U bent hier

Commissievergadering

donderdag 12 maart 2015, 10.00u

Voorzitter
van Katia Segers aan minister Sven Gatz
1370 (2014-2015)
De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, op 27 februari werd in de Verenigde Staten een belangrijke en baanbrekende beslissing genomen omtrent netneutraliteit, die ongetwijfeld een impact heeft op de rest van de wereld. De Federal Communications Commission (FCC) heeft beslist om voluit de kaart te trekken van een gelijkwaardige behandeling van alle dataverkeer op het internet. Voortaan zal de FCC overeenkomsten tussen internetproviders en internetbedrijven aan streng toezicht onderwerpen. Het wordt internetproviders verboden om tegen extra betaling een hogere gegarandeerde snelheid aan te bieden of internetverkeer te vertragen of te blokkeren.

Daarmee worden – en dat is verheugend voor ons – in de VS belangrijke stappen gezet om de principes van netneutraliteit in de toekomst te vrijwaren en wordt er paal en perk gesteld aan de opkomst van een internet met ‘slow’ verkeer voor de modale gebruiker en ‘fast lanes’ voor de gebruiker die dieper in de buidel kan tasten voor een snellere internetverbinding. De beslissing kwam er, mede door een opmerkelijk pleidooi van president Obama himself, niet geheel onverwacht, maar is daarom niet minder verrassend. Het besluit is immers bijzonder uitvoerig en verregaand. Het internet wordt vanaf nu geclassificeerd als een nutsvoorziening, als een publieke dienst, waardoor de FCC veel meer macht krijgt om zijn wil op te leggen aan de operatoren.

Vlaanderen en België kunnen volgens ons niet achterblijven op het vlak van netneutraliteit. Er moet dringend overleg worden gepleegd met de nodige federale en Europese instanties over een eigen regelgevend kader.

Sinds de indiening van mijn vraag om uitleg is de discussie op Europees niveau opnieuw zeer sterk opgelaaid. De aanleiding daarvoor was precies het omgekeerde van wat in de VS gebeurt, namelijk het afzwakken van de plannen die rond netneutraliteit op tafel lagen. Minister, bij de bespreking van uw beleidsnota in november gaf u aan dat het volgens u niet aangewezen was om, voorafgaand aan de uitkomst van het Europese debat, in Vlaanderen al specifieke regelgeving te ontwikkelen rond netneutraliteit, maar tegelijk stelde u dat Vlaanderen als betrokken partij wel zijn stem moet laten horen in dit debat. U zei dat u in het overleg met uw federale collega die stem zou vertolken.

Heeft het overleg met uw federale collega reeds plaatsgevonden? Zo neen, kunt u aangeven wanneer dat gepland is? Zo ja, wat was de uitkomst ervan? Welk standpunt zult u vanuit Vlaanderen bij de Europese Commissie vertolken op het vlak van netneutraliteit en het regelgevende kader daaromtrent?

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Ik sluit me aan bij wat collega Segers zegt. Als ik goed ben ingelicht, zijn er vorige week nog stellingen ingenomen door de Raad van Ministers op Europees niveau met betrekking tot netneutraliteit. Het principe zou wel min of meer standhouden, maar toch wil men internetproviders tot op zekere hoogte toelaten om een onderscheid te maken tussen verschillende types internetverkeer.

Wij als partij, maar ik denk ook de Vlaamse overheid, hebben altijd gesteld dat wij geen voorafname moeten doen op de Europese discussie. Ook het federale niveau moet dat niet doen. Maar nu het stilaan acuut wordt, minister, kunnen we u misschien opnieuw vragen wat de standpunten zijn die we daar tot nu toe hebben ingenomen. Wij hebben ook altijd gezegd dat het goed zou zijn dat Vlaanderen zo proactief mogelijk betrokken wordt bij die Europese discussie. Verloopt dat volgens u allemaal naar wens?

De voorzitter

De heer Bajart heeft het woord.

De heer Lionel Bajart (Open Vld)

Minister, het belang van netneutraliteit valt inderdaad moeilijk te onderschatten, maar toch wil ik even benadrukken dat de interpretatie van netneutraliteit in de Verenigde Staten door de FCC volgens mij maar een van de mogelijke interpretaties is. Bij die interpretatie kunnen ook belangrijke vragen gesteld worden, bijvoorbeeld over de bescherming van minderjarigen op het internet, maar ook over de incentives voor investeringen door die internetproviders. Men moet ervoor zorgen dat investeringen en innovatie niet ontmoedigd worden, zodat de kwaliteit voor de consument, wat toch het uiteindelijke doel is, kan blijven toenemen. In die zin zijn er wel vragen te stellen bij die Amerikaanse regelgeving.

