U bent hier

Mevrouw Remen heeft het woord.

Mevrouw Grete Remen (N-VA)

Voorzitter, minister, geachte leden, het Vlaamse regeerakkoord voorziet in het zo snel mogelijk definitief goedkeuren van een decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, met het inzetten op kernversterking als doel. De detailhandel speelt een zeer belangrijke rol in de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van steden en gemeenten. Vlaanderen wil de lokale besturen ondersteunen in het voeren van een kernversterkend detailhandelsbeleid. De startnota ‘Winkelen in Vlaanderen’ uit 2010 werd twee jaar later gevolgd door de nota ‘Winkelen in Vlaanderen 2.0’. In beide nota’s wordt een aanzet gegeven voor een integraal handelsvestigingsbeleid en worden verscheidene voorstellen geformuleerd, waarvan er sommige reeds werden geïmplementeerd.

In het integraal handelsvestigingsbeleid staan de lokale besturen centraal. Vlaanderen kan de grote lijnen, het kader schetsen, maar een kernversterkend beleid is in de eerste plaats een beleid van de gemeentebesturen. Het krachtigste instrument dat de overheid kan inzetten om deze regierol op te nemen, is de ruimtelijke ordening. De Vlaamse Regering wenst de lokale besturen daarin zo goed mogelijk te ondersteunen, in de eerste plaats bij de opmaak van een gemeentelijke visie op de detailhandel.

Al in 2012 publiceerde het Agentschap Ondernemen een leidraad voor de opmaak van een gemeentelijk strategisch commercieel plan. Dit plan beschrijft onder meer de gewenste toekomstige situatie en de acties die kunnen worden ondernomen om die te bereiken. Ook Comeos verheugt zich over deze oproep aan de gemeenten om een doordachte visie over detailhandel uit te werken in strategische commerciële plannen. Op basis van een duidelijke visie kunnen aanvragen worden beoordeeld en gemotiveerd. Op 14 februari 2014 werd reeds een voorontwerp van decreet met betrekking tot het integraal handelsvestigingsbeleid voorlopig goedgekeurd. Daarbij wordt maximaal gebruik gemaakt van instrumenten uit het domein van de ruimtelijke ordening. Inmiddels zijn de adviezen hierover uitgebracht. Uit het antwoord op mijn schriftelijke vraag van 9 oktober bleek dat er toen nog geen verdere stappen waren gezet.

Minister, welke gemeenten hebben intussen een strategisch commercieel plan opgesteld, in samenwerking met het Agentschap Ondernemen? Wat is de stand van zaken met betrekking tot het ontwerp van decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid? Wat is het resultaat na afweging van de diverse adviezen, en op welke termijn zult u een ontwerp van decreet indienen in het parlement? Welke bijkomende instrumenten zullen de lokale besturen krijgen voor het voeren van een integraal handelsvestigingsbeleid? Op welke manier zal het drieluik vertrouwen, verbinden en vooruitgaan, zoals dat in ons Vlaams regeerakkoord staat, doorwerken in het integraal handelsvestigingsbeleid?

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Minister, ik kan me volledig aansluiten bij mevrouw Remen. U weet dat ook onze fractie heel bezorgd is over het kernversterkend beleid. Ik had graag nog enkele bijkomende vragen gesteld. In de winkelnota van 2012 hebt u bepaalde initiatieven en projectoproepen gelanceerd. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de oproep voor kernversterkende maatregelen, aan de oproep met betrekking tot handelspanden, de oproep met betrekking tot de aankoop van handelspanden en de oproep met betrekking tot de renovatie van handelspanden. Dat waren dus diverse projecten, voor een budget van 13 miljoen euro. Die projecten zijn afgelopen. Die projecten werden ingediend en afgewerkt. Bent u van plan om in bijkomend geld te voorzien om nog dergelijke projecten te lanceren ter ondersteuning van de steden voor hun kernversterkend beleid?

Een tweede vraag betreft het op stapel staande decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid. Het duurt nogal lang voordat in de regering over dit voorontwerp van decreet wordt beslist en het wordt goedgekeurd. Hoe komt dat? Zijn er moeilijkheden? 

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Voorzitter, minister, de laatste vraag van mevrouw Fournier prikkelt me bijzonder. Ik kijk ook uit naar het antwoord.

