U bent hier

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Voorzitter, minister, ik stel deze vraag naar aanleiding van een bericht in de nieuwsbrief van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). Het is de zoveelste vraag die te maken heeft met de interne staatshervorming en de problematiek van de overheveling van de middelen van het decreet Lokaal Cultuurbeleid naar het Gemeentefonds.

Deze vraag betreft een specifiek punt. De VVSG schreef: “Enkele gemeenten luiden de alarmbel omdat Vlaanderen volgens hen bij de inkanteling van de subsidies lokaal cultuurbeleid in het Gemeentefonds de rechtszekerheid en betrouwbaarheid schendt.” In het bericht wordt verwezen naar de gemeenten die momenteel investeren in een nieuw cultuur- of gemeenschapscentrum. Ze namen die beslissing vóór het Vlaamse regeerakkoord van 1 juli 2014 waarin de overheveling van de middelen wordt aangekondigd.

Ze deden dat op basis van het decreet Lokaal Cultuurbeleid, dat op dat moment rechtsgeldig was en waarin ook in een vorm van financiering voor cultuur werd voorzien voor die gemeenten die zouden instappen. Na de inkanteling zal dat onderdeel ongetwijfeld verdwijnen uit het decreet. Zo staat het toch in het voorontwerp, zoals dat ook via de regering is gepasseerd en dat te raadplegen valt op de website van het Vlaams Parlement.

Bij die investeringsbeslissing hielden gemeenten dus wel rekening met toekomstige bijkomende middelen, die ze nu dus zien verdwijnen. Dat is natuurlijk altijd een probleem: als men regelgeving verandert en men een punt neemt waarop men gaat vereffenen of iets gaat vastleggen, dan zijn er natuurlijk mensen die misschien eeuwig een aantal voordelen zullen genieten, maar ook anderen die daar niet meer bij kunnen komen, om diezelfde voordelen te genieten.

De vraag is hoe het verder moet. De VVSG suggereert om in een overgangsperiode te voorzien, om toch minstens die gemeenten die bezig zijn, toegang te geven. Ik weet ook wel dat het hier natuurlijk gaat over een stijging van het totale budget voor het decreet Lokaal Cultuurbeleid: als er bijkomend gemeenten instappen, is er een extra subsidie. Die is niet gebudgetteerd in de huidige middelen, waar overigens nog eens 5 procent afgaat voor die naar het Gemeentefonds gaan. Ik wil niet te technisch zijn, maar men vraagt of er een overgangsperiode kan zijn zodat die gemeenten alsnog kunnen instappen en ook later, bij de overheveling naar het Gemeentefonds, die voordelen kunnen genieten.

Minister, ik wil mijn bekommernis uiten over die cultuur- en gemeenschapscentra die in de steigers staan. Veel cultuurcentra zijn het niet. Het zijn vooral gemeenschapscentra. Ik heb het even nagevraagd, maar kon geen details krijgen met betrekking tot de vraag over welke gemeenten het zou gaan. Daarom vraag ik het aan u zelf. Ik heb wel degelijk een inspanning gedaan om dat in detail op te zoeken, maar zo eenvoudig is dat niet.

Ik wijs met mijn vraag op de problematiek van dat oormerken van de middelen voor lokaal cultuurbeleid. Als de gemeenten niet gaan besparen op hun lokaal cultuurbeleid, waarom zouden we dan ons zorgen moeten maken, want dan zouden ze electoraal zelfmoord plegen enzovoort. Laten we die discussie nog even parkeren: die zal nog een tijdje meegaan. Dit geldt in ieder geval niet voor die gemeenten die momenteel aan het investeren zijn vanuit de wetenschap dat ze op een goede dag zullen instappen. Dat is dus eigenlijk de vraag: wat met die gemeenten die in de transitie zitten, die nog niet zijn ingestapt in dat onderdeel van het lokaal cultuurbeleid, maar wel aan het bouwen zijn of meteen bouwplannen hebben?

Minister, kreeg u ook rechtstreekse signalen van gemeenten die in dat geval zijn? Erkent u dat er voor deze specifieke gemeenten een probleem is of kan zijn? Hebt u een zicht op de omvang van het aangekaarte probleem, zowel qua aantal gemeenten als qua budgettaire weerslag? Ik heb een poging gedaan om dat zelf eerst vooraf op te zoeken, om de draagwijdte van mijn vraag te kunnen inschatten, maar dat is momenteel niet mogelijk. Hoe wilt u deze particuliere gevallen behandelen binnen de context van de algemene inkanteling, dus van het hele onderdeel van het lokaal cultuurbeleid? Hoe kunt u garanderen dat opstartende centra – vooral gemeenschapscentra, eventueel cultuurcentra – alle kansen krijgen om zich te ontplooien en zich te ontwikkelen tot onmisbare schakels in dat gemeentelijke weefsel?

