U bent hier

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, de aanleiding voor mijn vraag is het alarm dat geslagen werd door de grote koepelorganisaties die bezig zijn met uw beleidsdomein, zoals het Netwerk tegen Armoede en de Decenniumdoelen. Zij trokken een tweetal weken geleden eens te meer aan de alarmbel. Blijkbaar had u met hen een eerste versie van het Vlaamse Actieplan Armoedebestrijding (VAPA) besproken. U hebt nog enkele maanden om dat klaar te krijgen, maar als het van de betrokken organisaties afhangt, zullen die weken en maanden gebruikt moeten worden om het plan alsnog de goede richting uit te sturen. Volgens hen spuit het rapport immers mist over tegemoetkomingen voor sociaal zwakkeren.

De uitdagingen zijn gekend. Gisteren hadden we het in de plenaire vergadering nog over de vaststelling dat laaggeschoolden een toegenomen risico hebben op armoede. We zien elke week cijfers passeren van een toenemende precariteit in onze samenleving. Dat is uiteraard niet allemaal uw verantwoordelijkheid, maar men verwijt u wel dat u geen concrete en vooral geen meetbare maatregelen klaar lijkt te hebben om daaraan tegemoet te komen.

Nochtans zullen mensen in armoede door federale en Vlaamse besparingen nu al moeten inleveren. De lijst begint intussen behoorlijk lang te worden: de opgetrokken maximumfactuur voor scholen, verhoogde tarieven voor openbaar vervoer, duurdere zorgverzekering, duurdere kinderopvang. De Vlaamse Regering zou een sociale correctie invoeren om de kwetsbare groepen te sparen, maar die zal toch meer dan symbolisch moeten zijn. Ze zal groot genoeg moeten zijn om effectief impact te hebben.

Daar komt nog bij dat vanaf 2016 de afschaffing van gratis water en gratis elektriciteit een feit zal zijn. Dat zijn twee automatische toekenningen van sociale voordelen die worden afgeschaft. Ook daar blijft het koffiedik kijken in verband met een sociale correctie. Wat we al lang een steen des aanstoots vinden, is het feit dat u, na bijna een jaar als minister, in deze context vooralsnog geen armoedetoets hebt uitgevoerd.

Minister, kunt u een stand van zaken geven van het VAPA? Welke stakeholders worden betrokken bij de opmaak van het plan? Hoe gebeurt dat? Wat wordt van hen verwacht? Wat zijn de doelstellingen?

Gisteren sprak u plots over midden juli, terwijl u het voordien had over ten laatste de laatste ministerraad van het parlementaire jaar. We hebben gezegd dat het jammer zou zijn dat het parlement hier niet meer op zou kunnen reageren. Als u nu uitdrukkelijk over midden juli spreekt, vraag ik me af hoe we de werkzaamheden daaromtrent zullen organiseren, zodat het parlement ook wezenlijk, en niet alleen in een recesperiode, zijn werk zal kunnen doen met zo’n belangrijk document in dit bevoegdheidsdomein.

Hoe reageert u op de kritiek van de koepelorganisaties? Hoe zult u bijsturen om de noden van de doelgroep centraal te stellen? Welke concrete en structurele maatregelen zullen de armoede in Vlaanderen volgens u echt doen dalen? Hoe zult u het armoedebeleid en het armoedeplan echt en structureel in functie stellen van de kwetsbare doelgroep voor wie het initieel bedoeld zou moeten zijn? Het woordje ‘structureel’ is daarbij nogal belangrijk, minister.

Collega’s, ik wil er even op wijzen dat wij als Vlaams Parlement absoluut de intentie hebben om, zoals ook is beslist in de nota ‘Plenum 2014-2019’ van de voorzitter, te vergaderen tot na de laatste ministerraad van de regering. Dat wil zeggen dat als er genoeg animo is om de commissie te laten bijeenkomen over het VAPA, ik jullie hier met veel plezier zal verwelkomen. De commissie bepaalt zelf haar werkzaamheden. Als daar bij de regeling der werkzaamheden een vraag toe is, schik ik mij daar met veel plezier naar.

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister, er is ondertussen al veel gezegd en geschreven over het VAPA. De draftversie is gelekt, en in een krantenartikel waren twee verenigingen heel scherp voor die versie. U hebt in een opiniestuk gereageerd dat armoede te belangrijk is voor politieke spelletjes. U hebt toen, net als gisteren in de plenaire vergadering, aangegeven dat u liever eerst in stilte werkt, samen met die verenigingen, alvorens publieke uitspraken te doen.

