U bent hier

Mevrouw de Bethune heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, geachte leden, ik kon toch niet nalaten de vraag te stellen over de problematiek van de bootvluchtelingen op de Middellandse Zee. Ik verwijs naar het drama van zondag 19 april. Toen zijn misschien wel zevenhonderd of meer bootvluchtelingen verdronken als gevolg van de bootramp. We kennen het juiste aantal niet, maar dat is één feit. Ondertussen zijn gelukkig vele duizenden wel gered of opgevangen, maar de juiste cijfers met betrekking tot slachtoffers – gezinnen, kinderen, vluchtelingen – kennen we eigenlijk niet, en die drama’s herhalen zich. Dat heeft gelukkig geleid tot een civiele mobilisatie in Europa, tot een zekere alertheid, ook bij de pers. Het was verrassend en positief te zien dat de pers wel luid heeft gesproken, en een oproep heeft gedaan tot een beter Europees beleid ter zake.

De Europese positionering van België is aan bod gekomen in het kader van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB). Daarbij werden ook de ministers van Binnenlandse Zaken betrokken. Op donderdag 23 april is er een bijzondere Europese Raad geweest, die zich over deze materie en de te nemen maatregelen heeft gebogen. Ter voorbereiding van die bijzondere Europese Raad heeft de Directie-Generaal Europese Zaken en Coördinatie (DGE) een Belgisch standpunt uitgewerkt. Hiertoe was op woensdag 22 april een overlegvergadering met de deelstaten belegd.

Minister-president, ik weet dat deze materie hoofdzakelijk een federale bevoegdheid is, maar als ik de kranten goed heb gelezen en het nieuws goed heb gehoord, is er toch overleg geweest met de deelstaten ter voorbereiding van die Europese vergadering, met de problematiek van die bootvluchtelingen als enige agendapunt. Wat is daar aan de orde geweest? Wat was de positionering van de deelstaten? Hoe is dat interfederaal overleg verlopen? Hoe sluit dit aan bij specifieke Vlaamse bevoegdheden ter zake? Welk standpunt heeft Vlaanderen daar ingenomen? Wat zijn gevolgen van de engagementen voor het Vlaamse beleid? Ik stel de vraag omdat ik niet weet of die betrokkenheid en dat overleg louter formeel zijn. U zult ons dat echter uitleggen. Wordt dit telkens gepland voor een Europese Raad, waarbij men dan pro forma overlegt met de deelstaten, in het geval dat er een raakpunt is qua bevoegdheden? Of was dat in dit geval wel gegrond en had dit te maken met de relevante bevoegdheden van Vlaanderen? Dan hebben mijn vragen een zin, namelijk vernemen wat onze rol daarin is geweest en welke de gevolgen dienaangaande zijn voor Vlaanderen.

Mevrouw Turan heeft het woord.

Voorzitter, eerst wil ik mevrouw de Bethune hartelijk danken voor al haar humane interventies van de dag. Het moet me van het hart: het geeft me een ongelooflijk warm gevoel dat er nog mensen zijn die echt betrokken zijn. ‘You do care’, als ik het zo mag formuleren.

Het drama van de bootvluchtelingen heeft, naar ik hoop, ons allemaal ten zeerste geraakt. Ik reken daar toch op.

Minister-president, we zijn vooral ook benieuwd naar de antwoorden die u gaat formuleren. Het is inderdaad een beetje zoeken: wat is Europees, wat is federaal, wat is Vlaams? Het lijkt me echter vooral belangrijk dat we daar humaan naar kijken, dat we bekijken hoe we dergelijke drama’s in de toekomst kunnen voorkomen.

Minister-president, ik ben er eigenlijk vrij zeker van dat u een inhoudelijk antwoord zult geven en dat u echt uw rol wilt opnemen. Ik reken erop dat de betreurenswaardige uitspraken van bepaalde staatssecretarissen van de Federale Regering, die durven te zeggen dat reddingsoperaties voor een aanzuigeffect zorgen, niet de uwe zullen zijn. Ik ben dus zeer benieuwd naar uw antwoorden. Alvast bedankt.

