U bent hier

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, de opslag van elektriciteit is een actueel onderwerp. Het nieuws van Tesla vorige week heeft ervoor gezorgd dat dit onderwerp heel dichtbij komt. Dit wordt vaak gezien als de missing link in ons stroomsysteem, in het stroomsysteem van de toekomst. We hebben een stijgende decentrale productiecapaciteit. Het probleem daarbij is dat dit niet altijd samenvalt met het consumptiepatroon van de gezinnen en bedrijven. Op bepaalde momenten wordt er stroom geproduceerd en zonne-energie opgewekt in de namiddag wanneer de stroomvraag net een heel stuk lager ligt. Op het moment dat de zon verdwijnt achter de horizon, stijgt de vraag naar stroom. Opslag kan dan ook essentieel zijn om ervoor te zorgen dat groenestroomproductie effectief en efficiënt verloopt en overeenstemt met de vraag van de consument.

Die oplossing van opslag van elektriciteit op het moment dat de productie hoog is en de vraag klein, is heel belangrijk. De technologie evolueert, Tesla heeft dat vorige week nog eens aangetoond. In het Vlaams energiesysteem moeten wij ook rekening houden met de technologische evolutie en met de vraag van elektriciteitsproducenten en consumenten.

Er zijn verschillende manieren om in die opslagcapaciteit te voorzien. Dat kan op een grootschalige manier. Dan gaat het debat over het energie atol of over de uitbreiding van de centrale van Coo als we het op Belgisch niveau bekijken. Het kan ook veel kleinschaliger en dan wordt er gedacht aan batterijen bij individuele gezinnen of bedrijven. Men kan ook denken aan batterijsystemen op wijkniveau, waarbij een grote batterij wordt gecombineerd met verschillende decentrale productie-eenheden. Daarbij is de vraag wie dit zal doen en wie daarvoor de verantwoordelijkheid krijgt in ons marktsysteem. Gaat het naar de producenten van stroom of naar de leveranciers, of is dit bij uitstek een taak voor de distributienetbeheerder?

Er zijn ook andere systemen dan alleen batterijen. Er zijn systemen waarbij elektriciteit wordt omgezet in waterstof. Er zijn in Vlaanderen al bedrijven die decentrale elektriciteit opwekken en hun overtollige elektriciteit omzetten in waterstof om op die manier hun eigen wagenpark te laten rijden. Misschien kan worden overwogen om dit op grotere schaal uit te werken en bijvoorbeeld een aantal bussen van De Lijn op waterstof te laten rijden, waardoor we minder afhankelijk zouden worden van fossiele brandstof.

Om het verbruik en de productie van elektriciteit meer op elkaar af te stemmen, is vraagsturing heel belangrijk. Dat geldt voor de combinatie van batterijen met slimme meters of via aanbodafhankelijke tarieven, waarbij er alternatieve mogelijkheden zijn naast de opslag van elektriciteit. Er zijn al succesvolle tests geweest om het elektriciteitsverbruik af te stemmen op de productie van een individuele windmolen.

Eind vorig jaar is de Linear-test afgerond, waarbij een eerste groep van testpersonen kon gebruikmaken van automatische vraagsturing met slimme toestellen, terwijl een andere testgroep werd gevraagd het gebruik van zijn elektrische toestellen te bepalen in functie van het elektriciteitstarief dat varieerde in de loop van de dag. Dat gaat onder andere over het gebruik van slimme meters en het hanteren van uurtarieven. Dat kan essentieel zijn om batterijen van Tesla effectief ingang te doen vinden op de markt. Als het mogelijk wordt om elektriciteit thuis op te slaan op het moment dat die het goedkoopst is en te verbruiken op het moment dat die het duurst is, wordt het rendabel om de batterij thuis te installeren. Dan moet eerst die slimme meter worden geïnstalleerd en moet het tariefsysteem wijzigen, en moet eigenlijk ons marktsysteem wijzigen. Ook de rol van de Vlaamse bedrijven en de netbeheerders moet daarin worden gedefinieerd. Er zijn wel wat uitdagingen voor de netbeheerders. Als er massaal zou worden overgeschakeld op batterijsystemen, wordt de voorspelbaarheid van het verbruik veel kleiner. Mensen gaan dan verbruiken op andere momenten dan ze vandaag doen. Daar moeten netbeheerders die het evenwicht van het net in de gaten moeten houden, rekening mee houden.