Ik vind dat een slimme houding van u. Ik zal daar niet tegen ingaan. Maar anderzijds, als er artikels over verschijnen en als de draftversie wordt rondgestuurd, moeten wij als oppositie ook ons werk doen. Ik zal u dus een aantal vragen stellen en u vanuit Groen een aantal aanbevelingen doen, in de hoop dat u er op zijn minst voor open staat om ze op hun merites te onderzoeken.

In het bewuste artikel, verschenen in De Morgen op 24 april, zegt de voorzitter van Decenniumdoelen dat de uitdagingen om armoede aan te pakken bekend zijn, en dat je in zo’n draftversie dan toch concrete en meetbare doelstellingen zou verwachten. Het Netwerk tegen Armoede vraagt dan weer waar de beloofde sociale correctie blijft. De belofte was immers om kwetsbare groepen te sparen.

Als er over meetbare doelstellingen gesproken wordt, horen daar volgens mij minstens twee doelstellingen bij die u en de meerderheid zeker genegen zijn: de armoedetoets en de automatische toekenning van de rechten.

Zoals de heer Van Malderen al aangaf, is er in deze legislatuur nog geen armoedetoets gedaan. U hebt dat ook al geantwoord op een schriftelijke vraag. Nochtans is die armoedetoets van grote waarde, en ik ben ervan overtuigd dat u dat ook vindt. Er zijn bovendien al heel veel besparingen doorgevoerd, die een grote impact zullen hebben op de armoedecijfers. Het gaat dan over het gestegen minimumtarief voor de kinderopvang, de verhoging van de tarieven bij De Lijn, het gestegen inschrijvingsgeld, besparingen bij Kind en Gezin enzovoort.

Bent u bereid om de armoedetoets toe te passen, niet alleen op de komende, maar ook op de al genomen beleidsbeslissingen? Hebt u andere plannen om uw rol als coördinerend minister van Armoedebestrijding op te nemen ten aanzien van uw collega-ministers? Hoe gaat u hen betrekken?

Een tweede methode om armoede te bestrijden, is de automatische toekenning van de rechten. Zo is er ten eerste de automatische toekenning van de huurpremies. Uit cijfers die we hier vroeger al hebben besproken, blijkt dat veel mensen die voor die rechten in aanmerking komen, er geen gebruik van maken. Daar kunt u als minister van Wonen en Armoedebestrijding maatregelen voor nemen.

Daarnaast zijn we er met Groen ook van overtuigd dat er te weinig mensen recht hebben op de huurpremie. Je krijgt die premie pas als je vier jaar op een sociale woning wacht. De vorige minister bracht de wachttijd terug van vijf naar vier jaar. Ik moedig u aan om, nu u minister van zowel Armoedebestrijding als Wonen bent, om beter te doen dan de vorige minister. Wilt u maatregelen nemen om bepaalde rechten, zoals de huurpremie, uit te breiden naar een grotere doelgroep?

Mijn laatste vraag gaat over de automatische toekenning van de studiefinanciering. Die wordt al jaren aangekondigd door de minister van Onderwijs, maar dat komt er maar niet van. Kunt u minister Crevits een duwtje in de rug geven? Zult u ook haar betrekken bij de verdere vervollediging van het VAPA?

Ik heb mijn vragen enigszins anders toegelicht dan in de schriftelijke versie, minister, maar het zijn dezelfde vragen.

Mevrouw Franssen heeft het woord.

Mevrouw Cindy Franssen (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, het is gevaarlijk om over voorlopige versies te debatteren, daarom had ik zelf geen vraag om uitleg ingediend, maar ik sluit me graag aan. U kent onze bekommernis over de betrokkenheid van de organisaties en het middenveld bij de opmaak van het VAPA. Een van de tools daarvoor is het Verticaal Permanent Armoedeoverleg (VPAO), waar alle Vlaamse ministers een verantwoordelijkheid voor hebben. Hebt u al een stand van zaken? Als u dat nu niet kunt geven, mag dat gerust worden nagestuurd. Het VPAO is bijzonder belangrijk, omdat de ervaringsdeskundigen van het Vlaams Netwerk daar maximaal worden betrokken per thema en beleidsdomein.

