U bent hier

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Minister, ik heb een vraag over een datum die pas verstreken is. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) zegt dat het mogelijk is om planologische oplossingen te zoeken voor weekendverblijven. Dat moest tegen 2012 afgerond zijn. In heel wat Antwerpse gemeenten is de problematiek aan de orde. Het ging om een tweehonderd clusters. Iedereen zal begrijpen dat zoiets niet in een handomdraai kan gebeuren. Daarom heeft de deputatie een omzendbrief goedgekeurd die het voor de gemeenten mogelijk maakt om zelf deze problematiek aan te pakken.

Artikel 5.4.2, paragraaf 2, van de codex gaat over de woonbehoefte. Dat is een cruciaal element. Het artikel zegt dat men bij de omzetting geen rekening moet houden met het vaststellen van de woonbehoefte in de gemeente wanneer dit gebeurt in het kader van de permanente bewoning van die weekendverblijven. Natuurlijk is dat een heel gevoelig punt. Als de gemeenten dat wel in rekening moeten brengen, bezwaart dat hun andere initiatieven die ze op planologisch vlak kunnen nemen. Het knelpunt is dat deze gunstmaatregel beperkt was – en daar zijn wellicht goede redenen voor geweest – tot 30 april 2015.

De toelichting bij de VCRO stelt: “Het is de uitdrukkelijke wens is dat de verschillende overheden (provincies, gemeenten) verder blijven werken aan planologische oplossingen en keuzes maken voor een definitieve regularisatie (woongebied, recreatief woongebied …) c.q. een uitdoofscenario (ruimtelijk kwetsbaar gebied).”

Een aantal gemeenten hebben al stappen gezet en zijn bezig met de opmaak van een RUP. Ze zijn geconfronteerd met het feit dat de regeling niet kan worden verlengd. Men gaat ervan uit – er zijn immers een aantal jaren verstreken – dat iedereen de kans heeft gehad om de nodige initiatieven te nemen.

Natuurlijk zijn er heel wat gemeenten die pas in januari 2013 hun bevoegdheden hebben opgenomen omdat er wissels geweest zijn gebeurd, omdat er nieuwe mensen zijn gekomen enzovoort. Als men pas in 2013 een beleidsplan begint uit te stippelen, en voor men dan aan dat RUP toekomt, is het algauw 2014. Dan botst men op die ‘fatidique’ datum van 30 april 2015. Ze hebben zeker niet stil gezeten en hebben voorbereidende stappen gezet. Ze hebben hun verantwoordelijkheid opgenomen. Sommigen hebben echter laat de kans gekregen om eraan te beginnen, namelijk 2013.

In antwoord op de schriftelijke vraag van de heer Diependaele werd gesteld dat op die gemeentelijke woonquota geen uitzondering zal kunnen worden gemaakt. Wilt u, aangezien er na de deadline van 30 april 2015 nog ruimtelijke uitvoeringsplannen opgemaakt kunnen worden, overwegen eveneens de deadline op te schuiven tot het einde van de legislatuur voor wat betreft het niet meerekenen van het bijkomend woonaanbod in de gemeentelijke woonquota?

De heer Ronse heeft het woord.

Ik dank u voor het stellen van deze vraag, mijnheer Kennes. Ook voor mijn fractie is het belangrijk dat er duidelijkheid komt of gemeenten en provincies nog RUP’s kunnen opstellen na het verstrijken van die deadline van 30 april voor de omzetting van weekendverblijfzone in permanent wonen. Blijkbaar zijn er nogal wat juridische interpretaties mogelijk.

Is het overigens nodig om al die zones in RUP’s te gieten? Sommige kunnen best blijven bestaan als zone voor recreatie, want het woonrecht blijft tot 2029 bestaan.

Als we verlengen tot 2018, als ik de heer Kennes goed begrepen heb, zullen we sowieso nog niet alle gebieden in een RUP kunnen gieten. Een verlenging zou er misschien ook kunnen toe leiden dat veel van die gebieden worden omgezet in permanent woongebied, en dat is ook niet altijd wenselijk.

