U bent hier

De heer Bothuyne heeft het woord.

‘Disclosure’ is een moeilijke term die duidt op de herkomst van onze stroom en vooral van onze groene stroom. De garanties van oorsprong zijn het instrument dat ons daarbij zou moeten helpen. Zowel in binnen- als buitenland is daarover een debat gaande. In Nederland is dat debat bijvoorbeeld al vrij intensief gevoerd. Daar heeft men de term ‘sjoemelstroom’ uitgevonden. Dat is een mooi woord, maar het is jammer dat het moet worden gebruikt. Het stelt namelijk de hele sector van groene energie in het verkeerde daglicht. Het duidt er wel op dat het debat leeft. Mensen willen weten vanwaar hun energie, hun stroom, komt en hoe groen die effectief is.

In het geval van elektriciteit en groene stroom zijn er de garanties van oorsprong. De Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) heeft daarover eind februari een studiedag georganiseerd.

Dat er discussie is over die garanties van oorsprong, blijkt onder andere uit het bekende voorbeeld met betrekking tot de afkomst van onze groene stroom. 15 procent van de groene stroom in Vlaanderen is afkomstig uit IJsland. Dat is natuurlijk wel wat vreemd omdat er geen kabel loopt van IJsland tot in Vlaanderen en Europa. Door het systeem van de garanties van oorsprong is dat natuurlijk perfect mogelijk.

Die IJslandse groene stroom kan dus evengoed hier geproduceerde grijze elektriciteit zijn. Stroom is nu eenmaal kleur-, geur- en smaakloos, maar wordt bijgekleurd door de garanties van oorsprong die zijn verleend.

Op die manier raakt de consument eigenlijk wat in de war. Vanwaar komt die stroom? Hoe kan het dat die stroom uit IJsland tot hier komt? Is mijn groene stroom wel degelijk groene stroom? Het zijn vragen die vaak worden gesteld. Sommigen hebben het over het groenwassen van grijze stroom.

Er is natuurlijk ook een prijskaartje aan verbonden. De garanties van oorsprong die worden aangeboden vanuit de Scandinavische landen, waar met waterkracht of geothermie heel wat hernieuwbare energie wordt geproduceerd, zijn vaak een stukje goedkoper dan die van lokale producenten. Dat maakt dat de garanties van oorsprong zoals ze vandaag bestaan, geen stimulans zijn om in Vlaanderen effectief groene stroom te gaan produceren.

Hoe dan ook, in een tijd waarin de consument er bewust voor kiest dat de etiketten op de voedingsproducten in de winkel heel wat informatie bevatten, lijkt het ons ook logisch dat we de consument goed informeren over welke energie hij of zij aankoopt, hoe groen die is en hoe die effectief wordt geproduceerd.

Het lijkt ons nuttig om zo’n debat over de garanties van oorsprong in het Vlaams Parlement te voeren.

Minister, de VREG heeft al wat studiewerk verricht en een studiedag georganiseerd. Kunt u ons iets meer vertellen over de conclusies die uzelf en de VREG uit die studiedag hebben getrokken? Zijn er maatregelen die de VREG of uzelf in dit kader overwegen?

Is het de bedoeling om het huidige systeem van de garanties van oorsprong meer sluitend te maken zodat er meer betrouwbare informatie toekomt aan de consument? Zo ja, op welke manier wilt u dat doen?

Zoals gezegd, leidt het huidige systeem van de garanties van oorsprong ertoe dat het op zich geen stimulans is om hier lokaal groene stroom te produceren. Zijn er manieren waaraan u denkt om ervoor te zorgen dat die garanties van oorsprong ook effectief kunnen worden gebruikt om de lokale productie van groene stroom te produceren? 

