U bent hier

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, vorige week hebben we al over dit onderwerp gedebatteerd naar aanleiding van een voorstel van resolutie. We zijn blij dat vandaag de vragen om uitleg op de agenda staan en we van u de antwoorden zullen krijgen die we graag vorige week al hadden gekend.

In februari heb ik u ook al een schriftelijke vraag gesteld over hetzelfde onderwerp. U hebt toen geantwoord dat er tijdens het Offerfeest van 2014 net geen 36.000 schapen op rituele wijze werden geslacht. Net geen 27.000 daarvan, of maar liefst 75 procent, werden op tijdelijke slachtvloeren geslacht.

U hebt aangekondigd dat u een verbod wilt instellen op onverdoofd slachten op tijdelijke werkvloeren, en dus dreigt er een capaciteitsprobleem. U stelde immers dat “momenteel nog wordt onderzocht welke capaciteit effectief aanwezig is in de slachthuizen en hoe deze capaciteit maximaal benut kan worden”. Als er geen sluitende oplossing uit de bus komt, bestaat het risico op illegale slachtingen. Dat is uiteraard iets wat vermeden moet worden, daarover is iedereen in deze commissie het eens.

Het komt erop aan een regeling voor voldoende slachtcapaciteit te zoeken, die optimaal rekening houdt met het welzijn van de te slachten dieren. Afgezien van persoonlijke sentimenten, is er nog de juridische realiteit, die een totaalverbod op onverdoofd slachten niet mogelijk maakt op basis van artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 19 van de Grondwet. Volgens de Europese slachtverordening mogen rituele slachtingen enkel plaatsvinden op tijdelijk erkende slachtvloeren als de dieren vooraf bedwelmd worden met de geschikte verdovingsapparatuur.

Overleg met organisaties die de betrokken groepen vertegenwoordigen, is uiteraard van cruciaal belang, ook om alternatieven als elektronarcose aanvaardbaar te maken. Mogelijk kunnen ook afspraken over een goede spreiding van onverdoofde slachtingen in slachthuizen enig soelaas brengen. Ook alternatieven als een geldoffer in plaats van een schaap kunnen in overweging worden genomen.

Minister, de zwaarste kritiek die wij horen, is dat er een totaal gebrek aan overleg is geweest en dat er onvoldoende draagvlak is. De Open Vld-fractie staat achter dialoog, verzoening, praktische haalbaarheid, geen verdoken dierenleed, de EU-regels en geen visering van geloofsgemeenschappen. U kunt de hand reiken naar religieuze gemeenschappen, zonder dat u uw principes hoeft te verliezen.

Vindt u dat er voldoende overleg is geweest, onder meer met de joodse en de islamitische gemeenschappen, die uiteindelijk de gevolgen van deze beslissing zullen moeten dragen? Vindt u dat overleg met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) van belang is en dat er nog verder overleg moet worden gevoerd? Is er volgens u voldoende draagvlak bij de VVSG en bij de religieuze gemeenschappen?

Kunt u verzekeren dat uw verbod op onverdoofd slachten op tijdelijke slachtvloeren niet zal leiden tot een stijging van het aantal illegale slachtingen? Overweegt u een algemeen verbod op het vervoeren van schapen in personenwagens? Hoever staat het onderzoek naar de maximale benutting van de capaciteit in de slachthuizen voor onverdoofde slachtingen tijdens het Offerfeest? Is daar inmiddels duidelijkheid over? Zo neen, tegen wanneer zal die er wel zijn? Zullen de slachthuizen in staat zijn om 100 procent van de onverdoofde slachtingen, waarvan vorig jaar driekwart op tijdelijke slachtvloeren gebeurde, op te vangen? Zo neen, hoe zult u dat oplossen? Hoever staat u met uw overleg met de betrokken organisaties over het Europese verbod op onverdoofde slachtingen?

