U bent hier

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

De heer Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, krachtens het Overdrachtenbesluit van 29 september 2006 heeft een huurder van een sociale woning kooprecht als hij die woning voldoende jaren onafgebroken huurt en als de woning in kwestie al vijftien jaar tot het sociaal patrimonium behoort.

De koper in kwestie moet zich ertoe verbinden door deze aankoop de woning twintig jaar lang zelf te bewonen. Als hij dat niet doet, staat daar een sanctie of een tegemoetkoming tegenover: zowel de huisvestingsmaatschappij als de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) heeft dan het recht om de woning tegen verkoopprijs terug te nemen of een schadevergoeding te vragen. Deze regeling geldt evenwel niet voor appartementen, omdat er dan een mede-eigendom bestaat, wat praktisch voor veel problemen zou zorgen.

Nu, ik heb vernomen dat er eigenlijk zeer weinig gebruik wordt gemaakt van dit kooprecht. Als ik mij niet vergis, ging dat in 2012 over 41 keer.

Aan deze regeling met voorkooprecht zijn een aantal knelpunten verbonden. De woning verdwijnt uit het patrimonium waardoor er dus een sociale woning minder is. Ook al moeten de middelen – de opbrengst van de verkoop – opnieuw worden geïnvesteerd in de bouw, toch duurt het telkens opnieuw een aantal jaren vooraleer er een nieuwe sociale woning ter beschikking is in het woonpatrimonium.

Maar ook bij renovatieprojecten kan dit voorkooprecht, of veeleer de gevolgen van het uitoefenen van dat recht, voor problemen zorgen. Zo wordt het bijvoorbeeld een probleem als er een straat is met acht sociale gezinsrijwoningen waarvan er twee door de huurders werden gekocht. Er kan dan onenigheid ontstaan. Kopers kunnen bijvoorbeeld klagen dat de SHM haar woningen zelf niet goed onderhoudt, waardoor de eigendom van die kopers in waarde zou dalen.

Wanneer de SHM woningen zou willen slopen of herbouwen, maar in die rij van woningen geconfronteerd wordt met twee eigenaars die de woning niet terug willen verkopen aan die SHM, is dat ook niet echt een interessante situatie.

Minister, vindt u het nuttig om het kooprecht in de huidige vorm in stand te houden? Zo niet, welke mogelijke aanpassingen lijken u zinvol, gezien de praktische problemen die ik heb opgesomd en het beperkte gebruik ervan?

Zou het, volgens u, een goede zaak zijn dat het mogelijk blijft voor een SHM om zelf te beslissen over het al dan niet verkopen van een woning uit haar patrimonium? Voorziet u in alternatieve formules voor de verkoop zoals die vandaag bestaat? Zo ja, welke formules?

De voorzitter

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Mevrouw Griet Coppé (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, deze discussie werd de voorbije legislatuur meermaals gevoerd.

Aangezien het gaat over heel weinig woningen – de heer Anseeuw haalt dat ook aan – en het aantal binnen het totale patrimonium als het ware te verwaarlozen is, zou ik willen vragen om het systeem wel in stand te houden. De mensen die nu sociaal huren kunnen namelijk, op het moment dat ze die woning kunnen kopen, eigenaar worden. Wij willen het eigenaarschap toch nog altijd stimuleren. U zou kunnen zeggen dat dat niet op kosten mag van een sociale woning. Maar het budget blijft natuurlijk binnen de SHM. Die kan dus opnieuw investeren. Op die manier kunnen mensen eigenaar worden van een woning. Het gaat om zeer weinig woningen.

Moet het systeem dan echt wijzigen? Ik zou dan liever voorstellen dat alles bij het oude blijft en dat de kans voor de huurder verder blijft bestaan om een woning aan te kopen. De woning moet dan wel ten minste vijftien jaar oud zijn en vijf jaar worden bewoond door de huurder.

De voorzitter

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Mevrouw Mercedes Van Volcem (Open Vld)

Minister, ik zou er echt op willen aandringen dat u dat kooprecht absoluut niet afschaft. Integendeel, ik bepleit al jaren dat dat kooprecht meer wordt gestimuleerd. Ook in de vorige beleidsperiode heb ik de minister vaak aangepord om de SHM’s een brief te laten sturen naar alle huurders die in aanmerking komen om tot aankoop over te gaan, en dit om diverse redenen.

