U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Uit de hoorzitting in de Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand op 18 maart 2015 over de demografische evoluties in Brussel en de Vlaamse Rand met professor Deboosere van de VUB , het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA), de Studiedienst van de Vlaamse Regering en professor Vandenbroeck werd duidelijk dat de bevolking in Brussel en de brede Vlaamse rand sterk zal toenemen. Het was fijn dat collega Vandenbroeck daar de indianencijfers van 100.000 in acht jaar tijd heeft genuanceerd. Toch kunnen we er niet naast kijken: de bevolking van Brussel explodeert en drukt heel sterk op de Vlaamse Rand. Een gemeente als Liedekerke, mijn eigen gemeente, zou bijvoorbeeld een bevolkingsaangroei tussen de 7 en 12 procent uit Brussel kunnen verwachten.

Deze evolutie moet ons tot nadenken stemmen. We wisten dat al, maar tijdens de hoorzitting werden we met de neus op de feiten gedrukt. We moeten dringend nadenken over al die uitdagingen die ons te wachten staan op zowat alle beleidsterreinen. Tijdens de hoorzitting hield professor Vandenbroeck een pleidooi om voor de aanpak van de opkomende uitdagingen naar analogie met het Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat (SALK) een strategisch actieprogramma voor Brussel te ontwikkelen. We hebben er dan Strategisch Actieplan voor Brussel en de brede Vlaamse rand (SABBVR) van gemaakt. Dit idee vond bij alle fracties nogal bijval.

Gegeven het feit dat Brussel en de Rand, zo blijkt uit de demografische cijfers, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, er is sprake van een sterke migratie uit Brussel naar de Rand; gegeven het feit dat de migratie uit Brussel zich niet beperkt tot de Rand maar zich uitstrekt naar de gemeenten buiten de Rand en zelfs voorbij de provinciegrens van Vlaams-Brabant naar Oost-Vlaanderen en Antwerpen; gegeven het feit dat de tewerkstellingsgemeenten Vilvoorde, Machelen en Zaventem, maar ook Opwijk, momenteel een ongeziene groei van de bevolking kennen, dringt zich meer dan ooit de vraag op of de Rand als administratieve omschrijving niet uitgebreid dient te worden tot alle gemeenten die deze uitdagingen kennen, als gevolg van de demografische groei van Brussel, en om een Strategisch Actieprogramma voor Brussel en de brede Vlaamse rand te ontwikkelen.

Deze vaststellingen nopen mij tot de volgende vragen, minister. Onderschrijft u de uitdagingen die Brussel en de brede Vlaamse rand te wachten staan? Bent u voorstander van een SABBVR? Wordt het niet stilaan tijd – het werd hier al meermaals geopperd – om de Vlaamse Rand te herdefiniëren?

De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

De heer Michel Doomst (CD&V)

Als we het breed hebben, moeten we het breed laten hangen. Ik weet niet of we het zo breed moeten laten hangen, mevrouw Segers.

Ik denk dat je in dit verhaal de eigenheid van Brussel en de Vlaamse Rand niet te veel door elkaar mag halen. Het is heel belangrijk dat vanuit Brussel een eigen strategie wordt ontwikkeld, en ik denk dat men daarmee bezig is. Ik deel met u de zorg voor een ruimere benadering van die Vlaamse Rand. Wegens de bevoegdheidsverdeling denk ik dat je daarin de eigenheid een stuk moet erkennen. Minister, ik zou ervoor pleiten de Vlaamse Rand breder te benaderen, maar ik vind het toch heel belangrijk dat men vanuit die tweepoligheid en de eigenheid van beide moet blijven denken.

De voorzitter

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

Ook wat ons betreft, worden terechte problematieken aangehaald die voor een ruimer deel dan de administratief omschreven Rand zijn aangegeven. Uiteraard is er een wisselwerking wat de instroom en uitstroom met Brussel betreft. Dat moet wetenschappelijk zeker gemonitord worden en blijven. De vraag is natuurlijk of wat je nadien met die cijfers doet en het beleid dat je daartegenover plaatst, moet passen in een nog ruimere omschrijving. Die vraag is hier al dikwijls aan bod gekomen, ook tijdens de vorige legislatuur. Ik zou er toch ook nog eens willen voor pleiten om dat niet te doen, zoals de Vlaamse Regering telkens heeft voorgehouden. De beschikbare middelen nog breder uitsmeren, zal op het veld misschien nog minder effect sorteren. Wat dat aspect alleen al betreft, is het niet het ideale middel. Laat ons toch ook niet vergeten dat er sinds 2012 nieuwe lokale besturen zijn, met toch ook wel een vernieuwde aanpak wat dit aspect betreft en dat meer lokale besturen daarvoor een bevoegde schepen hebben aangesteld. In de vorige legislatuur hebben maar een tiental gemeenten dat gedaan, maar nu zijn het haast alle gemeenten. Ik denk dat dit ook wel het nodige gevolg zal hebben in dat beleid, wat ongetwijfeld ook zal blijken in het cijfermateriaal dat in de nabije toekomst ter beschikking zal komen.

