U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Soete heeft het woord.

Mevrouw Ann Soete (N-VA)

Minister, niemand van ons zal ontkennen dat toerisme zeer belangrijk is voor de Vlaamse economie. Volgens cijfers uit de beleidsnota Toerisme 2014-2019 bedraagt het aandeel van de toeristische bedrijfstakken in de bruto toegevoegde waarde in Vlaanderen 5 procent, namelijk 13 miljard euro. Als alleen het aandeel in rekening wordt genomen dat door toerisme zelf gegenereerd wordt, zowel in de toeristische bedrijfstakken als in andere bedrijfstakken, bedraagt het cijfer 2,8 procent of 7,2 miljard euro. Dat is inderdaad niet te onderschatten.

Volgens cijfers van Toerisme Vlaanderen heeft Vlaanderen in de eerste tien maanden van 2014 7 procent meer overnachtingen ontvangen dan tijdens dezelfde periode in 2013. Dat komt neer op 1,5 miljoen overnachtingen meer. De relatieve stijging van de overnachtingen is het grootst in de Vlaamse regio’s, ongeveer 8 procent, en in de kunststeden ongeveer 7 procent. De kust stijgt met 5 procent. Deze cijfers komen uit Toerisme in kerncijfers 2014 van Toerisme Vlaanderen.

Gegevens uit de FOD Economie leren ons echter dat de laatste jaren het percentage buitenlandse toeristen die overnachten over de laatste drie jaar 1 procent achteruitgaat. Een gemiddelde van ongeveer 46 procent van de totale overnachtingen in het Vlaamse Gewest zijn buitenlands. Door een adequate of vernieuwde internationale marketingstrategie zou dit percentage toch een stijgende evolutie kunnen aannemen.

Minister, in uw beleidsnota hebben we gelezen dat een van de doelstellingen het vernieuwen van de internationale marketingstrategie is.

Minister, wat is uw plan van aanpak hierbij en kunt u reeds een stand van zaken geven in de ontwikkeling van deze nieuwe strategie?

Een grondige vernieuwing vergt uiteraard tijd en samenwerking met diverse actoren. Hoe ziet u deze samenwerking tussen de verschillende partners en Toerisme Vlaanderen of hoe zou u die samenwerking vorm geven?

De cijfers leren ons dat er het best een verschillende aanpak zou komen voor de afzonderlijke regio’s. Hebt u al een specifieke strategie voor bijvoorbeeld de kunststeden of de kust? En wat gebeurt er concreet met de situatie van het toerisme in Brussel?

Ik dank u.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Mevrouw Soete, ik wil enige nuance aanbrengen aan het cijfermatig overzicht. U citeert gegevens van de FOD Economie. Er is inderdaad een daling van 1 procent in Vlaanderen tussen 2011 en 2013 voor het aantal buitenlandse overnachtingen. Als we de laatste vijf jaar bekijken, meer bepaald de periode 2009-2013, dan zien we echter een ander beeld. Er is een gemiddelde groei van de overnachtingen met 2,1 procent. De achteruitgang waar u het over hebt, is toe te schrijven aan 2012. Ook andere buitenlandse bestemmingen werden toen geconfronteerd met een serieuze achteruitgang. Vanaf 2013 zien we een positieve curve en een toename van het aantal buitenlandse overnachtingen. Meer nog, de voorlopige cijfers tot oktober 2014 wijzen op een heel positieve evolutie. Als we met enige voorzichtigheid extrapoleren, komen we aan een toename van het aantal buitenlandse overnachtingen met 6,5 procent. Dat is een aanzienlijke groeiopstoot. De daling van 2012 zou zijn omgebogen in een groei. Het zou een eenmalige knik zijn geweest in een langetermijngroeicurve.

We kunnen natuurlijk altijd beter doen, vandaar de thematiek van de internationale marketingstrategie. Het is cruciaal te vertrekken van het perspectief van de klant. Dat betekent dat we als startpunt nemen hoe Vlaanderen en zijn deelbestemmingen bekend zijn in het buitenland. Daarnaast moeten we de strategische lijnen doortrekken in de hele toeristische keten, gaande van promotie tot productontwikkeling zelf. Omdat de strategie een impact heeft op alle toeristische spelers in Vlaanderen, is het evident dat alle partners maximaal worden betrokken in de totstandkoming van zo’n nieuwe internationale marketingstrategie.