Gisteren in de plenaire vergadering schrok ik ook even van de datum. In het antwoord op een vorige vraag om uitleg van mij over de Interministeriële Conferentie sprak u over 20 april 2015, als datum waarop u kon landen met het VAPA. Ik vermoed dat dat binnen de regering is, ik geef het wat marge. We weten dat decretaal bepaald is dat de Vlaamse Regering met het VAPA moet komen uiterlijk twaalf maanden na het aantreden van de regering. Het zou goed zijn dat we weten waarom die datum is uitgesteld. Natuurlijk leveren we beter degelijk werk, dan overhaast een plan neer te leggen. Ik wil u vragen om er toch voor te zorgen dat we de nodige tijd hebben om in deze commissie het VAPA grondig te bespreken.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Collega’s, ik betreur – en dat kan ongelofelijk naïef klinken – dat een ontwerpnota over zo’n belangrijk onderwerp wordt gelekt. Het is niet de verantwoordelijkheid van de minister en ook niet van de mensen hier rond de tafel, anderen dragen daar verantwoordelijkheid voor. Ik neem aan dat men dat doet met de beste bedoelingen, maar ik vind het een onverstandige strategie, die absoluut niet vertrouwenwekkend is en waar weinig heil van te verwachten valt.

Ik begrijp wel dat collega’s bekommerd zijn, zich vragen stellen en betrokkenheid tonen. Dat doen wij ook. Dat is geen punt van discussie. Wat me ook interesseert ­ en dat is misschien een positief punt hierin ­ is om eens precies van u te horen, minister, hoe het overleg is georganiseerd. Het is een zeer belangrijk punt, waarop we ook al bij de bespreking van de beleidsnota hebben gewezen, dat er inderdaad een model wordt gehanteerd waarbij de overheid en de verschillende actoren, zo breed mogelijk, betrokken zijn.

We moeten erkennen dat het goed is dat het werk grondig gebeurt. De resultaten van vorige legislaturen zijn niet goed of in elk geval niet goed genoeg, en daarvoor dragen we allemaal een deel verantwoordelijkheid, zoals ik gisteren in de plenaire vergadering ook heb gezegd. Dat men probeert zaken anders te doen en te zoeken naar nieuwe manieren om de armoedeaanpak effectief te maken, is zeer gerechtvaardigd. Als dat een paar maanden langer duurt dan we graag zouden hebben, wil ik daarmee leven. Ik begrijp heel goed dat het wat ongenoegen wekt bij een aantal collega’s, maar mijn vertrouwen blijft overeind.

Wat de datum eind juli betreft, is de afspraak is inderdaad gemaakt dat we in het parlement niet enkel kunnen spreken met de minister over het VAPA, maar het grondig kunnen bespreken, suggesties kunnen doen, bedenkingen formuleren. Ik houd me beschikbaar om dat te doen op het ogenblik dat het VAPA door de regering is goedgekeurd.

Minister Homans heeft het woord.

Er zijn heel veel vragen gesteld. Ook u hebt vragen gesteld, mevrouw Moerenhout, die niet in de schriftelijke versie stonden. Ik wil best antwoorden op een ander moment, maar de vraag ging over het VAPA. U haalt er terecht allerlei problematieken bij, die ook met armoede te maken hebben, maar ik ga me focussen op de oorspronkelijke vragen. We willen dat debat wel voeren, maar dat leidt ons te ver.

De datum van 17 juli 2015 is wettelijk bepaald. Dan moet ik het VAPA definitief overmaken aan het Vlaams Parlement. De laatste vergadering van de regering is inderdaad later dan de laatste plenaire vergadering. Maar ik ben absoluut bereid om in juli op eender welke dag, al is het in het weekend, uitgebreid over het VAPA te discussiëren in de commissie.

De deadline van 20 april 2015, mevrouw Franssen, die u inderdaad in een antwoord hebt gekregen, was de datum waarop we een stakeholdersforum zouden organiseren om de draftversie voor te leggen. Dat is gebeurd op 20 april.

Ik betreur ook ten zeerste dat zulke artikels, toch wel zeer eenzijdig, in de media verschijnen. Wil dat zeggen dat ik vind dat de organisaties geen mening mogen hebben? Neen, absoluut niet. Wil dat zeggen dat elke organisatie per definitie akkoord moet gaan met alles in dat VAPA? Neen, uiteraard ook niet.

Ik wil nuanceren dat het gaat om welgeteld 2 organisaties van de 46 betrokken organisaties. Wil dat zeggen dat de overige 44 organisaties enkel applaus zullen geven? Neen. Maar andere organisaties, en ik ga geen namen noemen, hebben mij wel gecontacteerd omdat ze appreciëren hoe het nu wordt aangepakt, in vergelijking met het verleden, en ze stellen dat ze kritiek liever intern uiten in de geëigende fora, waar nu wel zeer vaak de kans toe is.