Ik wil me ook in bredere zin bij deze vraag om uitleg aansluiten. Terwijl wij erover discussiëren, voltrekt zich op het terrein een evolutie die naar ik vrees in grote mate onomkeerbaar is: het degraderen van kleinstedelijke handelskernen. We zien leegstand, het economische weefsel verdwijnt er gewoon in functie van almaar meer baanwinkels.

U fronst de wenkbrauwen, minister, maar ik raad u aan om de pers van vandaag te lezen. Er is een periode geweest toen men daar via het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) paal en perk aan probeerde te stellen. Vandaag lezen we dat heel grote investeringsmaatschappijen miljoenen veil hebben om in het kleinstedelijk gebied van Vlaanderen te investeren. Ze zeggen: “Laat ze maar praten over kernversterking, wij doen dit gewoon.” Aan de investeerderskant en de financieringskant hecht men niet al te veel geloof aan de effectiviteit en de efficiëntie van wat we hier bepleiten. De namen van de gemeenten en steden staan erbij. Ik raad bijvoorbeeld iedereen aan om eens in Wetteren rond te lopen. Wat voordien een florissante winkelstraat was, is vandaag iets helemaal anders. Op het terrein is men bezig met nieuwe plannen voor baanwinkels.

Als een gemeentebestuur een andere visie heeft, hoe kan het dan sturen? Welke middelen zijn daartoe voorhanden?

Minister, ook hier in Brussel is er heel wat op til. Het grootste retailproject ooit staat op stapel: 75.000 vierkante meter winkeloppervlakte wordt klaargestoomd voor NEO. Ik sluit me aan bij de vraag en opmerking van de heer Van Malderen over hoe we daartegenin kunnen gaan.

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Ronse, ik dacht dat NEO bij het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zat. Ik kan en wil daar bijgevolg niet veel over zeggen.

Mijnheer Van Malderen, ik fronste inderdaad mijn wenkbrauwen. Een gemeente heeft immers een keuzemogelijkheid. Het klopt wat mevrouw Remen naar voren bracht: steden en gemeenten kunnen vandaag al ondersteund worden voor de opmaak van een commercieel strategische visie. We verplichten dit niet aan een gemeente, maar ze kunnen het wel doen. Het Agentschap Ondernemen heeft een leidraad opgesteld waar elke gemeente gebruik van kan maken. We hebben effectief een aantal instrumenten die ondersteunend waren en een budget gaven.

We hebben in februari 2013 de oproep gedaan inzake kernversterkende maatregelen. Twaalf gemeenten hebben de subsidie opgevraagd voor de opmaak van een commercieel strategisch plan en zes gemeenten voor studies ter verdieping of voor de uitwerking van een bestaande detailhandelsvisie. De projecten gingen allemaal van start tussen januari en juni 2014. Ik denk niet dat er vandaag nog in nieuw budget wordt voorzien.

Laten we nu eerst komen tot het integraal handelsvestigingsbeleid en de laatste decreten. U zegt dat men niet wacht. Dat klopt. De gemeenten kunnen al veel doen met het bestaande instrumentarium.

Het voorontwerp van decreet is in afwerking. De laatste politieke besprekingen worden gevoerd. De tekst zal hopelijk binnenkort door de Vlaamse Regering voor de tweede principiële goedkeuring kunnen worden goedgekeurd, waarna ik die kan voorleggen aan de Raad van State. Het is trouwens een voorontwerp van decreet dat ik samen met minister Schauvliege zal indienen – als we zo ver komen. (Opmerkingen)

Ik geef u een stand van zaken, voor de rest zeg ik niets.

Vorig jaar hebben we het voorontwerp principieel opgesteld. We hebben de adviezen gevraagd. Het is natuurlijk de bedoeling om rekening te houden met die adviezen. Het waren serieuze adviezen, er is hard aan gewerkt. We hebben bekeken op welke manier we er rekening mee kunnen houden. We willen ook ingaan op de opmerkingen van de adviesraad, vandaar dat het wel wat tijd heeft gevergd om ook daar de nodige consensus bij te vinden.