Overhaaste regulering is weliswaar uit den boze, maar ik wil wel een oproep doen om constructief verder mee te werken aan het Europese debat en zeker geen Vlaamse voorafname te doen. In die zin kijk ik uit naar het antwoord van de minister.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Collega’s, ik zal eerst even de Vlaamse context van de discussie schetsen. Netneutraliteit is een concept dat dateert van ongeveer 2003. Er bestaat niet echt een standaarddefinitie van, maar het verwijst, positief omschreven, naar het principe dat alle internetverkeer op dezelfde manier moet worden behandeld, en, negatief omschreven, naar het verbod voor operatoren om bepaald types internetverkeer technisch of commercieel te differentiëren of te discrimineren ten opzichte van ander internetverkeer.

In mijn beleidsnota heb ik netneutraliteit omschreven als het concept waarbij gelijke toegang tot en gelijk gebruik van het internet wordt gegarandeerd. Vlaanderen is bevoegd voor audiovisuele mediadiensten en voor de transmissie ervan, ook wanneer dat gebeurt via breedbandnetwerken. Vlaanderen is bijgevolg bevoegd om netneutraliteit wettelijk te regelen voor audiovisuele mediadiensten.

De federale overheid is dan weer bevoegd om netneutraliteit wettelijk te regelen voor diensten van elektronische communicatie, audiovisuele mediadiensten uitgezonderd.

Maar netneutraliteit is niet nieuw. Op Europees niveau werd een eerste aanzet tot netneutraliteit al ingevoerd in 2009 door middel van een aanpassing van de richtlijn Universele Dienst van 7 maart 2002. Deze richtlijn, gewijzigd door de richtlijn 2009/136 van 25 november 2009, bevat een artikel 22 dat bepaalde voorwaarden oplegt aan operatoren wanneer een operator bepaalde beperkingen oplegt aan het vrij verkeer van internet.

Deze richtlijn werd op federaal niveau omgezet door middel van een wijziging aan de wet van 13 juni 2005 met betrekking tot de elektronische communicatie, meer bepaald artikel 113 van deze wet. In Vlaanderen is dit artikel van de richtlijn omgezet met het decreet van 13 juli 2012, dat een nieuw lid toevoegde aan artikel 191 van het Mediadecreet en dat luidt: “Teneinde een achteruitgang van de dienstverlening en een belemmering of vertraging van het verkeer over de netwerken te voorkomen, kan de Vlaamse Regulator voor de Media minimumvoorschriften inzake de kwaliteit van de diensten opleggen aan de aanbieders van elektronische communicatienetwerken. De Vlaamse Regulator voor de Media bezorgt de Europese Commissie ruime tijd voor de vaststelling van deze voorschriften een samenvatting van de redenen voor optreden, de geplande voorschriften en de voorgestelde aanpak. Deze informatie wordt ook aan BEREC ter beschikking gesteld. De Vlaamse Regulator voor de Media houdt zoveel mogelijk rekening met de opmerkingen en aanbevelingen van de Europese Commissie.” (BEREC: Body of European Regulators for Electronic Communications)

Ondertussen zijn we enkele jaren verder en heeft de Europese Commissie niet stilgezeten. De vorige Europese Commissie lanceerde op 11 september 2013 een communicatie over de eengemaakte telecommarkt, het zogenaamde voorstel-Kroes, genoemd naar de vorige commissaris. In dat pakket zat ook een voorstel van verordening tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief, eengemaakt Europees continent tot stand te brengen. Dat pakket is in de loop van 2014 voorwerp geweest van onderhandelingen en besprekingen tussen lidstaten in de Raad, en ook in het Europees Parlement, dat op 3 april 2014 zijn standpunt bepaalde in de commissie Industrie, Onderzoek en Energie (ITRE). Het Europees Parlement stelde daarbij een groot aantal amendementen voor op de ontwerptekst van de Europese Commissie. Onder het huidige Letse voorzitterschap werd verder onderhandeld tussen de lidstaten over dit pakket, wat leidde tot een voorstel waarin enkel bepalingen over netneutraliteit en roaming overbleven waarover de lidstaten een akkoord bereikten op 4 maart 2015, hetgeen wij ook allen in de pers hebben mogen lezen.

Dat voorstel is technisch gezien een mandaat dat als basis moet dienen voor de onderhandelingen van de lidstaten met het Europees Parlement, in aanwezigheid van de Commissie, de zogenaamde ‘trilogen’. U zult zich de berichtgeving in de media van vorige week hierover herinneren omdat er toen discussie was over de datum van het afschaffen van roamingkosten in een eengemaakte markt.

