U bent hier

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Voorzitter, de Vlamingen zijn zeer recent door het tijdschrift Eos opgeschrikt. Volgens dit tijdschrift ligt in Vlaanderen immers ruim 19.000 kilometer aan asbestleidingen. Dit is goed voor 30 procent van het waterleidingnet. Dit is immens. Hierdoor zouden gevaarlijke asbestvezels in ons kraantjeswater belanden. Er zijn amper studies naar de gevolgen, maar volgens het wetenschappelijk tijdschrift Eos wijzen de weinige bestaande studies op een verhoogd risico op kankers.

Vlaanderen onderneemt geen inspanningen om het water te bewerken om het minder agressief of zuur te maken. Eos pleit voor een moderne voorbewerking om de asbestgehalten in het leidingwater te verminderen.

De Vlaamse Regering verricht inspanningen en wil Vlaanderen tegen 2040 asbestvrij maken. Hiervoor hebben de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en Eternit in het najaar van 2014 een contract afgesloten. Het staat nu al vast dat die streefdatum niet zal worden gehaald. Het grootste gedeelte van de asbesthoudende materialen zou pas tegen 2070 kunnen worden afgebouwd. Een versneld asbestafbouwbeleid is dan ook nodig.

Minister, welke plannen hebt u met die 1,8 miljoen ton asbestcement in nutsleidingen? Zullen deze leidingen worden vervangen? Binnen welke termijn zal dat gebeuren? Zult u in dit verband nog andere maatregelen treffen? Zijn de nutsleidingen in asbestcement in het contract tussen de OVAM en Eternit opgenomen?

Is kraantjeswater uit asbesthoudende nutsleidingen volgens u gevaarlijk? Is er in dit verband nood aan bijkomend onderzoek? Hoe staat u tegenover het pleidooi in Eos voor een moderne voorbewerking om de asbestgehalten in het leidingwater te laten afnemen?

Bent u voorstander van een versneld asbestafbouwscenario? Zo ja, hoe wilt u dit verwezenlijken? Welke middelen zult u hiervoor gebruiken?

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, minister, algemeen gaan we ervan uit dat asbest niet gevaarlijk is zolang het in gebonden toestand is. Er is wel een gevaar voor de volksgezondheid en het milieu als er asbestvezels vrijkomen, bijvoorbeeld bij afbraak- of renovatiewerken, en indien ze dan langdurig worden ingeademd. Of, en dat is de vraag, is er ook gevaar indien de asbestvezels in het drinkwater terechtkomen bij renovatie of vervanging van waterleidingen die uit asbestcement zijn gemaakt?

Dat zijn er in Vlaanderen heel wat. U hebt daar vorig jaar, in de vorige legislatuur dus, op geantwoord dat er – cijfers voor 2013 – 18.717 kilometer asbesthoudende waterleidingen in Vlaanderen zouden liggen. Aangezien de vervanging van die leidingen voor u noch voor de watermaatschappijen een prioriteit zijn en gezien de hoge kostprijs van die vervanging, worden ze slechts beperkt en stelselmatig aan een zeer traag tempo verwijderd en vervangen. Grosso modo zullen we op dit moment nog over dezelfde hoeveelheid asbesthoudende waterleidingen in Vlaanderen beschikken.

De ongerustheid die bij heel wat mensen is ontstaan na het lezen van het artikel in Eos en de berichtgeving daarover in andere media is begrijpelijk. Enerzijds worden de mensen aangezet om leidingwater, kraantjeswater dus, te drinken omdat de kwaliteit even goed of zelfs beter zou zijn dan water in flessen. Anderzijds horen ze dat bijna een derde van de leidingen uit asbesthoudende materialen zou bestaan. Die ongerustheid bij de vele mensen die dagelijks kraantjeswater gebruiken, is begrijpelijk.

Nochtans, en dat is een van de belangrijkste vragen van vandaag, is er naar verluidt geen wetenschappelijke eenduidigheid over de gevaren van asbest. Dat de gezondheid geschaad wordt indien men wordt blootgesteld aan langdurige inademing, daarover bestaat geen twijfel. Dat is al wetenschappelijk aangetoond. Het kan leiden tot asbeststoflongen of zelfs tot verschillende soorten kanker. Of er ook gezondheidsrisico’s zijn bij de blootstelling aan drinkwater, is niet meteen duidelijk.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is er geen reden om te concluderen dat asbesthoudende waterleidingen een gevaar zouden inhouden voor de kwaliteit van het drinkwater en dus voor de volksgezondheid. U hebt ook in de vorige legislatuur bij gelijkaardige vragen natuurlijk gezegd dat die asbesthoudende waterleidingen geen risico voor de volksgezondheid zouden inhouden.

In Nederland heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gezegd dat er dierenexperimenten zijn gebeurd en daaruit zou ook blijken dat er geen kankerbevorderende effecten zijn na orale blootstelling aan asbest.

Algemeen kan worden gezegd, en dat is ook de bevinding van Eos, dat er wereldwijd heel weinig onderzoek is gedaan naar de eventuele gevaren van het inslikken van asbest en dat de weinige onderzoeken die wel gebeurd zijn, niet meteen tot eenduidige resultaten of betrouwbare conclusies hebben geleid.

Minister, kunt u bevestigen dat er amper degelijke studies zijn gebeurd naar de gevolgen van het inslikken van asbest? Klopt het eveneens dat één of meerdere studies die u hebt kunnen inkijken, een verband suggereren met kanker?

Is het inderdaad zo dat in de Verenigde Staten, en eventueel andere landen, een norm bestaat betreffende het maximaal toelaatbare gehalte asbest in het drinkwater en bij ons niet? Is het correct dat de Europese lidstaten het asbestgehalte in het drinkwater niet moeten meten? Is het correct dat ons drinkwater niet wordt getest op asbest?

Zult u naar aanleiding van dit toch enigszins verontrustende nieuws het asbestgehalte in ons drinkwater toch laten onderzoeken? Welke andere initiatieven wilt u desgevallend nemen?

Mevrouw De Vroe stelde de vraag over de voorbewerking van het water al. Dat sla ik over.

Kunt u, minister, meer toelichting geven betreffende de planning van de vervanging van de drinkwaterleidingen die gemaakt zijn van asbestcement?