Het is ook altijd onze bedoeling geweest – en dat is belangrijk – dat we afstemmen op de omgevingsvergunning. Ook daarvoor was tijd nodig. Als ik het me goed herinner, werd het decreet over de omgevingsvergunning tijdens de laatste parlementaire zitting van de vorige legislatuur goedgekeurd. We moesten bekijken hoe we de uitvoeringsbesluiten voor de omgevingsvergunning en dit dossier parallel konden doorvoeren, om er ineens de administratieve vereenvoudiging mee in te krijgen. Dat vergt wat tijd.

Mevrouw Remen, de integratie van de procedure om een vergunning te verkrijgen in de omgevingsvergunning, is voor mij een fundamentele vernieuwing en vereenvoudiging waardoor gemeenten effectief een kans hebben om een integrale afweging te maken over de toekomst van de detailhandelsprojecten.

De zones met specifieke voorschriften inzake kleinhandel kunnen nog steeds worden afgebakend door ruimtelijke uitvoeringsplannen. Ook dat is een antwoord. De gemeente die dat wenst, kan vandaag een GRUP opmaken om de detailhandel weer te geven. We veranderen en verbeteren de situatie. Dat is toch de bedoeling.

Het ontwerp van decreet wil via het gebruik van stedenbouwkundige verordeningen op een flexibele manier nog meer mogelijkheden bieden. We menen dat het noodzakelijk is om op de een of andere manier ook te voorzien in openbaar onderzoek in de totstandkoming van een stedenbouwkundige verordening. Het kan vandaag. En met het voorstel dat we liggen hebben, maken we een en ander wat meer flexibel. De introductie van het handelsvestigingsconvenant in het decreet zou ook een mogelijkheid bieden om een overlegd en proactief detailhandelsbeleid te voeren. We willen de gemeenten meer mogelijkheden geven om er flexibel mee te werken. Door die instrumenten zal de spreiding van handelsvestigingen beter kunnen worden gestuurd en kan men specifiek inzetten op gebieden waar handelsvestigingen moeten worden aangemoedigd of ontmoedigd.

Een duidelijk beleid zal ook rechtszekerheid voor de retailers geven. Ook dat vind ik belangrijk. Vandaag gebeurt het soms ‘à la tête du client’ of is het een beetje zoeken van wat wel en wat niet kan. Als een gemeente een visie maakt, dan weten de retailers ook waar ze aan toe zijn. Projectontwikkelaars en individuele handelaars kunnen de mogelijkheden dan consequent inschatten. Volgens mij geeft dat verhoogde transparantie en voorspelbaarheid. Ook dat is een belangrijke drijfveer in het decreet.

U vraagt ook naar vertrouwen, verbinden en vooruitgaan. Ik vind dat een heel mooie vraag. Het is altijd leuk om daar eens over na te denken. Het vertrouwen betreft een sterk vertrouwen in lokale besturen. Dat is voor mij het meest essentiële. Wij zullen niet zeggen dat iets niet mag, maar we maken het de lokale besturen gemakkelijker om iets te doen indien ze dat willen. Ze krijgen de instrumenten om zelf een doordacht beleid te voeren.

De titel van het ontwerp van decreet alleen al staat voor het verbinden. Het ‘integraal handelsvestigingsbeleid’ bewijst dat we een oefening maken over verschillende beleidsdomeinen, die van mij, maar ook die van minister Schauvliege, en over verschillende beleidsniveaus, Vlaanderen en de gemeenten. We verbinden die en we geven de mogelijkheid om een coherent beleid te voeren. Eigenlijk gaan we nog verder wat betreft het verbinden. We geven de handelaars en projectontwikkelaars een transparant kader voor hun plannen en vergunningen. We hebben ook, in de vorm van het handelsvestigingsconvenant, een instrument om goede afspraken tussen gemeenten en projectontwikkelaars te maken. Ook dat is verbinden: geen ruzie tussen projectontwikkelaars en gemeenten, maar goede afspraken die gemaakt kunnen worden.

De vooruitgang is hier zeker aanwezig. De integrale benadering is zonder twijfel een enorme vooruitgang. Visievorming zal kunnen samengaan met planning en vergunning. Dat is zonder twijfel een sterke vooruitgang inzake het beleid voor handelsvestigingen.