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Voorzitter, minister, geachte leden, mijn collega, de heer De Loor, had hierover een vraag gesteld aan minister Homans. Ik zal die vraag eigenlijk hernemen. Ik merk dat hij zich heeft gebaseerd op dezelfde informatie als de heer Caron. In de nieuwsbrief van de VVSG van 31 maart 2015 lazen we dat enkele gemeenten de alarmbel luiden omdat Vlaanderen volgens hen bij de inkanteling van de subsidies voor lokaal cultuurbeleid in het Gemeentefonds de rechtszekerheid en betrouwbaarheid schendt. De klacht komt van gemeenten die momenteel investeren in een nieuw cultuur- of gemeenschapscentrum. Ze namen die beslissing vóór het Vlaamse regeerakkoord van juli 2014, waarin staat dat de middelen voor lokaal cultuurbeleid zullen opgaan in het Gemeentefonds. Op basis van het decreet Lokaal Cultuurbeleid, dat nog tot 1 januari 2016 geldt, konden ze door te investeren aanspraak maken op meer werkingssubsidies. We spreken hier over forse bedragen, met een minimum van 130.000 euro voor een cultuurcentrum van categorie C, werkingsmiddelen die overigens sinds enige tijd vrij konden worden besteed binnen de werking van het cultureel centrum en niet langer waren geoormerkt voor bijvoorbeeld de inzet van personeel.

Bij hun investeringsbeslissing hielden die gemeenten dan ook rekening met die toekomstige bijkomende middelen. De verdeling van de ingekantelde middelen gebeurt vanaf 2016 echter op basis van het aandeel van elke gemeente in 2014. Toen waren de betrokken besturen echter nog aan het bouwen, zodat ze vanaf 2016 op een veel lager niveau zullen uitkomen dan dat waar ze redelijkerwijze op konden rekenen. Voor de VVSG moeten gemeenten in dat specifieke geval aanspraak kunnen maken op bijkomende middelen, zonder dat dat ten koste mag gaan van andere besturen. Men pleit er ook voor om in een overgangsperiode te voorzien in extra middelen. Zo kan Vlaanderen zich een betrouwbare partner van de lokale besturen tonen.

Minister, wat vindt u van zo’n overgangsperiode? Denkt u daaraan? Hebt u rechtstreeks signalen gekregen van de gemeenten? Over hoeveel gemeenten gaat het? Dan kunnen we de problematiek immers juist inschatten. Ik ben ervan overtuigd dat dit debat nog verder zal worden uitgesponnen wanneer het ontwerp van decreet op tafel ligt. Ik blijf echter vinden dat het oormerken van die middelen de juiste oplossing is, zonder dat daar ook enige budgettaire implicatie van zal zijn. Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoorden.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voorzitter, geachte leden, zoals u weet, wordt met het voorontwerp van decreet tot wijziging van diverse decreten houdende de subsidiëring van de lokale besturen binnenkort een einde gesteld aan de subsidiëring op basis van Vlaamse beleidsprioriteiten. Dit voorontwerp van decreet omvat diverse sectoren. Cultuur is er slechts één van. In de praktijk betekent dat echter inderdaad dat de financiële middelen voor het gemeentelijk cultuurbeleid, de openbare bibliotheken en de cultuur- en gemeenschapscentra worden toegevoegd aan het Gemeentefonds. Ik heb dat al gezegd en zal het nog even herhalen: de subsidiëring op basis van Vlaamse beleidsprioriteiten zal enkel nog van toepassing zijn op de zes randgemeenten rond Brussel. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest blijft de oude regelgeving gelden, met subsidies voor cultuur- en bibliotheekpersoneel op basis van een cultuurbeleidsplan of een bibliotheekbeleidsplan.

Het bekendmaken van het regeerakkoord, en het daarin opgenomen referentiejaar 2014, riep inderdaad vragen op bij een beperkt aantal gemeenten die net waren gestart met het investeren in hun culturele infrastructuur of in hun meerjarenbeleidsplan daartoe verregaande engagementen op zich hadden genomen. Een aantal van die gemeenten hebben me die situatie geschetst. Dat heeft er ook toe geleid dat er vrij snel, dus een hele poos voor de VVSG aan de zogenaamde alarmbel trok, gesprekken zijn gestart om te anticiperen op de mogelijke gevolgen voor die gemeenten die investeren en bouwen, maar nog geen afgewerkte culturele infrastructuur hadden in het referentiejaar 2014.

De grote lijnen zijn inmiddels bekend. Het gaat over drie à vier gemeenten die te kennen hebben gegeven dat ze bij de start van een nieuwe intekenperiode – 15 januari 2017, zoals voorzien in het Planlastendecreet – mogelijkerwijze hadden willen instappen in de Vlaamse beleidsprioriteit 3, met name het beschikken over een voldoende uitgerust cultuurcentrum in de categorie C. We spreken voor deze gemeenten over een mogelijke herschikking van maximaal 520.000 euro.

Daarnaast zijn er ook nog een zestal gemeenten die in 2014 nog niet over de nodige infrastructuur beschikten om te kunnen worden gesubsidieerd op basis van de beleidsprioriteit 1, lokaal cultuurbeleid. Voor deze gemeenten gaat het in totaal om een geraamd bedrag van ongeveer 280.000 euro. In totaal gaat het dus over een bedrag van ongeveer 800.000 euro. Dat blijft een raming, aangezien we ook nog niet weten of alle gemeenten hun vooropgestelde engagementen zullen nakomen. Wellicht zal dat wel het geval zijn.