De heer Nevens heeft het woord.

De heer Bart Nevens (N-VA)

Blijkbaar zijn er veel collega’s geabonneerd op het Eos-magazine. Volgens het artikel is zowat een derde van de Vlaamse waterleidingen, goed voor zo’n 19.000 kilometer, uit asbestcement gemaakt. Dat kan mogelijk een gezondheidsrisico inhouden. De heer Janssens zegt dat het bekend is dat het in ongebonden toestand kankerverwekkend is, in gebonden toestand zou het geen risico’s opleveren voor de volksgezondheid.

Hoeveel deeltjes van die schadelijke, kankerverwekkende stof in het drinkwater belanden en wat de gevolgen daarvan zijn, is amper geweten. Er is geen of weinig onderzoek naar gebeurd. Zolang asbestvezels vastzitten, is er geen gevaar, als ze loskomen wel. Dat kan gebeuren als het water relatief zuur is, daar heeft de heer Janssens ook al naar verwezen, wat de kalk in de leidingwand oplost.

De WHO oordeelde in 1993 dat asbestvezels binnenkrijgen via drank niet schadelijk is, ze inademen wel. Maar volgens Eos is die richtlijn op slechts 28 onderzoeksartikelen gebaseerd. Aquaflanders, koepelvereniging van de drinkwaterbedrijven in Vlaanderen, reageert dat de wetenschappelijke basis onvoldoende is om te concluderen dat er een gezondheidsrisico verbonden is aan de mogelijke aanwezigheid van asbestvezels in ons drinkwater. De kans dat asbestvezels in drinkwaterleidingen vrijkomen, is klein, aldus Aquaflanders.

Minister, Aquaflanders zegt dat het “voorrang geeft aan de vervanging van asbestleidingen, zeker in synergie met andere nutswerken.” Bij de watermaatschappij luidt het dat “de asbestleidingen niet per se voorrang krijgen bij de vervangingen.” De vervanging van de loden en gietijzeren waterleidingen staat ook nog op het programma. Kunt u duidelijkheid verschaffen over de situatie?

Bestaat er een asbestinventaris met het oog op het vervangen en verwerken van deze buizen in de toekomst? Zo neen, waarom niet? We hebben een asbestinventaris op gemeentelijk vlak voor de gebouwen en daken en zo, waarom niet voor de waterleiding?

Vlaanderen wil in 2040 asbestvrij zijn, maar volgens experts slagen we er aan dit tempo helaas pas in tegen 2070. Klopt dit? Welke bijkomende maatregelen plant u om de doelstelling tegen 2040 alsnog te halen?

Wie staat er vandaag in voor de financiële kost van het verwijderen? Asbest verwijderen is een serieuze financiële dobber, net zoals het verwerken van asbesthoudende buizen. Men is verplicht om ze af te voeren naar erkende stortplaatsen. De capaciteit van die stortplaatsen, en mevrouw Peeters zal daar verder op ingaan, is ontoereikend voor die 19.000 kilometer asbestbuizen die nog in de grond zitten.

Indien er bij rioleringswerkzaamheden een asbestleiding bloot komt te liggen, dan wordt die sowieso vervangen. Volgens Aquaflanders gelden er bij werken aan asbestleidingen “uitgebreide voorzorgsmaatregelen.” Helaas, daar kan ik zelf van getuigen, blijkt dat in de praktijk niet altijd waar te zijn. Asbestbuizen verzeilen niet zelden op de container met ander bouwpuin. Gebeurt er controle op het uitvoeren van deze voorzorgsmaatregelen en door wie?

Mevrouw Lydia Peeters (Open Vld)

Mijn vraag gaat ook over asbest, niet in de waterleiding of de ondergrond, maar eerder in de ondergrond. De aanleiding is een calamiteit in mijn gemeente. Er brak een kleine brand uit in een klein verouderd stalletje dat toevallig een asbesthoudend dak had. Dat had grote gevolgen voor de buurt.

De brandweer kwam ter plaatse en ging uiteraard over tot blussen. Ze stelden natuurlijk vast dat het over een asbestdak ging. Er werden onmiddellijk luchtmetingen uitgevoerd. Dat is goed natuurlijk in het kader van de volksgezondheid. Voor de buurtbewoners betekende dit de tuin niet meer betreden en ramen en deuren dichthouden. Gelukkig vonden we een firma die kon overgaan tot het opruimen van de asbestvezels die overal in de tuinen en de omgeving terechtkwamen. Uiteindelijk ging er meer dan een week overheen voor de site – na metingen – kon worden vrijgegeven. Zo zagen wij wat dat allemaal met zich meebrengt.

Er gebeuren natuurlijk nog veel meer calamiteiten, maar zelfs bewust komt er soms asbest vrij zoals bij verbouwingswerken. Bij het plaatsen van zonnepanelen wordt in de daken geboord, en dergelijke.

Deze problematiek kwam uitgebreid ter sprake in de pers: in Vlaanderen zou nog voor ruim 3,7 miljoen asbesthoudend materiaal voorkomen in tal van gebouwen. Tegen 2040 zou Vlaanderen asbestvrij moeten zijn, maar als het beleid geen tandje bijsteekt, zouden we nog tot 2070 met asbest zitten.

In Nederland heeft men al de intentie om tegen 2024 asbestvrij te zijn. Dat is toch echt wel vroeger. Misschien moeten we inderdaad een versnelling hoger schakelen, zeker als dat wordt beaamd door de OVAM.

Het asbestvrij maken is een probleem, maar ook de stortcapaciteit van asbest. Er is momenteel nog een stortcapaciteit van 1,8 miljoen ton op de speciaal erkende stortplaatsen, wat zeker niet voldoende is voor de nog 3,7 miljoen ton aan asbest. Dat is een kleine 2 ton capaciteit te weinig.

Ook de directeur van Bouwunie Limburg heeft zich ter zake ongerust uitgelaten. Vooral bij het plaatsen van overzetdaken of van zonnepanelen kunnen de mensen niet altijd in de beste omstandigheden werken. Zoals al gezegd werd, bij het versnijden van de asbestplaten komen er vezels vrij en dat is niet al te gezond.

Minister, kunt u uitleg geven over de haalbaarheidsstudie naar vernieuwende technieken voor de verwerking van asbesthoudend afval waarbij de asbestvezels terug worden omgevormd tot onschadelijke vezels? Daarover zou een studie lopen.