Minister, de technologie is volop in ontwikkeling. Tesla is een belangrijke speler, maar er zijn veel andere spelers. Hebt u zicht op de ontwikkeling en de rol van de Vlaamse bedrijven? Op welke manier kan Vlaanderen die rol versnellen en ondersteunen? Het is belangrijk om ook een economische meerwaarde te realiseren inzake batterijopslagtechnieken.

Minister, is het aangewezen om in te zetten op een van de aangehaalde technieken – opslag met batterij, slimme meters, vraagsturing enzovoort – om het verschil in het productie- en consumptiepatroon weg te werken en beide beter op elkaar af te stemmen? Of worden de verschillende opties beter allemaal naast elkaar uitgewerkt? Welke initiatieven zult u op dat vlak nemen?

Wat zijn uw bevindingen op basis van het rapport van de Linear-test? Inzake de rolverdeling op de markt is de vraag wie verantwoordelijk zal zijn voor de plaatsing en het gebruik van de batterijen. Komt dat toe aan de netbeheerders, aan de consumenten, de producenten, de leveranciers of is een combinatie van die verschillende rollen mogelijk?

Minister, hoe kan de opslag op wijkniveau worden geregeld? Is daar een aangepaste regelgeving voor nodig? Is opslag van overtollige elektriciteit in de vorm van waterstof een te overwegen optie om op grotere schaal uit te werken en zo minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen?

De heer Schiltz heeft het woord.

Een zeer boeiende vraag om uitleg van de heer Bothuyne. Minister, er is een voorstel van resolutie ingediend in het Vlaams Parlement om u aan te sporen werk te maken van de energievisie en het Energiepact. Dergelijke allesomvattende vragen horen daar ook wel in thuis. Het gaat tenslotte om het hertekenen van ons energielandschap en de energiemarkt. Het is belangrijk dat u op de hoogte bent van een aantal belangrijke, noodzakelijke veranderingen die zullen gebeuren. Het lanceren van het nieuwe batterijsysteem van Tesla is goed nieuws. U hebt er een leuk stukje over geschreven. De heer Bothuyne is ook helemaal mee.

Wanneer we kijken naar energie-uitdagingen waar we in de komende jaren voor staan, wordt de energieopslag een beetje beschouwd als de silver bullet. Als we toch maar die elektriciteit zouden kunnen opslaan, dan zou dat een pak meer stabiliteit op het net kunnen brengen, dan zouden ook de kosten van productie en verbruik aanzienlijk kunnen dalen.

Minister, het is wel nuttig dat u anticipeert en samen met de netbeheerders klaarstaat voor het geval dat zulke technologieën zouden doorbreken. Momenteel is het onmogelijk om in een huis een batterij te plaatsen achter de meter. Het technisch reglement schijnt dat niet toe te staan. Het is wel interessant om na te gaan of we een aantal euvels niet kunnen wegwerken of versoepelen, of toch procedures kunnen bepalen zodat mensen die willen instappen op innoverende ideeën dat ook kunnen. Uiteraard met alle respect voor veiligheid en dergelijke meer.

Minister, er is al vaak gesproken over nieuwe tariferingssystemen. Ik neem aan dat we die discussie nog even uitstellen, maar ook dat u ervan overtuigd bent dat capaciteitstarieven kunnen bijdragen tot de integratie van moderne energiesystemen zoals elektriciteitsopslag.

Over batterijen heb ik al een schriftelijke vraag gesteld aan minister Muyters. Het inschakelen van autobatterijen in het energiesysteem is een model dat vaak wordt gehanteerd door mensen die bezig zijn met moderne energiesystemen. Daar zijn nog een heleboel bezwaren, bedenkingen en vraagtekens bij. We kennen de slijtageperiode van autobatterijen nog niet, we weten nog niet in welke mate ze bestand zijn tegen veel op- en afladen. Dat moeten we nog afwachten. De vorige jaren zijn er onderzoeken naar elektrische mobiliteit en de inschakelbaarheid van autobatterijen in het energiesysteem gevoerd. Momenteel lijkt dat wat stil te vallen.