De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Minister, collega De Vroe van Open Vld sprak over een juridische realiteit en haalde het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en een artikel in de Grondwet aan. Waar zij naar verwijst, zijn echter niet die artikelen zelf, maar de juridische interpretatie ervan. Dat is een belangrijk verschil. Er is inderdaad een advies geweest op basis van voornamelijk onze eigen Grondwet. Die analyse stelde dat godsdienstvrijheid zou moeten primeren op dierenwelzijn. Zo kun je het samenvatten. Maar dat was een juridische interpretatie.

Als we echter spreken over de realiteit, moeten we stellen dat dieren onverantwoord lijden bij onverdoofd slachten. Dat is de wetenschappelijk gefundeerde realiteit, en dus moet, wat mij betreft, een verbod op onverdoofd slachten de uiteindelijke doelstelling zijn, gewoon om te vermijden dat dieren onverantwoord lijden, dus in het belang van het dierenwelzijn.

Maar om een goede praktijk te garanderen – want we kunnen wel grote theoretische principes hanteren, maar het moet in de praktijk kunnen gebeuren –, is overleg noodzakelijk niet alleen met de moslimgemeenschap maar ook met andere religieuze gemeenschappen en actoren – ook de vleesproductie speelt een rol –, en iedereen in de commissie staat achter dat overleg. U had zelf de deadline van 1 maart aangehaald, maar het is nu al half mei en stilaan begint er nervositeit te ontstaan voor de praktische organisatie van het Offerfeest. We moeten snel duidelijkheid kunnen verschaffen hoe de praktische organisatie zal verlopen. Voor alle duidelijkheid: ik denk niet dat het een oplossing is om te zeggen dat we het dit jaar bij het oude zullen houden en zullen zien wat er de komende jaren zal gebeuren. Dat is geen oplossing. Het is ook geen oplossing dat een stadsbestuur eenzijdig aankondigt te doen wat er altijd al is gedaan. Dat is een foute benadering. Als ik me niet vergis, is dat een uitspraak van de burgemeester van Genk. Het is ook niet constructief.

Minister, ik hoop, zeker na het intense debat van vorige week, dat u wat meer uitleg zult kunnen geven over de praktische organisatie van het Offerfeest dit jaar en over een duurzame oplossing om het onverdoofd slachten in Vlaanderen te kunnen bannen.     

Mevrouw Lieten heeft het woord.

Mevrouw Ingrid Lieten (sp·a)

Voorzitter, minister, collega’s, in ons land acht men vrijheid van geloof heel waardevol en het staat ook in de Grondwet. We moeten dat dus ook respecteren, welk geloof we zelf ook aanhangen. Wederzijds respect is essentieel. Het is een belangrijk aspect in dit debat.

Het stoort me dat soms het beeld wordt opgehangen dat de twee waarden, dierenwelzijn en vrijheid van geloof, tegengesteld zouden zijn en dat de ene geen waardering heeft voor de andere. Er wordt soms gezegd dat de moslimgemeenschap helemaal geen belang hecht aan dierenwelzijn, maar dat is natuurlijk helemaal niet waar. Een moslim, net zoals ieder ander mens, heeft respect voor dieren. Bovendien hebben heel veel mandatarissen die gelovig zijn, de laatste jaren hun verantwoordelijkheid genomen samen met burgemeesters en schepenen, om maximaal te investeren in dierenwelzijn. Heel veel gemeentebesturen hebben de voorbije tien jaar samen met de moslimgemeenschap inspanningen geleverd om de moslimfamilies ervan te overtuigen niet meer thuis te slachten maar naar een gemeenschappelijke, tijdelijke slachtplaats te gaan die onder toezicht van de gemeentebesturen staat, met de nodige waarborgen. Veel mandatarissen en mensen uit de moslimgemeenschap hebben hun nek uitgestoken en verantwoordelijkheid genomen om families hiervan te overtuigen. Het is dan ook niet evident dat u zegt dat u tijdelijke slachtplaatsen wilt verbieden. Er is heel wat ongerustheid en verwarring.

Minister, ik heb begrepen dat u intussen de kaart van het overleg hebt getrokken, wat ik zeker en vast ondersteun. Hoever staat u met dat overleg? Met wie hebt u eigenlijk overleg gepleegd de voorbije maanden?