Anderzijds zijn er ook nog wat initiatieven. Ik word in principe deze namiddag samen met collega Doomst verwacht op een conferentie van de burgemeesters. Er is dus wel een dynamiek aan de gang die maakt dat al die gemeenten, ook al behoren ze niet specifiek tot de Rand, dezelfde thematieken delen en via werkgroepwerking en dergelijke daar toch wel duidelijk een tandje bijsteken. Ik denk dat we die aanpak moeten volgen.

Laat ons misschien eerst afwachten wat dit bijvoorbeeld in de loop van deze lokale legislatuur nog kan teweegbrengen, want dat kan men niet onmiddellijk op het terrein meten. Ik ben er vast van overtuigd dat we hier momenteel stappen vooruit kunnen zetten, terwijl het voorheen niet het geval was. Het echt uitbreiden van die administratieve omschrijving, lijkt ons dus niet direct aan de orde.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik onderschrijf natuurlijk het gegeven dat, zoals we zien in de praktijk, de gevolgen van de thermografie en de ruimtelijke en demografische aspecten in en rond Brussel verder reiken dan enkel de Vlaamse Rand, zoals gedefinieerd en beperkt tot de 19 gemeenten. Dat probleem onderken ik vanzelfsprekend. De facto gaat ons Vlaamse Randbeleid eigenlijk ook al verder dan die specifieke Vlaamse Rand en die negentien gemeenten. U kent mijn standpunt: ik vind het geen oplossing om een beperkt budget uit te smeren over een grote oppervlakte, waardoor uiteindelijk niemand nog iets overhoudt. In eerste instantie is de problematiek het grootst in de Vlaamse Rand, en dat blijkt ook onze eerste focus. Wat dat betreft voeren we een ruim omvattend beleid, u kent mijn beleidsnota. In budgettair moeilijke omstandigheden spoor ik mijn collega’s al voldoende aan om net te trachten iets extra’s te doen voor de Vlaamse Rand en voor de brede Vlaamse rand. Als we dan nog ons beleid zouden uitbreiden tot stukken van Oost-Vlaanderen, Antwerpen, en straks nog tot Oostende, is het Vlaamse Randbeleid eigenlijk het beleid van de Vlaamse Regering.

Ik wil in eerste instantie mijn collega’s trachten te bewegen om vanuit onze bezorgdheden omtrent die Vlaamse Rand specifiek iets extra te doen voor de Vlaamse Rand en voor de specifieke problemen die daar rijzen. Ik snap natuurlijk het wervend verhaal achter uw voorstel inzake SABBVR, maar dat is niet onmiddellijk mijn eerste focus. De eerste focus blijft de Vlaamse Rand en de verantwoordelijkheid die wij hebben om specifiek daar aandacht te besteden bij de ontwikkeling van het beleid.

Ik tracht ook de versnippering tegen te gaan. Het is niet nodig om nog eens een nieuw actieplan op te stellen, omdat mannen nu eenmaal plannen maken. Ik ben nu trouwens bezig met de integratie. Het is ook de bedoeling START en het VSGB, twee structuren naast elkaar, samen te brengen. Ik overleg ook met de gouverneur om meer te gaan bundelen in de plaats van nieuwe plannen en nieuwe perspectieven te creëren.

Wat de bredere Vlaamse rand betreft: die discussie hebben we hier al bij herhaling gevoerd. Zoals collega Segers ook terecht aanhaalt, zijn er andere initiatieven waarbij we ook trachten de goede praktijken vanuit de Vlaamse Rand te delen met de gemeenten die in theorie niet behoren tot de negentien gemeenten van de Vlaamse Rand, maar in de praktijk wel geconfronteerd worden met gelijkaardige problematieken en gevolgen op het vlak van ruimtelijke ordening, demografie en migratiedruk en een internationalisering en verfransing. Die praktijken kunnen we wel delen. Ik denk dat dit de belangrijkste focus blijft, eerder dan er ook nog eens Oost-Vlaanderen en Antwerpen bij te nemen, waardoor we uiteindelijk een Vlaamse Randbeleid gaan voeren dat nagenoeg heel Vlaanderen bestrijkt. Dan hebben we misschien nog enkel SALK en de rest van Vlaanderen, en dat zou ik toch willen vermijden.