Minister, hebt u een zicht op wat de Vlaamse Regering in de toekomst zal doen om het onderzoek naar de inschakeling van batterijtechnologie en opslagtechnologie in onze economie en energiesysteem te ondersteunen? Het is goed dat er mensen als Elon Musk bestaan die daar een hoop geld tegenaan kunnen gooien en innovatie kunnen lanceren, maar als de overheid achterblijft, zeker in Vlaanderen, dan vrees ik dat zulke projecten een stille dood zullen sterven en zal Vlaanderen achterop blijven hinken. Met u als minister van Energie hebben we een uitgelezen gelegenheid om de energie-innovatieagenda wat forser door te duwen.

Ik wilde u graag polsen rond uw visie over de inschakelbaarheid in ons energiesysteem van batterijsystemen zoals die gelanceerd zijn door Tesla.

De heer Danen heeft het woord.

Voorzitter, minister, er is veel gezegd over de batterijen en de inschakelbaarheid ervan. Ik neem aan dat het debat de komende maanden en jaren zal voortduren. Dat is heel goed. De laatste weken zijn er ontwikkelingen aan de oppervlakte gekomen die al langer aan het sluimeren waren natuurlijk, die heel erg mooi verpakt zijn. Op zich is dat belangrijk. Wat mij betreft, moeten we deze technologie omarmen en alle kansen geven.

We moeten de zaken ook integratief benaderen. Uit de Linear-studie, waar de heer Bothuyne naar verwijst, heb ik vooral onthouden dat mensen zelf misschien de intentie hebben om hun gedrag aan te passen aan prijzen en aan andere incentives, maar als het op schaapscheren aankomt, is er altijd wel een reden om dat niet te doen. De kinderen moeten naar het voetbal worden gebracht of ze willen eens uitslapen of wat dan ook. Ik heb daar alle begrip voor; ik ben daar zelf een voorbeeld van. Daarom is het van belang dat de technologie dat voor een deel voor ons doet. De toestellen zullen slimmer gemaakt moeten worden. De integratie met slimme meters, slimme netten, slimme batterijen, het hele plaatje, moet kunnen werken. We hebben er niets aan dat één aspect goed werkt als de rest achterblijft. Dan blijft het een doodgeboren kind.

Ik sluit me aan bij de vraag van de heer Schiltz. Hebt u zicht op wat Vlaanderen nu al doet? Ik neem aan van wel, want in maart was u op een studiedag in Brussel waar het onderzoek naar energie in Vlaanderen werd voorgesteld door EnergyVille en UGent. Daar is een overzicht gegeven.

Wat kan Vlaanderen doen om dit soort technologieën nog meer te ondersteunen en te omarmen? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat niet ieder instituut op zichzelf bezig is, maar dat er een soort geïntegreerd kader komt waarin de onderzoeken op elkaar worden afgestemd. Als we dat doen, kan Vlaanderen een voorsprong nemen. Als we dat kunnen, moeten we dat zeker doen.

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Naast de klassieke opslag van elektriciteit door pompstations – in België toegepast onder andere in Coo – zijn inderdaad een aantal opslagtechnieken voor elektriciteit in volle ontwikkeling. Ook de systemen voor de opslag zijn in volle ontwikkeling.

Vlaamse bedrijven en onderzoeksinstellingen zijn erg actief in deze sector. Ik vermeld onderzoeksprojecten als Linear, een demonstratieproject naar slimme netwerktechnieken en vraagzijdebeheer, en het MetaPV project, een demonstratieproject naar de integratie van grote hoeveelheden zonne-energie in het netwerk, die beide op Europees vlak toonaangevend zijn op vlak van kennisverwerving en kennisimplementatie. Het expertisecentrum voor energie EnergyVille heeft een belangrijk onderzoeksdomein naar elektriciteitsopslag. Ook vanuit het Milieu- en energietechnologie Innovatie Platform (MIP), dat wordt beheerd door i-Cleantech Vlaanderen, werden en worden belangrijke innovatieprojecten rond batterijopslag, waterstof, brandstofcellen en power-to-gas gesteund.

In mijn beleidsnota Energie heb ik gesteld dat investeringen in onder meer energieopslag essentieel zijn. De opslag van elektriciteit is niet alleen nodig om de bevoorradingszekerheid en de stabiliteit van het netwerk te verzekeren in het energiesysteem dat is gebaseerd op een groeiend aanbod hernieuwbare energie, maar ook om gezinnen en bedrijven toe te laten elektriciteit te gebruiken wanneer het aanbod groot is en de prijs laag. Het beter afstemmen van vraag en aanbod kan belangrijke kosten uitsparen en komt dus de hele samenleving ten goede. Vanuit die optiek ben ik voorstander van een blijvende en versterkte aandacht voor elektriciteitsopslag, zowel op het vlak van onderzoek en ontwikkeling van de opslagmodi zelf als op het vlak van integratie in het energiesysteem. Het thema flexibiliteit zal aan bod komen in de voorbereiding van de Vlaamse energievisie, die wordt voorzien in het regeerakkoord.

