U bent hier

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Voorzitter, minister, in antwoord op enkele schriftelijke vragen bleek dat er steeds meer woningen onbewoonbaar of ongeschikt verklaard worden. In 2014 ging het om 3340 woningen. U hebt in de pers gereageerd dat de reden daarvoor is dat er steeds meer inspecties worden gedaan waardoor er meer woningen ongeschikt en onbewoonbaar worden verklaard. Op zich is dat heel positief. Het is positief om bewoners te beschermen en de kwaliteit van woningen in Vlaanderen te verhogen.

Het probleem is dat wanneer een woning onbewoonbaar wordt verklaard, die mensen geherhuisvest moeten worden. Die herhuisvesting is nog steeds een van de knelpunten in het Vlaamse woonbeleid. Ze hebben voorrang bij de toewijzing van een sociale huurwoning, maar de wachtlijsten zijn lang. In afwachting worden ze doorverwezen naar een transit- of noodwoning. De bedoeling is dat die mensen daar drie tot zes maanden verblijven. De praktijk leert echter dat het veel langer is.

Steden en gemeenten weten niet altijd wat ze daarmee moeten doen. Ik heb gehoord dat steden beslissen om geen noodwoningen meer te bouwen of niet meer te geven aan die mensen. Andere steden stellen het onbewoonbaar verklaren uit omdat ze geen andere opvang kunnen bieden.

In uw beleidsnota staat dat in 2011 een proefproject is opgestart om de kosten van herhuisvesting bij de eigenaar van de slechte woning terug te vorderen. U zult dit evalueren. Dat is een goede maatregel.

Erkent u het knelpunt dat zich voordoet met de nood- en transitwoningen? Wanneer vindt de aangekondigde evaluatie plaats? Wilt u dit project voortzetten of uitbreiden? Wilt u nog andere initiatieven nemen om gemeenten en steden te helpen in hun poging om de gedupeerden te helpen?

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Mevrouw Valerie Taeldeman (CD&V)

Voorzitter, minister, ik sluit me graag aan bij deze interessante vraag om uitleg. Ik wijs nog eens uitdrukkelijk op de kern van het probleem, namelijk de hoge aantallen ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen. In 2014 ging het om 3300 woningen die na inspectie ongeschikt of onbewoonbaar werden verklaard.

Ik wil niet vooruitlopen op de gedachtewisseling die we hier zullen hebben met de mensen van het Steunpunt Wonen over de resultaten van het Grote Woononderzoek, maar de grootste kwaliteitsproblemen blijken zich te situeren op de private huurmarkt. Beleidsmatig zijn er al verschillende initiatieven genomen om de woonkwaliteit in de huurwoningen op te waarderen. Ik denk aan het premiebeleid voor dakisolatie of de mogelijkheid tot het verkrijgen van een renovatiepremie voor verhuur via een sociaal verhuurkantoor. We moeten jammer genoeg vaststellen dat na zoveel jaar Vlaamse Wooncode en woonkwaliteitsbeleid er nog geen wezenlijke doorbraak is op vlak van renovatie op de private huurmarkt. De cijfers spreken voor zich. Er is in vele woningen nood aan bepaalde ingrepen, zowel kleine als omvangrijke. Dat is de kern van het probleem.

Er is een heel divers beleid op het vlak van nood- en transitwoningen bij OCMW’s en lokale besturen. Elk lokaal bestuur doet zijn best om een aantal van dergelijke woningen aan te bieden, niet enkel ter vervanging van woningen die ongeschikt of onbewoonbaar zijn verklaard maar ook na een brand enzovoort. De kern van het probleem zit bij de kwaliteit van de woningmarkt.

Is voor een tijdelijk verblijf in een nood- of transitwoning de huurwetgeving van toepassing?