Aan welke initiatieven denkt u om de stortcapaciteit van asbest uit te breiden?

Hoe gaat u om met de kritiek dat het huidige plan van aanpak om Vlaanderen asbestvrij te maken tot 2040 niet realistisch is en dat het tot 2070 zal duren?

Hoe staat u tegenover de uitspraken van de Bouwunie dat de Vlaamse overheid te veel door de vingers ziet onder meer inzake het brengen van asbest naar de containerparken en het plaatsen van overzetdaken zonder asbest te verwijderen?

De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Minister, collega’s, dat een derde van het openbaar waterleidingnet asbesthoudende materialen bevat, weten we al heel lang. De boodschap dat de risico-inschatting misschien een beetje fout is gebeurd inzake de impact op de volksgezondheid bezorgt ons allemaal een ongemakkelijk gevoel. U zei altijd dat er geen risico was en u baseerde zich op de informatie van uw administratie en die baseerde zich dan weer op het advies van de WHO.

Eerlijk gezegd weet ik niet goed wat ik daarvan nu moet denken. De auteur van het artikel in het wetenschappelijk magazine Eos kan een goed inzicht hebben in de zaak – dan hebben we een probleem –, ofwel maakt hij een verkeerde inschatting.

Die mensen van Eos zijn natuurlijk geen specialisten ter zake. Misschien is het nuttig dat u een aantal deskundigen aanspreekt. Misschien hebt u dat al gedaan. Misschien staat dat in uw antwoord, en dan zal ik blij zijn. In elk geval moet er duidelijkheid worden verschaft, of er nu effectief een risico bestaat of niet. Laat ons hopen dat het advies van de WHO klopt, namelijk dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat er geen risico is.

Los van dat drinkwater, minister, weten we dat asbest een grote uitdaging is in Vlaanderen en dat we het best naar een asbestvrij Vlaanderen gaan. Ik pleit daar al enkele jaren voor. We hebben er al verschillende debatten over gevoerd in deze commissie. Ik ben echt blij dat u een half jaar terug het engagement bent aangegaan om naar een asbestvrij Vlaanderen te evolueren. Dat is een goede zaak. Alleen is er vandaag heel weinig duidelijkheid over uw aanpak. Er zijn een aantal interessante nota’s gepasseerd op de ministerraad. Inderdaad, de deadline is 2040. Er zit wel interessant materiaal in. Alleen ontbreekt het vandaag aan een duidelijk actieplan. Hoe gaan we Vlaanderen asbestvrij maken? Ik hoop dat dat al wat concreter is.

De heer Danen heeft het woord.

Voorzitter, ik zal me beperken tot de mogelijke aanwezigheid van asbest in drinkwater. Ik heb een aantal vragen die sterk aanleunen bij die van de collega’s, maar toch een nieuw perspectief bieden.

Een paar weken geleden waren we op bezoek bij De Watergroep in Nieuwerkerken. We hebben met de commissie een installatie bezocht. Toen is de thematiek van asbestleidingen in de marge aan bod gekomen. Toen is gezegd wat ze ook op hun website publiceren, namelijk dat ze de asbestleidingen vervangen in combinatie of synergie met andere werken aan de leidingen. We zijn er toen niet verder op ingegaan. Het was toen niet aan de orde. Er is nog gezegd dat de leidingen waarschijnlijk geen asbest lossen, en als dat wel zo zou zijn, zou het drinken ervan niet schadelijk zijn.

Ik begrijp daaruit dat er geen plan bestaat om op lange of middellange termijn de asbestleidingen te vervangen, maar dat dit ad hoc gebeurt, naargelang er andere werken gebeuren. Klopt dat?

Ik weet dat u niet verantwoordelijk bent voor de berichtgeving rond de leidingen en de mogelijke aanwezigheid van asbest in het water. Eerst werd er wat paniek gezaaid, waarna er heel sterk werd genuanceerd, zoals het vaak gaat.

Er zijn meer dan 18.000 kilometer leidingen met asbest. Dat stond in dat artikel. De overkoepelende organisatie Aquaflanders heeft daarop gezegd dat er geen vezels in het water zitten. Verder in het artikel geeft men toe dat er misschien wel asbest in het water zit, maar dat het niet schadelijk is. Ja, wat is het nu? Ik zou enige duidelijke communicatie appreciëren. Misschien kan de overheid in deze wel een rol spelen.

Nog een ander aspect gaat over de toepassing van leidingwater. Het wordt gebruikt om te drinken, om zich te wassen, om de was te doen en om te strijken. Verstuivers worden ermee gevuld. Het drinken van asbestwater – dat is misschien een zwaar woord, maar dus water waar mogelijk asbest in zit – zou niet schadelijk zijn, dat wil ik nog aannemen, maar vormen die andere toepassingen geen risico? Ik vind dat een belangrijke vraag, dat is tot nu toe heel erg onderbelicht. Ik denk aan een stoomstrijkijzer, die stoom wordt toch ingeademd. Bij verstuivers idem. Als we de was doen, blijft het asbest dan in onze kleren zitten, als er al asbest in het water zit? Of blijft dat hangen in onze kleren?

Een laatste vraag gaat over de kwaliteit en samenstelling van het water. Ik begreep dat sterk kalkhoudend water veel minder risico geeft op het lossen van vezels in de leidingen. Water met minder kalk, zuurder water geeft meer risico. Nu zijn er in Vlaanderen heel wat projecten om te werken met centrale waterontharding. Het zou bijzonder cynisch zijn dat je minder hard water krijgt, maar dat je er als bonus wel asbestvezels mee krijgt omdat de leidingen dat lossen.

De berichtgeving was duidelijk onrustwekkend en heeft bij iedereen de nodige vragen opgeroepen. Als men uitspraken doet over de kwaliteit van ons drinkwater, alsof daar iets verkeerd mee zou zijn, zeker als het gaat over asbest, dan is het normaal en terecht dat die vragen opwellen en dat mensen bezorgd zijn. De kwaliteit van ons drinkwater is een heel belangrijk thema. Ik hoop dan ook dat we hierover duidelijkheid krijgen. Als drinkwater wordt aangeboden, mogen mensen toch verwachten dat het van voldoende gezonde kwaliteit is, dat het mag worden benut en gebruikt met alle normeringen en onderzoeken die daarop zijn gebeurd. Minister, ik hoop dat u dit kunt verduidelijken.