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Uit het brandstofmixrapport van de Vlaamse energieregulator blijkt inderdaad dat 15 procent van de in 2013 in Vlaanderen geleverde stroom afkomstig was uit hernieuwbare energiebronnen uit IJsland. Dit is het gevolg van het toepassen van het Europese instrument van de garantie van oorsprong, waarmee in heel Europa, maar ook in IJsland, Noorwegen en Zwitserland, de oorsprong van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet worden aangetoond.

Daarbij is het onmogelijk om een verband te leggen tussen de fysieke elektriciteitsstromen en de bronnen waarmee de stroom opgewekt werd. Vergelijk het met ons monetaire systeem: wie in Frankrijk euro’s uit de bankautomaat haalt, begrijpt dat het niet dezelfde fysieke euro’s zijn die je enige tijd voordien op je Belgische bankrekening hebt gestort en dat er geen buis bestaat om je euro’s vanuit België naar Frankrijk te pompen. Een administratief systeem staat in voor de betalingen, zonder dat het geld daarvoor fysiek moet worden verplaatst.

Het systeem van de garanties van oorsprong werkt analoog, doordat het onmogelijk is om de herkomst fysiek als kenmerk aan de elektriciteit toe te voegen. Technisch gezien verbruikt wie naast een windturbine woont, de stroom van die windturbine als het waait, of die persoon dat nu wenst of niet. Administratief gezien wordt de stroom van die windturbine verbruikt als die stroom als groen wordt verkocht, en daarvoor de betreffende garantie van oorsprong wordt ingediend. Analoog verandert er ook absoluut niets aan de fysieke situatie van de stroom die je huis bereikt als je van elektriciteitsleverancier verandert. Het enige wat verandert, is de financieel-administratieve afhandeling van de elektriciteitsstromen.

Wat doet een leverancier die groene stroom verkoopt, dus eigenlijk? Een leverancier die groene stroom verkoopt aan een particulier of een bedrijf, moet bewijzen dat er ergens groene stroom op het net is gezet. Daarvoor dient precies die garantie van oorsprong. Dus, als een leverancier met een garantie van oorsprong uit IJsland kan bewijzen dat hij groene stroom mag verkopen, wil dat zeggen dat diezelfde hoeveelheid elektriciteit in IJsland niet meer als groen kan worden verkocht, want een garantie van oorsprong kan maar één keer worden ingediend. Het systeem van de garanties van oorsprong is het gevolg van Europese verplichtingen en de handel van garanties van oorsprong is Europees geregeld. Omdat die garanties van oorsprong nu weinig waarde hebben, vormen ze nu niet echt een stimulans voor groenestroomproductie. Daarvoor bestaan er andere instrumenten. De stimulans om in Vlaanderen groene stroom te produceren, gaat onder andere uit van de groenestroomcertificaten. Een groenestroomcertificaat heeft nu een veel hogere waarde dan een garantie van oorsprong en wil de groenestroomproducent financieel steunen, zodat hij rendabel kan zijn.

Concreet kan een groenestroomproducent in Vlaanderen voor zijn groenestroomproductie dus enerzijds groenestroomcertificaten krijgen, die hij aan een leverancier kan verkopen, die daarmee aan de VREG kan bewijzen dat hij aan zijn quotumverplichting voldoet, die hem verplicht om voor een bepaald percentage van de certificaatplichtige leveringen certificaten aan de VREG voor te leggen. Anderzijds krijgt een groenestroomproducent voor de stroom die hij nog niet zelf verbruikte, garanties van oorsprong, waarmee een leverancier aan zijn klanten kan bewijzen dat de stroom die hij verkoopt, groen is. Hier geldt geen quotum. De leverancier mag alleen niet meer groene stroom verkopen dan hij garanties van oorsprong heeft.

