U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Bastiaens heeft het woord.

Mevrouw Caroline Bastiaens (CD&V)

Minister, we hebben het zopas gehad over de uitrol van de UiTPAS. U hebt aangegeven dat u hard gelooft in dat instrument. Vorige week kreeg ik de studie onder ogen die een analyse heeft gemaakt van een museumpas in Nederland. Ik dacht: hier zitten opportuniteiten in. Het Nederlandse onderzoek heeft aangetoond dat de museumpas die men in Nederland kan aankopen voor 55 euro voor een volwassene aanleiding heeft gegeven tot een multiplicatoreffect voor het museumbezoek. Het is een goede zaak dat meer mensen musea bezoeken. Aan de andere kant heeft het een positief effect gehad op de budgettaire resultaten van de musea dank zij de verkopen in de museumshops.

Aangezien we nu bezig zijn met de uitrol van de UiTPAS zouden we daar een museumkaart aan kunnen koppelen of in integreren. Is dat al onderzocht door Cultuurnet? De basis is de principiële vraag of u daar net als ik opportuniteiten in ziet. Als dat zo is, bent u dan bereid een proefproject te ondersteunen bij de landelijk erkende musea? Zal het erfgoedsteunpunt FARO betrokken worden om de kennis inzake publieksparticipatie, professionele communicatie en marketing te integreren in een dergelijk project?

De voorzitter

De heer Verstreken heeft het woord.

De heer Johan Verstreken (CD&V)

Minister, enkele weken geleden ging het Netwerk tegen Armoede in overleg met u over de verdere uitrol van de UiTPAS. De UiTPAS werd in 2010 opgestart met een proefproject in Aalst. In februari 2014 volgden Brussel en Gent. De regio’s Oostende, Turnhout en Kortrijk zitten in een voorbereidingsfase. Vanaf 2015 wordt de UiTPAS verder uitgerold over Vlaanderen. Dat zou toch de bedoeling zijn.

In de vorige legislatuur werd hierover al gesproken en in de regeringsonderhandelingen kwam het ook even aan bod. Met de partijen die daar toen rond de tafel zaten, hebben we de teksten van het regeerakkoord vervolledigd. Het is boeiend en mooi om te zien dat u hier een positief gevolg aan geeft, minister. Het is niet altijd vanzelfsprekend hoe je mensen bereikt om hen een trede hoger in de maatschappij te brengen. Cultuur kan daarin een belangrijke rol spelen.

Onlangs hebben studies uitgewezen dat als je als kleuter in het basisonderwijs kunt proeven van cultuur, je later sterker in je schoenen staat en dat je sneller een trede hoger geraakt in de maatschappij. Toen ik schepen van cultuur was, was het mijn betrachting een mentaliteitsverandering inzake cultuur op gang te brengen. Hoe kun je Jan met de pet en vooral de mensen die het financieel niet breed hebben, erbij betrekken? Dat is niet vanzelfsprekend, maar ik ben tevreden dat we er toen in Oostende op een bescheiden wijze in zijn geslaagd. Het zou tof zijn om die zaken ook breder uit te rollen in heel Vlaanderen.

Volgens het Netwerk tegen Armoede zal de UiTPAS de vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede niet verhogen. Het is voor mensen in armoede niet evident om binnen te treden in een wereld die ze niet kennen, ondanks vervulde randvoorwaarden. Het Netwerk pleit dan ook voor dialoog en betrokkenheid van mensen in armoede in elke fase van het project.

Minister, het Netwerk tegen Armoede stelde een nota op voor u met aanbevelingen over de UiTPAS. In de nota stelt het Netwerk onder meer voor om de UiTPAS met korting toe te kennen aan mensen die recht hebben op verhoogde tegemoetkoming en om mensen met bepaalde statuten, bijvoorbeeld leefloon, collectieve schuldenregeling of verhoogde schooltoelage, automatisch recht te geven op de UiTPAS. Het Netwerk vraagt ook meer tijd en middelen voor aangepaste toeleiding naar de UiTPAS en aangepaste omkadering.

