U bent hier

De heer Van Campenhout heeft het woord.

De heer Ludo Van Campenhout (N-VA)

Voorzitter, minister, collega’s, het aantal meldingen van dierenmishandeling blijft stijgen. In 2014 kreeg de dienst 956 meldingen van mishandeling van dieren binnen op een totaal van 1102 meldingen. Dit is bijna 87 procent van het totaal aantal meldingen. Het gaat vooral over huisvestings- en verzorgingsproblemen.

Het aantal meldingen van dierenmishandeling binnen de meldingen aan de dienst Dierenwelzijn stijgt meer dan proportioneel: van 893 in 2013 tot 1102 in 2014. Het aantal meldingen neemt toe met 20 procent, maar het aantal meldingen van mishandeling neemt toe van 112 in 2010 naar 956 in 2014. Het is bijna een verachtvoudiging.

Nu is het uiteraard zo dat een meldpunt meer oproepen krijgt wanneer het beter bekend raakt bij het grote publiek. Toch is er een enorme stijging van dierenmishandelingsmeldingen binnen het totale aantal meldingen.

Minister, wordt er onderzocht waarom het totaal aantal meldingen van dierenmishandeling in vier jaar tijd zo fors is gestegen? Zo ja, zijn er al resultaten bekend? Zult u een analyse laten maken van het soort klachten om op die wijze mogelijke pijnpunten te kunnen detecteren? Zo ja, op welke termijn denkt u dat te realiseren? Hebt u de intentie om op basis van een eventuele analyse specifieke maatregelen of campagnes uit te werken?

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, u hebt recent aangekondigd dat u GAS-boetes wilt geven om dierenmishandeling aan te pakken zodat in zaken die nu vaak door parketten worden geseponeerd, toch effectief kan worden opgetreden. Ik vind het persoonlijk een positief initiatief. Ik denk dat er op het lokale niveau met GAS-boetes tegen kleinere vormen van dierenmishandeling kan worden opgetreden.

Minister, kunt u meer uitleg geven over het systeem van GAS-boetes? Voor welke soort van dierenmishandeling denkt u dat zo’n GAS-boete zinvol kan zijn? Ik kan me voorstellen dat voor grote, strafrechtelijke feiten nog altijd de juridische weg moet worden gevolgd.

Minister, collega’s, er is inderdaad een onrustwekkende stijging in de cijfers. Op het moment dat zulke cijfers bekend zijn, is het belangrijk om er de nodige analyses op uit te voeren, zoals de heer Van Campenhout ook vraagt. Ik ga ervan uit dat een deel van de gegevens gekend zijn. Het feit dat het beter gekend is, creëert ook voor een deel een melding of een vraag. Dat is ook zo bij andere toezichthoudende opdrachten.

Minister, is er een wijziging in de soort van meldingen, in de soorten van dierenmishandelingsmeldingen? Er wordt gesproken over huisvestings- en verzorgingsproblemen. Welke zijn de problemen? Zit daar een grote verschuiving in ten opzichte van het verleden?  

Minister Weyts heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, de cijfers waarnaar wordt verwezen voor 2014, gaan enkel over de meldingen via het meldpunt. Er komen veel meer meldingen binnen, via mail, via telefoon, via brief. Dit is maar een deel. De cijfers die men gebruikte voor 2010, zijn niet voor 100 procent betrouwbaar.

Ik heb gevraagd om alles samen te tellen en een omvattend beeld te krijgen van mails, telefoons en schriftelijke klachten. In 2014 ging dan 49 procent van de meldingen over verwaarlozing of mishandeling. Dat is al een ander cijfer. In 2010 lag het percentage rond 44 procent. Het blijkt wel dat het totaal aantal meldingen met een kwart is gestegen, van 1657 in 2010 tot 2049 in 2014. Dat is wel een significante toename. Ik ga ervan uit dat het te maken heeft met de toegenomen maatschappelijke gevoeligheid voor de thematiek en dat het bestaan van het meldpunt, de inspectiedienst en de Vlaamse dienst Dierenwelzijn meer bekend is.

De helft van de meldingen gaan over mishandelingen. Over de andere helft heb ik geen exacte cijfers omdat het niet wordt bijgehouden. Die helft omvat ook de ‘zwartkwekers’: de kwekers die in het zwart kweken zonder erkenning of vergunning. Er vallen ook meldingen van het parket onder.