Sedert 2013 zijn de groenestroomcertificaten losgekoppeld van het systeem van garanties van oorsprong, zodat ze apart verhandelbaar werden. De enige manier om transparantie te brengen, bestaat er dus in een betrouwbaar en waterdicht systeem op te zetten, dat de ‘boekhouding’ van de elektriciteitsproductie bijhoudt. Dat is het enige doel van de garanties van oorsprong. De garanties van oorsprong zijn door Europa gecreëerd als een groen label, dat garandeert dat 1 megawattuur elektriciteit werd geproduceerd met hernieuwbare energiebronnen. Daarom zijn de garanties van oorsprong het instrument om een groenestroomcontract betrouwbaar te maken. Ze bieden de garantie met betrekking tot de hernieuwbare herkomst van de geleverde stroom.

Sinds 1 januari 2006 beheert de VREG het systeem van garanties van oorsprong in Vlaanderen. Dat systeem garandeert dat een hoeveelheid elektriciteit die wordt verkocht als groene stroom, effectief ergens is opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en dus slechts één keer als groene stroom mag worden verkocht. Anders zou men die stroom zowel in IJsland als elders kunnen verkopen, waardoor je de magische vermenigvuldiging van hernieuwbare energie zou hebben, maar dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Na het verkopen van de stroom moet die garantie van oorsprong immers uit roulatie worden genomen en worden vernietigd, zodat de stroom geen tweede keer als groen kan worden verkocht. Het systeem voorkomt dus elke mogelijkheid van dubbeltelling van eenzelfde hoeveelheid groene stroom, iets wat vóór de inwerkingtreding van dit systeem niet kon worden uitgesloten. Door het telsysteem door middel van garanties van oorsprong waterdicht te maken, zorgen we ervoor dat de klant er ten volle vertrouwen in kan hebben dat de groene stroom maar één keer kan worden verkocht. Er is dus geen enkele reden om te stellen dat dit systeem betrouwbaarder moet worden gemaakt. Het is enkel bedoeld voor de transparantie en geeft garanties met betrekking tot de herkomst van de stroom.

De productie van en investeringen in hernieuwbare energie in Vlaanderen worden via de groenestroomcertificaten gesteund. Die zijn erop gericht om op die manier de doelstellingen van de Vlaamse Regering te bereiken. De garantie van oorsprong dient een ander doel. Er mag dus geen verwarring zijn tussen de steuncertificaten en de garanties van oorsprong, die verschillende instrumenten met uiteenlopende bedoelingen zijn. Een elektriciteitsleverancier die zijn klanten van groene stroom wil voorzien, heeft daarvoor verschillende opties. Ofwel investeert hij zelf in de productie van stroom op basis van waterkracht, wind, zon of biomassa, en krijgt hij de nodige garanties van oorsprong, ofwel koopt hij garanties van oorsprong van andere groene producenten, zelfs als die in het buitenland produceren.

Uw vraag suggereert dat u in Vlaanderen geproduceerde stroom uit hernieuwbare bronnen hoger inschat dan andere stroom. Het klopt dat garanties van oorsprong geen directe band hebben met nieuwe investeringen, maar ze zijn daar eigenlijk ook niet voor bedoeld. Ze zijn gewoon bedoeld om de herkomst te kunnen zien. Het is een zuiver economische logica dat, indien de vraag stijgt, dat ook een invloed heeft op het aanbod. Op dit ogenblik is het zo dat het aanbod van garanties van oorsprong nog groter is dan de vraag, die zich vooral situeert in landen als Oostenrijk, Nederland, Duitsland en België. In de Scandinavische landen, die de grootste bron van garanties van oorsprong vormen, groeit echter het besef dat door de export van hun garanties van oorsprong hun eigen stroom steeds grijzer wordt. Daarom kopen grote bedrijven daar nu ook steeds meer garanties van oorsprong aan, net om te bewijzen dat ze eigenlijk een heel duurzaam beleid voeren. Als de vraag naar garanties van oorsprong echter stijgt, dan stijgt natuurlijk ook de prijs ervan, en dan kunnen de garanties van oorsprong op termijn een grotere bijdrage leveren aan het tot stand komen van nieuwe investeringen in de productie van stroom op basis van hernieuwbare energiebronnen.