Zoals ik stelde, was de problematiek ons al eerder bekend. Binnen de schoot van de regering werd afgesproken om het regeerakkoord uit te voeren, met referentiedatum 2014, maar werd ook afgesproken dat ik in de loop van 2017 via mijn administratie zal nagaan of die negen gemeenten ook daadwerkelijk hun infrastructuur hebben gerealiseerd, rekening houdend met de criteria die waren opgesomd in het decreet Lokaal Cultuurbeleid. Op dat moment hebben we er ook een zicht op welke eventuele wijzigingen dat teweegbrengt in de subsidiebedragen binnen de voormalige sectorale subsidiestroom voor Cultuur. Een eventuele wijziging van de verdeelsleutel zal dan ook aanleiding geven tot een gewijzigde bijlage 1 van het decreet houdende de subsidiëring van de lokale besturen, dat op dit ogenblik nog een ontwerp van decreet is.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Op zich is dat goed nieuws. Het is een correcte benadering dat voor die gemeenten die effectief in 2017 die inspanning zullen hebben verricht, de bijlage bij het decreet wordt aangepast, dat ze dus eigenlijk toch de middelen krijgen waarop ze zonder inkanteling in het Gemeentefonds recht zouden hebben. Ze worden correct behandeld. Als ze die infrastructuur niet hebben, hebben ze hun kans verkeken. Dat is mijn conclusie en ik vind dat ook terecht, laat dat duidelijk zijn.

Dit is een goed antwoord, dat me zeer tevredenstelt. Ik heb nog enkele kleine opmerkingen. Collega’s, laten we ook niet vergeten dat bij de inkanteling in het Gemeentefonds het onderdeel cultuur het overgrote deel is van die pot. Dat blijkt uit die tabel, uit die bijlage. We mogen dus niet lichtzinnig zijn ter zake. Het verschil voor een gemeente zou theoretisch kunnen oplopen tot 400.000 euro, mocht het gaan over een cultuurcentrum van categorie A. Dat is echter theorie, want die zijn ingevuld. Dat zal dus niet het geval zijn.

Ik heb nog een slotbemerking, die verder gaat dan mijn vraag, maar er wel op geënt is. Ik heb begrepen dat het voorontwerp van decreet momenteel bij de Raad van State ligt voor advies. Op het moment dat dit een ontwerp van decreet wordt, zal ik in ieder geval voorstellen om het niet alleen in de commissie Binnenlands Bestuur, maar ook in de vakcommissies waarover dat ontwerp handelt te behandelen, aangezien het ingrijpt in sectorale decreten. Deze commissie behelst Cultuur, Jeugd en Sport: samen is dat, denk ik, 95 procent van die pot. Het is dus maar logisch dat een ingreep met een dergelijke impact op het cultuurbeleid en de cultuurmiddelen ook hier wordt behandeld. Ik zeg dat hier als lid van de Groenfractie. Ik wil in ieder geval verdedigen dat dit zo zal zijn. Minister, ik denk niet dat het iets zal veranderen aan de uitkomst van de beslissing, maar wij moeten ook als parlement, wars van de grenzen tussen meerderheid en oppositie, onze rol kunnen spelen. Nietwaar, collega’s?

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, ik dank u voor uw antwoord, dat geruststelt. De VVSG stelde dat de rechtszekerheid of de betrouwbaarheid zou worden geschaad. Uit uw antwoord begrijp ik dat die culturele centra die hadden gehoopt een bepaald bedrag te krijgen, eigenlijk gerust kunnen zijn, dat ze dat bedrag zullen krijgen indien in 2017 blijkt dat het cultuurcentrum er daadwerkelijk staat. Dat lijkt me een geruststelling voor die gemeenten die vandaag aan het bouwen zijn. Het lijkt me ook wel het enige juiste antwoord op deze vraag. Op dit ogenblik heb ik daar eigenlijk weinig aan toe te voegen.

Als sp.a-parlementslid wil ik me ook aansluiten bij de vraag van de heer Caron, in naam van Groen, om dat ontwerp van decreet ook in de vakcommissies te behandelen. We hebben er hier nu al zoveel over gepraat. Het lijkt me bijna evident dat we dat hier ook zouden kunnen bediscussiëren.

De voorzitter

Die suggestie zullen we meenemen bij de regeling van de werkzaamheden.

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Ik hoop dat er voor die 800.000 euro die er maximaal bij zouden kunnen komen, niet wordt ingeteerd op de bestaande cultuurmiddelen die naar de gemeenten gaan. Minister, dat zult u nu al moeilijk kunnen bevestigen, dat begrijp ik. Ik hoop dat er een faire regeling komt, met extra middelen, opdat niet iedereen de prijs zou betalen en niet elk stukje van de taart kleiner zou worden.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.