Hier wordt de link naar zuur water, kalkhoudend water enzovoort gelegd. Ik veronderstel dat er controle gebeurt op de zuurtegraad van het drinkwater. Ik kan me niet indenken dat er zuur water uit onze kraantjes komt. Dat kan niet de bedoeling zijn. Als het zacht, en geen zuur water is, is het risico dat de leidingen worden aangetast, ook kleiner. Doordat de kalk door de leiding is gegaan, wordt de leiding alleszins minder aangetast. Klopt dat? Wordt de zuurtegraad in het oog gehouden? Of komt er zuur water uit onze kraan? Ik veronderstel dat dat onder controle wordt gehouden.

In het artikel wordt gezegd dat er asbest in zit. Er zit zoveel in. Neen, we weten niet zeker of het erin zit. Minister, is het geweten of er inderdaad asbest in het water zit? Zo ja, over hoeveel gaat het? Gebeuren daar metingen van? Kunt u hier duiding bij geven?

Van burgers die zo’n artikel lezen, kunnen we niet verwachten dat ze allemaal de volledige wetenschappelijke achtergrond kennen. We moeten hierop duidelijke en eenvoudige informatie kunnen bieden aan de burgers die met enig vertrouwen gebruik maken van drinkwater.

Minister Schauvliege heeft het woord.

De vele vragen tonen terecht aan dat dit thema ons bezighoudt en dat we er zo snel mogelijk duidelijkheid over willen. We moeten weten dat in een bepaalde periode wereldwijd een openbaar waterdistributienetwerk is aangelegd met zulke leidingen. Dat is niet alleen zo bij ons, dat is wereldwijd gebeurd.

Iedereen is er op basis van onderzoeken van de Wereldgezondheidsorganisatie altijd van uitgegaan dat asbest pas gezondheidseffecten heeft wanneer dat loskomt en je het inademt. Onder andere de WHO heeft gezegd dat er geen probleem zou zijn als dat aanwezig is in het drinkwater. De WHO heeft dit probleem al een aantal keer bekeken. In een laatste aanbeveling bevestigen ze nogmaals dat er geen duidelijk verband kan worden gelegd tussen orale blootstelling aan asbest en negatieve gezondheidseffecten. De WHO legt dan ook geen gezondheidsrichtwaarden op voor asbest in drinkwater. Ook Europa legt op dat vlak geen normen op. Op basis daarvan lijkt het ons nog altijd aannemelijk om te stellen dat het niet gevaarlijk is wanneer het in de leidingen aanwezig zou zijn.

Dit neemt niet weg dat we op basis van de bevindingen in Nederland zeker nader onderzoek moeten doen. Daar ben ik van overtuigd. Ik zal dat samen met minister Vandeurzen opnemen. Ons voorstel is om dit op tafel te leggen bij de internationale instanties die dit onderzoeken. Onze Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) zit mee in de European Environmental Protection Agency. Ook bij de Verenigde Staten, de WHO en de internationale onderzoeksorganisaties tegen kanker zullen we dat op tafel leggen en vragen dat het wereldwijd wordt onderzocht. Het lijkt me de meest logische beslissing om dat met een internationaal panel aan te pakken. Als er bevindingen zijn, moeten we dat dan vertalen op het terrein.

Het aantal studies over orale inname is zeer beperkt. Het Eos-artikel, het Nederlandse RIVM van 2014 concludeerde dat er geen eenduidig verband is. Toch zijn er wel twijfels. In de Verenigde Staten is er een norm voor asbest in drinkwater. Die ligt op 7 miljoen vezels per liter, waarbij de voorwaarde geldt dat enkel de vezels met een lengte van meer dan 10 micrometer moeten worden meegeteld. We hebben geen zicht op andere normen in andere landen. Ik heb aan de VMM de opdracht gegeven om te inventariseren of er nog landen zijn met zulke normen voor drinkwater.

Hoe zit het met ons eigen drinkwater? Kunnen we de risico’s beperken? Iedereen zit met die vraag. De moderne voorbewerking om asbest in leidingwater te doen afnemen, is zeker wenselijk. Wat kan dat zijn? Het gaat natuurlijk over het zoveel mogelijk beperken van het vrijkomen van vezels wanneer het water uit de kraan komt. Op dit moment – Aquaflanders heeft dat ook zo gecommuniceerd – zorgen de drinkwatermaatschappijen ervoor dat de zuurtegraad van het water voldoende hoog blijft en dat het water het kalkafzettend vermogen behoudt. Hierdoor is de kans dat asbestvezels uit het cement logen erg klein is.

Asbestvezels in asbestcementleidingen kunnen vrijkomen wanneer de omhullende kalkcement wordt weggevreten. Dit komt vooral voor wanneer het water zuur of agressief is. Een goede controle op de zuurtegraad en de agressiviteit van het water zijn essentieel. De drinkwatermaatschappijen passen die techniek al toe. De zuurtegraad moet volgens de wetgeving tussen 6,5 en 9,2 liggen. Dat wordt gemeten en gerapporteerd aan de VMM.

Daarnaast is er de saturatie-index. Die index wordt berekend op basis van de zuurtegraad en de alkaliteit van het water. Via die index kan worden nagegaan of water al dan niet corrosief is. In de Vlaamse drinkwaterwetgeving is die parameter nog niet opgenomen. Nederland heeft die wel ingevoerd en doet er controle op. Het wordt ook gerapporteerd. Ik heb aan de VMM gevraagd om na te gaan of we die saturatie-index ook kunnen opnemen als indicator/parameter in de wetgeving.

Het klopt – dat hebben jullie gehoord bij het bezoek aan De Watergroep – dat drinkwatermaatschappijen de leidingen vooral vervangen als er een opportuniteit is. Dat kan zijn als er werken in de straat zijn, bijvoorbeeld gekoppeld aan wegeniswerken. Er is geen gerichte en actieve vervanging van die asbesthoudende leidingen. Dat gebeurt wel voor loden aftakkingen, omdat daar een direct gevaar is. Niet voor de asbestleidingen, omdat we er tot nu toe altijd van zijn uitgegaan dat daar geen directe aanleiding voor is.