Het is zo dat de tijd dringt. Verschillende gemeenten beginnen nu met de praktische voorbereidingen voor het Offerfeest in september. Er moeten aanbestedingen worden gedaan, er moeten gemeenteraadsbeslissingen worden genomen. Minister, wat is uw timing om het Offerfeest te organiseren?

Ook de regionale spreiding is een probleem. Er is uiteraard een verschil tussen slachten in een slachthuis of in een tijdelijke slachtplaats. Er zijn niet in alle regio’s slachthuizen die dit kunnen opvangen en voldoende capaciteit hebben. Hoe gaat u om met de regionale aanwezigheid of afwezigheid van slachtinrichtingen?

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, in september vorig jaar kondigde u aan dat u het onverdoofd slachten wou verbieden. Een beetje later werd het dat u de tijdelijke slachtvloeren wou verbieden. Door die uitspraken op dat moment hebt u bijna een voorafname gedaan van uw beslissing.

Nadien hebben alle leden van deze commissie verklaard dat dit een goede beslissing kan zijn, maar dat dit enkel in goed overleg met alle betrokken groepen kan slagen. De betrokken groepen zijn natuurlijk in de eerste plaats de getroffen geloofsgemeenschappen, de moslims en de joden. Het betreft een rite die binnen die geloofsgemeenschappen gangbaar is. Uiteindelijk beslissen ze zelf hoe ze die rite in stand houden.

Minister, u wilt een verandering tot stand brengen. Dat zal enkel lukken indien u dit in nauw overleg met de betrokkenen doet. U moet hen ervan overtuigen dat dit de beste wijze is. Enkel op die manier kan een verandering tot stand komen. Wat het overleg met de geloofsgemeenschappen betreft, hebt u het uzelf met die uitspraken dan ook heel erg moeilijk gemaakt.

De organisatoren van de tijdelijke slachtvloeren zijn heel vaak gemeentebesturen. De voorbije jaren zijn zij met illegale thuisslachtingen geconfronteerd. Ze hebben daar veel moeite en last mee gehad. Met de tijdelijke slachtvloeren hebben ze een praktische manier gevonden om dit probleem op te lossen.

Dit is misschien niet helemaal in overeenstemming met wat de Europese regelgeving ons oplegt. Als de tijdelijke slachtvloeren zouden worden verboden en hierdoor een capaciteitsprobleem zou ontstaan, verwachten we echter van een minister dat hij ervoor zorgt dat we niet naar de situatie van de illegale thuisslachtingen terugkeren. Dat zou pas een groot probleem zijn. Het overleg met de gemeentebesturen moet leiden tot een degelijke spreiding en een degelijke handhaving van de beslissing die u uiteindelijk zult nemen.

Een volgend probleem betreft natuurlijk de timing. Daar hebben we het vorige week al uitgebreid over gehad. Het eerstvolgend Offerfeest vindt plaats in september 2015. Het daaropvolgende Offerfeest komt er al aan in augustus 2016. De tijd is dan ook heel erg kort om in overleg met de geloofsgemeenschappen tot een oplossing te komen.

Minister, ik vind het dan ook van fundamenteel belang te weten wat uw doelstellingen op korte termijn, middellange termijn en langere termijn zijn. Wat zijn uw voorstellen voor dit Offerfeest en het volgende Offerfeest? Wilt u een verbod op de rituele slachtingen of een totaalverbod op het onverdoofd slachten? Om te weten of de beslissingen die u of het Vlaams Parlement in dit verband moeten nemen de juiste beslissingen zijn, moeten we zicht op die verschillende denksporen krijgen.

De heer Engelbosch heeft het woord.

De heer Jelle Engelbosch (N-VA)

Voorzitter, vorige week hebben we in deze commissie een heel heftige discussie gevoerd over dit onderwerp. Volgens mij waren we het er toen allemaal over eens dat we een sereen debat moeten houden om tot een oplossing te komen. Ik wil dan ook absoluut niet ingaan op de suggesties van mevrouw Lieten. Dat zou ons weer in hetzelfde debat terechtbrengen.