Vraagzijdebeheer of ‘demand side management’ en elektriciteitsopslag, in de strikte zin van het woord, zijn beide nodig en sluiten elkaar geenszins uit. Beide technieken bestaan naast elkaar en hebben een veelbelovende toekomst. Op het vlak van vraagzijdebeheer worden al concrete maatregelen geïmplementeerd. Het is hier vooral zaak om het toepassingsgebied uit te breiden naar kleinere ondernemingen, gezinnen met warmtepompen en elektrische voertuigen. Dit vergt wijzigingen aan de regelgeving, maar ook aan de beheersystemen en contracten van netbeheerders, leveranciers, aanbieders van laadpalen voor elektrische voertuigen et cetera.

De VREG werkt op dit moment aan een advies over de organisatie van flexibiliteit op het elektriciteitsnetwerk. Voor batterijtechnologieën, waterstof, power-to-gas zijn er op dit moment nog belangrijke evoluties in de technologie zelf. We zitten op een kantelpunt. Verschillende producten ontgroeien de innovatiefase en worden stilaan op grote schaal geïmplementeerd. Het is hier vooral zaak om Vlaamse bedrijven vanuit het innovatiebeleid te ondersteunen om op opportuniteiten in te spelen en om bedrijven de mogelijkheid te geven hun technologie toe te passen.

In een opiniestuk in De Morgen dit weekend heb ik er al op gewezen dat de wereld elektrisch wordt. Europa misschien nog het snelst van al. Ik denk dat men van nucleair en fossiel meer en meer zal overstappen op elektriciteit.

In het Linear-onderzoek werden verschillende businesscases onderzocht, onder te verdelen in twee categorieën: verschuivingen van het verbruik in functie van de energiekost enerzijds, en verschuivingen in functie van de levering van diensten aan de netbeheerder anderzijds. Daarbij werden ook twee interactiemodellen voor de gebruikers getest: enerzijds op basis van vrijwillige deelname op basis van verbruiksinformatie die werd aangeleverd via een energiemonitoringsysteem, anderzijds op basis van geautomatiseerde vraagsturing.

Er waren positieve resultaten op het vlak van de gedragswijziging in functie van de energiekost, en meer in het bijzonder bij de geautomatiseerde vraagsturing. Manuele respons op een variabel prijsschema in functie van het ogenblik van verbruik is vrij beperkt. Dat is eigenlijk ook wel logisch, want dan vraag je aan de consument om bij wijze van spreken constant de monitoring te doen. Op het moment dat we in de commissie zitten, willen we niet altijd bezig zijn met het monitoren van onze vraagsturing op het thuisfront, omdat dat op dit moment hier niet onze kerntaak is. Ik vind dat zulke systemen alleen kunnen werken als je het KISS-principe (keep it simple, stupid) toepast, want anders zal de consument het nooit echt gebruiken.

Niettemin lijken de resultaten het meest belovend voor geautomatiseerde systemen die niet onderhevig zijn aan gebruikersmoeheid. Dat is heel belangrijk. Je moet mensen motiveren om die vraagsturing op elk moment te doen. Je moet dus een heel eenvoudig, gebruiksvriendelijk systeem hebben.

Bij de nadere uitwerking van het beleidskader inzake flexibiliteit moeten ook de rollen en verantwoordelijkheden van actoren inzake opslag worden afgebakend.  Het is duidelijk dat de opslag zich in een grijze zone bevindt, waarbij het in principe gaat over marktactiviteiten, maar waarbij goede redenen kunnen rechtvaardigen dat ook distributienetbeheerders zelf investeren in opslag.

Zo kunnen investeringen in opslag en opslagdiensten technisch aangewezen zijn – bijvoorbeeld om netwerkbeperkingen tijdelijk op te heffen –, kostenefficiënt zijn –  bijvoorbeeld als alternatief voor een investering in netcapaciteit –, en noodzakelijk zijn indien die niet of onvoldoende worden aangeboden op de markt. In ieder geval zullen de rollen regelmatig in functie van nieuwe ontwikkelingen moeten worden aangepast en moet er zo veel mogelijk worden vermeden dat deze activiteiten van netbeheerders de markt voor opslagdiensten zouden verstoren. Het net zal namelijk op een totaal andere manier worden beheerd wanneer er opslag is dan voordien. We moeten ervoor zorgen dat opslag al zijn ontwikkelingskansen kan hebben.