In de beleidsnota is ook communicatie en preventie opgenomen. Mensen moeten weten dat bij dieren kopen, niet alleen de aankoopprijs belangrijk is, maar vooral het onderhoud en de inspanningen die men moet leveren voor die dieren. In de beleidsnota is ook een campagne rond verantwoord huisdierenbezit opgenomen. Ik heb het departement LNE gevraagd om een concept uit te werken. Dit zullen we in het najaar kunnen bespreken zodat we het volgend jaar kunnen uitrollen. Ik heb gevraagd om het zo specifiek mogelijk te maken.

De vragen over de GAS-boetes zijn hieraan in zekere zin gerelateerd. Het gaat ook om het dierenwelzijn. We moeten echter een duidelijk onderscheid behouden. De ernstige vergrijpen vallen onder de wet betreffende de bescherming en het welzijn van dieren. Daarnaast kunnen kleinere vergrijpen in een politiereglement worden opgenomen. Hiervoor kunnen dan GAS-boetes worden uitgeschreven.

Juridisch is dit echter niet zo eenvoudig. Het gaat dan om de zogenaamde gemengde materies. We moeten het onderscheid blijven maken, al is het maar in het licht van het juridisch begrip ‘non bis in idem’. We moeten vermijden dat een lokaal bestuur een kleine straf uitspreekt en iemand hierdoor nadien niet meer op een hoger juridisch niveau voor hetzelfde vergrijp kan worden veroordeeld.

Er is op dat vlak inspiratie. Verschillende steden en gemeenten hebben al concrete punten in een politiereglement opgenomen. Anderen hebben dat dan weer niet gedaan. De vraag is wat we kunnen uitbreiden. Ik zal nagaan of ik zelf een initiatief kan nemen. Dit past ongetwijfeld in het kader van de dag van de schepenen van dierenwelzijn, die we op 25 juni 2015 organiseren.

De heer Van Campenhout heeft het woord.

De heer Ludo Van Campenhout (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Hoe meer aanspreekpunten er zijn en hoe vlotter die aanspreekpunten bereikbaar zijn, hoe meer meldingen er komen. Daarnaast is ook de maatschappelijke gevoeligheid terecht gestegen.

Ik dank u voor de verfijning van de cijfers. Het aantal mishandelingen is minder spectaculair gestegen dan uit het eerste antwoord bleek. Elk geval is er natuurlijk eentje te veel.

Ik dank u voor de initiatieven die u neemt om elk geval van dierenmishandeling tegen te gaan. Onze schepen zal tijdens de dag van de schepenen van dierenwelzijn alvast aanwezig zijn.

De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Voorzitter, als een stijging van het aantal meldingen wordt vastgesteld, heb ik daar altijd tegenstrijdige gevoelens bij. Enerzijds is het een goede zaak dat gemakkelijker naar een meldpunt wordt gestapt. Anderzijds duidt het aantal meldingen erop dat in dagelijkse situaties heel wat zaken met betrekking tot het dierenwelzijn mislopen. Soms gaat het om schijnbaar kleine zaken die echter een grote impact op de betrokken dieren hebben.

Ik herinner me nog dat de heer Van Tilburgh, die toen nog voor de FOD werkte, hier tijdens een hoorzitting heeft verklaard dat het beperkte team van inspecteurs onder een zware werkdruk staat. Als het aantal meldingen spectaculair stijgt, neem ik aan dat de druk op het team ook stijgt. Hoe wordt hiermee omgegaan? Kan de administratie dit allemaal nog bolwerken?

Ondanks de verlaging van de drempel om meldingen van dierenmishandeling of -verwaarlozing door te geven, bestaat er in de praktijk echter nog steeds een hoge drempel. Ik weet niet of de andere Vlaamse volksvertegenwoordigers hiermee ook worden geconfronteerd. Ik krijg in elk geval wel eens mails of vragen van bezorgde burgers. Ze vragen me een geval van dierenverwaarlozing of -mishandeling aan te kaarten. Mijn standaardantwoord luidt dat ze hiermee naar de Inspectie Dierenwelzijn moeten stappen. Die dienst is hiervoor bevoegd. Soms krijg ik dan het antwoord dat er onvoldoende wordt gereageerd of dat de mensen bang zijn dat met die melding niet confidentieel zal worden omgegaan. Er is vaak angst voor burenruzies en dergelijke.