Volgens mij is het zo helder als pompwater dat het onverdoofd slachten moet eindigen. De vraag die iedereen zich nu stelt, is op welke wijze en op welke termijn we dit praktisch moeten aanpakken. We moeten een akkoord vinden waarin alle betrokkenen zich kunnen vinden.

Minister, u hebt aangekondigd dat u overleg wilt plegen met alle betrokkenen. Ik zou graag van u horen of u een antwoord op dat voorstel hebt ontvangen. Indien dit niet het geval zou zijn, zou ik graag vernemen hoe het hiermee staat. Zult u overleg plegen met alle betrokkenen? Hebt u er enig zicht op wanneer een oplossing uit de bus zou kunnen komen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voorzitter, ik zal eerst ingaan op de concrete vragen over capaciteit en dergelijke. België telt 47 erkende slachthuizen. Vlaanderen heeft 14 slachthuizen voor runderen, schapen en geiten, 10 slachthuizen enkel voor runderen en 3 slachthuizen enkel voor schapen en geiten. Het maximaal aantal dieren dat in 2014 op normale dagen is geslacht, wijst op een totale slachtcapaciteit van 6400 runderen, 2109 schapen en 376 geiten.

Uit de gegevens over het aantal slachtingen tijdens het Offerfeest blijkt dat zestien slachthuizen hieraan hebben meegewerkt. Daarvan hebben er vijf onder hun capaciteit geslacht en hebben er drie eenzelfde aantal dieren als tijdens gewone slachtdagen geslacht. Daarnaast hebben acht slachthuizen duidelijk meer dieren geslacht dan op normale slachtdagen. We moeten natuurlijk in ogenschouw nemen dat het Offerfeest gespreid over drie dagen in plaats van op een enkele dag kan verlopen.

Mevrouw De Vroe, u hebt nog naar alternatieven voor het slachten verwezen. Er zijn alternatieven. Ik hoef me daar niet over uit te spreken.

Wat de spreiding van de erkende slachthuizen en van de tijdelijke slachtvloeren en hun respectievelijke capaciteit betreft, zijn er sterke provinciale verschillen. In West-Vlaanderen zijn er 7 erkende slachthuizen en 2 tijdelijke slachtvloeren. In 2014 hebben 5 slachthuizen aan het Offerfeest geparticipeerd. Toen zijn 1856 dieren in slachthuizen en 1097 dieren op tijdelijke slachtvloeren geslacht.

In Oost-Vlaanderen zijn er 6 slachthuizen en 15 tijdelijke slachtvloeren. In de slachthuizen zijn 407 dieren geslacht. 3 slachthuizen hebben daaraan meegewerkt. Op tijdelijke slachtvloeren zijn er 6867 dieren geslacht tijdens het Offerfeest in 2014. In Antwerpen zijn er 6 slachthuizen en 11 tijdelijke slachtvloeren. Tijdens het Offerfeest in 2014 zijn er 3949 dieren in 3 slachthuizen geslacht. Op tijdelijke slachtvloeren zijn er 6237 dieren geslacht. In Vlaams-Brabant zijn er 3 erkende slachthuizen en 15 tijdelijke slachtvloeren. Er zijn 4626 dieren geslacht in 2 slachthuizen en 9150 op tijdelijke slachtvloeren. In Limburg zijn er 5 slachthuizen en 16 tijdelijke slachtvloeren. In 3 slachthuizen zijn er 485 dieren geslacht en op tijdelijke slachtvloeren 3626.

De verwerking op de tijdelijke slachtvloeren was het minst in West-Vlaanderen, het tweede minst in Limburg, het derde minst in Antwerpen en vervolgens in Oost-Vlaanderen. Het grootste aantal was in Vlaams-Brabant.

