemand zijn facturen niet betaalt? Er zijn nog geen rechten en plichten vastgelegd. Zolang dat niet gebeurt, zal een verkavelaar die meer voor de gasaansluiting zou moeten betalen, toch niet voor het alternatief kiezen.

Hij zou ervoor kunnen kiezen een zwaarder elektrisch net uit te bouwen. Elke individuele woning kan dan een warmtepomp krijgen. Het kan dan om lucht-waterpompen of om grondwarmte-waterpompen gaan. Als we het over een energievisie hebben, is het belangrijk te stellen dat alle toekomstige verkavelingen mogelijk ook met warmtepompen kunnen worden uitgerust. Op die manier gaan we in de richting van een elektrificatie van de maatschappijen.

Minister, ik ben het eens met uw antwoord. Ik ben tevreden dat we ons al op 95 procent bevinden. U vindt dat we meer moeten werken op maat en in functie van de projecten die op ons afkomen. De alternatieven spelen daarbij echter een belangrijke rol. We moeten fundamentele keuzes maken. Als de aansluitingskosten stijgen, krijgt de verkavelaar misschien een incentive om naar een warmtenet over te stappen. Dat de incentive er niet is, is soms de reden. De aansluitingskosten worden tegenover de kostprijs van een warmtenet geplaatst. Het warmtenet is dan vaak veel te duur.

Mijn volgende vraag heeft betrekking op de industriële warmtenetten. Nu gaat het echter om huishoudelijke warmtenetten. Dit is een belangrijke discussie. Mijn bijkomende vraag is dan ook of we niet beter eens zouden nagaan wanneer er met betrekking tot de warmtenetten een regulering komt. We zouden eens een gedachtewisseling over het volledig pakket moeten houden. Het gaat dan niet enkel om de gasaansluiting, maar ook om het maatwerk.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Mijnheer Gryffroy, ik ben het eens met uw analyse. Naast de evaluatie, moeten we de alternatieven vrij snel uitwerken. Het gaat niet enkel om warmtenetten, maar ook om warmtepompen. We moeten voor een level playing field zorgen. De ontwikkelaars en de bouwheren moeten de keuze hebben.

Wij hebben beslist dat er maatschappelijke investeringen moeten zijn in de ondersteuning van de verwarmingsbehoeften van woningen door middel van aardgas, van warmtepompen of van nog iets anders. We moeten ervoor zorgen dat de alternatieven naast elkaar worden geplaatst. Iedereen moet op een gelijkaardige wijze ondersteuning kunnen krijgen. Uiteindelijk moet het efficiëntste middel worden gekozen.

De discussie over het verschil tussen platteland en stad speelt ook een rol. Er is uiteraard veel geïnvesteerd in aardgasnetten in stedelijk gebied. Die gebieden hebben ook de grootste dichtheid. Er is minder in het platteland geïnvesteerd. Uiteindelijk is het echter de bedoeling dat iedere Belg en iedere Vlaming gelijk wordt behandeld. Daar moeten we ook gevoelig voor zijn.

Minister, u hebt op een aantal vragen niet geantwoord. U bent weinig op de alternatieven ingegaan. U bent ook niet ingegaan op de vraag over manieren om de aansluitingsgraad en de rentabiliteit van het huidig aardgasnet verder te verhogen. Ik zou graag uw visie kennen. Hoe staat u hiertegenover? Zult u op dit vlak in bijkomende initiatieven, zoals campagnes, incentives en dergelijke, voorzien?

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Minister, ik ben blij te horen dat de soep niet zo heet zal worden gegeten als ze leek te worden opgediend. U bent natuurlijk niet verantwoordelijk voor de communicatie van Eandis en nog minder voor wat de pers hiervan maakt. Ik dank u dan ook voor die verduidelijking.

Op zich vind ik het positief dat dit een kader biedt om de discussie over alternatieven voor het aardgasnet wat aan te wakkeren. Dit zou een positief verhaal kunnen worden. Ik hoop dat dit ook uit de regelgeving en de evaluatie zal blijken.

De voorzitter

De heer Schiltz heeft het woord.

De reden waarom ik zo fors de nadruk op de aardgasnetten heb gelegd, is de evidente vaststelling dat een aardgasnet en een warmtenet niet met elkaar verzoenbaar zijn. Er moet een keuze worden gemaakt.