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

Mevrouw Turan, ik kan u al meegeven dat wij de warmte die u voelde, ook voelen. Ik heb die samen met u gevoeld, en ook met collega de Bethune. Uiteraard zijn wij allemaal bezig met het goede voor de mensen. Ik hoop dat u daar toch niet aan twijfelt. (Opmerkingen van mevrouw Güler Turan)

Dit is inderdaad een zeer moeilijke materie. Ze is Europees. Ze is federaal. We hebben het deels over migratie, maar ook het defensiebeleid komt erbij. Dit alles valt niet zo goed uit elkaar te houden. Wel vind ik het belangrijk voor Vlaanderen, en daarop moeten we de aandacht kunnen vestigen, dat we bootvluchtelingen ook als erkende vluchtelingen kunnen opvangen, zodat we hen ook in ons inburgeringstraject kunnen inschakelen als ze hier eenmaal aankomen. Dat is enorm belangrijk. Minister-president, ik zal wel horen van u hoe Vlaanderen ter zake een beleid wil voeren.

We moeten ook realistisch zijn. We moeten uiteraard meevoelend en warm zijn, maar ook realistisch. Als we met heel wat vluchtelingen worden geconfronteerd, moet er een billijke verdeling zijn. Daarvoor moeten we ook aandacht hebben. Minister-president, ik hoor heel graag uw mening en die van de Vlaamse Regering.

De heer De Croo heeft het woord.

Mevrouw Turan en ikzelf waren verleden week twee dagen in Bakoe, voor het derde wereldforum ter zake. Minister-president, wat me heeft getroffen bij deze problematiek, is dat dit maar het kleinste tipje is van de grote ijsberg die men zich kan inbeelden. Vandaag de dag zuigen mensensmokkelaars of organisaties zoals IS het laatste geld op van mensen die zich verplaatsen naar Europa. Op die bijeenkomst was er een theorie die me toch is bijgebleven, namelijk dat de volgende fase misschien een geforceerde exodus zou kunnen zijn, niet van tienduizenden, maar van honderdduizenden of miljoenen. Dat zou men voor ogen moeten houden. Misschien moet men erover nadenken wat wij daar eventueel aan kunnen doen. Dat is een manier om een aantal structuren in Europa te ontwrichten, zelfs kunstmatig.

Gisterenavond heb ik in Leuven geluisterd naar de voorzitter van de Europese Commissie, de heer Juncker, die op zijn eigen geijkte wijze, met veel gezond verstand, een aantal vragen heeft gesteld, onder meer ter bevordering van een zekere immigratie in ons land. Dat moet allemaal consensueel gebeuren en moet ook aanvaardbaar zijn voor de bevolking.

Het volgende moet me ook van het hart. We verzekeren ons tegen alles: tegen brand, voor auto’s, tegen ongevallen, tegen ouderdom. Minister-president, wat we echter niet doen, is ons verzekeren als het gaat over het behoud van onze beschaving, onze vrijheid, onze rechten voor vrouwen, onze manier van overleven en bestaan. Ik zeg dat omdat dat ergens zou worden geacteerd. We betalen daar geen premie voor. We betalen die wel voor onze auto, ons gezin, onze levensverzekering, tegen brand, voor onze woning. Op een dag zal men echter collectief moeten nadenken over de vraag: welke premie zijn we bereid te betalen voor het behoud van onze beschaving? Die premie zal nodig zijn, wil men ter plaatse stabiliteit brengen voor mensen die nu zijn opgejaagd door het verschil. Als we zien dat bij 1 miljard 300 miljoen mensen de familievader met 1 euro per dag moet leven, dan zullen die aangelegenheden niet stoppen, welke ook de respectabele bevoegdheden van de ene en de andere zijn.

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, collega’s, het is een immens belangrijk probleem, waarover heel veel beschouwingen kunnen worden gemaakt. Mijnheer De Croo, u stelt terecht enkele pertinente vragen.

Heel die stroom is in hoofdzaak tot stand gekomen omdat er ‘failed states’ zijn ontstaan, met alle gevolgen van dien, op economisch vlak, voor de veiligheid van mensen. Mensen worden vervolgd, niet enkel christenen, ook bepaalde moslims die niet behoren tot het meerderheidsdenken. Of ze worden vervolgd vanwege hun seksuele geaardheid, een intellectuele kritische opstelling, een politieke overtuiging, hun taal, noem maar op. Dat is de situatie. Het overstijgt het probleem van migratie en asiel. Het is een massale instroom.