Het vertrekpunt van de discussie is uiteraard de beleidsnota zoals die uitgebreid is besproken in de commissie en voorafgaandelijk in de regering. Die beleidsnota vertrekt van de EU-verordening en de vaststelling van de juridische incompatibiliteit met de tijdelijke slachtvloeren. Juridisch is uitvoerig intern en extern geadviseerd dat de tijdelijke slachtvloeren en vooral het gegeven dat daar onverdoofd wordt geslacht in strijd is met de Europese verordening. Dat botst dan weer op de vigerende praktijken in Vlaanderen. Op basis hiervan heb ik veelvuldig – ik denk op een twintigtal momenten – overleg gepleegd met de Raad van de Moslimexecutieve, de Raad voor Theologen, verschillende leden van het ketenoverleg, namelijk de verschillende partners die bezig zijn met vlees van de weide tot op het bord, dus zowel de Boerenbond en het Algemeen Boerensyndicaat (ABS), als Comeos – de warenhuizen –, de vleesverwerkende industrie, de federatie van slachthuizen enzovoort.

Op basis daarvan heb ik een alternatief voorstel geformuleerd dat wordt besproken in de schoot van de regering. Vanzelfsprekend wil ik het overleg dat daar plaatsheeft respecteren. Ik hoop dat we snel tot een akkoord kunnen komen of alleszins over een alternatief kunnen spreken. Anders is er natuurlijk nog altijd wat er vervat zit in de beleidsnota.

Ik heb de nota met capaciteitscijfers uitvoerig besproken. Dat is de stand van zaken.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik heb de voorbije keren herhaaldelijk geduid op het belang van het overleg. Ik heb begrepen dat u overleg hebt gehad. Ik begrijp ook dat u niet in detail wilt zeggen met wie, maar ik had toch graag vernomen of u overleg hebt gehad met de joodse gemeenschap en of u al dan niet uitvoerig overleg hebt gehad met de VVSG. Ik hoop dat u daar straks een antwoord op kunt geven. Ik denk dat deze twee actoren heel belangrijk zijn. Ik had daar dus graag wat meer duiding over gehad.

Verder had ik graag vernomen of u ook nog verder overleg plant. U zegt dat het in de schoot van de regering is. Maar voert u momenteel nog overleg met de actoren, als u rekening houdt met de gesprekken die lopen met de regering?

U weet dat ik meermaals onze bezorgdheid heb geuit over de capaciteit. U zegt dat er 47 erkende slachthuizen zijn en dat er daarvan 16 hebben meegewerkt aan het voorbije Offerfeest. Uit uw cijfers blijkt inderdaad dat er nog wel capaciteit is. Maar staan die erkende slachthuizen ervoor open om die rituele slachtingen daar te laten plaatsvinden? Ik had daarover graag nog wat meer gedetailleerde info ontvangen.

Ik denk dat het belangrijk is om te weten of de religieuze gemeenschappen openstaan voor alternatieven zoals elektronarcose, geldoffers, de keelsnede en de verdoving nadien, de ‘post-cut stunning’. Kunt u daarover feedback geven? Er moet een compromis worden gesloten met de gemeenschappen om in deze materie zoveel mogelijk stappen vooruit te kunnen zetten. Ik hoop dat u ons hierover wat meer info kunt bezorgen.

De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Minister, ik denk dat ik goed heb begrepen dat er een ontwerp op tafel ligt. U hebt dat gedaan op basis van input op verschillende fora van overleg. Het is niet helemaal duidelijk op welke manier er een akkoord is met de verschillende actoren.

Op basis van input hebt u een ontwerp op tafel liggen dat u met de collega’s van de Vlaamse Regering zult bespreken. Zo heb ik dat begrepen. Ik heb geen zin in politiek gehakketak in dit dossier, ik wil gewoon een oplossing. Mag ik concluderen dat dit over een tweetal weken zal zijn besproken binnen de Vlaamse Regering en dat dit thema opnieuw kan worden geagendeerd in deze commissie? Als u dat nog even kunt bevestigen, zal ik over een tweetal weken een nieuwe vraag stellen over de stand van zaken.

Mevrouw Lieten heeft het woord.