Eerlijk gezegd, is dit statistisch niet significant. Het is puur een aanvoelen op basis van mails en dergelijke. Normaal gezien wordt de confidentialiteit in dergelijke gevallen gegarandeerd. Blijkbaar vormt dit voor zeer veel mensen echter nog een drempel om meldingen door te geven.

Minister, ik wil me hier nog kort bij aansluiten. Ik wil u danken voor uw antwoord en voor de duiding bij de cijfers. De eerste cijfers wezen op een gigantische stijging. Ik vind het dan ook belangrijk dat hier steeds een goede analyse aan wordt toegevoegd. U hebt verklaard dat die cijfers van één punt afkomstig zijn. Er zijn echter verschillende punten waar meldingen kunnen binnenlopen. Dat maakt het voor de administratie natuurlijk niet gemakkelijker om een analyse op te stellen en er de dubbele meldingen uit te halen. Er zijn mensen die niets doorgeven. Er zijn echter mensen die terecht een punt willen aankaarten en het dan maar, bij wijze van spreken, op tien verschillende plaatsen melden. Ik weet niet of de dubbele meldingen uit de cijfers worden gehaald. Ik weet ook niet of dit haalbaar is. Als de verschillende kanalen bij elkaar worden gebracht, moet met dit punt rekening worden gehouden.

Wat de meldingen betreft, is een korte opvolging belangrijk. Indien het nodig is, moet effectief worden opgetreden. Dit is een belangrijk punt met betrekking tot de meldingen en de doelstellingen in verband met de meldingen.

Ik wil echter nog een tweede belangrijk punt naar voren brengen. Om hier beleidsrelevante informatie uit te halen, moet van alle meldingen een goede analyse worden gemaakt. Indien bepaalde trends of knelpunten worden vastgesteld, kunnen we hier beleidsmatig iets mee doen. Als iets meermaals gebeurt, kunnen we sensibiliserende acties op poten zetten.

Beide punten zijn belangrijk. In eerste instantie moeten we informatie over de aantallen en het optreden verzamelen. Daarnaast moeten ook analyses worden opgesteld. We moeten de beleidsrelevante informatie kennen en rekening met de trends houden. Het zou spijtig zijn indien we onze mogelijkheden niet volledig zouden benutten.

Minister Weyts heeft het woord.

Ik wil, voor alle duidelijkheid, nog even vermelden dat er een verschil is tussen het aantal meldingen en het aantal effectieve feiten. Vaak ontvangen we verschillende klachten met betrekking tot eenzelfde onderwerp.

Ons beperkte team staat inderdaad onder zware druk. Er is een toename van het aantal meldingen en klachten allerhande. Een belangrijke bron van dergelijke meldingen is overigens mijn eigen mailbox. Dit is de facto een meldpunt. De mensen associëren mij met dit onderwerp en zoeken dan de snelste weg. Ze gaan naar mijn persoonlijke website en sturen berichten naar mijn persoonlijke mailbox. Ik stuur dat allemaal door naar dierenwelzijn@vlaanderen.be. Onze inspectie wordt echter overstelpt.

Wat de organisatie van dat beperkte team betreft, valt nog wat efficiëntiewinst te boeken. We trachten momenteel die quick win, namelijk de verhoging van de efficiëntie en de performantie, tot stand te brengen. Er zijn echter nog heel wat bijkomende taken. Het gaat ook om beleidsmatig werk, om het onderkennen van trends en om de statistische verwerking van de klachten.

Dat is de keerzijde van de medaille van het toegenomen bewustzijn in Vlaanderen met betrekking tot de problematiek van het dierenwelzijn. We hebben hier allemaal enige verdienste aan. De keerzijde is dat dit heel wat meer werk aanzuigt. In budgettair barre tijden is dit momentum minder goed gekozen. In eerste instantie trachten we hier door middel van een verhoging van de efficiëntie en performantie aan tegemoet te komen. Op termijn hoop ik op dat vlak nog een tandje bij te kunnen steken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.