U bent hier

De heer Maertens heeft het woord.

Minister, ik denk dat het op 27 maart was dat u een conceptnota aan de regering hebt voorgelegd die de visie moet uitwerken rond Vlaanderen Radicaal Digitaal, het concept dat al is opgenomen in het regeerakkoord en in de beleidsnota. Daarin stellen we 2020 voorop als het jaar waarin we klaar moeten zijn in de nieuwe digitale omgeving – ik noem het wel eens de overheid 2.0 –, met een aantal heel concrete doelstellingen om te komen tot een overkoepelend Vlaams informatie- en ICT-beleid. We zien immers dat we door de BBB-structuur (Beter Bestuurlijk Beleid) in een verkokerd landschap hebben moeten werken. Waar we zien dat elk agentschap en elke entiteit op zijn of haar eigen houtje bezig is met informatieverspreiding, -uitwisseling enzovoort, moeten we gaan naar een meer overkoepelend beleid, met een sterk agentschap, het nieuwe agentschap Informatie Vlaanderen, dat die rol moet kunnen invullen.

Daarbij is het uw zeer goede bedoeling om tegen 2020 zeker naar één virtueel, digitaal loket te gaan voor alle digitale transacties die een burger of onderneming doet met de Vlaamse overheid en ik hoop ook met de andere overheden. Heel belangrijk is dat het accent in de nota duidelijk ligt op de interbestuurlijke aanpak, niet alleen met de lokale besturen maar ook met die andere overheid, de federale overheid.

U trekt daar ook een budget voor uit, namelijk gedurende drie jaar 10 miljoen euro per jaar als een soort hefboombudget waarmee u projecten van verschillende entiteiten wilt cofinancieren.

Een kleine maand nadat het actieplan Vlaanderen Radicaal Digitaal werd gelanceerd, kwam uw federale collega minister De Croo met een actieplan, in het mooi Nederlands Digital Belgium genoemd, waarmee hij radicaal de kaart van de digitalisering wil trekken. Toevallig, of vooral niet toevallig, stelt hij ook 2020 voorop als de datum om klaar te zijn. Hij zegt letterlijk dat tegen 2020 België in de Europese top 3 moet zitten van de meest geavanceerde landen op digitaal vlak. Dat is ambitieus. Met andere woorden, er zijn gemeenschappelijke uitdagingen, ambities en belangen.

De federale minister zegt ook dat Digital Belgium de voorbije maanden tot stand is gekomen na een lange reeks van contacten, gesprekken en werkbezoeken. Dat is natuurlijk het punt dat me interesseert. Ik wil er wel eens naar peilen of die federale plannen ook tot stand zijn gekomen na een lange reeks contacten en gesprekken met de Vlaamse evenknie, de Vlaamse overheid.

Minister, vond er overleg plaats tussen de federale en de Vlaamse overheid om de uitgangspunten van Digital Belgium en Vlaanderen Radicaal Digitaal op elkaar af te stemmen? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, waarom is dat volgens u niet gebeurd? Op welke domeinen zijn er volgens u synergieën mogelijk? Ik denk dat die er moeten kunnen zijn, zeker als we spreken over open data bijvoorbeeld. Hoe zult u de bestendige afstemming van het actieplan Digital Belgium en de Vlaamse beleidsdoelstelling Vlaanderen Radicaal Digitaal proberen te verzekeren? Nogmaals, in het actieplan Vlaanderen Radicaal Digitaal kiest u ervoor heel goed, logisch en positief interbestuurlijk te werken, collega Caron, met de lokale besturen en met de federale overheid.

Ik heb nog een vraagje in de rand daarvan. Enkele weken geleden, tijdens de commissievergadering van 21 april, hadden we een gedachtewisseling met een aantal burgemeesters van steden over de Stedenmonitor 2014. Daar kwam enkele keren naar voren dat de uitwisseling van de gegevens van bovenlokale overheden, dus ook van de Vlaamse overheid, naar de lokale overheden en omgekeerd, aanleiding geeft tot bepaalde klachten. Er zijn uiteraard heel veel gegevens beschikbaar. Maar het linken van die databanken zou helemaal niet of stroef verlopen. Op welke manier zult u de lokale besturen betrekken bij de uitwerking van de beleidsdoelstelling Vlaanderen Radicaal Digitaal, met het oog op het optimaal afstemmen van de behoeften en opportuniteiten van de lokale besturen op wat we in Vlaanderen doen? Ik heb in de conceptnota gelezen dat er een stuurorgaan Vlaams ICT- en informatiebeleid komt, waar van de negentien leden, een stuk of drie mensen vanuit de gemeenten en provincies worden afgevaardigd. Dat is een stuurorgaan, maar gaat u ook verder dan dat? Zult u echt in dialoog gaan met de lokale besturen om concrete projecten op poten te zetten?

