U bent hier

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, op de ministerraad van vrijdag 30 januari 2015 werd het voorontwerp van decreet tot wijziging van diverse decreten houdende de subsidiëring aan de lokale besturen goedgekeurd. Met dit voorontwerp van decreet wordt gevolg gegeven aan de bepaling afgesproken in het regeerakkoord tot integratie van de bestaande sectorale subsidiestromen in het Gemeentefonds. Het gaat om de sectorale stromen Cultuur, Jeugd, Sport, Integratie, Armoedebestrijding, Ontwikkelingssamenwerking en flankerend onderwijsbeleid. Die integratie zal plaatsvinden vanaf 2016. Conform het regeerakkoord blijft de huidige regeling voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie hier in Brussel wel degelijk bestaan.

In een schriftelijke vraag begin vorige maand vroeg ik u naar de Vlaamse regelgeving voor planlasten en de subsidieregeling, en de toepasbaarheid daarvan in Brussel. In uw antwoord gaf u toelichting bij de toepasbaarheid van deze sectorale decreten, ofwel rechtstreeks bij de Brusselse gemeenten ofwel onrechtstreeks via de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Specifiek voor het onderwijs verwees u naar het decreet van 30 november 2007 betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau. U stelde in uw antwoord dat dit ook van toepassing is op de VGC en op de Brusselse gemeenten.

Het hoofdstuk Subsidies ter stimulering van het flankerend onderwijsbeleid in het decreet heeft echter het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad uitgesloten van het toepassingsgebied, zodat geen enkele Brusselse gemeente in 2014 subsidies ontving in het kader van flankerend onderwijsbeleid. In het decreet is in het hoofdstuk de mogelijkheid ingeschreven om subsidies toe te kennen aan projecten in Brussel als er aan een aantal decretaal verankerende voorwaarden voldaan is. Een van die voorwaarden is dat de Vlaamse Regering een protocol zou afsluiten met de VGC. Aan deze voorwaarden zou echter nooit invulling zijn gegeven. Tot op heden zou er geen protocol zijn afgesloten.

Minister, kunt u toelichting geven over deze voorwaarden en vooral over het protocol dat de Vlaamse Regering dient af te sluiten met de VGC? Waarom werd het protocol nog niet afgesloten en wat is de stand van zaken?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik heb er in mijn antwoord op uw schriftelijke vraag van 6 februari 2015 op gewezen dat, behalve voor mijn eigen bevoegdheden Jeugd en Cultuur, de uitvoering van de sectorale decreten – zelfs wanneer de VGC en/of de Brusselse gemeenten betrokken partij zijn – de bevoegdheid is van mijn collega’s in de Vlaamse Regering voor wie het de hoofdbevoegdheid is. Ik antwoord hier dan ook vanuit mijn coördinerende bevoegdheid voor Brussel, nadat mijn diensten de nodige informatie hebben ingewonnen bij de diensten van de minister van Onderwijs.

Ik wil graag op dergelijke vragen antwoorden, maar soms kunt u misschien een beter antwoord krijgen van de bevoegde minister. Ik wil me er niet achter verstoppen. Als er bijkomende politieke elementen zijn, kan mijn coördinerende rol van belang zijn. Zo niet is het in dit geval een gegeven dat zich afspeelt tussen de Vlaamse minister van Onderwijs en de verantwoordelijke in de VGC. Ik herhaal dat omdat uit het antwoord zal blijken dat het hier vooral over een technische materie gaat en het politieke aspect door evoluties in de vorige legislatuur een stuk zonder voorwerp is geworden.

U vraagt een toelichting bij de voorwaarden en het protocol. In artikel 24 van het decreet Flankerend Onderwijsbeleid van 30 november 2007 werd oorspronkelijk de mogelijkheid ingeschreven om subsidies toe te kennen aan projecten in Brussel als er aan een aantal decretaal verankerde voorwaarden voldaan was. De voorwaarden 2 tot en met 9 van dit artikel van het decreet Flankerend Onderwijsbeleid zijn de ontvankelijkheid- en kwaliteitsvoorwaarden die tot 2014 voor alle gemeenten golden. Sinds 2014 is het Planlastendecreet van toepassing op de subsidies voor het flankerend onderwijsbeleid, behalve in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Daarom is niet geraakt aan die voorwaarden voor Brussel en wel voor de andere gemeenten.