Algemeen wordt aangenomen en wetenschappelijk is het bewezen dat het vrijkomen van asbestvezels in de lucht bij het verwijderen van zo’n asbestleiding, een groter gezondheidsrisico vormt dan als dat in het water zit. Daarom gaat men er niet zomaar van uit dat men de leidingen moet vervangen als ze nog goed zijn.

De drinkwatermaatschappijen hebben een goed overzicht van de leidingen die worden gebruikt. Dat geldt voor de asbestleidingen, maar ook voor de loden aftakkingen. Dat laat hen toe om goed te controleren of alles zo goed mogelijk verloopt. De financiële kost voor de verwijdering en verwerking van asbesthoudende waterleidingen wordt gedragen door de drinkwatermaatschappijen en dus door de klant die het water uit de kraan laat lopen.

De veiligheidsrisico’s dan. Wanneer aannemers werken met asbesthoudende materialen, gelden de regelgeving en de verplichting conform de federale arbeidsreglementering. De specifieke arbeidsreglementering en de voorzorgsmaatregelen staan in een KB van 2006. Elke uitvoerende aannemer met werknemers is verplicht voorzorgsmaatregelen te nemen. De federale arbeidsinspectie handhaaft dat ook. Indien door onzorgvuldig handelen risico’s voor de omgeving ontstaan, zijn de milieu-inspectie en vooral ook de lokale toezichthouders bevoegd om maatregelen te nemen. Asbestbuizen moeten selectief gescheiden worden aangeleverd aan een vergunde inrichting voor verwerking.

Hoe zit het met het monitoren van asbest in drinkwater? Er is geen routinetest. Zoals ook in het Eos-artikel wordt aangegeven, is een analyse van asbest in drinkwater niet vanzelfsprekend. Een elektronenmicroscopisch onderzoek kan aangewezen zijn. Naast de kostprijs van zo’n onderzoek blijft het altijd beperkt in de resultaten die je krijgt. Op het vlak van reproduceerbaarheid en interpretatie van de resultaten zijn er vaak vraagtekens. Ook hier heb ik al gevraagd aan de VMM om in overleg te treden met de drinkwatersector om na te gaan wat haalbaar is en welke controle we kunnen uitvoeren.

Er was ook een vraag naar internationaal studiewerk. De Europese Commissie lanceert binnenkort een nieuwe studieopdracht voor het herzien van het normenkader voor drinkwater. Er zijn geen specifieke normen voor asbest. We zullen op het Europese niveau ook vragen om uit te zoeken of er een norm moet komen voor asbest in drinkwater en of dat in die studie mee kan worden opgenomen. We zullen vanuit Vlaanderen vragen dat dat mee wordt ondersteund door onze Waalse, Brusselse en federale collega’s.

Dan ons asbestafbouwplan. Er waren vragen naar verduidelijking van de beslissing van 24 oktober 2014. De Vlaamse Regering heeft een versneld asbestafbouwbeleid goedgekeurd. De beleidsdoelstelling is een asbestveilig Vlaanderen tegen 2040. Het streefdoel is een versnelde afbouw van alle asbesthoudende materialen uit onze leefomgeving. Het studietraject dat voorafging aan die beleidsvoorstelling, geeft aan dat zonder ingrijpen op het huidige ritme waaraan er wordt gebouwd in Vlaanderen, asbesthoudende materialen pas tegen 2070 of zelfs later zouden zijn afgebouwd. Daarom is dat plan op tafel gekomen. We moeten maatregelen nemen om dat sneller te doen. Er is een opdracht gegeven aan de OVAM om dat meer in detail uit te werken en voor te leggen aan de Vlaamse Regering.

Ook asbesthoudende nutsleidingen behoren daartoe. De OVAM kreeg de opdracht om via een doorstartfase een finaal asbestafbouwplan voor te leggen, en in het overleg met de nutsmaatschappijen zal het vervangen van die leidingen mee worden opgenomen. In de beslissing van oktober 2014 is opgenomen dat een haalbaarheidsonderzoek naar rendabele marktinitiatieven en -technologieën wordt opgestart om asbesthoudende afvalstoffen om te vormen tot nieuwe grondstoffen. Het kan ook een oplossing zijn voor beperkte stortactiviteit.

In opdracht van OVAM zal een studie worden uitgevoerd naar de best beschikbare technieken (BBT) om die opnieuw als grondstof te gebruiken. De stortcapaciteit is inderdaad beperkt. Als er aanvragen komen tot het aanleggen van zo’n asbeststort komt er – heel begrijpelijk – protest van alle omwonenden die dat niet willen. Iedereen wil dat asbest snel wordt verwijderd, maar niemand wil dat het ergens veilig wordt opgeslagen. Dat is een maatschappelijk probleem en niet zo vanzelfsprekend.

Het aspect afval dan. Indien over enkele jaren de stortcapaciteit ontoereikend blijkt, zal in functie van de beschikbare ruimte worden bekeken wat we kunnen doen. In de doorstartfase wil OVAM de problematiek van de stortcapaciteit op een geïntegreerde manier onderzoeken. Ik heb al verwezen naar de BBT-studie die zal worden opgestart.

De Bouwunie heeft de opmerking gemaakt dat er te veel door de vingers wordt gekeken wanneer er wordt gewerkt met asbest en wanneer asbesthoudend afval wordt afgevoerd. Er is een omzendbrief van 2008, waarin staat hoe asbesthoudend materiaal correct en veilig moet worden ingezameld, ook in de containerparken. Op de containerparken is sinds januari 2008 de aparte inzameling van asbestcementafval verplicht. Volgens het uitvoeringsplan Milieuverantwoord Beheer van Huishoudelijke Afvalstoffen moeten gemeentebesturen die fractie gratis aanvaarden, maar er is een beperking van de hoeveelheid. In overleg met de VVSG werd een aanbeveling opgesteld dat het gaat om 200 kilogram per gezin per jaar, 1 kubieke meter per gezin per jaar of tien asbestcementplaten per gezin per jaar.