Ik kom stilaan bij uw vraag, maar het is toch altijd nuttig om de context wat te schetsen.

In de loop van de onderhandelingen tussen de lidstaten heeft Vlaanderen input kunnen geven via de administraties en de verschillende overlegorganen. Om te beginnen is het belangrijk om te weten dat de onderhandelingen over dit dossier plaatsvinden binnen de raadsformatie Telecom. Op basis van de afspraken in het samenwerkingsakkoord van 1992 wordt België in deze raadsformatie enkel vertegenwoordigd door een federale minister. Op dit moment is dit minister De Croo. Formeel gezien hebben de deelstaten, waaronder wij, dus geen eigen stem in de onderhandelingen op het Europese forum. Niet op het niveau van de ministers en niet op het niveau van de voorbereidende raadswerkgroepen.

Maar binnen de Belgische structuren zijn er natuurlijk mechanismen om de Vlaamse input mee te geven aan de federale minister. Het belangrijkste formele forum daarvoor zijn de zogenaamde DGE-vergaderingen (Directie-Generaal Europese Zaken en Coördinatie) bij de FOD Buitenlandse Zaken. Tijdens deze vergaderingen wordt het Belgische standpunt in de verschillende EU-dossiers formeel bepaald. Wanneer het over netneutraliteit gaat, kunnen vertegenwoordigers vanuit de bevoegde deelstaten mee overleggen over het Belgisch standpunt. De Belgische minister zal in de Raad enkel de standpunten verwoorden waarover een akkoord bestaat in de DGE. Daarnaast zijn er verschillende kanalen van tussentijds informeel overleg en informatie-uitwisseling zowel tussen administraties als binnen de Belgische Permanente Vertegenwoordiging bij de EU.

In het kader van de hierboven vermelde onderhandelingen en procedures heeft inderdaad overleg plaatsgevonden. Mijn administratie geeft via de hierboven beschreven geëigende kanalen input aan de federale onderhandelingsinstanties, uiteraard in samenspraak met mijn kabinet. Daarnaast heeft mijn kabinet rechtstreekse contacten gehad over dit dossier met het kabinet van mijn federale collega, bevoegd voor Telecommunicatie.

Het standpunt dat ingenomen wordt rond netneutraliteit is niet zwart-wit.

Algemeen is het zo dat het bedrijf Cisco in 2014 voorspelde dat tegen 2018 bijna 70 procent van alle mobiel dataverkeer video zal zijn. Telenet stelde dat bij de lancering van Netflix, 10 procent van het internetverkeer naar Netflix ging. Cisco is van oordeel dat tegen 2018 tot 90 procent van alle internetverkeer video of televisie zal zijn. Belgacom sloot ondertussen een deal met Netflix, maar beweert deze dienst niet anders te behandelen. Ik geef u deze feitelijke elementen en inschattingen mee.

Gelet op de convergentie tussen televisie en breedbandinternet, dient de Vlaamse bevoegdheid zeer goed opgevolgd en bewaakt te worden, ook al loopt deze video over internetnetwerken. De bewaking van de bevoegdheid is ingegeven vanuit een aantal redenen. Ten eerste vanuit het Vlaamse media-ecosysteem, waarbij het gaat om het belang van Vlaamse content en investeringen in Vlaamse content, lokale spelers en een level playing field tussen alle spelers. Ten tweede vanuit innovatie, te weten nieuwe mediatoepassingen door over-the-topcontent (OTT) en nieuwe investeringen. Ten derde vanuit pluralisme: het aanbod moet voldoende divers zijn en blijven.

Het Vlaamse standpunt inzake netneutraliteit is dus een economische, culturele en maatschappelijke beleidshefboom. Concreet: netneutraliteit is een fundamenteel principe dat moet worden verankerd. Mevrouw Segers en anderen, daarover zijn we het zeker eens. Dat betekent evenwel niet dat het tot extremen herleid mag worden, zowel in de ene als in een andere richting.

Consumenten moeten te allen tijde de keuze hebben om gebruik te maken van diverse audiovisuele diensten via internet waarvoor de consument ofwel bereid is te betalen – ik verwijs naar Stievie, Netflix of VoIP – ofwel diensten die op een andere wijze worden gefinancierd, bijvoorbeeld via advertenties zoals Youtube. Voldoende bandbreedte creëert een dynamiek van innovatie, nieuwe diensten en concurrentie. Dit neemt evenwel niet weg dat operatoren moeten kunnen blijven investeren in performante breedbandnetwerken en dat er ook een return on investment voor hen mogelijk moet blijven.