Dit systeem is eigenlijk toch wel een heel goed systeem als het over heel Europa zeer goed zou werken en zou worden toegepast. Vlaanderen heeft een kleinere oppervlakte en dus minder plaatsingsmogelijkheden qua zonne- en windenergie. Qua waterkracht zijn onze mogelijkheden ook heel beperkt, om technische redenen, om geologische, geografische redenen. Zwitserland en Oostenrijk, maar ook bepaalde streken in Duitsland halen daar zo 15 procent uit.

Onze geografie is echt een handicap om onze doelstellingen op het vlak van hernieuwbare energie te halen. Als we denken aan een energie-unie op Europees vlak, dan moet men wat men op geografisch vlak zelf niet kan, op een gemakkelijke manier compenseren via het buitenland. In die zin zijn die systemen van garanties van oorsprong goed. Zij worden wel op een onvoldoende breed veld toegepast om de echte filosofie helemaal tot uiting te laten komen.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord. U gaat ervan uit dat het systeem vrij vlekkeloos werkt. Het is wel vreemd dat de VREG daar dan een grote studiedag over organiseert. Men wil daar een correct maatschappelijk debat over voeren omdat men heeft vastgesteld dat er wat lacunes zijn in het systeem. Op zich is het natuurlijk belangrijk dat het systeem werkt. De meerwaarde is voor iedereen duidelijk: het kan er op termijn voor zorgen dat naarmate de vraag naar garanties van oorsprong voor groene stroom toeneemt, ook de productie toeneemt.

Het is wel belangrijk om het debat op Europees niveau te voeren om die dubbeltelling te vermijden. Er zouden wel degelijk risico’s zijn dat er in Scandinavische landen nog altijd dubbel wordt geteld. Groene stroom die daar wordt geproduceerd en verbruikt, krijgt niet het label grijze stroom zoals dat zou moeten conform het systeem van de garanties van oorsprong.

U maakte de vergelijking met de euro. De euro die in Frankrijk uit de bankautomaat komt, is dezelfde als deze die in België of een ander land uit de automaat komt en wordt ook geproduceerd door één unieke producent, namelijk de Europese Centrale Bank. Bij stroom zijn er heel veel producenten die op een verschillende manier groene stroom produceren. Dat hangt af van de locatie, de gekozen technologie bijvoorbeeld zonne-energie of windenergie waarbij een aantal zaken heel specifiek van belang kunnen zijn voor de consument en de maatschappij. Er is een verschil in performantie en efficiëntie van de technologie en in de ondersteuning die nodig is. Sommige consumenten zullen het misschien belangrijk vinden om groene stroom te verbruiken of te stimuleren waar geen of weinig subsidies voor nodig zijn om zo op een rendabele manier te produceren. Sommige consumenten zullen het belangrijk vinden om groene stroom te verbruiken waar geen biomassa bij komt kijken omdat het debat daar gaat over de ontbossing en de impact op landbouwgronden enzovoort. Ik denk dan ook dat het systeem garantie van oorsprong verder moet worden verfijnd en echt als een label moet werken voor de consument die op die manier heel bewust kan beslissen voor welke groene stroom hij kiest en op welke manier die is geproduceerd. Zo kan de consument een duw geven in de richting van de meest efficiënte productie van groene stroom, waarbij zo weinig mogelijk ondersteuning nodig is en waarbij bijvoorbeeld ook de milieu-impact zo klein mogelijk wordt gehouden. Ik denk dat we verder moeten bouwen op het huidige systeem van garanties van oorsprong. Ik zou durven vragen dat u met uw administratie en met de VREG daar ook op Europees niveau het debat over gaande houdt en het systeem op die manier verder laat evolueren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

van Rob Beenders aan minister Annemie Turtelboom
1965 (2014-2015)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.