Er is in VLAREM ook een verbod opgenomen op het gebruik van mechanische werktuigen met grote snelheid of boor- en slijpmachines voor het bewerken van objecten en ondergronden in asbesthoudende materialen. Dat staat allemaal netjes in VLAREM. Indien bij het plaatsen van overzetdaken de oude asbestcementleien of -golfplaten worden doorboord of doorgeslepen, is dat daarmee in strijd. De versnelde gefaseerde verwijdering die we in 2014 hebben gepland, geldt ook voor asbestcementdaken. Het insluiten van een oud asbestcementdak sluit hier niet bij aan en maakt de toekomstige verwijdering nog duurder.

Bijkomend onderzoek zal nodig zijn. Ik heb al een aantal opdrachten gegeven aan de VMM om dat op de tafel te leggen, zowel in Europa als op het internationale forum, om bijkomend onderzoek te doen en rond de tafel te zitten met de drinkwatermaatschappijen om zo te zien hoe we dit op een haalbare manier kunnen monitoren en hoe we de risico’s kunnen beperken. Het is zeker een thema dat ons allemaal bezighoudt en dat we goed moeten opvolgen.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, dit is inderdaad een gevoelig thema. Het is heel belangrijk dat u zo’n uitgebreid antwoord hebt gegeven om duidelijkheid te verschaffen. Ik heb vernomen dat u effectief werk wil maken van een afbouwscenario, ook van de nutsleidingen, en dat u verwacht dat de OVAM een afbouwplan voorlegt. Is daarvoor een timing vastgelegd?

In Eos staat dat Vlaanderen geen inspanningen onderneemt om water te bewerken zodat het minder agressief zuur wordt. U hebt daar een antwoord op geformuleerd. Ik vraag toch nog enige verduidelijking om al dan niet te weerleggen wat ze vooropstellen.

U hebt ook vermeld dat er bijkomende onderzoeken nodig zijn met betrekking tot de gezondheid en de risico’s van water in asbestleidingen. Ik wil er uiteraard op aandringen dat u de nodige initiatieven neemt om die onderzoeken verder te laten uitvoeren.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, we drinken met ons allen veel kraantjeswater. Daar ga ik tenminste van uit. We consumeren daarbij blijkbaar ook wat asbestvezels. Na uw antwoord kan ik vooralsnog alleen maar concluderen dat we niet echt weten of het nu al dan niet gevaarlijk is, want er blijft toch nog wat onduidelijkheid. U blijft voorlopig bij het standpunt van de WHO, dat zegt dat we ons geen zorgen moeten maken bij het inslikken van asbest. Anderzijds worden er in het Eos-magazine experts geciteerd die vragen stellen bij de bewijslast van de WHO, onder andere omdat er voorlopig behoorlijk weinig onderzoek naar gebeurt.

Minister, u kondigt aan dat u initiatieven zult nemen zowel op het internationale als op het Europese niveau, om te pleiten voor meer onderzoek. Dat kunnen we met z’n allen alleen maar onderschrijven en ondersteunen.

We hopen uiteraard dat het resultaat van dat onderzoek de stelling van de WHO zal bevestigen en dat er geen probleem is. Ik ga er niet van uit of hoop niet dat dit niet het geval zal zijn. Indien zou blijken dat er toch een gevaar voor de volksgezondheid is, zouden we ons volgens mij nog steeds in een patstelling bevinden.

In navolging van het motto ‘beter voorkomen dan genezen’ zou u in dat geval kunnen beslissen alle asbesthoudende waterleidingen te vervangen. Als we ze vervangen, moeten we ze echter ook verwerken of wegbergen. Op die manier zouden echter ook asbestvezels vrijkomen. Dat zou dan weer een probleem voor de volksgezondheid zijn.

Minister, bent u het eens met de visie dat we ons op dat ogenblik ook in een patstelling zouden bevinden? Waarop zou in dat geval focussen? Zou u alsnog voor de vervanging van die leidingen kiezen of zou u veeleer voor alternatieven opteren? Ik vat het even samen om aan te tonen dat er voldoende redenen zijn om bekommerd te blijven. Ik onderschrijf uw pleidooi voor meer onderzoek. Ik kijk er alvast naar uit. Voorlopig zijn er, ook na uw uitgebreid antwoord op de vragen om uitleg, eigenlijk nog geen pasklare antwoorden.

De heer Nevens heeft het woord.

De heer Bart Nevens (N-VA)

Minister, uw uitgebreid antwoord en de initiatieven die u net hebt vooropgesteld, wijzen erop dat we in Vlaanderen met een realiteit zitten waarmee we voorzichtig moeten omspringen. U pleit voor bijkomend wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidsrisico’s. Het is belangrijk de resultaten van dit onderzoek te kennen. Dit betekent echter niet dat we moeten stilstaan tot we die resultaten kennen.

Ik pleit ervoor het voorzorgprincipe te hanteren. Dit zou kunnen betekenen dat we de asbestleidingen in Vlaanderen inventariseren. De drinkwatermaatschappijen kunnen die inventaris opstellen. We moeten weten hoeveel leidingen er zijn en waar ze zich bevinden.

Dit is eveneens belangrijk voor de lokale besturen. Ze kunnen hiermee rekening houden voor geplande toekomstige investeringen in wegen en in rioleringen. Ze zouden dan weten waar ze dergelijke asbestleidingen kunnen aantreffen en hier vervolgens voorzichtig mee omspringen. Ik denk dan aan de verwijdering, de verwerking, de stockage en de recyclage.

In elk geval bewijzen de door u voorgestelde initiatieven dat dit een belangrijk thema is. Voor Vlaanderen volledig asbestvrij zal zijn, zal dit ons zeker nog een tijdje bezighouden. Het gaat immers niet enkel om de waterleidingen. Dit is, zoals mevrouw Peeters heeft verklaard, slechts een deelaspect. Er zijn nog andere asbesthoudende materialen die voor problemen kunnen zorgen als ze slecht worden behandeld of ondeskundig worden verwijderd.

Om het mogelijk gevaar voor de bevolking te beperken, lijkt het me nodig nu over te gaan tot een sensibilisering van de bewoners, de lokale besturen, de toezichthouders, de ondernemers en de verschillende partners, zoals de Bouwunie.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Mevrouw Lydia Peeters (Open Vld)

Ik wil het nog even over het asbestafbouwplan in het algemeen hebben. We willen allemaal tot een versneld asbestafbouwbeleid komen. We willen dat Vlaanderen tegen 2040 volledig asbestvrij is. Ik stel me echter vragen bij de wijze waarop we dat doel willen bereiken.