Wat het vrijetijdsaanbod betreft pleit het Netwerk voor meer diversiteit, en dat het lokaal vrijetijdsaanbod zo volledig mogelijk wordt opgenomen. Nu beperkt het aanbod zich vooral tot het gesubsidieerd stedelijk aanbod. Het intergemeentelijk aspect van de UiTPAS blijkt niet zo vanzelfsprekend te zijn. Gemeenten zijn wat terughoudend in het bepalen van de doelgroep van hun UiTPAS – daar heb ik begrip voor –, waardoor het voor mensen in armoede bijna onmogelijk is om in een andere gemeente dezelfde rechten te krijgen of te participeren aan korting, ook al heeft hun gemeente een beperkt aanbod.

Minister, welk gevolg geeft u aan de aanbevelingen van het Netwerk tegen Armoede? Wat is de stand van zaken van de verdere uitrol van de UiTPAS? Wat is de stand van zaken van de intergemeentelijke samenwerking?

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Het lijkt er inderdaad op dat zo’n museumpas een goed idee is, dat die zichzelf in ruime mate terugbetaalt, zoals het Nederlandse voorbeeld aangeeft. Ik weet niet of die pas ook verbredend werkt, of alleen maar verdiepend. Misschien zijn de museumpashouders mensen die sowieso naar musea gingen, en nu alleen vaker. De UiTPAS is zoveel meer. Die werkt ook drempels weg, en dat mogen we niet uit het oog verliezen.

Ik kijk uit naar de verdere uitrol van de UiTPAS in Vlaanderen, natuurlijk met enige nuance. De UiTPAS is geen wondermiddel, wel een werkinstrument. Uiteindelijk is het vooral zaak om verschillende kansengroepen te overtuigen op basis van argumenten dat cultuur belangrijk is, en niet alleen op basis van kortingen. Die UiTPAS werkt het best waar de lokale netwerken voor het bereiken van kansengroepen al heel goed werk leverden. Dat zult u ongetwijfeld ook hebben gehoord van het Netwerk tegen Armoede als u met hen hebt overlegd.

Dit bevestigt ook het signaal dat ik krijg vanuit het werkveld. Het moet bottom-up werken. In het verleden zijn er grootschalige initiatieven geweest van vorige ministers van Cultuur, die de rollen omdraaiden en participatie van bovenaf wilden opleggen. Dat werkt natuurlijk niet.

Van Nederland leerden we dat een museumpas best op zichzelf kan bestaan, zonder een recurrente subsidie. Minister, hoe ziet u dat concreet? Welke visie hebt u daarop?

De heer Bart Caron (Groen)

Ik zal niet ingaan op het misverstand over het opleggen van de cultuurparticipatie van bovenaf of van onderuit. Die discussie zou ons veel te ver brengen. Ik wil wel mevrouw Van Werde bijtreden en onderstrepen wat ze zei.

Ik treed de vraagstellers bij in hun intenties. De lokale netwerken voor participatie die in de gemeenten actief zijn en die samen met de OCMW’s draaien, waarvoor een apart budget wordt uitgetrokken en die worden gecoacht door Demos, leveren de randvoorwaarden en de omkadering om mensen in armoede aan te zetten om te participeren. Ik wil ook een warm pleidooi houden om die lokale netwerken nog te versterken in hun werking. Het is een bottom-up verhaal waar ik me overigens bij aansluit. Er zijn al meer dan zestig lokale netwerken actief. Daar was vorige week sprake van in eens nieuwsbrief van Demos. Er zijn zoveel kenmerken die verhinderen om te participeren terwijl die hindernissen in groep of via een omkadering veel sneller worden genomen. Net daarom zijn die zo belangrijk.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

De UiTPAS die in mijn stad heeft proefgedraaid, is in tegenstelling tot zijn voorganger een systeem waarbij men de stempel niet draagt. Iedereen kan een UiTPAS krijgen en de voordelen worden aangepast. We moeten wel nagaan of het niet mogelijk is om die UiTPAS te integreren in de identiteitskaart. Er is geen enkele reden om dat niet te doen. Zeker met de huidige technologie moet dat mogelijk zijn. We moeten daarover in dialoog gaan met de federale overheid.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Hoewel de twee vragen slechts een beperkt aantal raakvlakken hebben, zal ik een poging wagen om een gecoördineerd antwoord te geven.