De vorige legislatuur heeft de Vlaamse Regering geen structureel overleg georganiseerd, zoals wij het nu hebben uitgetekend. Ik zeg niet dat er geen overleg is geweest tussen de bevoegde minister en de organisaties, bilateraal. Toen heeft de Vlaamse Regering eerst een versie definitief goedgekeurd, en met de definitieve versie is mijn voorgangster de ronde begonnen naar de organisaties om te vragen wat ze vonden van het plan. Maar als het eerst definitief is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, valt er nog weinig aan te passen. Er is nog een verschil tussen iets principieel of definitief laten goedkeuren.

Ik denk dat iedereen geïnteresseerd is in het traject dat dit VAPA heeft doorlopen. In juli 2014, toen ik net aangetreden was als minister, was er een voorbereiding van het VAPA door het stakeholdersforum in samenwerking met het Netwerk tegen Armoede en de vzw De Link. Ook was er een voorbereiding door het Horizontaal Permanent Armoedeoverleg (HPAO). Daar zijn de beleidslijnen die relevant zijn om armoede op een duurzame wijze te verminderen bij gezinnen, voornamelijk met jonge kinderen, aan bod gekomen.

Op basis van het verslag van dat stakeholdersforum, onderzoek, aanbevelingen, memoranda, en het Vlaams regeerakkoord – natuurlijk, dat speelt ook een rol – werd een doelstellingskader ontwikkeld voor het VAPA met een focus op gezinnen met jonge kinderen. Ook de principes, uitgangspunten en de verdere concrete aanpak werden vastgelegd. Dat is informeel voorgelegd aan de Vlaamse Regering op 6 februari 2015. Dan is er een draftversie van het VAPA opgesteld met de acties aangeleverd door alle functioneel bevoegde ministers.

Mevrouw Franssen, u verwijst naar het VPAO. Elke functioneel bevoegde minister neemt dus ook zijn of haar acties en verantwoordelijkheid. Er werd aan elke minister gevraagd om die acties af te stemmen met de relevante actoren. Naast het overleg dat wij hebben, dus het stakeholdersforum, organiseerde elke minister ook apart het VPAO. Ook daarbij is het Netwerk tegen Armoede betrokken.

De twee organisaties zijn nu al door iedereen genoemd, en iedereen heeft het bewuste artikel in De Morgen gelezen. Het Netwerk tegen Armoede is net een van de organisaties die er van in het begin altijd bij zijn geweest, op de horizontale en op de verticale armoedeoverlegmomenten.

Dan was er de terugkoppeling van de draftversie van het VAPA op een nieuw stakeholdersforum. Dat is gebeurd op die bewuste datum 20 april 2015. Heel nieuw was ook dat we elke ingeschreven persoon op voorhand de integrale versie van de voorliggende draftnota inclusief de acties hebben bezorgd. Als je wordt gevraagd om insteken te leveren, voor de zoveelste keer, lijkt me dat goed.

Er werd hier gezegd dat het rondgestuurd zou zijn. Ik heb het niet rondgestuurd naar iedereen. Ik heb het wel doorgestuurd naar de stakeholders, omdat ik het relevant vind in het kader van participatie: als we zo’n belangrijk forum organiseren, kunnen zij zich goed voorbereiden. Hoe dat verder is verspreid, weet ik niet. Het is ook niet mijn verantwoordelijkheid. Ik heb willen aantonen dat ik alle vertrouwen heb in die organisaties, en dat heb ik nog steeds. Dat kan de werking enkel ten goede komen. Ik zal het blijven doen.

In het verleden – toch nog even het bruggetje maken – is enkel het ruime doelstellingskader bezorgd om feedback over te geven. Het middenveld heeft nooit een integrale versie inclusief acties ontvangen. Volwaardige feedback was in dat opzicht absoluut niet mogelijk: als je niet de volledige versie hebt, kun je niet op alles reageren.

De verslagen van het bewuste stakeholdersforum van 20 april 2015 heb ik overgemaakt aan de functioneel bevoegde ministers, met de vraag om rekening te houden met de feedback. Dit verslag is ook besproken op het HPAO. De nieuwe, aangepaste acties moesten op maandag 4 mei 2015, net voorbij dus, worden opgeleverd. Momenteel zijn mijn administratie en mijn kabinet bezig met het overlopen en inpassen in de draftversie van deze nieuwe acties, die door de stakeholders en de functioneel bevoegde ministers zijn aangeleverd.

