U bent hier

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Christine Van Broeckhoven en Bart De Strooper komen aan het woord in een artikel in De Morgen van 24 februari, met als titel ‘Alzheimer dreigt te worden vergeten’. De positieve formulering luidde dat er dringend meer middelen moesten gaan naar alzheimeronderzoek.

Er is immers een rapport geweest van het dementieforum van de organisatie ‘World Innovation Summit for Health’ (WISH). Dat is een internationale organisatie die innovatie en onderzoek naar dementie opvolgt. Uit het rapport blijkt dat het onderzoek en de investeringen terugvallen. Zo werd vastgesteld dat in vijf jaar tijd het aantal onderzoeksprogramma’s van grote farmabedrijven gehalveerd werd. Dat heeft ontegensprekelijk effect op de onderzoekscapaciteit, maar ook op het resultaat dat we ervan kunnen verwachten.

Het hardnekkige karakter, het uitblijven van doorbraken op het vlak van genezing of van preventie van de ziekte worden aangehaald als reden, maar ook, en daar moeten we toch ethische vragen bij stellen, het feit dat we te maken hebben met monddode patiënten. Een alzheimerpatiënt zal per definitie niet gaan betogen. Ik vergelijking dit graag met Onderwijs, daar heeft men ooit gezegd: “stenen betogen niet, onderwijzers wel”. Er zijn mensen die capabel zijn om te betogen, maar per definitie kunnen alzheimerpatiënten moeilijker van zich laten horen. Ook gelatenheid bij het publiek wordt als reden aangehaald. Dit staat in het rapport, ik laat het voor hun rekening, maar als het klopt, dan is het bijzonder problematisch dat onderzoeksmiddelen op die basis worden toegewezen.

Experten pleiten voor een actief overheidsbeleid ter zake. Uiteraard kunnen we niet ontkennen dat er Vlaams geld naar dementieonderzoek gaat. Het budget, zo konden we noteren tijdens een reactie van de minister, ging van 2 miljoen euro in 2010 tot 8,5 miljoen euro in 2014. Vorige legislatuur werd er dus absoluut een tandje bij gestoken, maar men moet dus blijkbaar telkens opnieuw overtuigd worden van het belang van dit onderzoek.

Er lijden letterlijk miljoenen mensen aan deze ziekte. Ook in Vlaanderen zijn er veel patiënten en we hebben hier toponderzoekers die ermee bezig zijn. Jammer genoeg is er een link tussen de vergrijzing en dementie. Het aantal demente bejaarden zal tegen 2050 verdrievoudigen. Het is dan ook billijk dat deze ziekte een navenante plaats inneemt in ons onderzoek.

Minister, hoe reageert u op de kritiek van mevrouw Van Broeckhoven en de heer De Strooper? Hoe denkt u het alzheimeronderzoek nog beter en meer structureel te ondersteunen, gegeven de epidemische verspreiding, de verdrievoudiging tegen 2050? Acht u bijkomende maatregelen of initiatieven aangewezen?

Mevrouw Maes heeft het woord.

Mevrouw Lieve Maes (N-VA)

Voorzitter, het was natuurlijk een beetje onverwacht dat in diezelfde week, namelijk twee dagen eerder, te lezen viel dat er baanbrekend onderzoek was gedaan aan de universiteit van Cambridge. Dit neemt natuurlijk niet weg dat het belangrijk blijft dat er onderzoek wordt gedaan naar de ziekte.

Volgens ons wordt er toch al een aanzienlijk bedrag aan besteed. Het ligt in lijn met wat Nederland doet. Er wordt soms gezegd dat Nederland 36 miljoen euro aan onderzoek besteedt, maar dat is een bedrag dat wordt gespreid over vier jaar. Eigenlijk is de grootteorde dus min of meer dezelfde als bij ons. Ik wilde dit toch even relativeren.

Ik heb een paar bijkomende vragen. In het rapport van WISH worden een aantal aanbevelingen voor overheden geformuleerd. Hebt u al de tijd gehad om te bekijken of er iets nuttig bij zit dat wij kunnen toepassen?

Evalueert u of de middelen die vanuit Vlaanderen worden besteed, op de meest optimale manier worden ingezet?

Zult u het aspect van de apathie met uw collega van Welzijn bespreken?

Minister Muyters heeft het woord.

Voorzitter, mijnheer Van Malderen, het strategisch basisonderzoek wordt bottom-up gefinancierd, ik denk dat u dat weet. Het wil zeggen dat we geen thematische financiering hebben.

Als ik de cijfers erbij neem van de FWO-projecten en -mandaten (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen) van de afgelopen vijf jaar rond dementie en de ziekte van Alzheimer, dan zie ik geen achteruitgang, maar een heel grote stijging in publieke financiering van dit onderzoek. In 2013 werden drie FWO-mandaten toegekend aan onderzoekers die zich specifiek richtten op de ziekte van Alzheimer. In 2010 was er één en in 2012 geen enkel.

Er is ook IWT-steun (Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie), want natuurlijk gaat niet alles op dezelfde manier naar bepaalde onderzoekers, het onderzoek gebeurt soms wat breder. Wat die IWT-steun betreft, kan ik alleen maar vaststellen dat we in het afgelopen jaar rond dementie, dat is ruimer dan alzheimer, meer dan 6 miljoen euro projectsteun hebben verleend via onder andere een onderzoeks- en ontwikkelingsproject voor ADx NeuroSciences, een aantal SBO-projecten (Strategisch Basisonderzoek) en verschillende Baekeland-mandaten, onder meer bij icoMetrix en Janssen Pharmaceutica. Deze middelen gaan dus niet rechtstreeks naar het onderzoek van de betrokken professoren, maar naar bedrijven.