Voorwaarde 1 van artikel 24 is dat de Vlaamse Regering een protocol zou afsluiten met de VGC. Zo kom ik tot het tweede deel van uw vraag. De passage over het protocol had bij de totstandkoming van het decreet van 2007 tot doel via dat protocol de tweedelijnsondersteuning van de VGC en de Vlaamse Overheid te integreren, met name de vzw Voorrangsbeleid Brussel (VBB), Taalvaart en andere. Dat gebeurde in navolging van de Rondetafelconferentie over de kwaliteit van het Brussels Nederlandstalig onderwijs van datzelfde jaar.

Ondertussen was het doel van het protocol achterhaald: de VGC heeft het Ondersteuningscentrum Brussel (OCB) opgericht, en aan de kant van de Vlaamse overheid waren er plannen voor de stroomlijning van de vzw’s VBB en Brussels Ondersteuningspunt Secundair Onderwijs (Broso). De artikelen over VBB werden via Onderwijsdecreet XXII van eind 2012 opgeheven uit het decreet Flankerend Onderwijsbeleid, aangezien de oprichting van een gestroomlijnde ondersteuningsstructuur in het vooruitzicht werd gesteld in de conceptnota Samen Taalgrenzen Verleggen van toenmalig minister voor Onderwijs, Pascal Smet.

De samenvoeging van de vzw’s VBB en Broso bleek echter niet mogelijk omdat hun werking onverzoenbaar was, op het knooppunt netoverschrijdend versus netgebonden. Daarom werd besloten om de vzw Broso in te kantelen in de vzw Samenwerkingsverband Netgebonden Pedagogische Begeleidingsdiensten (SNPB), terwijl de vzw VBB autonoom bleef bestaan en opnieuw een decretale grondslag kreeg in het decreet van 28 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, via Onderwijsdecreet XXIII.

Vanaf 1 januari 2015 werd beslist om de vzw SNBP niet langer te subsidiëren, en om deze middelen toe te kennen aan de individuele pedagogische begeleidingsdiensten. In het kader van Onderwijsdecreet XXV werd verder beslist om de middelen die de vzw VBB krijgt, over te hevelen naar de VGC, meer bepaald het Onderwijscentrum Brussel, en de pedagogische begeleidingsdiensten van de netten in Brussel. De voornaamste motivatie om de middelen over te hevelen is om de transparantie van de ondersteuning voor het Brusselse leerplichtonderwijs te vergroten, en vooral om een eengemaakte visie op het ondersteuningsbeleid voor de Nederlandstalige scholen in Brussel te garanderen.

Ik excuseer me voor de techniciteit van het antwoord. Dat is de achtergrond die ik u op dit ogenblik kan geven.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, met de diensten was ook al overlegd of de vraag aan u of aan de minister van Onderwijs moest worden gericht. Ze is uiteindelijk bij u terechtgekomen.

U hebt correct en gedetailleerd geantwoord. Het is inderdaad zeer technisch. Ik onthoud vooral dat de voorwaarde om het protocol af te sluiten op dit ogenblik achterhaald is omdat er via Onderwijsdecreet XXII een inkanteling is gebeurd van Broso in het SNBP.

Ik weet dat het een moeilijke samenwerking is. Ik herinner me de discussie in de commissie Onderwijs van vorige week. Ik zal dit blijven opvolgen. Ik herinner me ook dat de minister van Onderwijs daar vorige week al naar verwezen heeft.

Ik dank u voor uw antwoord. Ik wou de vraag stellen omdat u op mijn schriftelijke vraag over de toepassing van de sectorale decreten in Brussel uitdrukkelijk verwees naar de voorwaarden van het protocol. Ik noteer dat het protocol nu niet meer nodig is omdat er een andere oplossing gevonden is.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.