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Mevrouw Kathleen Helsen (CD&V)

Voorzitter, minister, ik zou als schepen van Ruimtelijke Ordening in een gemeente met veel weekendverblijven op haar grondgebied, even het woord willen nemen. De vraag van de heer Kennes is voor mij zeer terecht.

Mijn gemeente heeft bijna 15.000 inwoners met 5800 adressen waarvan 1000 adressen van een weekendverblijf. In ons structuurplan is opgenomen dat de herlokalisatie van mensen die in een weekendverblijf gedomicilieerd zijn, losstaat van onze woonquota. Dat plan is goedgekeurd in 2012.

We hebben meegedraaid in een pilootproject van de provincie Antwerpen. Die had een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) opgemaakt waar de herlokalisatiezone aanvankelijk gepland was, maar die er op advies van Vlaanderen uit werd genomen vanwege het voorstel dat er een sociale mix werd gerealiseerd en dat er een betere spreiding zou zijn op het grondgebied. We hebben toen als gemeente de afspraak gemaakt en het engagement opgenomen om zelf specifiek voor die herlokalisatiezone een uitvoeringsplan op te maken.

We zijn daar volop mee bezig. We zullen binnen enkele weken het openbaar onderzoek kunnen houden zodat een herlokalisatie wordt gepland voor die mensen waarvoor een omzetting gebeurd is in het PRUP, van recreatieve zone naar bosgebied of naar een lagere bestemming. We zijn dus heel sterk vragende partij om ons werk wel te mogen voortzetten. We hebben nooit het signaal gekregen dat dit moest worden afgerond binnen een bepaalde termijn. Voor ons zou dat toch een koude douche zijn en volledig niet meer passen binnen het plan dat de provincie Antwerpen al verschillende jaren geleden heeft opgestart, en dat altijd met de steun van Vlaanderen.

Minister, daarom ondersteun ik deze vraag om uitleg heel sterk. Ik vraag dan ook dat u dit probleem in alle ernst bekijkt.

Minister Schauvliege heeft het woord.

De problematiek is me natuurlijk bekend. Het is positief nieuws dat heel wat lokale besturen het initiatief nemen om daar een oplossing aan te geven via een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP). Dat was ook de bedoeling. De weekendverblijven zijn een complex probleem en maken al heel lang het onderwerp uit van hevige discussies in het parlement. Uiteindelijk is ervoor gekozen om op die manier te werken en daar een heel strikte deadline op te zetten. Dat is een heel uitdrukkelijke politieke keuze geweest die lang op voorhand was aangekondigd.

Dat is positief. Het gebeurt niet alleen in de Kempen, maar ook op vele andere plaatsen. Ook Oost-Vlaanderen is vlijtig aan het werken, en veel andere regio’s eveneens. In West-Vlaanderen is de provincie heel actief, Oost-Vlaanderen is bezig met een twaalftal van die PRUP’s) Sommigen zitten al in de eindfase, anderen niet.

Ze hebben allemaal gemeen dat ze de spildatum van 30 april niet halen. Als we die datum zouden verschuiven naar bijvoorbeeld het einde van de legislatuur, is het duidelijk dat ze zelfs die niet halen, als je hoort in welke fase sommige van die RUP’s zitten. De materie is dan ook bijzonder complex. De keuze die moet worden gemaakt tussen een definitieve bevestiging als woning of een ander uitdoofscenario is niet altijd vanzelfsprekend, zowel voor de gemeente, de betrokkenen, als de omwonenden.