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Mannen maken plannen, maar vrouwen ook. Ik werd nogal begeesterd tijdens de hoorzitting door de uitdagingen en de moeilijkheden om daarmee om te gaan. Ik heb het voorstel gehoord om te vertrekken vanuit een geïntegreerde visie, om alle initiatieven die er zijn te bundelen en te gaan naar een geïntegreerde visie vanuit de cijfers. Die cijfers zijn overigens ontegensprekelijk, want ze gaan over geboortes en sterfte. Ze zijn wat ze zijn. Wij moeten daarmee aan de slag. Dat is onze taak in dit parlement.

De uitdagingen – dat is heel duidelijk – stoppen niet aan de grenzen van Brussel. Ze stoppen inderdaad zelfs niet aan de provinciegrenzen. Brussel en de Rand zijn communicerende vaten. Wat er gebeurt in Brussel, beïnvloedt de Rand en vice versa. U hebt mij niet horen zeggen dat ik pleit voor de uitbreiding van Brussel. Daarvoor heb ik absoluut niet gepleit. Ik pleit ervoor dat we de uitdagingen gezamenlijk bekijken. Dat is het belangrijkste.

Zo’n strategisch plan zou het ons mogelijk maken om de economische uitdagingen aan te pakken. Vlaams-Brabant is relatief rijk, maar er zijn grote verschillen tussen de verschillende gemeenten. De uitdagingen van de verschillende types gemeenten – we hebben ze gehoord – zijn telkens anders. We moeten naar een geïntegreerde visie gaan, die het mogelijk maakt om de uitdagingen op het vlak van wonen, kinderopvang – die urgentie is bijzonder groot – en integratie gezamenlijk aan te gaan. Dat is de reden waarom ik u vraag om het te bekijken. Ik denk dat het een goed idee is.

De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

De heer Michel Doomst (CD&V)

Minister, het is onze fractie minder om de poen te doen dan om meer te doen met de poen die we hebben. Meer geld lijkt mij ook niet echt de cruciale vraag te zijn. Wat we nu allemaal ontwikkelen via de vzw ’de Rand’ en de provincie Vlaams-Brabant, moeten we voor die 35 gemeenten zo veel mogelijk op elkaar afstemmen en coördineren.

Ik ben het eens met mevrouw Segers: we hebben nu dat toekomstforum, dus moeten we dat ook gebruiken om Vlaams-Brabant, in zijn brede opstelling voor Halle-Vilvoorde, maximaal van daaruit in te vullen en breder te bekijken. De knowhow die we hebben, moeten we zo breed mogelijk uitsmeren over die 35 gemeenten.

De voorzitter

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

Ik wil het nog even hebben over de wisselwerking met Brussel. In de problematiek van de Rand zijn er een aantal ‘hardere’ beleidsdomeinen, mobiliteit en dergelijke. Uiteraard moeten we bekijken hoe we dat gezamenlijk kunnen aanpakken. Ik denk dat niemand dat zal tegenspreken. Je kunt inderdaad niet stoppen aan die grens, bijvoorbeeld qua mobiliteit.

Wat de aspecten inburgering en integratie betreft en de uitdaging voor de Rand om de ontnederlandsing tegen te gaan, lijken de initiatieven die er nu bestaan goed. De minister bevestigde nogmaals dat de expertise die daar heerst, gerust kan worden uitgewisseld met lokale besturen buiten dat administratief gebied. De klemtoon ligt nu bij die besturen om dat op te pikken. Zoals ik in de inleiding al zei, heb ik de indruk dat heel wat lokale besturen dat ook doen. Het zal van die grotere bijeenkomsten afhangen om dat te laten doorstromen tot ginder.

Ik heb ook een omgekeerde vraag. Als je een vorm van gemeenschappelijke visie over een en ander qua inburgering wil bereiken, denk ik dat we met z’n allen de politieke partijen in het Brusselse ervan moeten overtuigen dat die verplichte inburgering in Brussel dringend moet gebeuren. Zo kan er voor die mensen, wanneer zij uit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest richting Vlaanderen, meer bepaald de Rand trekken, een eenvormig beleid en eenvormige visie zijn. Niets is gemakkelijker voor een nieuwkomer dan dat hij overal dezelfde rechten en plichten heeft. Dat is ook een aspect om vast en zeker op te hameren, maar dan van hieruit richting Brussel.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.