De technische voorschriften van de netbeheerders voor decentrale productie-installaties laten vandaag al toe om decentrale productie op het distributienet aan te sluiten ongeacht de energiebron. Het is dus niet verboden, maar toegelaten. Individuele gezinnen en bedrijven kunnen in hun installaties vandaag al batterijen plaatsen die de energie opslaat die overdag door zonnepanelen te veel wordt geproduceerd en het overschot tijdens de avondpiek injecteert op het distributienet voor zover de installatie voldoet aan deze voorschriften.

Om op wijkniveau de opgeslagen energie te injecteren vanuit een batterij, moet de producent de installatie aansluiten op het distributienet en de bestaande marktprocessen respecteren zoals elke andere producent van wind- of zonne-energie. Voor het opvangen van spanningsschommelingen kan men soms met een goedgeplaatste wijkbatterij aan het uiteinde van het net betere resultaten bereiken dan met individuele batterijen. Het regelgevend kader laat echter op vandaag niet toe dat de distributienetbeheerder wijkopslag plaatst of beheert, aangezien dit kan worden geïnterpreteerd als productie en het dan buiten de taak van de distributienetbeheerder valt.

De distributienetbeheerder zou idealiter opslagtechnologie moeten kunnen plaatsen en beheren als middel om zijn taken als netbeheerder te kunnen vervullen, zonder dat hij daarbij terechtkomt in het circuit van commerciële activiteiten, zoals de loutere levering of productie van elektriciteit, of zonder dat het een barrière opwerpt voor de ontwikkeling van dergelijke commerciële activiteiten.

De productie van waterstof op momenten dat er overschotten aan elektriciteit zijn om op andere momenten zuiver of in combinatie met aardgas, power-to-gas, te gebruiken, is een mogelijke manier om elektrische energie op te slaan. Ook die technologie is in volle ontwikkeling. Daarmee bedoel ik dat we aan de vooravond van een doorbraak staan en dat het geen langetermijndroombeeld is.

Ook daar is het zaak om de Vlaamse spelers alle kansen te geven in innovatie, omdat het een markt is die ontzettend veel ruimte zal hebben.

Bovendien heeft het ook een impact op de factuurprijs. Als je de pieken en dalen die er nu zijn, kunt afvlakken, kom je natuurlijk ook in een andere wereld op het vlak van productie, gebruik en prijs. 

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het was een uitgebreid antwoord, maar dat is logisch. Als je het thema aansnijdt, heeft dat verstrekkende gevolgen en kan het heel ver gaan. Het is zeker niet uitgeput. U hebt ook gelijk: de technologische evolutie is van die aard dat we op heel wat punten net op de rand van de doorbraak lijken te staan.

Tesla heeft het brede publiek aangesproken met hun batterijsysteem. Er zijn verder nog systemen die volop in ontwikkeling zijn. Wat ik belangrijk vind in wat u zegt, is dat we de Vlaamse spelers die op dat vlak actief zijn – en dat zijn er wel wat – volop moeten ondersteunen om daarmee hun positie in deze nieuwe markt in te nemen.

Ik denk dat het heel belangrijk is dat u daarover met uw collega van Renovatie, minister Muyters, het gesprek aangaat en samen probeert gecoördineerd die energie-innovatie volop te ondersteunen.

Minister, hebt u daarover samen met minister Muyters al een plan uitgewerkt? Zijn er plannen om zoiets te doen? Het lijkt mij heel belangrijk voor onze Vlaamse economie en industrie.

Ook heel belangrijk was wat u zei over het advies dat de VREG voorbereidt. Misschien is het goed om daarvan de timing te kennen. Het is natuurlijk wel belangrijk om het debat te voeren in dit parlement. Zoals u zelf aangaf, moet er heel wat regelgeving worden aangepast. Dat kan gaan over decreten, technisch reglementen of andere elementen. Ik denk dat we dat debat het best hier voeren.