Ten eerste, staat de rente historisch laag. Ten tweede, zegt u zelf dat 12 of 13 procent van de mensen die vandaag een sociale woning huren aan misschien 750 euro een goed inkomen hebben van meer dan 50.000 euro. Ik zou zeggen: stimuleer hen alstublieft om die woning te kopen. Waarom? Dat is een win-winsituatie. Dat kapitaal komt in de SHM. Die hebben dan tal van middelen om nieuwe projecten te realiseren en vooral nieuwe middelen om mensen die op die wachtlijst staan te helpen. Dat leidt tot meer dynamiek, men kan meer doen met dezelfde middelen, want nu zit dat kapitaal echt vast.

Nog een reden waarom ik daar zo’n voorstander van ben, is een beetje het pleidooi van daarnet. Het betekent sociale mobiliteit. Inderdaad: 41 kopers in 2012 en in 2004 – ik vraag de cijfers elk jaar op – waren het er 43. Dat is toch echt heel weinig. Het hangt samen met het systeem van het levenslang recht hebben op een sociale woning. Waarom zou iemand vandaag een sociale woning kopen als je er een levenslang kunt huren voor 220 euro in de maand? Niemand doet dat. In onze ideologie zou je overgaan op tijdelijke contracten. Dan zouden de mensen meer geneigd zijn om, als ze meer middelen hebben, te kopen. Zo kom je tot een roulement. Zo kom je tot middelen die kunnen dienen voor diegenen die het meer nodig hebben.

Mijnheer Anseeuw, ik begrijp uw redenering niet, het spijt me. U hebt het over een rij van acht woningen waarvan er twee worden gekocht. Wel, dan heb je toch een sociale mix? Op een natuurlijke manier creëer je een sociale mix tussen eigenaars en huurders.

In alle projecten die vroeger werden gerealiseerd, was men altijd voorstander van een sociale mix. Dat heeft men altijd gezegd. In een wijk, in een straat moeten er zoveel mogelijk huurders en eigenaars zijn. Daarom willen SHM’s ook altijd een aantal koopwoningen bouwen. Meestal zitten die dan in een apart circuit of in een aparte straat. Daarnaast is er dan een straat met huurwoningen. Neen. Het uitoefenen van dat kooprecht kan leiden tot een echte sociale mix, waarbij een gekocht huis en een gehuurd huis naast elkaar staan. Dat is mijn visie. Ik ga daar fel op in, omdat ik ter zake een echte ‘believer’ ben.

Minister, ik vind dat u daarin een tandje moet bij steken nu de woonleningen zo voordelig zijn. Je kunt nu 100.000 euro lenen met een afbetaling van 500 euro op twintig of vijfentwintig jaar. We zouden ervoor moeten zorgen dat alle mensen die het kunnen, dat doen. Ze zullen gemotiveerd zijn om te gaan werken, hun huur gaat niet meer naar omhoog en de hypothecaire lening blijft dezelfde. Ik zou zeggen: zet daar alstublieft op in. U zult zonder middelen heel veel meer kunnen doen voor de 130.000 wachtenden.

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Mevrouw Van Volcem, het was een zeer gepassioneerd pleidooi, maar ik denk dat ik u toch wat zal moeten teleurstellen.

De heer Anseeuw heeft de contouren al geschetst. Het gaat om eengezinswoningen, minstens vijf jaar bewoond en minstens vijftien jaar oud. Voor alle duidelijkheid: het gaat niet over appartementen, omdat je anders mede-eigendommen en dergelijke creëert. Het gaat enkel en alleen om eengezinswoningen.

Waarom ben ik van plan om dat aan te passen? Het zal u misschien verbazen, maar de SHM’s vragen dat zelf. Ze zijn zelf vragende partij. Er werd daarnet gezegd dat het om slechts 43 woningen gaat. Wel, het gaat momenteel over ongeveer honderd woningen. Dat zijn er nog altijd niet erg veel, maar het zorgt soms wel voor problemen. Stel dat er in een straat met tien woningen twee woningen gekocht zijn, dus private eigendom geworden zijn. Als de SHM de andere acht woningen die ze nog heeft, wil renoveren, geeft dat vaak veel praktische problemen. Zo kunnen de twee private eigenaars beginnen reclameren over de verloederde staat van de andere woningen en dergelijke. De SHM’s zijn hier wel degelijk zelf vragende partij voor.