Mijnheer Verstreken, het Netwerk tegen Armoede is van bij het begin zeer nauw betrokken geweest bij het hele UiTPAS-verhaal. Hun constante input vertaalt zich duidelijk in de procedure die ik in samenwerking met CultuurNet Vlaanderen opstelde voor de verdere uitrol van de UiTPAS. De Vlaamse Regering legde daarvoor al in 2013 de basis, toen een aantal criteria werden goedgekeurd die moeten garanderen dat bij de verdere uitrol van de UiTPAS een aantal aandachtspunten centraal blijven staan. Het toepassen van een kansentarief via solidaire kostendeling, het voeren van een geïntegreerd participatiebeleid met aandacht voor mensen in armoede en een divers en uitgebreid aanbod voor de UiTPAS zijn daar drie belangrijke criteria van.

Die criteria krijgen een vertaling in het aanvraagdossier dat kandidaat-steden, kandidaat-gemeenten of kandidaat-regio’s moeten indienen om te kunnen instappen in de UiTPAS. Zo worden ze verplicht om een duidelijk plan van aanpak op te maken voor de werking en samenstelling van een werkgroep die zich specifiek moet bezighouden met het aspect toeleiding. Daarin is de vertegenwoordiging vereist van minimaal één gemeentelijke en één niet-gemeentelijke armoedepartner. Extra punten worden toegekend als mensen in armoede actief bevraagd worden. Uiteraard moet men aangeven welke toeleidingsacties op het programma staan.

De kandidaten die willen instappen in het UiTPAS-verhaal worden expliciet verplicht om het kansentarief en eventuele beperkingen hierop te bepalen. Daarnaast moet men een aanbodsanalyse maken waarin wordt aangeven hoe het volledige aanbod, al dan niet getrapt, zal worden opengesteld.

Het Netwerk tegen Armoede en Demos maken naast de Vereniging Vlaamse Jeugddiensten (VVJ), Locus en het Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid (ISB) deel uit van de beoordelingscommissie die de aanvraagdossiers zal bestuderen. Kandidaat-gemeenten, -steden of -regio’s die in 2016 met de UiTPAS willen starten, hebben tot eind mei de tijd om zo’n eerste aanvraagdossier in te dienen.

Nadien volgt een eerste overlegronde waarna de kandidaten tot 15 september de tijd krijgen om hun definitief dossier voor te leggen. De finale beslissing van de beoordelingscommissie wordt een maand later meegedeeld. De oproep en dus ook de mogelijkheid tot intekenen op het UiTPAS-programma wordt jaarlijks herhaald.

Dit jaar nog zal de UiTPAS op 25 april geïmplementeerd worden in Oostende. De regio Zuidwest, een samenwerkingsverband tussen dertien steden en gemeenten, Anzegem, Avelgem, Deerlijk, Harelbeke, Kortrijk, Kuurne, Lendelede, Menen, Spiere-Helkijn, Waregem, Wervik, Wevelgem en Zwevegem, volgt op 28 augustus. Er lopen ook nog gesprekken in het kader van de uitbreiding van de regio Aalst, in het bijzonder met de gemeenten Liedekerke en Ninove. De regio Turnhout stapt in op 1 januari 2016 waarbij minstens Turnhout en Beerse en waarschijnlijk ook Oud-Turnhout en Vosselaar aansluiten.

Ik ontmoet zelf regelmatig de armoedeverenigingen. Vooral de getuigenissen van mensen in armoede op het Verticaal Permanent Armoedeoverleg (VPAO) van 6 maart 2015 hebben mijn bezorgdheid en blijvende aandacht voor de betrokkenheid en toeleiding van mensen in armoede naar vrijetijdsparticipatie nog versterkt.

Mijnheer Verstreken, wat de intergemeentelijke samenwerking betreft, hebt u gelijk dat er nog werk aan de winkel is. Ook CultuurNet Vlaanderen geeft aan dat intergemeentelijke samenwerking meer afstemming vraagt op de aanloop van de lancering van de UiTPAS, vooral wat de doelgroepenbepaling en de solidaire kostendeling betreft.

Voor mij persoonlijk staat het als een paal boven water dat mensen in armoede aan een zo breed mogelijk vrijetijdsaanbod moeten kunnen participeren en dat de reductie die houders van een UiTPAS tegen een kansentarief krijgen in de volledige regio identiek moet zijn. Bovendien moeten mensen in armoede effectief kunnen participeren aan het vrijetijdsaanbod van de hele regio en niet enkel in de eigen stad of gemeente. Enkel op die manier kan er sprake zijn een integrale toeleiding en communicatie voor mensen in armoede uit die regio.