Wat me niet helemaal duidelijk is, is in welke taak u voor de netbeheerders in dezen voorziet. U zei dat ze de markt niet mogen verstoren. Daar ben ik het uiteraard mee eens: de markt moet volop de kans krijgen om zich te ontwikkelen. Er zijn echter ook redenen om aan te nemen dat netbeheerders ook zelf een actieve rol kunnen gaan spelen inzake de opslag van elektriciteit, en op die manier ook deels voor de distributie van elektriciteit. Graag had ik daar nog een reflectie over van u.

De heer Schiltz heeft het woord.

Minister, u hebt heel veel dingen geantwoord. Het is duidelijk dat u het dossier beheerst. Ik denk dat we ook wel kunnen concluderen uit de vragen en de antwoorden dat de intrede van opslagtechnologie in het net het netbeheer, het energiesysteem volledig op zijn kop zet. Een aantal jonge energie-ingenieurs hebben daarnaar verwezen in een opiniestuk. Als men een systeem op zijn kop zet, dan kan dat tot zeer goede resultaten leiden. We kunnen ons daarover verheugen. Dat moet echter wel goed worden voorbereid. Ik denk dat daarom een aantal partijen erop hebben aangestuurd te werken aan een energievisie en een energiepact met alle actoren, dus ook met de netbeheerders, om eens grondig de rol van eenieder door te spreken, en de mogelijkheden om deze transitie – want dat is het tenslotte – in goede banen te leiden. Ik zou dus toch niet al te onvoorzichtig of ondoordacht nu snel-snel een en ander in nieuwe regeltjes gieten. Het lijkt me nuttig dat we deze volledig geïntegreerde aanpak weliswaar snel doorvoeren, maar die wel volledig geïntegreerd houden. In dat opzicht kijk ik dus uit naar de werkzaamheden die daarover zullen volgen, en die we ook hier in het Vlaams Parlement zullen blijven volgen.

U pleit ervoor om de vraagsturing van toestellen vooral 'KISS' te houden. Dat is een beetje contradictorisch: slimme meters, slimme toestellen die dom moeten worden gebruikt. Ik begrijp echter natuurlijk wat u wilt zeggen. Ik meen dat de energy service companies (ESCO’s) daarin een grote rol kunnen spelen. We merken toch ook dat energieleveranciers nog weinig geld verdienen met het leveren van elektriciteit op zich, maar zich steeds meer op diensten beginnen te richten. In die zin wordt een product een nieuwe dienst. Ik denk dat er daar nog ruimte is. Er zijn nog een aantal juridische problemen waarnaar al een aantal keren is verwezen en die moeten en zouden worden opgelost om de intrede van volwaardige ESCO’s in het energielandschap toe te laten. Dat moeten we ook verder bekijken.

De vraagsturing is een zaak die onze federale collega’s zeer ter harte gaat, denk ik. Federaal wordt over strategische reserves en dergelijke meer gedebatteerd. Ik denk dat er met de netbeheerders wel eens kan worden bekeken hoe we meer partijen in het energiesysteem verantwoordelijk kunnen maken voor het evenwicht. Als we dat doen, dan zal de drive, de push om sneller naar stabiele energiesystemen, zoals opslag, te gaan, groter worden. De financiële stimulans is dan ook een belangrijk element, zodat de Vlaamse Regering niet alles hoeft te subsidiëren.

De heer Danen heeft het woord.

Er is al heel veel gezegd waarmee ik het voor een groot deel eens ben. Het zou wel eens kunnen dat dit een ‘game changer’ wordt. Het is belangrijk om daar bij uitstek rekening mee te houden. Minister, ik had een overzicht gevraagd van het onderzoek dat er op dat vlak in Vlaanderen gebeurt. Ik neem aan dat u dat niet hier en nu uit uw hoed kunt toveren, maar ik had dat toch wel graag gekregen. Ook vraag ik dat men dat gecoördineerd zou aanpakken. Ik mag hopen dat dit al deels gebeurt, maar ik heb daar op dit moment helemaal geen zicht op. Ik weet dat er heel veel gebeurt op het vlak van energieonderzoek, met energieopslag, slimme meters enzovoort. Ik heb er echter geen idee van of dat op een gecoördineerde manier gebeurt. Ik weet wel dat EnergyVille in Limburg op een heel goede manier te werk gaat. Aan de UGent zal dat allicht niet anders zijn. Dat overzicht had ik echter toch graag gekregen.