Maar, voor alle duidelijkheid: je moet een onderscheid maken. Er is het kooprecht dat een zittende huurder nu sowieso heeft. Vanaf het moment dat iemand in een sociale woning woont, met de voorwaarden die al geschetst zijn, heeft die per definitie het recht om op gelijk welk moment na vijf jaar bewoning de woning te kopen. Die woning wordt dan verkocht aan marktwaarde, aan schattingsprijs. Het is dus geen sociale prijs, voor alle duidelijkheid. Als je bij machte bent om minstens 200.000 euro – want het gaat om die bedragen – te betalen, denk ik dat je ook terechtkunt op de private markt. Tegelijkertijd neem je een sociale huurwoning van de markt en werk je de wachtlijsten in de hand.

Ik heb van in het begin gezegd dat het over een niet zo groot aantal gaat, namelijk honderd. In mijn ogen zijn het er echter honderd te veel.

Wat iets anders is, is wanneer een bepaalde SHM beslist om over te gaan tot de verkoop van een deel van het patrimonium, een bepaalde wijk of straat. Dan vind ik het logisch dat de zittende huurder eerst een soort van voorkooprecht heeft, dat er eerst aan de zittende huurder wordt gevraagd of hij de woning wil kopen. Dat vind ik logisch. Maar ik wil wel afstappen van het automatische kooprecht van de zittende huurder, dat op gelijk welk moment kan worden ingeroepen. Ik denk dat ik het in dezen eens ben met de visie van de heer Anseeuw, maar dat zal u wellicht niet verbazen.

Wat moet er gebeuren? Er moet een wijziging of schrapping van het kooprecht van de sociale huurder gebeuren. Dat gaat via artikel 43 van de Vlaamse Wooncode en van bijlage 3 van het Overdrachtenbesluit. Ik heb mijn administratie al gevraagd in de geplande kortetermijnwijziging van de Vlaamse Wooncode een voorstel uit te werken binnen de krijtlijnen die ik u net heb geschetst.

Het is wel degelijk een heel duidelijke vraag vanuit de maatschappijen zelf om daarmee te stoppen. Het zorgt ook voor heel veel administratieve rompslomp bij de betrokken SHM’s. Zij willen absoluut blijven inzetten op het geven van een voorkooprecht van een zittende huurder als ze zelf beslissen om bepaalde delen van hun patrimonium af te stoten. Wat de heer de Kort heeft gedaan met De Ideale Woning in Berchem, is een schitterend voorbeeld van hoe je dat kunt doen. Het is niet meer van deze tijd om de zittende huurder sowieso het kooprecht te geven en voor een woning te moeten betalen tegen een marktconforme prijs. Dan kun je evengoed op de private markt terecht.

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

De heer Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, bedankt voor uw antwoord. Het bevalt mij vanzelfsprekend, gezien mijn suggestie in mijn vraagstelling. Ik vind de reactie van collega’s Coppé en Van Volcem evenwel bijzonder, en een beetje tegenstrijdig. Mevrouw Coppé stelt dat we dit absoluut moeten behouden, omdat we het eigenaarschap moeten blijven aanmoedigen, ook middels die mogelijkheid van het kooprecht. Het is inderdaad niet zo dat sociale huurwoningen niet meer zouden kunnen worden verkocht. Het gaat er gewoon om dat de sociale huisvestingsmaatschappij zelf haar koop- en verkoopbeleid kan bepalen, zonder dat ze afhangt van een huurder die plots de woning waar hij bijvoorbeeld al zes jaar in woont, wil kopen. Trouwens, als we het eigenaarschap enkel gaan moeten aanmoedigen met dit kooprecht van vorig jaar blijkbaar honderd woningen, heb ik daar ook wel mijn vragen bij.

Mevrouw Van Volcem, ook u steekt een pleidooi af dat het zeer belangrijk is om dat te behouden. Met die toch wel zeer beperkte impact van honderd woningen wilt u een ongelooflijke dynamiek behouden of teweegbrengen in het vernieuwen van het patrimonium van de sociale woningen. Dat is toch een beetje tegenstrijdig. U wilt daar ook de sociale mix mee redden. Ook dat vind ik vreemd.