Een nieuwe versie van het VAPA, die rekening houdt met alle commentaren en positieve insteken, wordt opnieuw bezorgd aan de kabinetten. Die wordt uitgebreid overlopen en bediscussieerd. Het is nuttig om intussen ook een nieuwe terugkoppeling te maken van mijn kabinet naar de stakeholders, om hen ook op de hoogte te brengen van de laatste evoluties. Als je hen van bij het begin betrekt, moet je niet op een bepaald moment zeggen: het was fijn, bedankt, tot ziens. Dan kun je hen beter tot het einde van de rit betrekken. Ik ga er daarom niet van uit dat ze met elke actie in het VAPA akkoord gaan en dat ze alles goedkeuren, maar ik vind participatie en betrokkenheid toch zeer belangrijk.

Tegen 17 juli 2015 moet dus de definitieve versie van het VAPA goedgekeurd zijn door de Vlaamse Regering en worden bezorgd aan het Vlaams Parlement. Die timing zullen we halen, geen enkel probleem. Ik heb ook al aangeboden dat ik heel de maand juli beschikbaar ben om hier dag en nacht, in het weekend, eender wanneer te vergaderen over dit belangrijke document.

Hoe ik reageer op de kritiek van de koepelorganisaties? Daarop heb ik ook al geantwoord. Ja, ze mogen kritiek hebben, maar ik vind het jammer dat ze het doen op basis van voorlopige documenten en dat het gebeurt openlijk in de krant, terwijl er overlegmomenten genoeg zijn om de – in hun ogen wellicht terechte – kritiek aan te kaarten. Ik vind dat een spijtige manier van actie ondernemen. Maar ik kan dat niet tegenhouden natuurlijk. Ik heb toch wel een trendbreuk veroorzaakt ten opzichte van en ook met het verleden, denk ik. De participatie en de betrokkenheid van de doelgroepen en organisaties zijn nog nooit zo groot geweest.

Sta me toe niet te antwoorden op alle vragen over wat in het VAPA staat en hoe ik eventueel acties ga bijsturen. Ik kan daarop niet antwoorden. Ik neem aan dat sommigen van jullie de kladversie van het VAPA al in jullie bezit hebben. Ik kan niet antwoorden omdat het van weinig respect zou getuigen ten opzichte van alle organisaties die nog bezig zijn met het verwerken van input om nog bijkomend relevante en terechte informatie te kunnen toevoegen. Ik ga niet in op gelijk welke concrete vraag die hier is gesteld over wat er in het VAPA zal staan.

Zal ik bijsturen? Ik organiseer niet voor het plezier een stakeholdersforum om een gezellige rondetafelconferentie te houden en dan achteraf te zeggen dat we geen rekening houden met de opmerkingen. Natuurlijk worden bepaalde zaken bijgestuurd en natuurlijk zullen bepaalde acties worden bijgestuurd als er waardevolle informatie wordt gegeven vanuit de organisaties. Dat gebeurt meer dan eens en op een zeer onderbouwde manier. Zij hebben veel expertise en ervaring. Ik sta ervoor open om dat mee te nemen in de plannen.

Ik antwoord dus niet op inhoudelijke vragen over het VAPA. Ik ben bereid om hier, nadat het document is overgemaakt aan het Vlaams Parlement, gelijk wanneer in de grote vakantie te komen discussiëren in verschillende vergaderingen, maar ik weet natuurlijk niet of de parlementsleden zich ook willen vrijmaken tijdens het reces. Het is aan u om die keuze te maken. Ik kan u niet dwingen. (Rumoer)

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, los van uw vakantieplanning wil ik enkele reacties geven.

Het valt me op hoe vaak u verwijst naar ‘het verleden’. Ik zou u aanraden om te stoppen met in het verleden te leven en naar de toekomst te kijken. Daar gaat het over. Als u dan toch citeert uit het verleden, doe het dan volledig! Het zou u sieren mocht u zeggen dat de overlegstructuur die is opgezet, ook is opgezet door het eerste VAPA. De nood aan participatie is toen als een van de doelstellingen onderschreven en opgezet.