Toerisme Vlaanderen zal de vernieuwing van de marketingstrategie in een aantal fases aanpakken. Een eerste fase is lessen trekken uit het verleden. Op basis van een evaluatie van de huidige marketingstrategie trachten we een sterkte-zwakteanalyse te maken om na te gaan hoe het beter kan. Die fase is nu bezig en bestaat uit een onlinebevraging van de partners en een reeks interviews van captains of industry, de belangrijkste vertegenwoordigers van de private toeristische spelers zoals hotelketens, carriers en luchthavens. Zij worden grondig bevraagd over hun bevindingen ten aanzien van de marketingstrategie. Ik heb aan Toerisme Vlaanderen gevraagd om ook met de vertegenwoordigers van de publieke sectoren, meer bepaald de provinciale toeristische organisaties en de kunststeden, in dialoog te gaan over hun appreciaties.

In een tweede fase bekijkt Toerisme Vlaanderen de nieuwe evoluties en trends in onze doelmarkten die van belang zijn voor het toerisme van en naar Vlaanderen. Ook wordt geanalyseerd hoe de gemaakte keuzes in de beleidsnota kunnen worden vertaald in het beleid naar de doelmarkten. Die tweede fase is ook bezig en loopt tot eind mei.

In een derde fase wordt er een synthese gemaakt waarbij Toerisme Vlaanderen een voorstel zal opmaken van de belangrijkste doelmarkten en segmenten voor Vlaanderen voor de komende jaren, van de verschillende bestemmingen die in elk van onze doelmarkten en segmenten worden gepromoot en van de thema’s die zullen worden gepromoot in elk doelsegment, zoals de Vlaamse meesters, gastronomie, festivals, wielererfgoed enzovoort. Dat is een gedetailleerde oefening die bestemmingen linkt aan belevingen en markten, waarbij we komen tot een driedimensionale matrix. Ik bedoel daarmee dat wordt getracht om de bestemming, de beleving en de marktcombinaties op één matrix in kaart te brengen. Bijvoorbeeld op die bepaalde markt moeten we vooral inzetten op het product ‘Antwerpen’ met die bepaalde beleving. Het is de bedoeling om te komen tot specifieke focussen. Die matrix wordt grondig besproken met alle partners. Daarvoor is de hele maand juni gepland. Er zal inderdaad een specifieke strategie worden ontwikkeld naargelang de deelbestemming zoals de kunststeden, kust en regio’s waarin ook Brussel zijn plaats zal krijgen. De minister-president is aangeschreven om na te gaan hoe we na de zesde staatshervorming kunnen samenwerken om Brussel toeristisch te promoten.

Een vierde fase bestaat eruit een langetermijnplanning te koppelen aan de strategie. We willen kaders opstellen voor timing, budget en personeel. Die fase is gepland voor de tweede helft van dit jaar. We willen de langetermijnstrategie ook vertalen in jaaractieplannen. Op basis van een jaarlijkse evaluatie blikken we dan terug, maar kijken we ook vooruit naar wat zal gebeuren op het vlak van marketing in het komende jaar.

De voorzitter

Mevrouw Soete heeft het woord.

Mevrouw Ann Soete (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U zit al op kruissnelheid. Ik ben vooral blij met het inzetten op de nieuwe trend en met uw keuze om belangrijke thema’s, zoals de Vlaamse Meesters, te implementeren in de verschillende systemen en deelbestemmingen. Het kan belangrijk zijn om een bepaalde stad of streek te linken aan een bepaald thema. We hanteren geen vage aanpak maar focussen op bepaalde steden en bepaalde combinaties.

Ik ben ook verheugd dat u aan uw strategie een langetermijnplanning koppelt. Ik kan alleen maar uitkijken naar het groeiend succes van het toerisme in onze regio’s en onze steden. Het is zeer belangrijk voor de tewerkstelling en de welvaart van alle Vlamingen.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

De heer Marc Hendrickx (N-VA)

Minister, de trend is dus te komen tot een bepaalde bestemming met een bepaalde beleving. Verwacht u dat men zich daar zal aan houden? Verwacht u dat men niets anders meer zal uitspelen? Is het een soort van exclusieve, limitatieve benadering of is het eerder exemplair? Zullen er afspraken worden gemaakt met de lokale overheden? Hoe ziet u dat?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

We willen een en ander aftoetsen bij zowel de private als publieke partners, maar het is wel belangrijk dat we focussen. We moeten nagaan welke markt we maximaal kunnen verleiden met welke bestemming en met welke beleving. We zullen keuzes maken. Zijn die exclusief? Neen, maar het gaat wel over prioritaire keuzes. We moeten niet proberen om alles te verkopen, maar nagaan waarop we onze inspanningen het beste concentreren. Het een sluit het ander niet uit, maar we zullen bepaalde markten heel specifiek benaderen met een heel specifiek product.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.