De heer De Meulemeester heeft het woord.

De heer Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, dit is een terechte vraag van collega Maertens, waar ik mij wil bij aansluiten.

Zowel het federale actieplan Digital Belgium als de Vlaamse beleidsdoelstelling Vlaanderen Radicaal Digitaal naar aanleiding van de conceptnota van de Vlaamse Regering van 27 maart, is enorm belangrijk. De bezorgdheid van zeer velen met betrekking tot de uitwisseling van gegevens, meer in het bijzonder van de bovenlokale overheden naar de lokale overheden, en omgekeerd, is toch wel zeer groot. Dat is al aan bod gekomen tijdens de bespreking van de Stadsmonitor, waarbij we een aantal burgemeesters op bezoek hebben gekregen. Het mag gezegd worden dat zowel Vlaanderen Radicaal Digitaal als het plan Digital Belgium uiteindelijk hetzelfde doel voor ogen hebben. Dat is toch wel zeer positief. Omwille van de gebruiksvriendelijkheid willen beide niveaus de contacten tussen enerzijds de burgers en de bedrijven en anderzijds de overheden zo veel als mogelijk digitaliseren. Ik denk dat we partners zijn om zo goed mogelijk overeenstemming te krijgen met elkaar, zodat we deze doelstellingen in 2020 kunnen bereiken.

Een belangrijk aandachtspunt is de eenmalige opvraging van gegevens van overheden, zowel federaal als op het Vlaamse niveau. We storen er ons soms aan wanneer bepaalde gegevens, niet alleen bestuurlijk maar ook naar de burger, meer dan eenmaal worden opgevraagd. We kennen de problematiek, waar toch een oplossing voor zou moeten komen. We hopen dat de conceptnota van Vlaanderen en wat er op Belgisch niveau gebeurt, oplossingen zal bieden.

Minister, zal er, naast alle contacten die er geweest zijn in het verleden tussen het federale en het Vlaamse niveau, ook in de toekomst een gestructureerd overleg tussen het federale niveau en het Vlaamse niveau plaatsgrijpen zodat een en ander op elkaar kan worden afgestemd? Er zijn immers veel punten van overeenkomst waarin moet worden samengewerkt. Zo kunnen wij op Vlaams niveau die doelstellingen bereiken, maar het is ook belangrijk dat ook op het federale niveau deze doelstellingen in 2020 bewaarheid kunnen worden.

De heer Doomst heeft het woord.

De heer Michel Doomst (CD&V)

Voorzitter, minister, ik wil de collega’s van de N-VA aanmoedigen dit digitaal samenwerkingsfederalisme zo vorm te geven. Ik denk dat het zeer aangewezen is dat die samenwerking en dat overleg er komt. We voelen allemaal aan dat naast elkaar werken geen zin heeft. Het programma Vlaanderen Radicaal Digitaal stelt nu al duidelijk dat we tegen 2020 alle interacties digitaal moeten kunnen laten verlopen, en de klant maximaal in contact met de overheid moeten brengen langs dat kanaal. In hoeverre hebt u Digital Belgium al kunnen ver-‘flandersen’? Hoever hebt u minister De Croo al gekregen? Hoever staat het? Hoe dikwijls hebt u samen met hem al op ‘enter’ kunnen drukken?

Minister Homans heeft het woord.

Over dit concreet project is er geen overleg geweest omdat de uitgangspunten van beide projecten totaal verschillend zijn. Ik ga me niet wagen aan het uitspreken van het federale plan. Het zou ook niet goed staan in het Vlaams Parlement, nietwaar mijnheer Doomst? Ik noem het gemakkelijkheidshalve het plan-De Croo. De uitgangspunten en de focus van ons programma Vlaanderen Radicaal Digitaal zijn totaal verschillend. Ik vind het ook niet abnormaal, ik vind het zelfs normaal dat er in dit kader totaal geen overleg is geweest. Ik kom er nog op terug hoe we wel gaan overleggen over digitalisering en dergelijke meer.

Waarom is dit fundamenteel verschillend? Het plan van federaal collega De Croo heeft een sterke economische en telecominvalshoek, het richt zich op de digitalisering van de samenleving. Het gaat bijvoorbeeld over digitale economie, digitale infrastructuur, digitale vaardigheden en jobs, digitaal vertrouwen en digitale veiligheid. Vlaanderen Radicaal Digitaal daarentegen is een programma dat zich vooral toespitst op een informatiegedreven overheid. Hoe kunnen we onze informatie op een digitale manier zo goed mogelijk ter beschikking stellen van andere overheden en van de burgers?