Als we de datum zomaar verschuiven, verleggen we het probleem en krijgen we over vier, vijf jaar vragen om die datum opnieuw te verschuiven. De koppeling van het uitvoeringsinstrumentarium aan een strikte datum geeft altijd aanleiding tot problemen. Dat wil niet zeggen dat we niets gaan doen of bekijken. Op dit moment zijn we aan het werken aan de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. De woonquota zijn een instrument dat past in het gewoon beleid in dat Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. De opvolger daarvan wordt het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. We zitten nu in de fase dat we van enkele proefprojecten die we hebben opgestart in juni de eerste resultaten zullen krijgen. We hebben de ambitie om in het kader daarvan te kijken of we geen totale oplossing moeten vinden voor de woonquota. Het lijkt ons beter om dat op die manier aan te pakken dan die strikte datum altijd maar op te schuiven en het probleem telkens te verleggen.

Geef ons nog even de tijd om met een open geest samen met alle actoren het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen te bekijken om een oplossing te vinden voor de woonquota. Ik kan vandaag niet zeggen: dit is de oplossing of we gaan dat op die manier zeker oplossen. We bekijken dit verder in het kader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. We hebben heel veel begrip voor de problemen die er op het lokale niveau zijn. Je bent ermee begonnen, je ging ervan uit dat je die woonquota niet moet toepassen, ondertussen heb je allerlei procedureobstakels moeten omzeilen, en dan kom je plots aan de datum van 30 april die je niet haalt. Ik heb daar alle begrip voor. Laat ons ruimer bekijken hoe we dat moeten oplossen. Nog even geduld, en werk ondertussen naarstig verder aan de goede oplossingen op het terrein.

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Minister, u merkt terecht op dat werken met data altijd zal leiden tot de vraag om die te verschuiven, en dat dat niet de finale oplossing kan zijn. Misschien is een andere manier om naar die zaak te kijken, meer aangewezen. Ik ben blij dat u erkent dat veel gemeentebesturen goed bezig zijn en goede inspanningen leveren, en dat u dat waardeert. De piste om dat te bekijken in het kader van de woonbehoefte, zoals het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen daarmee zal omgaan, biedt misschien wel een perspectief voor een totale oplossing van de woonquota. Dat is in de gegeven omstandigheden een positief antwoord voor de gemeentebesturen die nu met die datum worstelen. Nu is er enig perspectief op een oplossing. Uw aanmoediging om voort te werken, zullen we zeker overbrengen aan de gemeentebesturen die hierover contact hebben genomen.

De heer Ronse heeft het woord.

Mijnheer Kennes, uw gevoel voor timing bij het binnenkomen en het stellen van uw vraag, is even goed als uw gevoel voor timing om een bepaalde vraag te stellen. Ik wilde uw een-tweetje met de minister niet verstoren. Mijn excuses daarvoor.

Het verheugt me wel te horen dat het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen … Ik ben van mijn sokken geblazen dat het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen hier op tafel komt naar aanleiding van dit probleem. Maar goed. Ook ik zal met veel belangstelling afwachten wat er allemaal uit zal komen. Ik verwacht er commissie na commissie steeds meer van.

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Mevrouw Kathleen Helsen (CD&V)

Minister, het is heel positief dat u dit probleem in alle ernst wilt bekijken. Anders zou het een serieus probleem zijn voor ons. Ik heb vooral begrepen dat we ijverig mogen voortwerken. Ik verwacht en hoop dat we op korte termijn een uitvoeringsplan kunnen voorleggen. Ik begrijp dat het niet voor problemen zal zorgen als we dat doen. Voor de rest wachten we uw voorstellen af.

Deze problematiek is gelinkt aan de datum. U hebt veel reacties en bezorgdheden gehoord uit verschillende hoeken en gemeenten, mijnheer Ronse. Dit heeft de heer Kennes geïnspireerd om zijn vraag om uitleg te stellen.

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, u hebt gezegd wat ik wilde zeggen. Ik heb deze vraag om uitleg vooral gesteld als voorzitter van de conferentie van Kempense burgemeesters. Het zijn onder andere N-VA-burgemeesters die de zaak bij ons hebben aangekaart. Dat heeft weinig te maken met een-tweetjes. U kunt de genese later terugvinden, maar dan zult u merken dat het van onderuit is gegroeid en dat het een vraag is van de basis.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.