Minister, u hebt daarnet zelf verklaard dat er momenteel sowieso te weinig stortcapaciteit is. In daken en dergelijke is nog 3,7 miljoen ton asbest aanwezig. De stortcapaciteit bedraagt slechts 1,8 miljoen ton. Door het nimby-principe is het zeker niet evident bijkomende stortplaatsen te vinden. Indien het asbest echter niet kan worden gestort, moeten we alternatieven zoeken.

We moeten ervoor zorgen dat we die gevaarlijke vezels tot ongevaarlijke vezels kunnen omvormen. U hebt daarnet verklaard dat de OVAM op dit ogenblik een haalbaarheidsstudie uitvoert om de best beschikbare technieken (BBT’s) te onderzoeken. Wanneer verwacht u dat we over die technieken zullen beschikken?

De Nederlandse overheid heeft zich de doelstelling gesteld het land tegen 2024 asbestvrij te maken. Wij trekken hiervoor een langere termijn dan tien jaar uit. Het moet echter haalbaar zijn. We moeten duidelijk over alternatieven beschikken. Het innovatieve aspect is hierbij zeer belangrijk. We moeten hier fel op inzetten.

We weten dat nog dagelijks in asbestplaten wordt geboord en dergelijke. We moeten dan ook op sensibilisering inzetten. We moeten de mensen hier bewust van maken. Recent is in mijn streek een calamiteit gebeurd. Dit maakt mensen zeer bewust van het gevaar. We moeten niet om calamiteiten roepen. De mensen moeten echter wel goed beseffen wat ze inademen en dat er dringend iets moet gebeuren. We moeten de mensen continu waarschuwen. Er moet dringend iets worden gedaan aan al die daken die er nu nog liggen.

Dit betekent dat de BBT’s beschikbaar moeten zijn. Daarnaast moeten we ook over voldoende stortcapaciteit beschikken. De vraag is dan ook hoe het met de haalbaarheidsstudie zit. Wanneer kunnen we resultaten van die studie verwachten?

De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Minister, om eerlijk te zijn, begrijp ik uw antwoord niet goed. De vragen om uitleg en mijn eigen vragen zijn natuurlijk door bezorgdheid geïnspireerd. Het gaat om asbest en om de volksgezondheid. Als we beide termen in de media horen vermelden, worden we allemaal terecht wat ongemakkelijk.

U hebt in het verleden, onder meer in deze commissie, steeds verklaard dat er geen risico is. Nu hebt u in uw antwoord echter een nuance aangebracht. U hebt de VMM de opdracht gegeven dit verder te onderzoeken. De VMM zal contact opnemen met het International Agency for Research on Cancer (IARC), met Europese instanties en dergelijke.

Met een dergelijk antwoord neem ik geen genoegen. Dit punt is vorige week uitgebreid in de media gekomen. U houdt echter voorlopig vast aan het advies van de WHO. U wilt het verder onderzoeken en nagaan hoe hier internationaal op wordt gereageerd. Het gaat echter om ons drinkwater, om asbest en om de volksgezondheid.

Minister, ik kan enkel concluderen dat u op dit ogenblik geen duidelijkheid kunt verschaffen. Ik betreur dit ten zeerste. Ik stel dan ook voor dat we binnen enkele weken allemaal opnieuw dezelfde vragen stellen. Hopelijk zal de VMM dan al met die deskundigen hebben vergaderd en zullen we dan een duidelijk antwoord krijgen. Indien het om het drinkwater en de volksgezondheid gaat, moet snel en adequaat worden gereageerd. Dit antwoord voldoet niet. Ik zal binnen enkele weken alvast een vraag om uitleg indienen. Ik stel voor dat de overige commissieleden dit ook doen. (Opmerkingen)

De heer Danen heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb onthouden dat er geen systematische monitoring is. Er zijn echter wel al metingen verricht. U hebt niet vermeld wat die metingen hebben aangetoond. U hebt aangehaald dat het moeilijk is en dat er geen eenduidige meetmethode bestaat. Ik ben echter benieuwd naar wat de verrichte metingen hebben opgeleverd. Ik zou ook graag weten wanneer die metingen zijn verricht.

U hebt verklaard dat u heel wat zaken wilt laten onderzoeken. Ik zou u willen vragen hierbij rekening te houden met de andere toepassingen van drinkwater. Ik heb daarnet al verwezen naar verneveling, verstuiving, het strijken met stoomstrijkijzers en het wassen met leidingwater. De vraag is of ten gevolge van dergelijke toepassingen geen vezels blijven hangen. Het zou immers kunnen dat we op die manier wel degelijk vezels inademen. Ik zou graag zien dat hiermee tijdens het onderzoek rekening wordt gehouden. Is dit aspect misschien al eerder onderzocht?

Minister, ik heb, net als andere sprekers, uit uw antwoord afgeleid dat u ingaat op de vraag naar meer studies. Hoewel er ook andere studies zijn, mogen we er op basis van heel wat studies van uitgaan dat ons drinkwater in orde is. Aangezien echter ook andere studies op tafel liggen, wilt u een aantal bijkomende zaken laten nagaan.

Ik vind dit een belangrijk element. Ik verwacht eigenlijk van alle aanwezigen dat ze met zekerheid overtuigd kunnen zijn van de kwaliteit van ons drinkwater. Ik heb kennis genomen van de analyse door de WHO en van de studies die op tafel liggen. Er zijn meer studies die in de ene richting dan studies die in de andere richting wijzen.

