U bent hier

Commissievergadering

donderdag 23 april 2015, 10.00u

Voorzitter
van Joris Poschet aan minister Liesbeth Homans
1738 (2014-2015)

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Minister, armoede is een veelkoppig monster. Meestal komt er rond 17 oktober een reeks vragen rond armoede, maar eigenlijk is het een uitdaging die we elke dag moeten aangaan en die elke dag aandacht verdient.

De meest recente cijfers van het Federaal Jaarboek Armoede, van vorige maand, zijn niet geruststellend. Meer dan 20 procent van de Belgische bevolking zou het risico lopen op armoede of sociale uitsluiting. Voor jongeren loopt dat op tot 24,2 procent en voor niet-EU-burgers zelfs tot 68,4 procent. In onze hoofdstad zijn die cijfers nog erger: 4 op de 10 jongeren tussen 15 en 24 jaar leven er onder de armoededrempel. Dat zijn alarmerende cijfers, vooral omdat armoede repercussies heeft op het verdere levensverloop, de slaagkansen in het onderwijs, de kansen op tewerkstelling en de gezondheidssituatie. Volgens het Federaal Jaarboek Armoede zou bijvoorbeeld 20 procent van de jongeren in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest medische verzorging uitstellen om kosten te besparen.

In uw beleidsnota hebt u specifieke aandacht gegeven aan de Brusselse problematiek. Ik citeer: “Onze hoofdstad is koploper voor wat betreft de armoedecijfers. Ongeveer een derde van de Brusselse bevolking leeft met een inkomen onder de armoedegrens. 5 procent van de Brusselse bevolking tussen 18 en 64 jaar is afhankelijk van een inkomen van het OCMW en een vijfde leeft van een vervangings- of minimuminkomen. Ook voor wat betreft kinderarmoede is het slecht gesteld in de metropool. Meer dan een vijfde van de Brusselse kinderen leeft in een huishouden zonder inkomen uit werk en 9,5 procent van de jongeren tussen 18 en 24 jaar heeft een leefloon.”

In uw beleidsnota oppert u om op alle beleidsniveaus samen te werken en tot één gemeenschappelijke visie te komen. Voor Brussel zou u vooral samenwerken met de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Het blijft momenteel echter onduidelijk hoe het zit qua concrete maatregelen of de nodige extra aandacht voor Brussel.

De cijfers liegen er niet om. Er is een grote uitdaging in onze hoofdstad, en daarom heb ik de volgende vragen voor u, minister. Welke stappen zult u ondernemen om de verontrustende armoedecijfers bij jongeren in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest aan te pakken? Op welke manier zult u ervoor zorgen dat niet nog meer mensen afglijden richting de armoedegrens? Onderzoekster Isabelle Pannecoucke heeft er al op gewezen dat er vooral moet worden ingezet op preventie om armoede in Brussel aan te pakken.

Hebt u al overlegd met de VGC en/of de GGC? Zo ja, wat heeft dat overleg opgeleverd? De VGC keurde in mei 2014 haar kinderarmoedebestrijdingsplan 2014-2015 goed en kreeg daarvoor een subsidie van 220.500 euro vanuit de Vlaamse Gemeenschap via het Kinderarmoedefonds. Is dat nog steeds het geval? Wordt dat behouden?

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Poschet, zoals dat altijd het geval is met Brussel, ligt het redelijk gecompliceerd. U kent de situatie beter dan ik. U kent ook de ordonnantie van 20 juli 2006 betreffende het opstellen van het armoederapport van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Ik hoef dat hier niet te herhalen.

Ik ben het met u eens dat de cijfers over de Brusselse jongeren, net zoals in andere steden, zeer verontrustend zijn, ook al gaat hier, net zoals bij andere armoedecijfers, helaas niet om een nieuw fenomeen. Ik hoopte u te kunnen zeggen dat de armoedecijfers gedaald zijn, maar jammer genoeg is dat niet zo, en niet alleen in Brussel.

Het mag dan ook wel gezegd worden dat het beleid veeleer moet gaan voor een structurele aanpak. Ik heb er al op gewezen dat de huidige staatsstructuur het nog veel moeilijker maakt om de complexe problematiek die armoede is, zeer accuraat aan te pakken in Brussel. Er zijn zoveel instanties, overheden, deelstaten en dergelijke meer bij betrokken, dat het niet zo gemakkelijk is.

Het lijkt me in eerste instantie belangrijk dat een nieuw actieplan voor Brussel wordt opgesteld. Voor zover ik weet, is dit nog niet gebeurd. Dat is mijn bevoegdheid niet. Dat is de bevoegdheid van staatssecretaris Debaets. Het laatste actieplan dateert van 2012. Voor zover ik weet, is er in 2014 geen actieplan opgesteld. Misschien heeft het er iets mee te maken dat 2014 een verkiezingsjaar was. Ik weet het niet.