Het feit dat u formeel mensen betrekt, is uiteraard correct en een na te streven doel. Het punt is dat zij in de pers uiting hebben gegeven aan het feit dat ze fundamenteel niet akkoord gaan met wat in de tekst staat. U kunt dan wel zeggen dat u hen zult betrekken, maar dat is niet door hen iets te geven waarmee ze niet akkoord gaan, naar hun mening te vragen en er dan mee door te gaan. Ik heb er akte van genomen dat u zegt dat u zult bijsturen. De vraag is in welke richting en hoever. Als het gaat over cosmetische ingrepen, dan zullen we hier binnenkort opnieuw komen met gelijkaardige reacties. Bent u bereid om een aantal criteria aan te passen?

Ik heb er begrip voor dat u niet elke individuele maatregel wilt of kunt toelichten. Welke boodschap stuurt u als coördinerend minister uit naar uw collega-ministers? Hebt u het dossier op de tafel gelegd en gezegd dat ze er hun goesting mee moeten doen? Hebt u heel concrete vragen gesteld waaraan een verbeterde tekst zou moeten voldoen? Bijvoorbeeld, hebt u gevraagd naar afdoende en effectieve sociale correcties op een aantal besparingsmaatregelen? Die correcties zouden dan wellicht meetbaar al dan niet structureel moeten zijn. Hebt u aan uw collega-ministers gevraagd om een concreet project op de tafel te leggen inzake automatische toekenning van rechten? Hebt u gevraagd om armoedetoetsen te doen? U moet me die antwoorden niet geven, maar het is belangrijk om een inzicht te krijgen in hoe u uw taak als coördinerend minister ter harte neemt. Wat doet u? Hoe stuurt u? Hoe coördineert u? Het parlement heeft recht op die informatie.

Voorzitter, ik wil nog iets zeggen over de behandeling van het VAPA in het parlement. Bij een eerdere vraag van mevrouw Van den Brandt en mezelf had de minister toegezegd het parlement te briefen voor de regering het VAPA definitief zou goedkeuren. Dat is geen kwestie van data en geen kwestie van vakantieplanning: het gaat erom dat het parlement een plan kan bijsturen en zicht kan hebben op wat er staat aan te komen of dat het akte neemt en post factum een bespreking houdt. Toen was er sprake van 11 juli. Vandaag wordt gesproken over na de laatste ministerraad. Het gaat me echt niet om de vakantieplanning, maar over de mogelijkheid om een ernstig debat te voeren dat ook door de samenleving kan worden gevolgd. Wat brengt het op als we hier discussiëren en er bij wijze van spreken niemand anders in het land is? En wat met de mogelijkheid om hoorzittingen te organiseren? Een ernstige bespreking lijkt me dergelijk dossier waard. U bent niet verplicht om te wachten tot die datum. Een voldoende vroege inplanning is aangewezen. In het andere geval zullen we een heel steriel debat houden en dat zou ik betreuren.

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister, u haalt aan dat alle betrokken organisaties grote expertise en ervaring hebben en dat u die honoreert. We horen dat graag. Het is goed dat u het vertrouwen houdt en dat u participatie hoog in het vaandel draagt. Net zoals de heer Van Malderen ben ik blij te horen dat u het nodige zult doen om bij te sturen zodat zoveel mogelijk organisaties en partijen achter het plan kunnen staan.

Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om dieper in te gaan op één punt, namelijk het profiel van mensen in armoede. Ik heb dat gisteren in de plenaire vergadering ook al kort aangehaald, maar dat was niet het ideale forum. Ik verwacht geen antwoorden, maar het zou interessant voor u kunnen zijn om dit mee te nemen. In het rapport van de FOD staat dat de grootste risicofactor ligt bij alleenstaande laaggeschoolden, en dan vooral vrouwen, met kinderen op de huurmarkt.

Ook de zogenaamde gekleurde armoede is een heikel punt. De armoedecijfers zijn vooral bij mensen van een andere etnische afkomst alarmerend hoog. Bij mensen van niet-Europese afkomst liggen ze drie keer hoger dan bij mensen van Belgische origine. Het interessante eraan is dat het om een heel specifiek probleem gaat dat ons in staat stelt om heel specifieke oplossingen te bewerkstelligen in het VAPA.

Dat de huurmarkt een grote rol speelt, verrast ons niet. Een van de grote redenen van armoede is het te dure wonen.

Een andere grote reden voor armoede is de ongekwalificeerde uitstroom. Vandaag stroomt 14 procent jongeren uit zonder diploma. In centrumsteden zoals Vilvoorde is dat 20 procent. De cijfers van de FOD tonen aan dat een onvoldoende goede opleiding de kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk vermindert, waardoor deze mensen redelijk snel vervallen in armoede. In het VAPA kunt u daar goede maatregelen voor opnemen.