Zo kom ik bij de opmerking van de heer De Meulemeester, die terecht zegt dat hij nog heel veel klachten hoort van mensen die op verschillende momenten dezelfde informatie moeten doorgeven of aanvragen. Het zit allemaal mee in het concept van Vlaanderen Radicaal Digitaal om dat in de toekomst te vermijden en onze diensten zo goed als mogelijk digitaal te kunnen aanbieden, met dien verstande dat we nooit uit het oog mogen verliezen dat niet iedereen in onze Vlaamse samenleving altijd mee zal zijn op die digitale snelweg. Dat is al zeer uitgebreid aan bod gekomen, onder andere tijdens de bespreking van de beleidsnota. We moeten nog altijd een alternatief hebben voor de mensen die niet mee zijn of niet mee kunnen.

Zijn er synergieën mogelijk tussen het federale en het Vlaamse niveau, even los van het recente plan van minister De Croo? Natuurlijk. Ik denk dat er meer dan één synergie mogelijk is. Bijvoorbeeld op het vlak van cyberveiligheid zie ik wel enkele opportuniteiten. Ook naar aanleiding van de herziening van de Europese richtlijn met betrekking tot het hergebruik van overheidsinformatie, rond digitaal tekenen, rond toegangscontrole, over het gebruikersbeheer en ook met betrekking tot e-procurement en e-invoicing denk ik dat er zeer veel raakvlakken bestaan en synergieën mogelijk zijn.

De heer Maertens vroeg hoe ik de bestendige afstemming van het actieplan Digital Belgium en de Vlaamse beleidsdoelstelling ‘Radicaal Digitaal’ zal verzekeren. Die vraag is eigenlijk zonder voorwerp omdat het om twee afzonderlijke projecten gaat. Voor een goede afstemming tussen de federale plannen en de Vlaamse plannen voor alles wat met digitalisering van de overheid te maken heeft, zie ik wel een rol weggelegd voor het Intergouvernementeel overleg over e-government (ICEG). ICEG bestaat al sinds 2001, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het in het verleden nauwelijks is samengekomen, om niet te zeggen nooit. Het zou een platform kunnen zijn voor meer afstemming tussen de beleidsniveaus, zeker omdat we ook meer en meer de digitale weg op moeten en we absoluut niet kunnen achterblijven, zeker niet als moderne Vlaamse overheid.

De heer Maertens vroeg ook hoe ik de lokale besturen zal betrekken. Ik vind dat een zeer terechte vraag. Uit de beleidsnota blijkt dat in het programma Vlaanderen Radicaal Digitaal de lokale besturen bij uitstek een bevoorrechte partner zijn. Dat is goed. Niet alleen de burgers, maar ook de lokale besturen moeten mee op de digitale sneltrein. Zij moeten ook hun diensten aanbieden zodat ze niet altijd zelf alle goede praktijken moeten uitvinden.

In overleg met de lokale besturen werken we een concrete aanpak uit om de lokale besturen volop te betrekken bij de digitalisering. Ik ben me er absoluut van bewust dat het voor de ene gemeente of stad gemakkelijker is dan voor de andere. Sommige hebben al een voorsprong. Als minister van Binnenlands Bestuur vind ik het belangrijk om alle Vlaamse steden en gemeenten mee te hebben. Hoe doen we dat? We zetten in op verschillende pijlers. Een eerste is: hoe kunnen we inzetten op het versterken van de capaciteit en bestuurskracht van lokale besturen om met ICT- en informatiebeleid bezig te zijn? Ik denk bijvoorbeeld aan de terbeschikkingstelling van raamcontracten zodat lokale besturen op een goedkope manier dezelfde dienstverlening kunnen krijgen als de Vlaamse overheid. Niet elk bestuur is bij machte om zelf raamcontracten af te sluiten. Hoe groter de vraag is, hoe lager de prijs. Dat is de logica van de marktwerking. Wij willen bijvoorbeeld ook raamcontracten ter beschikking stellen van lokale besturen zodat ook zij mee kunnen op de digitale snelweg. Een tweede pijler is: hoe zorgen we ervoor dat interbestuurlijke processen op een goede manier gedigitaliseerd worden? Niet alles stopt aan de grens van een bestuursniveau. Het is vaak nodig om processen ook over te hevelen van het ene bestuursniveau naar het andere. Een laatste pijler is cocreatie en cobeheer: hoe betrekken we de lokale besturen, zowel bij het hele programma Vlaanderen Radicaal Digitaal als bij concrete projecten in een vroeg stadium? Ook via de VVSG en V-ICT-OR worden de lokale besturen uitgenodigd om een projectvoorstel voor het programma Vlaanderen Radicaal Digitaal in te dienen.

