U bent hier

Commissievergadering

donderdag 12 maart 2015, 10.00u

Voorzitter
van Caroline Bastiaens aan minister Sven Gatz
1417 (2014-2015)
De voorzitter

Mevrouw Bastiaens heeft het woord.

Mevrouw Caroline Bastiaens (CD&V)

Enkele weken geleden heeft de Vlaamse Regering een beslissing genomen in het kader van de regularisering van de gesubsidieerde contractuelen (gesco’s) die tewerkgesteld zijn bij de lokale besturen. Het statuut van de gesco’s is in de jaren tachtig ontstaan als een tewerkstellingsmaatregel, maar de laatste jaren werd dat steeds minder ingezet als activeringsmaatregel. Het werd een deel van de reguliere tewerkstelling. Dat was zo voor de lokale besturen, maar zeker ook voor de mensen die in een gescostatuut zijn tewerkgesteld in de jeugdsector en de socioculturele organisaties.

Het is een goede zaak dat de Vlaamse Regering beslist om dit te regulariseren. Alleen ontstaat er nu natuurlijk ongerustheid. Die is zeer groot in de jeugd- en de sociaal-culturele sectoren. Na advies van de Raad van State en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) is er voor de projectgesco’s voorlopig geen beslissing genomen. Het gaat om zeer veel mensen, ongeveer 2000 gesco’s ofwel 1450 voltijdsequivalenten (vte’s).

Minister, gezien de grote ongerustheid en omdat die mensen vaak ingeschakeld zijn in de reguliere werking van heel veel van die organisaties en hun werking dus afhankelijk is van die mensen, wil ik u hierover enkele vragen stellen. Wat zijn de uitgangspunten die u zult hanteren bij deze regularisatieprocedure? Wat is de timing om die procedure aan te pakken en tegen wanneer zal dat worden afgerond?

Wie zal dit dossier voorbereiden: de minister van Werk of u als functioneel bevoegde minister voor de betrokken sectoren Jeugd en Cultuur?

Zullen, aangezien dit een grote impact zal hebben, de sectorfederaties zoals de Federatie van Organisaties voor Volksontwikkelingswerk (FOV), Ambrassade, Uit de Marge, de Vereniging Vlaamse Cultuur- en gemeenschapscentra (VVC’s), Overleg Kunstenorganisaties (oKo) en anderen, hierbij worden betrokken zoals ook gebeurd is bij de regularisatieprocedure voor DAC’ers (derde arbeidscircuit)?

De heer Bart Caron (Groen)

Namens mijn fractie wil ik deze vraag om uitleg ten volle ondersteunen. Dit dossier kan indirect een groot effect hebben op een aantal jeugd- en culturele werkers op het terrein. Dit zijn systemen die via de gemeenten gaan en op die manier werken gedetacheerde mensen vanuit de gemeenten bijvoorbeeld in een jeugdhuis of een speelpleinwerking. Zo krijg je bizarre effecten op het terrein, die wellicht door de minister van Werk niet helemaal worden ingeschat. Minister, ik pleit ervoor dat u de kant kiest van uw bevoegdheidsdomeinen.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Minister, ik wil de bezorgdheid van mevrouw Bastiaens volmondig onderschrijven en steunen en kijk uit naar uw antwoord.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mevrouw Bastiaens, om een correct en duidelijk antwoord op uw vragen te kunnen geven, lijkt het mij alvast nuttig om de volgorde ervan even door elkaar te schudden, maar ik zal op alle vragen antwoorden.

De eerste en belangrijkste vraag is wie dit dossier zal voorbereiden. Het initiatief in en de coördinatie van dit dossier ligt bij de collega die bevoegd is voor Werk, minister Muyters. Dat is ook logisch aangezien een heel groot aantal verschillende beleidsdomeinen bij de regularisatie van de projectgesco’s betrokken zijn.

U spreekt in uw vraag over ongeveer 2000 werkkrachten of 1450 vte’s in jeugd- en sociaal-culturele organisaties. Dat klopt niet helemaal. U refereert aan de projectgesco’s die vallen onder het zogenaamde paritair comité 329.1. Maar daar vallen ook bijvoorbeeld de ruim 600 projectgesco’s onder die werkzaam zijn in organisaties die zich bezighouden met beroepsopleidingen. Een ander aanzienlijk deel is actief binnen organisaties inzake sport, toerisme, inburgering, thuiszorg, armoede, onderwijs of bij lokale organisaties.