Mevrouw Ingrid Lieten (sp·a)

Minister, ik wil graag nog wat verduidelijking vragen. Zo is het me niet helemaal duidelijk of u overleg hebt gepleegd met de burgemeesters van de betrokken gemeenten waar tijdelijke slachtvloeren worden ingericht en met de lokale mandatarissen van de diverse partijen die tot de moslimgemeenschap behoren. Ik begrijp dat u hebt gesproken met de Moslimexecutieve, maar het lijkt me wijs om ook overleg te plegen met de lokale mandatarissen die tot de moslimgemeenschap behoren en die tot nu toe hun verantwoordelijkheid hebben genomen. Hebt u dat gedaan?

U zegt dat het voorstel in de schoot van de regering ligt, maar heeft dat voorstel het akkoord van de moslimgemeenschap en van de joodse gemeenschap? Het is een verschil of u naar de regering gaat met een voorstel dat gedragen wordt door de mensen met wie u overleg hebt gepleegd, dan wanneer u dat doet met een niet-gedragen voorstel.

U hebt cryptisch gezegd dat wanneer er geen akkoord wordt bereikt, de beleidsnota blijft. Moet ik daaruit afleiden dat u zich bij een niet-akkoord binnen de regering, zult beroepen op de Europese wetgeving? Zult u de burgemeesters die een slachtvloer inrichten in dat geval beboeten en zult u de politie afsturen op moslimfamilies die met hun schaap op weg zijn naar de slachtvloer?

We hebben vorige week een voorstel van resolutie ingediend dat jammer genoeg niet is goedgekeurd door de andere partijen. Daarin vroegen wij twee zaken. Wij zijn absoluut voor dierenwelzijn en -liefde en vinden dat er inspanningen moeten worden geleverd om de waarden van dierenwelzijn en de vrije geloofsbelijdenis te verenigen. Minister, in dat voorstel van resolutie vroegen wij of u, indien u vandaag nog niet zo ver bent om met een akkoord te komen waar iedereen achter staat, toch verder zou onderhandelen met de verschillende gemeenschappen en burgemeesters en dat u intussen duidelijk een signaal geeft dat de gemeentebesturen dit jaar en ook de volgende jaren, tot er een akkoord is, verder het Offerfeest kunnen organiseren zoals ze dat in het verleden hebben gedaan. De burgemeesters hebben recht op een duidelijk antwoord van u, zij moeten ook rechtszekerheid krijgen. Zij zijn in hun eigen gemeente verantwoordelijk voor de veiligheid en hygiëne. Als u nog geen akkoord hebt, willen wij u vragen om daar verder over te onderhandelen maar intussen ook duidelijk te maken dat het Offerfeest dit jaar en de volgende jaren verder mag worden georganiseerd zoals dat in het verleden gebeurde.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, in uw antwoord geeft u toelichting over de capaciteit van de slachthuizen. Als we die cijfers bekijken, zien we dat er ruimte is in de slachthuizen om meer schapen of runderen te verwerken. Zijn die slachthuizen bereid om die varkens- of runderlijnen om te vormen naar schapenlijnen? Als we cijfers krijgen over slachthuizen, moeten we weten hoeveel schapenslachtlijnen mogelijk zijn. U hebt gezegd hoeveel schapen er geslacht zijn, maar niet hoe groot de bereidheid is van de slachthuizen om een bepaalde capaciteit te leveren. Dat is immers de vertrekbasis. Als het ritueel slachten alleen kan in slachthuizen, is het belangrijk om te weten hoe groot de capaciteit is, of er bereidheid is voor een omvorming en of zo’n omvorming realistisch is.

Minister, we blijven ook op onze honger over de timing. Het is essentieel voor de gemeenten en voor de anderen die de tijdelijke slachtvloeren organiseren voor 2015 om te weten waar we op langere termijn naartoe gaan.

De heer Engelbosch heeft het woord.

De heer Jelle Engelbosch (N-VA)

Ik blijf me verbazen over de manier waarop sp.a onwettelijkheden in stand wil houden, dit jaar en de volgende jaren. Voor het vervoer van een schaap zijn er regels waar elke gemeenschap zich moet aan houden. Sp.a doet bijna alsof er uitzonderingen zouden moeten worden gemaakt als er een akkoord wordt gevonden. Als er geen akkoord wordt gevonden, dan schuiven zij de wetgeving en de Europese verordeningen gewoon aan de kant. Ik roep daarbij op tot een consensus.