Ik geef een voorbeeld dat uw partij genegen is en dat veel verschil kan maken, namelijk het verlagen van de leerplicht. Vandaag is dat 6 jaar. Het zou interessant zijn om dat met één jaar naar beneden te halen tot 5 jaar. Onderzoek heeft immers aangetoond dat heel wat ouders hun kleuters wel al vroeger inschrijven dan 6 jaar, maar dat ze dan toch niet naar school gaan. Dat heeft weinig effect. Het verhogen van kleuterparticipatie is out of the box denken om armoede aan te pakken, maar het kan.

Een andere reden waarom het bovengeschetste profiel vatbaar is voor armoede, is het feit dat ze kinderen hebben. U kunt als minister van Armoedebestrijding uw rol als coördinerend minister opnemen door bij andere ministers aan te dringen op bijvoorbeeld flexibele en occasionele kinderopvang. Dat was ik gisteren beginnen te zeggen, maar ik kon mijn punt niet maken. Heel veel moeders met een kind kunnen vaak niet naar een sollicitatie gaan of de Nederlandse les volgen omdat ze geen lastminuteopvang vinden. Dat zijn gemiste kansen en het zou de armoedecijfers kunnen reduceren.

Mijn meest concrete punt is dat als u de concrete profielen onderzoekt en opzoekt, u de oplossingen veel concreter en vatbaarder kunt maken. Ik moedig u aan om in de verdere uitwerking van het VAPA rekening te houden met de profielen.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Er zijn denkkaders aangereikt die zinvol zijn in de bespreking van de opmaak van een armoedeplan. Ik wil even ingaan op de verlaging van de leeftijdsgrens. Nu gaat al 97,3 procent van de kleuters naar school. Of we met het verlagen van de leeftijd van 6 naar 5 jaar die 2,7 procent bijkomend naar de kleuterklas krijgen, weet ik niet. Dat is een zinvolle discussie, maar ik denk dat de impact eerder beperkt zou zijn. Deze discussie hoort ook eerder thuis in Onderwijs.

De minister heeft terecht gezegd dat participatie belangrijk is. Er is expertise, en die moet worden aangewend. Laat ons wel wezen: participatie zal nooit leiden tot een beleid of een politieke beslissing waarmee iedereen die geparticipeerd heeft, het eens is. Wat mij betreft, moet dat ook niet. Het is aan het parlement om te zien of er een voldoende democratisch breed draagvlak is. We doen dat bij voorkeur in de best mogelijke samenwerking met een zo ruim mogelijk middenveld, maar ik vind de prioriteit van de politieke besluitvorming evenzeer cruciaal.

Minister Homans heeft het woord.

Er is herhaaldelijk en terecht gevraagd of ik de insteken zal meenemen. Ik dacht dat ik in mijn initiële antwoord heel duidelijk was geweest dat het redelijk dom zou zijn om allerlei participatie- en inspraakmomenten te organiseren en er dan geen enkele rekening mee te houden. Uiteraard zal ik de insteken meenemen.

Hoe heb ik het aangepakt naar de andere ministers? Ikzelf en mijn kabinetsleden hebben alle relevante zaken in onze ogen opgelijst die in de actieplannen zouden moeten zitten van de collega-ministers. Wat moet er bijvoorbeeld zitten in het actieplan Werk, Onderwijs, Welzijn, Wonen enzovoort? Ik vond het relevant om mijn visie als coördinerend minister van Armoedebestrijding duidelijk te maken. Hoe meer het wordt aangevuld door de functioneel bevoegde minister, hoe beter. Het is hun eigen verantwoordelijkheid om het actieplan op te leveren. De actieplannen zullen we daarna nog eens goed bekijken. Als ik vind dat een bepaald domein tekortschiet, zal ik niet nalaten om de betrokken minister tot verdere actie aan te sporen.

Er is gevraagd naar de mogelijkheid om hoorzittingen te organiseren. Ik heb geen enkel probleem met hoorzittingen, maar we moeten de wettelijke termijn halen. Ten laatste een jaar nadat de regering is aangetreden, moet het VAPA ingediend worden in het parlement. Nu hoorzittingen organiseren op basis van een document dat nog niet volledig is en dat we volop aan het aanvullen zijn met de waardevolle insteken vanuit de organisaties, is weinig zinvol. Nadien kunnen we natuurlijk wel hoorzittingen houden. Is dat een maat voor niets? Neen, want er is bepaald dat het VAPA om de twee jaar kan en moet worden geëvalueerd. Er kunnen dus tussentijdse bijsturingen gebeuren. Ik vind hoorzittingen waardevol. Het is goed dat iedereen hier aanwezig ook de insteken krijgt die wij hebben gekregen van de organisaties. Als u andere stakeholders wilt uitnodigen, geen enkel probleem.