Een eerste eigen berekening op basis van de RSZ-kwartaalaangiften uit 2014 en de meest recente cijfers daarvan, leert ons dat binnen mijn beleidsdomeinen ongeveer vierhonderd vte’s als projectgesco’s actief zijn in de door Vlaanderen erkende en gesubsidieerde organisaties voor Jeugd, Cultuur en Media. Dat is een feitelijk element. Het doet niets af aan de zwaarte van uw vraag. Het gaat nog altijd over veel mensen. De voorzitter, in zijn hoedanigheid van spreekbuis van zijn fractie, heeft er mij op gewezen dat het een niet onaanzienlijke ondersteuning is van mijn bevoegdheidsdomein op materieel vlak.

Aangezien minister Muyters de werkzaamheden rond dit dossier heeft opgestart, zal het ook zijn kabinet zijn, dat zal uitmaken in welke sectorfederaties in welke mate en op welk ogenblik bij dit dossier worden betrokken. Gezien de soms specifieke situatie van de projectgesco’s binnen Media, Jeugd en de sociaal-culturele sector, zullen de specifieke aandachtspunten met de actoren uit het werkveld uiteraard worden bekeken en besproken. Uw uitgangspunt vind ik dan ook volledig terecht. Alle stakeholders moeten, of het nu via mijn collega of via mezelf is, voldoende en regelmatig genoeg worden betrokken bij dit dossier.

Inzake de regularisatie van de projectgesco’s wordt zowel in de nota van 19 december 2014, die handelde over alle gesco’s, als in de nota van 27 februari 2015, die specifiek bedoeld was voor de gesco’s bij lokale besturen, herhaald wat er in het regeerakkoord staat, namelijk dat er in drie opties wordt voorzien: een regularisatie met overdracht van 95 procent van de middelen, het omschakelen naar het tijdelijk werkervaringsprogramma of het uitdoven door de huidige werknemers bij vertrek of pensionering niet te vervangen.

Wat de timing betreft, wordt er, gezien de complexiteit van het dossier en de vele beleidsdomeinen die dit raakt, veeleer gemikt op de middellange termijn. Volgende week wordt specifiek over dit onderwerp alvast wel in een samenkomst van de diverse kabinetten voorzien.

De voorzitter

Mevrouw Bastiaens heeft het woord.

Mevrouw Caroline Bastiaens (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik moet echter eerlijk zeggen dat mijn ongerustheid toch echt wel wat blijft.

U hebt volledig gelijk als u zegt dat minister Muyters bevoegd is. Misschien komt er inderdaad het best wat meer duidelijkheid over de cijfers, en dat gebeurt inderdaad ook het best samen met de sector. Het doet er eigenlijk niet toe over hoeveel mensen het gaat: in ieder geval heeft dit een grote impact op de sector. Ik wil u dus vragen om u echt wel te engageren in dit dossier.

U zegt dat het aan minister Muyters zal zijn om met de stakeholders te gaan praten en zo, maar gezien die grote ongerustheid en het feit dat er heel veel individuen betrokken zijn, maar ook het feit dat dit een heel grote impact kan hebben op de werking van heel veel organisaties, lijkt het me toch echt wel essentieel dat dit dossier van heel nabij wordt gevolgd. Na de besparingen zou dit immers ook wel eens een bijkomende impact kunnen hebben. Ik meen dat we zeer voorzichtig en zeer waakzaam moeten zijn wat dat betreft.

U zegt dat de sector zal worden betrokken. Ik veronderstel dat ook de sociale partners in dezen betrokken partij zullen zijn. In het bijzonder wil ik ook nog uw aandacht vragen voor de RSZ-problematiek. Ik weet dat daaraan de nodige aandacht is gegeven voor de lokale besturen, maar het lijkt me het best dat dit ook hier wel zou gebeuren. Mijn collega, mevrouw Rombouts, zal daar ook nog wel verder op ingaan.