Het is in dit verhaal belangrijk dat de sociale huisvestingsmaatschappij zelf kan kiezen welke woning ze wanneer verkoopt, wanneer het haar het best uitkomt. Dan zal hoe dan ook iemand die woning kopen. En dan is die sociale mobiliteit er natuurlijk ook. Het zal misschien niet de zittende huurder zijn die een voorkooprecht krijgt. Ik zie dus het probleem niet wat betreft de sociale mobiliteit en sociale mix.

Die middelen zullen dan ook wel kunnen worden aangewend, mevrouw Van Volcem, om het patrimonium te vernieuwen. Ik zie het probleem dus niet. Het is belangrijk dat een huisvestingsmaatschappij zelf kan bepalen wanneer ze een stuk van haar patrimonium gaat verkopen, om dan met die middelen iets anders te gaan doen.

De voorzitter

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Mevrouw Griet Coppé (CD&V)

Minister, ik ben enorm verwonderd over uw antwoord. Ik heb dat niet gelezen in het regeerakkoord. Ik heb dat ook niet gelezen in de beleidsnota. Uw antwoord komt hier uit de lucht gevallen. We hebben vooraf geen inlichtingen gekregen dat u daar een aanpassing aan zou doen.

Als ik collega Anseeuw hoor, is hij voor een carte blanche voor de SHM’s. Als men dan het geluk heeft dat een SHM net de woning wil verkopen waar men zelf in woont, kan men eigenaar worden en de anderen niet. Ik vind het geen goed systeem dat de autonomie dan volledig bij de SHM ligt om te beslissen wie wel kooprecht krijgt en wie niet.

We spreken nu inderdaad over weinig verkopen, maar de mensen die ik ontmoet heb die hun woning graag willen kopen, hebben die woning vaak zelf opgewaardeerd tijdens de huurperiode en zijn ingebed in de wijk. Als men die woning goed kent en men heeft een goed nabuurschap, en men wil de woning kopen, dan begrijp ik niet dat u die maatregel wilt wijzigen. Het is een grote ontgoocheling dat we hier in de commissie moeten horen dat u van plan bent om een wijziging door te voeren.

De voorzitter

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Mevrouw Mercedes Van Volcem (Open Vld)

Ik moet mevrouw Coppé volledig gelijk geven. Een carte blanche geven aan de SHM’s kan niet.

Het betreft hier vooral een ideologisch debat. Onze partij heeft lang gevochten om het kooprecht voor mensen die een sociale woning huren, ingeschreven te zien in het kaderbesluit Sociale Huur. Voor ons is dat iets zeer principieels dat mensen die huren en vooruit willen in het leven, die woning kunnen kopen. Wij vinden dat zeer belangrijk. Er staat nergens in het regeerakkoord, noch in enige beleidsnota, dat u dat zult afschaffen, minister.

We pleiten er al jaren voor om mensen die het beter hebben en die beter verdienen, die sociale woning te laten kopen. U organiseert op een automatische manier uw sociale mix binnen één kader. Het punt van de appartementen, dát zou u beter aanpassen. Nu is het zo dat een SHM die een appartementsgebouw heeft, geen mede-eigenaar kan zijn. Dan krijg je een sociale mix die totaal op flessen getrokken is.

Je had vijf blokken met sociale huur en één sociale koop. Een private ontwikkelaar moest dan een aparte bouwen. Dan ging men in één gebouw twee aparte ingangen creëren: één voor de sociale huurders en één voor de private. Dat is toch niet meer modern? We moeten toch sociale mobiliteit ontwikkelen?

Ik zal het been stijf houden. U moet niet denken dat ik dat ooit zal goedkeuren.

De voorzitter

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Mevrouw Valerie Taeldeman (CD&V)

Ik wil nog even in perspectief brengen hoe dat kooprecht destijds gegroeid is. Het kooprecht voor de huurder van een sociale woning werd destijds ingevoerd op initiatief van minister Keulen. Tot op dat moment hadden de huurders van een sociale huurwoning ook wel de mogelijkheid om de woning die ze bewoonden, aan te kopen, maar enkel als de sociale huisvestingsmaatschappij in kwestie daarmee akkoord ging.