Mijnheer Poschet, in eerste instantie is dit de taak en de verantwoordelijkheid van de GGC. Indien u dit wilt, wil ik staatssecretaris Debaets om een stand van zaken vragen. De GGC is absoluut niet verplicht me hierbij te betrekken. Het is hun verantwoordelijkheid en hun bevoegdheid. Ik wil mijn diensten wel aanbieden, maar dit lijkt me enigszins een omgekeerde wereld. De GGC zou mij eigenlijk moeten vragen of ik hierbij betrokken wil worden. Ik zou zeer graag op die vraag ingaan.

In het licht van het VAPA van de Vlaamse Regering hebben we contact gehad met de mensen die in Brussel met de armoedebestrijding bezig zijn. Die contacten verlopen onder meer langs minister Gatz, die bevoegd is voor Brussel. Het is de bedoeling op die manier een insteek voor ons eigen VAPA te krijgen. Ik heb vanuit de Brusselse overheden nog geen enkele vraag in dit verband gekregen. Als die vraag zou worden gesteld, zou ik me bereid tonen om in overleg te treden.

Mijnheer Poschet, u hebt een aantal voorbeelden gegeven. U hebt onder meer mijn eigen beleidsnota geciteerd. In het Vlaams regeerakkoord staat heel duidelijk dat we prioritair op preventie en zeker op de preventie van kinderarmoede willen inzetten. Dit lijkt me zeer belangrijk.

Dit is natuurlijk een gedeelde verantwoordelijkheid. Dit is ook de bevoegdheid van de minister van Welzijn. Dat zit snor. De afspraken die in verband met het VAPA zijn gemaakt, zijn opgenomen in het VAPA, dat binnenkort zal worden opgeleverd. Er is begin deze week nog een grootschalig overleg met alle stakeholders en dergelijke gehouden. De focus zal duidelijk liggen op de gezinnen met jonge kinderen die jammer genoeg in armoede moeten leven.

De acties die binnen het VAPA passen, worden opgemaakt. Het proces zal tegen de zomer van 2015 worden afgerond. Het is decretaal verplicht het VAPA op te leveren binnen een termijn van een jaar na de aantreding van een nieuwe Vlaamse Regering. We zullen op tijd zijn. We zullen concrete acties ondernemen. Uiteraard zullen ook in Brussel enkele acties worden ondernomen en zal er invloed vanuit Brussel zijn.

Mijnheer Poschet, u hebt me gevraagd of ik al overleg heb gevoerd met de VGC of met de GGC en wat dit eventuele overleg heeft opgeleverd. Zoals ik al heb verklaard, vormt het opstellen van het actieplan eigenlijk een exclusieve bevoegdheid van de GGC. Ik ben absoluut bereid hierover overleg te voeren. U mag staatssecretaris Debaets zelf het signaal geven dat ze bij ons mag aankloppen om tot een betere wisselwerking te komen. De samenwerking is al goed. We zijn absoluut bereid om tot een betere gegevensuitwisseling en dergelijke te komen.

U bent terecht bekommerd om de subsidie van 220.500 euro. Dat bedrag zal ook in 2015 vanuit de Vlaamse begroting aan de VGC worden toegekend. Het is misschien een detail, maar ik wil toch even vermelden dat dit bedrag niet afkomstig is uit het Kinderarmoedefonds, maar uit het budget van de coördinatie van de armoedebestrijding voor de ondersteuning van de lokale kinderarmoedebestrijding. Ik hoop dat ik u op dit vlak heb gerustgesteld. De subsidie is voor 2015 ingeschreven en wordt gegarandeerd.

Voor het overige hoop ik dat we de bevoegde Brusselse staatssecretaris samen kunnen vragen werk te maken van een actieplan. Als we een waardevolle insteek kunnen geven, zullen we dat met plezier doen.

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Ik zou wel willen dat staatssecretaris Debaets hiervoor bevoegd zou zijn. De GGC is hiervoor bevoegd. In dat orgaan zetelen de vijf ministers. De Vlaamse ministers Vanhengel en Smet maken er deel van uit. CD&V is daar helaas niet vertegenwoordigd. Hopelijk zullen de kiezers daar volgende keer anders over beslissen. In elk geval kan het nooit kwaad de bevoegde leden van de GGC aan te sporen met u contact op te nemen. Ik zal dat zeker ook doen.

Voor het overige ben ik tevreden dat het bedrag voor de kinderarmoedebestrijding behouden blijft. We zitten in Brussel met een complexe staatsstructuur, wat een aantal uitdagingen met zich meebrengt. Overleg kan hiervoor een oplossing bieden.

Minister, ik weet dat de kinderarmoede en de armoede in het algemeen niet in een oogwenk en zelfs niet in een oogwenk van u kunnen worden opgelost. Ik zou u echter willen vragen om uw strijdlust, die we geregeld zien, ook aan te wenden om het veelkoppig monster van de armoede te bestrijden.

Minister Homans heeft het woord.

Ik zal dat uiteraard doen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.