Mevrouw Moerenhout, u haalt een aantal zeer terechte punten aan, maar ik kan niet ingaan op de inhoud van het VAPA.

Ik weet wel dat mevrouw Franssen een vraag om uitleg heeft ingediend over de problematiek van alleenstaande vrouwen met kinderen en hun armoederisico, maar ik weet niet of de commissievoorzitter ze al ontvankelijk heeft verklaard. Als we die vraag beantwoorden, kunnen we, los van het VAPA, alvast dat debat voeren.

De commissievoorzitter moet nog oordelen, minister, dus laten we daarop niet vooruitlopen. In elk geval heeft het parlement nu het laatste woord.

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Mevrouw Moerenhout en ikzelf hebben u gevraagd om toch iets concreter te zijn, minister, omdat u systematisch antwoordt dat u wel degelijk insteken geeft, maar vervolgens niet zegt welke die dan zijn en daar gaat het tenslotte over. De aanleiding voor onze vragen was de nogal striemende kritiek van het middenveld dat het de verkeerde kant opgaat en dat ze de ministers hebben laten weten dat het beter moet. Dan moet het parlement toch controleren of die vraag naar verbetering wordt beantwoord en in welke richting, met welke intensiteit en inhoud die verbetering gestuurd wordt.

Ik stel vast dat we met een aantal collega’s vragen stellen, maar geen antwoord krijgen. We krijgen geen antwoord op de vraag of efficiënte, doorslaggevende sociale correcties op pijnlijke besparingsmaatregelen worden gevraagd, of automatische toekenning van rechten als richtlijn naar vakministers wordt meegegeven, of armoedetoetsen zullen worden opgelegd. Het is niet mijn bedoeling nú hoorzittingen te organiseren, omdat dat voorbarig is, maar het lijkt me wel belangrijk dat het parlement kan onderzoeken of u en de vakministers wat in het participatieproces naar voren is gekomen, ook hebben meegenomen. We moeten dus op een gepast moment – en dat is niet midden in een vakantieperiode – hoorzittingen kunnen organiseren, zodat het parlement het geleverde werk op zijn merites kan beoordelen.

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Mijnheer De Bruyn, als ik het goed heb, is 97,5 procent van de kleuters in het onderwijs ingeschreven, maar een groot deel van deze kinderen gaat niet naar school. Nochtans is dat een goed voorbeeld. Volgens u moeten we daarover niet praten, omdat het onderwerp in de commissie Onderwijs thuishoort. Daarop heeft de minister geantwoord dat ze als coördinerend minister niet zal nalaten haar verantwoordelijkheid te nemen en andere ministers achter de veren zal zitten. Dat is heel goed, en precies dat moeten we ook met onze hele commissie doen. Het VAPA is het belangrijkste document voor armoedebestrijding van deze legislatuur. De samenstelling van onze commissie is redelijk uniek en, minister, ik durf zelfs te zeggen dat u een historische kans hebt. Met de zesde staatshervorming kreeg u er verscheidene bevoegdheden bij, die u echt de mogelijkheid geven de armoede aan te pakken. Ik denk dan aan kinderbijslag, huurwetgeving en preventiebeleid in de gezondheidszorg. Bovendien bent u de leading lady van de N-VA, de grootste partij van de Vlaamse meerderheid. Dat is belangrijk.

Er wordt met bloemen gegooid.

Dat zijn zelfs geen bloemen, het is de waarheid. Maar bij die hele waaier aan bevoegdheden hoort een grote verantwoordelijkheid. Minister, u hebt inderdaad de macht om andere ministers achter de veren te zitten. In mijn ogen is armoedebestrijding uw belangrijkste portefeuille. Daarom is het ongelooflijk belangrijk dat u armoede ernstig neemt en inderdaad alle commentaren en goedbedoelde hulp van de sectoren en van de heer Van Malderen en mezelf meeneemt, een VAPA op tafel legt, andere ministers aanmoedigt, ambitieuze keuzes durft te maken en er echt voor gaat.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.