De heer Maertens heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik kan me vinden in uw uitleg dat er een verschillend uitgangspunt is bij beide plannen, maar er zijn wel degelijk synergieën. U hebt dat ook zelf gezegd. Ook in het plan van de federale overheid gaat het over elektronische facturatie, over de digitale overheid, over de open data. Open data zijn heel erg belangrijk. Er zijn enorm veel data beschikbaar bij de federale overheid, bij de Vlaamse overheid, bij de lokale besturen. Het komt er gewoon op aan om die data te koppelen en ervoor te zorgen dat ze worden ontsloten. Wat we weten, weten we soms niet altijd. Er is heel veel informatie beschikbaar, maar we weten te weinig wat er allemaal mogelijk is met die data.

Minister, ik ben blij dat u zegt dat u het intergouvernementeel overleg voor e-government wil activeren. Het is belangrijk dat u het initiatief wilt nemen. Ik ben het er absoluut mee eens om de lokale besturen nauw te betrekken. Dat is heel positief.

U hebt het over raamcontracten waar de lokale besturen zouden kunnen op intekenen. Ik heb een bijkomende vraag: wat zou dat bijvoorbeeld kunnen zijn? Zijn ze eerder gericht op ICT of gaan ze ook over e-governmenttoepassingen en concrete projecten die vorm kunnen krijgen in de verschillende gemeenten? Er zijn toch heel wat problemen en uitdagingen in heel veel, zo niet in alle gemeenten. Misschien moeten we op Vlaams niveau tot concrete en gelijkaardige oplossingen kunnen komen. Het is positief dat er projectvoorstellen kunnen worden ingediend, ook door die lokale besturen.

De heer De Meulemeester heeft het woord.

De heer Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik meen te begrijpen dat er zoveel raakpunten zijn tussen het Vlaamse en het federale niveau dat ik de hoop nogmaals uitdruk dat er een gestructureerd overleg komt – het kan ons alleen maar verder brengen – en dat de nodige financiële inspanningen voor de lokale besturen worden gedaan zodat ze op het werkveld mee zijn. De lokale overheid speelt er toch wel een heel grote rol in, en ik hoop dus dat alle mogelijke inspanningen worden gedaan.

De heer Doomst heeft het woord.

De heer Michel Doomst (CD&V)

De lokale besturen kijken met één oog naar u als minister, maar ook met één oog naar de heer De Croo. We moeten dat op elkaar afstemmen, want anders gaan we scheel kijken. Ik ben blij dat u bereid bent om overleg te plegen. Het is goed dat de proefprojecten van onderuit moeten komen. Het is nu aan de lokale besturen om zich te organiseren. Dit is een kans om intergemeentelijk te werken, beter dan domweg te fusioneren.

Minister, het is ook een thema dat mij na aan het hart ligt, omdat regeren toch voorzien is en we dat moeten kunnen doen op basis van adequate informatie en cijfers. Het is een heel belangrijk project. Het gaat niet over fuseren, maar de grenzen stoppen niet aan de gemeentegrenzen. Als we in een niet-verkokerd Vlaanderen tot een goede ruimtelijke ordening willen komen met een vlotte mobiliteit, dan moeten we tot een goede meting komen. Ik zou dan ook willen aandringen op goede realtime informatie. Er moeten niet alleen open data zijn, maar ook zeer recente data.

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, dat we moeten beschikken over actuele cijfers en gegevens, daarmee ben ik het volledig eens. Soms lukt dat niet en staat er op de websites van de verschillende overheidsdiensten wel eens informatie die niet meer zo accuraat en actueel is.

Mijnheer Maertens, ik zal u een voorbeeld van een raamcontract geven. Mensen met een zeer hoog ICT-profiel die wel door Vlaanderen via Vlaanderen Connect kunnen worden aangetrokken maar niet door de lokale besturen, worden ter beschikking gesteld van die lokale besturen. Het is een voorbeeld van hoe we de invulling van zo’n raamcontract zien. Kleinere gemeenten zijn misschien niet altijd financieel bij machte of niet altijd even aantrekkelijk voor mensen met een hoog ICT-profiel om hen aan te trekken.

Mijnheer Doomst, ik hoop dat ik ook u vandaag gelukkig kan maken. Ik wil vandaag iedereen gelukkig maken. U vindt het heel belangrijk dat er overleg is. Ik ook. Morgen is er opnieuw overleg met de VVSG en V-ICT-OR om ervoor te zorgen dat de lokale besturen van in het begin mee zijn met de projecten. Ik denk dat dit tegemoetkomt aan al uw terechte verwachtingen en verzuchtingen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.