Minister, ik wil u bedanken voor uw antwoord. Zodra er enig zicht op de resultaten van de studies is, verwacht ik dat we dit hier kunnen bespreken. We zouden snel een studie kunnen verrichten. Volgens mij is het echter belangrijk dat dit terdege gebeurt. Ik vind het positief dat u dit ernstig neemt en verdere studies wilt laten verrichten.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Sanctorum, aangezien ik de indruk heb dat u de zaken omdraait, zal ik het nog eens herhalen. Ik heb duidelijk gesteld dat er volgens de WHO, de wereldwijde experts ter zake, geen probleem is. De WHO heeft geen aanwijzingen dat er hier problemen zouden zijn. Naar aanleiding van een artikel in een tijdschrift zijn echter verschillende bezorgde vragen gesteld. Er is me gevraagd dit nog eens te controleren. Ik heb de VMM gevraagd dit nog eens internationaal te checken. U hebt de zaken echter omgedraaid. Volgens u betekent dit dat ik niet zeker ben en dat ik bijkomend onderzoek bestel omdat ik denk dat er een risico is. (Opmerkingen van de heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde)

Mijnheer Sanctorum, mag ik u vragen de orde in de zaal te respecteren en de minister haar antwoord te laten afronden op de vragen die u hebt gesteld? U moet natuurlijk vragen welke garantie u van de minister wilt.

Minister Schauvliege heeft het woord.

We zijn momenteel zeker. We baseren ons op de gegevens van de WHO. Volgens de WHO en de drinkwatermaatschappijen is ons drinkwater veilig. (Opmerkingen van de heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde en van de voorzitter)

De zuurtegraad van het water wordt bijgestuurd. We beschikken over een strenge norm. Die norm moet ervoor zorgen dat het water niet te zuur wordt en dat er geen aantastingen zijn. Hoe dat technisch verloopt, zou ik moeten navragen. Er zijn in elk geval strenge controles. Wat de zuurtegraad betreft, beschikken we over een strenge norm.

Wat het onderzoek in verband met het asbestafbouwplan betreft, moet de OVAM tegen 2018 een gedetailleerd plan op tafel leggen. Dit staat in de beslissing van de Vlaamse Regering.

Wat de BBT’s en de alternatieven voor het asbestafval betreft, gaan we ervan uit dat de OVAM zo snel mogelijk klaar zal zijn. Er is geen strikte timing. We zijn immers afhankelijk van een aantal lopende onderzoeken op het terrein.

Mijnheer Nevens, we passen het voorzorgsprincipe al toe. Er bestaat een perfecte en gedetailleerde inventaris van al die leidingen. Iedereen weet om welke leidingen het gaat. U moet het maar eens aan uw drinkwatermaatschappij vragen. U zult die informatie zeker krijgen. We beschikken over een overzicht waarin staat welke leidingen waar zijn gebruikt.

Mevrouw Peeters, u bent terecht bezorgd om de sensibilisering. We zetten hier al gedurende jaren op in. Elk gemeentebestuur beschikt over folders. Normaal gezien worden die folders meegegeven met iedereen die een bouwaanvraag indient en een bouwvergunning krijgt. In die folders staat hoe mensen asbest in huis herkennen, hoe ze met asbest moeten omgaan en hoe asbest veilig kan worden verwerkt. Op alle bouwbeurzen plaatst het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) een stand die asbest onder de aandacht brengt.

Tot slot heeft iemand me nog gevraagd hoe het met de andere toepassingen van drinkwater zit. We gaan ervan uit dat er geen risico is. We baseren ons hiervoor op de aanbevelingen van de WHO. Volgens de resultaten van de WHO is er geen risico bij andere toepassingen.

Zoals ik al heb verklaard, zijn we bereid dit onderwerp nog eens uitdrukkelijk onder de aandacht te brengen. Er is op basis van een artikel immers bezorgdheid ontstaan. We zullen blijvend bijkomend onderzoek verrichten. Dat is ook logisch. Op die manier kunnen immers alle risico’s worden uitgesloten.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, er zijn geen pasklare antwoorden en zo blijft er vooralsnog wat onduidelijkheid over de eventuele gevaren van het drinken van kraantjeswater en het inslikken van asbest voor de volksgezondheid. Ik hoop dat het onderzoek er snel komt en dat we er snel duidelijkheid over krijgen.

Mijnheer Nevens, u deed wat cynisch over de vele abonnementen op Eos. Ik kan alleen maar concluderen dat het een goede zaak is dat we het hier in het parlement aan bod brengen. Toch is het betreurenswaardig, minister, dat net een artikel in een tijdschrift ervoor zal zorgen dat er bijkomend onderzoek wordt gevoerd naar de gevaren van asbest voor de volksgezondheid.

De heer Nevens heeft het woord.

De heer Bart Nevens (N-VA)

Ik wil de heer Danen bedanken voor het alibi dat hij me bezorgd heeft. Ik hoef vandaag niet meer te strijken want met stoomstrijkijzers … Ik ben geen nieuwe man, maar …

Dit is inderdaad een te belangrijk thema om grapjes over te maken. We zijn, denk ik, op de goede weg om initiatieven te nemen met de inventarisatie en met het wetenschappelijk onderzoek naar het gevaar van asbest.

Blijkbaar moeten we zorgen voor voldoende capaciteit om al het asbesthoudend materiaal te verwerken.

Ik wil het probleem niet groter maken dan het is, maar er is niet alleen een drinkwaterprobleem. Er zijn ook asbesthoudende rioolbuizen. Dat afvalwater is al vervuild, dat zal misschien niet zo’n groot probleem zijn voor het water an sich. We moeten wel rekening houden met het hele plaatje.

Daarom ben ik tevreden dat mevrouw Peeters de golfplaten erbij betrekt. Bij calamiteiten komt het bluswater in het riool terecht enzoverder. Het probleem is ruimer dan alleen maar wat we hier vandaag besproken hebben. Ik denk dat dit thema ons de komende maanden en jaren nog zal bezighouden om degelijke oplossingen te zoeken, inzake de bewustmaking van de mensen die er dagelijks mee omgaan en om de gezondheidsrisico’s goed te communiceren.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Mevrouw Lydia Peeters (Open Vld)

Ik sluit me aan bij de heer Nevens. We moeten heel alert zijn in deze problematiek, zeker bij calamiteiten. Ik denk ook aan sporthallen, schoolgebouwen en andere infrastructuur die soms ook eigendom is van de overheid. Vaak zit daar asbest in en die komt soms ongewild en soms ook gewild vrij.

Het is zeer belangrijk dat we het afbouwplan dat voorhanden is, nauw opvolgen. Ik hoop dat we zo snel mogelijk iets horen over de studie van de BBT’s.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

van Hermes Sanctorum-Vandevoorde aan minister Joke Schauvliege
1963 (2014-2015)
van Rob Beenders aan minister Joke Schauvliege
1966 (2014-2015)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.