Ik heb nog een bedenking hierbij. Het zou wel eens kunnen dat opslagsystemen er op korte termijn voor zullen zorgen dat mensen off-grid gaan, dat ze zelf zullen zorgen voor de energieopslag en alles wat daarbij hoort. Nu is dat wat moeilijk, omdat in de winter de capaciteit van zonnepanelen allicht veel te laag is om voldoende energie opgeslagen te krijgen, maar in de nabije toekomst zal dat allicht wel kunnen. Natuurlijk ga je dan het fenomeen krijgen dat de netvergoeding, de netkosten zullen moeten worden betaald door nog minder mensen, wat zal leiden tot hogere rekeningen voor mensen die minder van die technologie kunnen profiteren. Ik wil toch ook oproepen dat men daar aandacht voor krijgt, ook in de tariefzetting. Ik weet wel dat de VREG daarvoor verantwoordelijk is, maar allicht hebt u toch ook wel een rol ter zake. Men moet er maximaal rekening mee houden dat diegenen die minder van technologie willen weten of daar om financiële redenen geen beroep op kunnen doen, niet het kind van de rekening zouden worden.

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Ik verwacht het advies van de VREG in juni. In verband met de distributienetbeheerders heb ik in mijn antwoord gezegd dat er nu inderdaad een debat is. Als zij bepaalde zaken qua opslag op wijkniveau plaatsen, kunnen ze worden geïnterpreteerd als producenten. Dat is niet echt productie, maar men slaat wel productie op. Ik ben het helemaal met jullie eens dat we door de marktevolutie taken zullen moeten herdefiniëren. We zullen daar echter ook flexibel in moeten zijn. Wat voor mij van belang is, is dat de bestaande taken geen nieuwe evoluties mogen blokkeren. Dan zijn we immers natuurlijk helemaal fout bezig.

Dan was er de vraag of er een gecoördineerde aanpak is. Ik moet zeggen dat er heel nauw wordt overlegd tussen minister Muyters, die de budgetten van Innovatie heeft, en mezelf. Dat loopt dus eigenlijk wel zeer goed. Bovendien is de innovatie ook wel gecentraliseerd. Voor geothermie is er de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). We hebben EnergyVille, dat met de opslag bezig is. Het Interuniversitair Micro-elektronicacentrum (IMEC) is heel veel bezig met zonne-energie. Eigenlijk zijn die taken wel goed verdeeld, en dat maakt het toch wel gemakkelijk.

Op een bepaald moment zal het inderdaad mogelijk zijn om off-grid te gaan, maar weet wel dat de batterij die Tesla nu heeft voorgesteld, een opslagcapaciteit van één dag heeft. Daadwerkelijk off-grid gaat nu dus nog niet, maar de prijszetting en de technologie zullen zeer sterk evolueren.

Mijnheer Schiltz, ik ben het helemaal eens met wat u zegt over ESCO. Net na de paasvakantie heeft de ministerraad aan ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) de opdracht gegeven te voorzien in een ESCO-fonds voor privébedrijven. Daarvoor is ook in de budgetten voorzien, als rollend fonds om de garantie voor first loss te doen. Het Vlaams EnergieBedrijf (VEB) zal ook echt de rol op zich nemen van een ESCO voor de openbare besturen. Ook op dat vlak heeft de Vlaamse Regering de voorbije weken dus eigenlijk twee belangrijke maatregelen genomen. Die zullen nu moeten worden uitgerold, maar ze zullen er wel voor zorgen dat we op dat vlak toch ook wellicht vooruitgang boeken. Dat sluit aan bij de vraag die mevrouw Taeldeman heeft gesteld, over het op een bepaald moment terugbetalen van een investering via de verminderde energiefactuur. Dat is net wat een ESCO-fonds ook doet. Dat kan de drempel van de voorfinanciering wegnemen. Vandaag is dat eigenlijk toch nog steeds een heel hoge drempel, zeker voor gezinnen in energiearmoede, maar ook voor bedrijven. Als de terugverdientijd vier à vijf jaar is, dan is het echt niet altijd evident om dat met eigen middelen te doen.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, dit belangrijke debat wordt vervolgd met op korte termijn het VREG-advies in juni. Op federaal vlak zijn ook uw collega-minister en administratie actief. Zij hebben onder andere een studie over opslagtechnieken besteld bij EnergyVille. De vraag is om die coördinatie niet alleen binnen de Vlaamse Regering maar ook met uw federale collega op te nemen. Dat moet bij uitstek gebeuren in het kader van het tot stand brengen van een energiepact.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.