Ook de volledige integratie, met de omgevingsvergunning, die een administratieve lastenverlaging met zich mee zou brengen, lijkt mij een mooie vooruitgang die wij voor ogen hebben.

Mevrouw Remen heeft het woord.

Mevrouw Grete Remen (N-VA)

Minister, het vertrouwen in de lokale besturen is zeer belangrijk. Maar zij moeten natuurlijk een visie hebben. Ik heb het artikel vandaag ook gelezen: die extra miljoenen euro’s voor de baanwinkels baren mij zorgen. Het grootkapitaal legt gewoon het decreet naast zich neer en trekt er zich niets van aan. Hoe kan de Vlaamse Regering de gemeenten nog meer aanzetten om een goede visie te ontwikkelen? Dat is toch zeer belangrijk. We kiezen voor kernversterking, voor het opnieuw opwaarderen van onze stadskernen. Daar gaat het decreet toch over?

Minister, is er in een overgangsmaatregel voorzien voor de huidige sociaal-economische vergunningen waarvan de projecten al zijn aangevat of nog moeten worden aangevat?

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Ik ben het 200 procent eens met mevrouw Remen. De woorden die zij heeft gezegd, had ik ook al opgeschreven: visievorming en eigenlijk gewoon al de bewustwording van het apparaat dat ter beschikking staat van de gemeenten, dat is absoluut belangrijk. Vertrouwen is een gegeven, maar de gemeenten versterken is duidelijk broodnodig want er zijn financiers die zeggen: “Wat ze daar ook aan beleid doen, wij hebben een lijn gekozen, wij zien een markt en wij gaan die bezetten.” Dat staat haaks op het beleid dat hier niet alleen wordt beleden maar ook gevoerd. Dus kun je de vraag stellen of wij die trend echt zullen keren. Minister, u zou het moeten weten, want u bent toch ook minister van Ruimtelijke Ordening geweest. Ik denk dat u iets te gemakkelijk zegt dat zo’n gemeente nu al een RUP kan maken. U zegt: “We hebben dat, je kunt dat direct doen.” Dat gaat zo niet. Om een RUP te maken, moet het al in het bindende gedeelte van het GRUP zitten. Als je de doorlooptijd van zo’n dossier bekijkt, ben je een legislatuur bezig. Ondertussen staat er een winkelcentrum, zonder dat je een instrumentarium hebt. Stel dat je in een relatief kleine gemeente woont en je hebt bij wijze van spreken de problemen in je kern vast – dat is de bekommernis die ik hoor bij mevrouw Remen en die wij ook willen aankaarten. ‘As we speak’ gebeuren er dingen op het terrein en ze gaan jammer genoeg niet de goede richting uit. Ik denk dat we dit samen betreuren.

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Ik kan mij vinden in alle opmerkingen die hier al werden gemaakt. Ik maak een bijkomend punt, in navolging van wat de voorzitter al zei.

Minister, we hebben inderdaad gewestoverschrijdende problemen. U zegt: “Het is het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en ik heb er dus niets mee te maken.” Ik geef het hier cru weer. U kent ondertussen ook de stad waar ik woon. 5 kilometer van mijn stadskern komt er, langs Franse zijde, een groot winkelcomplex. Ze noemen het dan nog eens naar Vlaanderen: ‘Promenade de Flandre’. Het heeft 60.000 vierkante meter commerciële ruimte. Er is een mobiliteitsonderzoek geweest, en ook een economisch-sociaal onderzoek, maar dat enkel in Frankrijk. Er is niets gebeurd in België, in Vlaanderen. Dat zijn zaken waarnaar wij met argusogen kijken: 60.000 vierkante meter op 5 kilometer van onze stadskern. We kunnen dan wel in Menen zeggen dat wij de winkels in onze stadskern zullen houden en dat wij geen bijkomende ruimte gaan creëren om grote winkels aan te trekken, maar dan krijgen we op 5 kilometer een dergelijk project. Ik weet dat het een heel moeilijk probleem is. Het is al moeilijk om het met Wallonië af te toetsen, laat staan met Frankrijk. Maar ik vond het toch mijn plicht om het eens aan te kaarten en om u te vragen of de mogelijkheid van grensoverschrijdend overleg bestaat, vooral op het vlak van de mobiliteit.