Om tot een akkoord te komen, geeft discretie de enige kans op succes. In die zin ben ik tevreden, minister, dat u zegt dat in de schoot van de regering er een voorstel op tafel ligt. U hebt al meerdere keren aangehaald dat u met alle betrokken actoren rond de tafel hebt gezeten. Ik veronderstel dus dat het akkoord dat u nu voorstelt binnen de regering, ook gedragen is door de betrokkenen.

Minister, u weet ook dat de tijd dringt. Het Offerfeest komt er inderdaad aan in september, maar ik heb er alle vertrouwen in dat we er wel uit zullen geraken.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Met de VVSG is ook overleg geweest op mijn kabinet. Als u zegt dat alle burgemeesters in wier gemeente er tijdelijke slachtvloeren zijn, allemaal moeten passeren, dan zijn dat er 59. Als je ergens toe wilt komen en een oplossing wilt, denk ik dat vooral productief overleg zinvol is. Daarbovenop nog eens praten met de mandatarissen die u voorstelt, lijkt me geen efficiënte werkwijze als je niet helemaal wilt verzuipen. Ik heb gezegd dat uitvoerig overleg, zeker een twintigtal overlegmomenten, georganiseerd is op basis waarvan ik een alternatief voorstel heb geformuleerd.

Staan religieuze gemeenschappen open voor alternatieven? Zowel met de Moslimexecutieve als met de Raad van Theologen en de tolken heb ik uitvoerig overleg gehad, meermaals. Zij staan weigerachtig ten opzichte van alternatieven. Zij zouden liever hebben dat alles bij het oude blijft. Daar druisen we in tegen de Europese verordening. De regelgevingen zijn met elkaar in conflict. (Opmerkingen)

Het gaat over het Offerfeest, voor alle duidelijkheid. Dat was de aanleiding. Dat wordt niet bepaald georganiseerd door de joodse gemeenschap.

Wat betreft de bereidheid van de slachthuizen: daar is zeer grote terughoudendheid om te zorgen voor meer capaciteit. Ik kan dat niet opleggen natuurlijk. Wat betreft timing is er een duidelijke stellingname in de beleidsnota en is er een alternatief voorstel. Dat ligt nu voor. De timing ligt niet volledig in mijn handen, maar ik hoop, net zoals u, dat we daarin snel kunnen vooruitgaan en dat we met zijn allen onze verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw verdere duiding. Ik hoor iets wat ik liever niet had gehoord. Ik had graag gehad dat u zou zeggen dat men openstond voor alternatieve methodes, maar blijkbaar verlopen die gesprekken wat dat betreft zeer negatief. Daarom mijn vraag of u met hen daarover nog verder in overleg zult gaan om toch te proberen nog stappen vooruit te zetten.

Wat betreft de terughoudendheid van de slachthuizen om voor het Offerfeest meer te gaan slachten, komt mijn vrees weer boven in verband met de capaciteit. Ik hoop dat u wat dat betreft nog zeker gesprekken voert. Uw voorstel ligt nu in de schoot van de regering. Ik denk dat het van belang is dat er nog overleg is.

Wat betreft de timing, denk ik dat u eind deze maand zult moeten communiceren naar de betrokken gemeentebesturen hoe ze het Offerfeest in hun gemeente moeten organiseren.

De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Ik begrijp dat we ons bevinden in een zeer delicate fase in het besluitvormingsproces. Hoewel ik graag zou willen weten wat er exact op tafel ligt, respecteer ik de discretie. Die moet wat mij betreft zeker niet doorbroken worden. Alleen, minister, begrijpt u dat het de taak is van dit parlement om druk te blijven zetten. Nogmaals, binnen twee weken ga ik opnieuw een vraag stellen. Ik hoop dat u dan wel meer klaarheid kunt bieden.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.