Op welke manier de verschillende gemeenten van een regionaal samenwerkingsverband de achterliggende kostendeling concreet regelen en hoe ze de precieze afbakening van de doelgroep bepalen, ligt echter binnen de autonomie van de uitrollende regio en kan niet worden opgelegd vanuit Vlaanderen. Het is evident dat CultuurNet ook in dit deel van het operationeel maken van de UiTPAS intergemeentelijk steeds meer expertise opbouwt. In die zin kunnen zij een aantal modellen voorstellen aan de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden van hoe men het op een andere plaats doet. Ook daar gaan we misschien traag maar we evolueren toch in de goede richting.

Mijnheer De Gucht, uw suggestie over de integratie van de UiTPAS in de elektronische identiteitskaart, staat op de agenda van CultuurNet, al was het maar omdat daar ook vanuit het lokale niveau, met name in Kortrijk, expliciete vragen over zijn gesteld.

Het klopt dat CultuurNet Vlaanderen momenteel onderzoekt of we de museumpas niet als een geïntegreerd geheel maar als spin-off van de UiTPAS kunnen ontwikkelen, uiteraard in nauwe samenwerking met de ruime museumsector. De ‘architectuur’ van de UiTPAS kan immers bijna volledig als model dienen voor een eventuele museumpas. Onze analyse tot op vandaag is alvast dat er wel degelijk een potentieel is voor een museumpas en dat CultuurNet goed geplaatst is om als operationele partner van de museumsector te fungeren. Een aantal elementen moeten nog worden verfijnd maar het ziet er alvast veelbelovend uit. In die zin is het nog wat te vroeg om uitspraken te doen over eventuele proefprojecten. Ik wil daarvoor op zijn minst wachten op de resultaten van het verkennend onderzoek van CultuurNet.

In Nederland werkt de Museumkaart trouwens zonder recurrente tegemoetkoming van de overheid. Indien een gelijkaardig initiatief in Vlaanderen vorm zou krijgen en de vraag wordt gesteld om de opstart mee te ondersteunen, neem ik dat dus zeker in overweging.

Het is evident dat het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed (FARO) een bevoorrechte partner is in het verkennend onderzoek van CultuurNet, onder meer om bestaande onderzoeksresultaten mee te nemen in de haalbaarheidsstudie. We mogen immers niet zomaar aannemen dat bepaalde omgevingsfactoren in Nederland ook sowieso van toepassing zouden zijn in Vlaanderen. Grootschalige onderzoeken zoals de Participatiesurvey maar ook meer specifieke onderzoeken in de erfgoedsector moeten ons meer inzicht geven in elementen zoals de grootte van de verschillende doelgroepen, de prijszetting en de frequentie van museumbezoek.

Er is alvast een start gemaakt met het samenbrengen van de gegevens die de Nederlandse Museumvereniging met CultuurNet Vlaanderen deelde en met het onderzoeksmateriaal bij FARO. Daarnaast wordt ook prioritair ingezet op overleg met de musea in Vlaanderen en Brussel om een aantal zaken te stroomlijnen, bijvoorbeeld de complementariteit van de museumkaart als collectief initiatief met bestaande vriendenkaarten van individuele musea.

De wil om dit met en vanuit de sector bottom-up op te nemen is sterk aanwezig. Ik wil dit initiatief alvast zo open mogelijk van de grond laten komen. Bovendien wil ik dit laten sporen met een onderzoek naar nieuwe businessmodellen in functie van de financiering van het project.

Waar het antwoord op de vraag van mevrouw Fournier over de begeleiderspas zich eerder binnen het UiTPAS-verhaal situeert, is hier vooral sprake van een spin-off. We moeten nagaan hoe nauw de band met de UiTPAS in de toekomst kan zijn.

De voorzitter

Mevrouw Bastiaens heeft het woord.

Mevrouw Caroline Bastiaens (CD&V)

Minister, ik ben tevreden dat u de opportuniteit van een museumpas ziet. U hebt absoluut gelijk dat we dit verder moeten uitwerken met de sector zelf indien we tot een gedragen verhaal willen komen. Ik zal dit initiatief blijven opvolgen.

De voorzitter

De heer Verstreken heeft het woord.

De heer Johan Verstreken (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw zeer uitgebreid antwoord. Het is hoopgevend. U deelt onze zorgen en u gaat in verdere dialoog na wat de mogelijkheden zijn voor de doelgroep.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.