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, mevrouw Taeldeman, ik vind het goed dat er tegenwoordig zoveel woningen ongeschikt of onbewoonbaar worden verklaard omdat de eigenaar dan wordt verplicht om iets aan de woonkwaliteit te doen. Ik ben het met u eens dat er in bepaalde steden en gemeenten echt wel iets mis is met de kwaliteit van de woningen. Door woningen ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, wordt er wel degelijk op gelet en nemen lokale besturen hun bevoegdheid ter zake ter harte. Nadien verbeteren ze ook zaken aan de kwaliteit van de woning. Het is een dubbel verhaal.

Gelet op het feit dat de meeste lokale besturen daar zeer goed mee omgaan en heel kort op de bal spelen, moet er in de meeste gevallen niet tot herhuisvesting worden overgegaan. De lokale besturen volgen dit goed op zodat de eigenaar de nodige werken uitvoert om conform de regelgeving te zijn. Ik wil daarmee niet zeggen dat dit voor elke woning geldt, maar het is wel een tendens die we de laatste jaren waarnemen.

Dit instrument moet blijvend worden ingezet. Dat is niet alleen onze bevoegdheid, maar vooral die van de lokale besturen. De burgemeester is expliciet en exclusief bevoegd voor de herhuisvesting. De Vlaamse overheid heeft zich daar niet mee te moeien. Mijn ervaring leert me dat de lokale besturen het goed doen en dit ter harte nemen.

Wat doen wij? In de Vlaamse Wooncode is opgenomen dat er voorrang is bij toewijzing van sociale huurwoningen. Dat is een goede zaak. Er is ook een tegemoetkoming in de huurprijs van de private huurwoning tot een jaar na de herhuisvesting. Tot slot doen we nog iets inzake het recupereren van de kosten van de herhuisvesting bij de huiseigenaar. Ik kom daar straks op terug bij de evaluatie van het proefproject.

Wat gebeurt er op het lokale vlak? De onbewoonbaar- en ongeschiktverklaring worden er goed opgevolgd. Er wordt ook voorzien in transit- en noodwoningen. Er worden ook samenwerkingsovereenkomsten afgesloten met sociale woonactoren, zoals sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren en met het OCMW. Er worden ook woonbegeleiders aangesteld en er is dienstverlening via woonwinkels. Dat is ook een goede zaak.

Ik ben er nog altijd een grote voorstander van om het systeem van sociaal beheer beter bekend te maken bij de lokale besturen. In het kader van de herhuisvesting kan dat een instrument zijn. Ik heb dat systeem al uitgelegd en het is hier voor iedereen duidelijk. Onbekend is onbemind. De meeste lokale besturen kennen het systeem echter niet dat ze zouden kunnen gebruiken.

In de werkgroep Wonen hebben we in het kader van de paritaire commissie en het overhevelen van bevoegdheden van Binnenlands Bestuur naar gemeenten, een consensus bereikt over de leegstandsheffing. Dat zal een exclusieve bevoegdheid worden van de lokale besturen. Dat is goed in de strijd tegen slechte woonkwaliteit. Ook het leegstandsregister zal volledig in handen komen van de lokale besturen.

U vraagt of ik bereid ben om financiële steun te geven. Dit is in eerste instantie een bevoegdheid van de lokale besturen. Ze hebben die ook altijd opgenomen. In het verleden is er ook nooit geld ingeschreven expliciet voor transit- of noodwoningen vanuit de Vlaamse overheid. Natuurlijk wordt vanuit het budget Welzijn geld gegeven aan de lokale besturen. Dat kan worden aangewend om bijvoorbeeld transit- en noodwoningen te verwerven. Het gebeurt dat middelen van het Stedenfonds ook worden aangewend om net die projecten te financieren.

Als ik zeg dat er nooit rechtstreeks geld naar is gegaan, dan bedoel ik expliciet vanuit de bevoegdheid Wonen. Er zijn natuurlijk heel veel geldstromen vanuit de Vlaamse overheid, via Integratie, en vanuit de federale overheid. Er is dus geen expliciete geldstroom vanuit de bevoegdheid Wonen maar wel vanuit diverse Vlaamse bevoegdheden.