Minister, ik ben blij dat u hebt verklaard vooral het maatwerk indachtig te zullen zijn. Die beslissing kan op basis van de lokale noden, verzuchtingen en wensen worden genomen. Het is echter nog onduidelijk wat de prijssetting, de kwaliteitsgaranties en dergelijke zullen zijn. Er zijn al regelmatig studiedagen geweest. Het is duidelijk wat de sector in verband met de regelgeving en de stabiliteit van u verwacht. We moeten daarop wachten.

– Tinne Rombouts treedt als voorzitter op.

Het voorstel van resolutie zal spoedig volgen. Hopelijk zal de Vlaamse Regering een energievisie en een energiepact uitwerken. Deze elementen moeten hier deel van uitmaken. Het netwerk vormt immers, meer dan met betrekking tot andere beleidsniveaus, de ruggengraat van ons energiebeleid. Het is dan ook een goede zaak dat een maatwerkbeleid zal worden gevoerd en dat de netbeheerders van in het begin bij de transitie zullen worden betrokken. We moeten de netwerkstructuur meer naar andere technologieën openbreken.

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Ik wil nog een kleine aanvulling naar voren brengen. Het recht op aardgas bestaat eigenlijk niet. Dat staat nergens ingeschreven. Volgens mij moeten we dit geval per geval bekijken.

Mijnheer Gryffroy, ik vind uw denkspoor interessant. Misschien moeten we de prijssetting eens bekijken. Dat is immers van belang. We willen allemaal meer hernieuwbare energie. De vraag is op welke wijze we dit verder kunnen nagaan. We moeten dit praktisch en bijna op maat benaderen. We moeten nagaan op welke wijze we hieruit kunnen geraken. Ik houd daarbij vooral in het achterhoofd dat we zo veel mogelijk hernieuwbare energie moeten aanwenden. (Opmerkingen van de heer Robrecht Bothuyne)

Mijnheer Bothuyne, ik heb uw bijkomende vragen niet gehoord. U hebt het over uw derde en vierde vraag. (Opmerkingen van de heer Robrecht Bothuyne en van minister Annemie Turtelboom)

Minister Annemie Turtelboom

Het gaat om het reeds bereikte percentage. (Opmerkingen van de heer Robrecht Bothuyne)

Dat is de aansluitbaarheidsgraad. De aansluitingsgraad is nu 60 procent.

De vraag is vooral hoe we de aansluitingsgraad kunnen verhogen. Hoe meer mensen erop zijn aangesloten, hoe rendabeler het net wordt. Ik ken de huidige cijfers met betrekking tot de aansluitingsgraad. Het moet de bedoeling zijn rekening te houden met de bezorgdheid van Eandis omtrent de rentabiliteit van het net. Dit is afhankelijk van het volume dat door het net gaat.

Minister Annemie Turtelboom

Wat dit punt betreft, verwijs ik naar wat ik daarnet heb verklaard. Dat woningen onvoldoende op de aardgasnetten zijn aangesloten, is vooral een probleem bij pas aangelegde aardgasleidingen. In de praktijk duurt het enkele jaren voor woningen effectief op het net worden aangesloten.

Het staat de distributienetbeheerders natuurlijk vrij zelf initiatieven te nemen om het aantal aansluitingen op de bestaande netten effectief te stimuleren. Als we naar een globale aansluitbaarheidsgraad zouden streven, moeten we de verdere aanleg van nieuwe gasleidingen op een economisch verantwoorde wijze benaderen. Hierbij wordt dan automatisch met dit aspect rekening gehouden.

Het probleem evolueert. Bij nieuwe verkavelingen heeft men vaak een bouwverplichting binnen een aantal jaren. In bestaande straten heeft men nog heel wat kavels of oudere woningen waar men bijvoorbeeld met mazout verwarmt. Men kan die mensen moeilijk verplichten om over te schakelen naar aardgas. 

De heer Gryffroy heeft het woord.

Er zijn twee verschillende problemen. Er zijn de bestaande leidingen waar nog reserve op zit maar waarbij mensen niet kunnen worden verplicht om over te schakelen. Het gaat hier over de effectieve aansluitingsgraad ten opzichte van de aansluitbaarheidsgraad.

We moeten in de toekomst eens van gedachten wisselen over de prijzen die worden aangerekend voor de effectieve aansluiting. Liggen die voldoende hoog om een level playing field te hebben ten aanzien van hernieuwbare energie?

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.