De wijzigingen die werden aangebracht door minister Keulen, hielden in dat de sociale huisvestingsmaatschappij niet langer kon weigeren om de woning te verkopen als de zittende huurder dat wenste. Vóór die beslissing van minister Keulen was het dus een gunst van een sociale huisvestingsmaatschappij, en die gunst is een recht geworden.

Er waren heel strenge voorwaarden gekoppeld aan dat kooprecht. Het moest vijftien jaar sociaal woonpatrimonium blijven, er was een minimale bewoningstermijn van vijf jaar. Het klopt dat het kooprecht nooit een echt groot succes is geweest, maar dat is ook nooit de bedoeling geweest bij de totstandkoming ervan. Het was niet de intentie om op basis van de bepalingen een verkooppolitiek te voeren. Het kwam er enkel op neer de sociale huurders die een huurwoning wensten aan te kopen, het recht te geven om dat te doen.

Nu wil men terugkeren naar de situatie van vroeger, om opnieuw de beslissingen in handen te laten van de sociale huisvestingsmaatschappijen. Ik vind het een beetje vreemd dat men terug wil naar een situatie van vroeger. Persoonlijk betreur ik dat.

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Mevrouw Taeldeman heeft correct geschetst hoe deze maatregel tot stand is gekomen. De belangrijkste drijfveer was toen wel van financiële aard. De vraag was niet zozeer hoe we het best omgaan met onze SHM’s, onze huurwoningen en dergelijke meer. Men wou vooral zo veel mogelijk inkomsten genereren. Men had er ook veel meer resultaten van verwacht, voor alle duidelijkheid.

De SHM’s zijn vragende partij, maar ik stel vast dat commissieleden het geen belangrijk argument vinden om rekening te houden met wat de SHM’s in dezen vragen. Ik kan dat alleen maar vaststellen.

Als een maatschappij wil verkopen, is er nog altijd een voorkooprecht voor de zittende huurder, maar ik ga afstappen van het kooprecht van een huurder die te allen tijde – mits vijf jaar bewoning en dergelijke meer – kan zeggen dat hij genoeg middelen verzameld heeft en zijn sociale huurwoning wil kopen. Ik vind dat dat haaks staat op een sociaal beleid. Een sociale huurwoning dient voor iemand die nergens anders terechtkan, die niet op de private huurmarkt terechtkan.

De persoon in kwestie betaalt ook een marktconforme prijs van minstens 200.000 euro. Tegelijk neem je een sociale huurwoning weg van de markt. Dat is mijn drijfveer, samen met de zeer duidelijke vraag vanuit de maatschappijen zelf.

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

De heer Björn Anseeuw (N-VA)

Ik ben eigenlijk bijzonder verwonderd. Ik vond het goed dat collega Taeldeman een aantal dingen in perspectief wilde plaatsen. Ik zal dat ook nog eens doen. De reacties van collega’s Van Volcem en Coppé zijn eigenlijk een beetje op het belachelijke af. (Opmerkingen)

We hebben een maatregel die de sociale huisvestingsmaatschappijen voor een aantal praktische problemen stelt. Tegelijk stellen we vast dat die maatregel maar sporadisch wordt toegepast. We hebben het vandaag over honderd woningen in heel Vlaanderen. Daarmee gaan mijn twee collega’s dus de sociale mobiliteit en de sociale mix redden met een maatregel die over honderd woningen gaat, terwijl wij eenvoudigweg een aantal praktische problemen willen oplossen. De impact van die oplossing op de sociale mobiliteit en de sociale mix zal marginaal zijn, want huurwoningen zullen nog altijd gekocht kunnen worden, alleen zal de huisvestingsmaatschappij zelf meer regisseur zijn van het beleid dat ze mee vorm moet geven in de regio waar ze actief is.

Ik zie echt het probleem niet. Ik heb de indruk dat een aantal mensen hier spijkers op laag water willen zoeken, terwijl het enkel gaat om een praktische oplossing voor een praktisch probleem, waarvan de impact op de sociale mobiliteit en de sociale mix marginaal zal zijn. (Opmerkingen van mevrouw Mercedes Van Volcem en van mevrouw Griet Coppé)

Ik heb niet gezegd dat u belachelijk bent. Ik heb gezegd dat ik uw uitspraken belachelijk vind. Als ik mijn mening hier niet meer mag verkondigen, dan zijn we ver van huis.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.