We moeten dus streven naar een aanpak rond netneutraliteit die een zekere flexibiliteit toelaat. Dat betekent dat het principe van netneutraliteit een fundamenteel basisprincipe is en blijft, maar dat bepaalde uitzonderingen en afwijkingen mogelijk zijn omwille van een limitatief aantal gegronde redenen, zoals het blokkeren van illegale sites, verkeerbeheer bij saturatie, filtering ter bescherming van minderjarigen.

Het huidige voorstel van Europese verordening gaat in die richting en het huidige Belgische standpunt sluit hierbij aan. Dat is het standpunt dat wij mee hebben gevormd. In Vlaanderen hebben we breedbandnetwerken die tot de beste ter wereld kunnen worden gerekend en die vandaag krachtig genoeg zijn om een veelheid aan diensten aan te kunnen door hun hoge capaciteit. Ik reken er ook op dat onze netwerkoperatoren hun investeringen in performante netwerken permanent zullen voortzetten, los van de outcome van de netneutraliteitsdiscussie. Het is immers ook in hun eigen belang om de eindklant de beste dienst met een maximale kwaliteit te garanderen.

Concluderend wil ik stellen dat de Vlaamse positie inzake netneutraliteit aansluit bij het federale standpunt, namelijk dat deze problematiek niet zwart-wit voor te stellen is. Maar het zal nu vooral afwachten zijn wat het specifieke standpunt van het Europees Parlement wordt en hoe de discussies zullen evolueren in de komende weken en maanden. Ik zal jullie hiervan met plezier op de hoogte houden, maar ik denk dat ik in grote mate aan uw bekommernissen tegemoet ben gekomen omdat ze ook de mijne zijn.

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister, ik ben blij te horen dat er al overleg is geweest. Ik sluit me ook graag aan bij de zeer genuanceerde benadering, maar op enkele punten verschillen we van mening.

Inzake netneutraliteit is een bit geen bit, dat besef ik heel goed. Ik heb oren naar wat de  telecombedrijven zeggen. Ze zeggen dat diensten als Netflix niet veel zwaarder meer zijn om hun diensten op een degelijke snelheid door te geven dan bijvoorbeeld livestreaming. Dat technisch aspect begrijp ik heel goed: het idee van wij bouwen de snelwegen en anderen surfen er dan gratis over.

Als in Amerika wordt gezegd dat telecom een dienst is, dan is de gelijke toegang voor de gebruiker van essentieel belang. We moeten absoluut vermijden dat die telecomoperatoren excessieve tolwegen kunnen installeren, want dat is niet goed voor de gebruiker. Voor de gebruiker is het belangrijk dat er geen fast en slow lanes zijn en dus geen tolwegen komen. Het is ook niet goed voor bedrijven.

Vorige week las ik in Trends over de uitgeweken Antwerpenaar Dries Buytaert, medeoprichter van Acquia, een van de meest beloftevolle techniekbedrijven in de Verenigde Staten. Hij is heel tevreden met de beslissing in Amerika dat de operatoren verkeerde diensten en toestellen niet langer kunnen weigeren op hun netwerk, want zo riskeer je dat innovatieve bedrijven worden geweerd en dat ze op de slow lane terechtkomen. Zo belemmer je innovatie.

We moeten dringend beginnen aan het wettelijk kader, want in Nederland zijn er al inbreuken. Daar worden applicaties als WhatsApp en Skype, die rechtstreekse concurrentie zijn voor de providers van telefonie en internet, soms geblokkeerd of vertraagd. Dat moeten we te allen prijze vermijden.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Op dit ogenblik is artikel 191 van het Mediadecreet sterk genoeg om als wettelijke basis te dienen. De evolutie in de Verenigde Staten is deze keer een goede evolutie. Dat is niet altijd zo.

De gesprekken op het Vlaamse, het federale en het Europese niveau evolueren in de goede richting. In het evenwicht dat er nu is tussen een goede wettelijke bescherming voor de netneutraliteit en het belang dat de providers hebben om maximale of zelfs volledige klanttevredenheid te garanderen, geeft aan dat deze problematiek in de goede richting gaat. Mocht dat niet zo zijn, dan ben ik er zeker van, dat er in de eerste plaats op Europees niveau, en ook op Vlaams en Belgisch niveau bijkomende maatregelen moeten worden genomen. Op dit ogenblik staan de sterren gunstig en we moeten zien dat dat zo blijft, maar het kan snel veranderen.

We hebben er allemaal belang bij om het dossier van heel nabij te volgen.

De voorzitter

Daar sluit ik me graag bij aan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.