Ik heb me nu enigszins toegespitst op de socioculturele sector, maar er is zeker ook de jeugdsector. Ik was er helaas zelf niet bij, maar de commissie is op bezoek geweest bij Uit De Marge. Deze problematiek zou ook een grote impact kunnen hebben op die jeugdwerkingen die werken samen met en voor kwetsbare kinderen en jongeren. Ook daarvoor wil ik dus extra aandacht vragen.

De heer Bart Caron (Groen)

Minister, er zijn verschillende soorten gesco’s. Je hebt die rechtstreekse gesco’s. Ik was zelf tot voor kort bestuurder van een kunstenhuis, waar al vele jaren drie gesco’s in de technische ploeg zijn tewerkgesteld en waarbij er sprake is van een verhoogde premietegemoetkoming. Dat betekent dat drie vierde van de loonkosten eigenlijk door de Vlaamse overheid werd gedragen, vanuit het vijftien jaar of zo geleden toegekende gescoproject. Stel u voor dat dit ineens wordt stopgezet: dat is een onoverbrugbare aderlating voor een organisatie. In die zin moeten we wel opletten. Ik denk dat er diverse paritaire comités zijn betrokken. Voor de socioculturele sector zijn dat vooral de paritaire comités 319 en 329, maar ook in de muziek- en de kunstensector zijn er toch ook aanwezig, denk ik.

De andere hoofdsoort, waarop ik vooral alludeerde, zijn diegenen die in het binnenlands bestuur zitten. Zo zijn er ook een heel pak. Zoals mevrouw Bastiaens aangaf, wil men ook de gesco’s van de gemeenten regulariseren. Op het terrein, in de werkelijkheid zijn er een aantal van die gesco’s die bijvoorbeeld de ondersteuning van lokaal jeugdwerk doen. Daar heb je dus een secundair spoor.

Dit is een zeer complexe materie. Ik wil vooral de oproep van mevrouw Bastiaens steunen. Men moet zeer aandachtig zijn. Je zou immers kunnen besluiten dat een algemene maatregel op zich oké is, maar de effecten in onze sectoren kunnen zeer ernstig en diepgaand zijn. Dit zijn immers heel vaak kleine personeelsploegen. Als je daar één persoon op drie of vier weghaalt, dan kan dat, los van de individuele loopbaan van die persoon, voor de organisatie zeer ingrijpend zijn. Ik ga akkoord met het principe van de regularisatie. We hebben dat de voorbije jaren ook gedaan met de DAC’ers. Dat is ook een lang en zeer moeizaam proces geweest, ook in de sportsector enzovoort. We moeten echter zeker attent zijn met betrekking tot onze sectoren.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

U doet, ongeacht de bevoegdheid van minister Muyters, absoluut terecht een appel op mijn engagement, dat ik ook zal honoreren, voor uw sector, mijn sector, onze sector. Ik heb dat trouwens ook gedaan toen er een aantal maanden geleden enige onduidelijkheid scheen te ontstaan over de RSZ-korting voor kunstenaars. Ik moet eerlijk zeggen dat mijn collega daar zeker niet onontvankelijk voor was. Dat soort contacten tussen leden van een regering zijn normaal. Dat vorige dossier hebben we in elk geval in goede orde kunnen oplossen. Ik ben me er ook van bewust dat de impact, ongeacht de cijfers, voor onze sector groot kan zijn.

Een deel van de oplossing zal wellicht het volgende zijn. In andere dossiers geeft het sociaal overleg een zeker spanningsveld ten opzichte van het primaat van de politiek, maar hier zijn de sociale partners de facto wel onze objectieve bondgenoten. Zij kunnen samen met ons bekijken hoe we dit op de beste manier kunnen regulariseren, zowel voor de betrokken personeelsleden als voor de sector.

De voorzitter

Mevrouw Bastiaens heeft het woord.

Mevrouw Caroline Bastiaens (CD&V)

Ik ben heel blij en ik kan me er enkel volmondig bij aansluiten dat de sociale partners en de sector op dit vlak, en ook op andere vlakken, onze bondgenoot zijn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.