Daar is dan het resettlement-programma op van toepassing, maar ook dat is eindig. Ook dat heeft beperkingen. Als ik me niet vergis, heeft Duitsland nu al meer dan 200.000 mensen opgenomen. Men zoekt nu naar een verdeelsleutel binnen de EU. Juncker wil aanvullend misschien 5000 of 10.000 mensen opnemen. Staatssecretaris Francken heeft het aantal al verdubbeld. Het zou nog eens 150 tot 250 mensen meer betekenen voor ons land, maar dat zijn geen structurele oplossingen, en die liggen ook niet zomaar voor het grijpen.

We zijn natuurlijk betrokken bij de voorbereiding, collega’s, voor de Raad van Ministers. Er is altijd een overleg via de directie-generaal Europese Zaken en coördinatie (DGE). Ook deze keer zijn we daarvoor uitgenodigd. Er was een DGE-vergadering op 23 april 2015, met het oog op de buitengewone Europese Raad, die later die dag zou plaatsvinden. Wij waren daar aanwezig. Het zijn altijd kabinetten en de administratie die daar naartoe gaan. We hebben de klemtoon gelegd op wat belangrijk is vanuit onze bevoegdheden, met name integratie, inburgering en arbeidsmigratie. Maar op de bijzondere Europese Raad zijn enkel de thema’s aan bod gekomen die tot de federale bevoegdheden behoren: defensie en migratiebeleid.

Bij de hervestiging van vluchtelingen kom je terecht bij bevoegdheden van de gemeenschappen, wanneer het gaat over integratie. Fedasil staat in voor de opvang van bootvluchtelingen. Het Agentschap Integratie en Inburgering treedt op de voorgrond als het gaat over de inburgering van deze mensen. Zij krijgen het statuut van erkend vluchteling, en dan is er onmiddellijk een optreden vanuit Integratie en Inburgering.

Bij de DGE hebben alle aanwezigen erop gewezen dat er moet worden gestreefd naar een duurzame stabilisering van de situatie in de betrokken regio rond de Middellandse Zee. Bovendien is de migratieagenda van de EU veel breder dan de huidige vluchtelingenproblematiek, zowel geografisch als thematisch.

Ik heb de verklaringen van Juncker niet integraal, ik heb daarover alleen iets gelezen in de krant, dus ik stel me voorzichtig op. Maar dat gaat ook over de symptomen en de gevolgen. Het gaat niet over de structurele aanpak. Op zich is dit geen migratiebeleid. Je moet een duidelijk onderscheid maken tussen een migratie- en asielbeleid en, zoals in dit geval, een beleid van humanitair resettlement dat de klassieke asielprocedure overstijgt.

België heeft het standpunt onderschreven van de buitengewone Europese Raad, u kent het allemaal. Ik herhaal de grote lijnen. De Europese Raad heeft zich ertoe verbonden de aanwezigheid op zee op te voeren, de mensensmokkelaars te bestrijden in overeenstemming met het internationaal recht, met inbegrip van het systematisch identificeren, vasthouden en vernietigen van de schepen van de mensensmokkelaars. Zo zijn er een aantal punten met betrekking tot de strijd tegen die mensensmokkelaars. De Raad wil illegale immigratiestromen voorkomen, de samenwerking opvoeren met een aantal landen in zoverre dat mogelijk is, en de interne solidariteit en verantwoordelijkheid versterken.

U weet dat Juncker speelt met het idee, zoals ik daarjuist zei, om een bijkomend aantal mensen op te nemen van 5000 tot 10.000. Dat zou volgens de verdeelsleutel voor ons land neerkomen op nog eens 125 tot 300 mensen bijkomend, met een navenant aandeel voor Vlaanderen. Het is nog maar een voorstel, er is nog geen beslissing over. Het VK wil een dag voor de verkiezingen begrijpelijkerwijs geen standpunten innemen. Het zal nog wel een tijd duren voor daarover beslissingen worden genomen.

Wat Vlaanderen betreft, zijn er vooral gevolgen voor het inburgeringsbeleid en het onthaal van die mensen. Daarvoor is minister Homans bevoegd.

Collega’s, het is een groot probleem, zolang er geen oplossing is voor die ‘failed states’, met alle gevolgen, inhumane menselijke vervolgingen en economische migranten. Mensen betalen enorm veel geld voor die oversteek, ik hoor bedragen tot 6000 euro. Ik neem aan dat er ook een pak economische migranten bij zitten, die proberen mee te gaan in die stroom. Het is duidelijk dat dit niet kan blijven duren. Het overstijgt uiteraard de Vlaamse bevoegdheid, mijnheer De Croo, maar u wijst terecht op de fundamentele oorzaak van de situatie. 