De heer Diependaele heeft het woord.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Dat laatste punt is van een andere orde. Grensoverschrijdend is nog een andere dimensie.

Mijnheer Van Malderen en mevrouw Remen, wij delen allemaal die bekommernis. Dat is overduidelijk. Maar mijnheer Van Malderen, laat het duidelijk zijn: het instrumentarium bestaat. Het is er voor de gemeenten, het staat ter beschikking. U hebt het over politieke wil en politieke moed. Die ontbreken soms. Die visie uitvoeren, als de gemeenten die al hebben, is een politieke afweging. Uw uitspraken zijn al dan niet terecht. In de gemeente waar ik vandaan kom, ontbreken de visie en de moed om de visie, die er niet is, uit te voeren. Als het gaat over baanwinkels, kunt u allemaal eens komen kijken: een visie daarover ontbreekt. Het instrumentarium is er wel. Mijnheer Van Malderen, uw uitspraak is zeker in sommige gevallen waar, maar getuigt van een gigantisch wantrouwen ten aanzien van de lokale besturen en ten aanzien van de lokale autonomie. Dat is niet altijd onterecht, daar niet van, maar noem het dan ook zo en leg de verantwoordelijkheid niet opnieuw bij de Vlaamse overheid, want de instrumenten zijn voldoende bij de gemeenten aanwezig.

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Van Malderen, ik vind ook dat u er een karikatuur van maakt. U vroeg op welke manier we de gemeenten er nog meer toe kunnen brengen. Er is effectief een leidraad. Een bekende socialistische partijman heeft ooit gezegd dat we het paard naar het water kunnen brengen, maar dat het nog zelf zal moeten drinken. Met de leidraad hebben we het paard naar het water gebracht. Dit is een politieke keuze van een gemeente. Laat ons ook niet vergeten dat de gemeente vergunningen geeft of niet geeft, dat het de gemeente is die een RUP kan invoeren of niet. En ja, die instrumenten zijn te moeilijk. Daarom gaan we nu eenvoudige instrumenten maken, met die verordening en met het akkoord dat kan worden gemaakt. Wij hopen dat deze eenvoudigere instrumenten het nog beter kunnen maken. Maar we zijn verkeerd bezig als wij vanuit Vlaanderen de visie van elke gemeente gaan maken over wat zij daar mogen doen en niet doen.

Wat de overgangsmaatregelen betreft, wil ik nog even wachten. We zullen uiteraard nagaan welke overgangsmaatregelen al dan niet nodig zijn. We zullen proberen hiervoor een oplossing te vinden.

Mevrouw Fournier, ik zal het grensoverschrijdend overleg zeker met minister Schauvliege bespreken. Ruimtelijkeordeningsplannen kunnen de mogelijkheid creëren om nadien winkelcentra of andere zaken te plannen. We kunnen de grensregio’s hier het best voor de definitieve goedkeuring bij betrekken. Dat lijkt me de goede werkwijze. We moeten niet wachten tot het ogenblik waarop de vergunningen worden afgeleverd, want dan zitten we al veel te ver. Dit moet tijdens de ruimtelijke ordening gebeuren. Ik zal minister Schauvliege zeker vragen hiermee rekening te houden en na te gaan wat op dat vlak kan worden gedaan.

Mevrouw Remen heeft het woord.

Mevrouw Grete Remen (N-VA)

We vertrouwen zeker op het instrumentarium. De gemeenten moeten dit nu aangrijpen. Ik heb nog een kleine opmerking over de leidraad. Het gaat om 18 van de 308 gemeenten.

Ik weet niet hoeveel gemeenten dit gebruiken. Ik weet enkel dat achttien gemeenten subsidies hebben aangevraagd. Misschien zijn er veel meer die dit ook gebruiken.

Mevrouw Grete Remen (N-VA)

Ik stelde me hier vragen bij. Het gaat immers om weinig gemeenten. Het is van belang dat de gemeenten een goede visie hebben en hun verstand gebruiken. Ik heb vorige week nog met ondernemers gepraat. Ze hebben een zeker wantrouwen ten opzichte van de lokale besturen. Dat is mijn bijkomende vraag. De lokale besturen beschikken over het instrumentarium. Daar moeten we nu op vertrouwen. We moeten er het beste van maken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.