Ik wil vooraf zeggen dat de gemeente altijd de kosten kan terugvorderen bij de eigenaar. Het pilootproject was een project om na te gaan of het nuttig was dat de Vlaamse overheid eerst de kosten zou voorschieten, om dan de noodzakelijke werken en de herhuisvesting te kunnen doen, waarna de gemeente het geld kan terugvorderen van de eigenaar. Het proefproject onderzocht of het nodig was dat de Vlaamse overheid via het Herstelfonds dit geld zou voorschieten aan de lokale besturen.

Er waren een aantal samenwerkingsovereenkomsten met lokale besturen afgesloten. Het ging om achttien gemeenten, wat volgens mij heel weinig is. Die overeenkomsten liepen af op 31 december 2014. Het project werd in het verleden al twee keer verlengd. Omdat er maar achttien gemeenten deelnamen, lijkt het mij niet wenselijk om dit project nog eens voor een derde keer te verlengen.

Mevrouw Taeldeman, u vroeg of de huurwetgeving ook van toepassing is op mensen die in een nood- of transitwoning wonen. Ik moet u het antwoord schuldig blijven, maar ik zal het u laten weten.

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik wil beginnen met een nuance. U zegt dat het de verantwoordelijkheid van de burgemeester is en dat de lokale besturen het heel goed doen. Ik volg, in die zin dat ik denk dat ze het heel goed willen doen, maar ik heb toch net van de lokale besturen het signaal gekregen dat er problemen zijn. Net zoals mevrouw Taeldeman zegt, is het maar een deel van een breder probleem. Het zijn die mensen die hulp vragen om de gedupeerden beter en sneller een plaats te kunnen geven als hun huis niet meer voldoet.

U hebt zelf gesproken over de compensatie die de huurders krijgen tot een jaar na de herhuisvesting. Het gaat over de huursubsidies. Groen vindt dat die huursubsidies aan erg strenge voorwaarden zijn gekoppeld. Ik wil ook pleiten voor een uitbreiding van die compensatie. Het zijn deels dezelfde voorwaarden als voor de huurpremie. We gaan het debat niet opnieuw voeren, maar ik denk dat heel wat mensen gebaat zouden zijn met een uitbreiding van de criteria voor die compensatie.

U zegt dat er zich maar achttien gemeenten hebben ingeschreven in het project om het geld via het Herstelfonds voor te schieten. Begrijp ik goed dat elke gemeente en elke stad kon inschrijven en dat er maar achttien dat deden? (Instemming van minister Liesbeth Homans)

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Moerenhout, ik denk dat we dezelfde bekommernis hebben. De lokale besturen doen al veel, maar het kan inderdaad dat het niet in elke gemeente van een leien dakje loopt. U hebt er blijkbaar signalen over gekregen. Het is natuurlijk ook wel aan de lokale besturen om bepaalde beleidskeuzes te maken en bepaalde verantwoordelijkheden ook zelf op te nemen. Ik heb toch de indruk dat het bij de meeste lokale besturen wel goed verloopt en dat ze ook wel inzien dat ze een deel van hun budget moeten aanwenden om aan die problematiek tegemoet te komen. Als men als lokaal bestuur verzaakt aan deze verantwoordelijkheid, dan is het heel gemakkelijk om bij de hogere overheid aan te kloppen en te zeggen dat men geen middelen heeft. Ik heb u gezegd dat er vanuit de Vlaamse overheid verschillende geldstromen zijn om specifiek daarop in te zetten. Ze moeten dus die middelen ook daarvoor aanwenden.

De Vlaamse overheid en het bevoegdheidsdomein Wonen geven die mensen toch wel absolute voorrang bij het verkrijgen van een sociale woning. Dat wil zeggen dat ze de wachtlijst compleet kunnen omzeilen en vooraan komen te staan. Ik vind het een heel belangrijke maatregel die in het verleden is ingevoerd en die ik ter harte zal blijven nemen. Ik heb absoluut niet de intentie om die te schrappen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

van Michèle Hostekint aan minister Liesbeth Homans
1181 (2014-2015)
van Michèle Hostekint aan minister Liesbeth Homans
1309 (2014-2015)

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.