Mevrouw de Bethune heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor uw correct antwoord. U schetst het kader goed en geeft ook aan hoe ruim de problematiek is. Ik sluit me aan bij wat de heer De Croo zegt. Het beleid dat we daarvoor nu ontwikkelen op Europees vlak is een doekje voor het bloeden. Het pakt de kern van de problemen niet aan. We moeten veel ambitieuzer zijn als we het wel willen aanpakken.

In dit land hebben we het budget voor ontwikkelingssamenwerking drastisch naar beneden gehaald. Ik weet dat er een economische crisis is die ons raakt. Maar in het federale regeerakkoord staat er een besparing op dat vlak, en ook in Vlaanderen is er geen verhoging van het budget. Ook dat heeft te maken met het bestrijden van extreme armoede. Ons beleid is niet op het gewenste niveau om die problemen aan te pakken.

Mevrouw Turan heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord. Ik volg de redenering van mevrouw de Bethune dat dit een druppeltje is op een hete plaat. Ze stelt zelf dat we ambitieuzer moeten zijn, als Europa, als België en als Vlaanderen. Uit die onderhandelingen is uiteindelijk gekomen dat Europa gaat voor een 5000-tal extra te verspreiden vluchtelingen. Dat vind ik ‘too little, too late’. Gelet op onze verantwoordelijkheid en onze mogelijkheden, moeten we meer doen daar aan de bron, maar ook qua opvang. 5000 mensen extra voor heel Europa, dat vind ik beschamend weinig.

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord. Het is inderdaad een groot probleem, collega’s. Ik ben er echt van overtuigd dat we heel veel dingen doen die belangrijk en heel goed zijn. Dat moet worden uitgebouwd.

Er moet me toch even iets van het hart. Het was helemaal in het begin, ik heb er niet meteen op gereageerd. Mevrouw Turan, met alle respect, maar u stigmatiseert mensen en zet ze in een hoek, met gratuite uitlatingen. Dat vind ik niet kunnen.

U verwijst naar een ‘onmenselijkheid’ van onze staatssecretaris. Dat vind ik erover. Iedereen is begaan met deze materie, alle democratische partijen in dit halfrond en in het andere halfrond. Iedereen is bekommerd om die mensen. U brengt hier te pas en te onpas gratuite uitlatingen, vandaag was het weeral te onpas. Die opmerking wou ik maken, ik wil er geen discussie over openen. Ik vind het niet kunnen.

Mevrouw Turan heeft het woord voor een persoonlijk feit.

U beschuldigt mij van gratuite uitspraken, maar ik doe geen uitspraken, ik herhaal uitspraken van bepaalde mensen die zelfs niet hebben ontkend dat ze die uitspraken hebben gedaan. U moet maar opzoeken wat er in de pers is verschenen en wat er allemaal is ontkend, mijnheer Van Esbroeck.

Ik heb niet gezegd dat u iets hebt gezegd. Ik heb ook geen andere collega hier aangeduid die dat heeft gezegd. En ik heb de minister-president op voorhand bedankt dat hij dat niet zou zeggen, want ik wist dat hij dat niet zou doen. U moet dus opletten met uw uitspraken, want het is niet gemakkelijk om ze later weer in te slikken. Ik slik niets in van wat ik hier heb geciteerd van uitspraken van andere mensen. Het zijn mijn uitspraken niet!

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Turan, u haalt natuurlijk de niveaus door elkaar. Vlaanderen is niet bevoegd voor de toegang, dat is een federale bevoegdheid. Het intra-Belgische standpunt, dat de premier heeft verdedigd, is een verdubbeling van het quotum dat was voorgesteld. Er was 5000 voorgesteld, België is gegaan voor 10.000.

Maar dan nog, en dat benadruk ik, is dat geen oplossing. De Europese Raad heeft een aantal standpunten ingenomen. De uitspraak van de staatssecretaris waarnaar u verwijst, is een letterlijk standpunt van de Europese Raad. Er zijn diverse maatregelen opgenomen. Dat belet niet dat ik, mijnheer De Croo, ervan overtuigd ben dat dit allemaal een aanpak is van het symptoom, van de gevolgen van die ‘failed states’. U hebt het gehad over een premie of een verzekering. Dat is een fundamentele vraag. Er zijn regimes omvergeworpen, er is een enorme instabiliteit ontstaan sindsdien. Het leidt tot een inhumane situatie, een exodus waaraan niemand op het ogenblik nog begin of einde ziet.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.