Bovendien werd vorig jaar 5 miljoen euro vanuit het IWT geïnvesteerd in het VIND-project, dat staat voor Vlaamse Impulsfinanciering voor Netwerken voor Dementie-onderzoek. Het is een subsidie aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen. Ik denk dat dit een duidelijk teken is dat we met de Vlaamse overheid, natuurlijk binnen de mogelijkheden en de kanalen die vandaag bestaan, maximaal proberen in te spelen op het dementieonderzoek.

De apathie vind ik wat raar. Niemand ontkent dat dementie een maatschappelijk groot probleem is. U zei het ook al dat tegen 2050 het aantal 60-plussers wereldwijd meer dan verdubbelt. Het kan niet anders dan dat ook het aantal mensen dat de ziekte van Alzheimer krijgt, sterk zal stijgen.

We mogen niet alles economisch bekijken, maar de kosten die maatschappelijk verbonden zijn aan het verzorgen van patiënten met dementie, bedragen in Europa rond de 130 miljard euro per jaar. We zien ook dat de mortaliteit van de ziekte van Alzheimer alleen maar stijgt, terwijl die van andere ziekten, waaronder kanker, de laatste jaren is afgenomen.

Dit alleen al is genoeg om te stellen dat dementie een van de belangrijkste medische en maatschappelijke uitdagingen voor onze samenleving is. Als er al apathie zou zijn bij de brede bevolking, wat ik niet direct kan onderschrijven, kan ik u geruststellen dat wij er ons ten volle van bewust zijn. En ‘wij’ slaat op de minister van Welzijn en ikzelf. De aanbevelingen uit het memorandum van de stuurgroep ‘Jaar van het Brein’, die vorig jaar actief was, willen we vertalen in een gezamenlijk actieplan. Minister Vandeurzen en ik werken niet apart, maar samen. Binnen Welzijn bestaan er al talrijke initiatieven voor de zorg voor dementerenden. In ons gezamenlijk actieplan, dat ondergebracht zal worden binnen Flanders’ Care, zal er specifieke aandacht zijn voor aandoeningen van het brein, waaronder uiteraard dementie, en voor het wetenschappelijk onderzoek dat hierrond gebeurt of moet gebeuren.

We moeten ons ook realiseren dat we een dergelijk grote maatschappelijke uitdaging niet alleen kunnen tackelen. We moeten bescheiden genoeg zijn om dat te beseffen. We proberen daarom vanuit Vlaanderen ook in te spelen op mogelijkheden voor gezamenlijke Europese onderzoeksprojecten. Zo is Vlaanderen via het FWO actief betrokken bij het gezamenlijk geprogrammeerd Europees initiatief ‘Joint Programme on Neurodegenerative Disease Research (JPND)’.

Ook nemen het FWO en het IWT deel aan verschillende ERA-netten (European Research Area) binnen Horizon 2020. Op die manier stellen we een deel van onze onderzoeksfinanciering ter beschikking van Vlaamse onderzoekers die in een internationaal consortium aan een onderzoeksproject kunnen werken dat gefocust is op een internationaal geprioriteerd onderwerp.

De selectie van de projecten gebeurt bovendien door internationale experts waarbij excellentie wordt beloond.

Mijnheer Van Malderen, mevrouw Maes, ik denk dat ik hiermee aantoon dat we de aanbevelingen uit de rapporten ernstig nemen, ook het rapport waarnaar de onderzoekers verwezen. We proberen om waar mogelijk de aanbevelingen uit dit rapport en uit andere internationale rapporten te vertalen naar de Vlaamse beleidscontext. Ik ben er zeker van dat ook het actieplan dat ik samen met minister Vandeurzen opstel, extra impulsen kan geven.

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, ik ben blij met uw enthousiasme. Dat lijkt me ook de enige manier om dergelijke kwesties aan te pakken.

Ik heb nog een paar opmerkingen. U zegt terecht dat in het fundamenteel onderzoek, en jammer genoeg zitten we nog vaak in die fase van onderzoek als het om deze ziekte gaat, bottom-up wordt gewerkt. We stellen ons daarbij natuurlijk de vraag naar de invullingsgraad. Het is ook een kwestie van middelen. Het lijkt me logisch dat het FWO ook in de toekomst excellentie als voorwaarde blijft vooropstellen, maar die excellentie wordt natuurlijk geplaatst en bijgevolg ook deels gehypothekeerd, door het budget dat er tegenover staat. Zo ontstaat concurrentie tussen projecten die allemaal excellent zijn, maar waarbij een soort Pilatusoordeel moet worden gemaakt. Ik zou het niet graag doen.

U mag dus meteen ook noteren dat ik er in algemene zin voor pleit om voor het fundamenteel onderzoek voldoende middelen te verschuiven. De timing is niet onschuldig, we staan voor de begrotingscontrole en we weten dat er heel wat bijkomende middelen bespaard zullen moeten worden. Ik hoop dat – om in de sfeer te blijven – deze lijn niet vergeten wordt om middelen naartoe te schuiven.

Met betrekking tot het meer toegepaste onderzoek heb ik nog twee opmerkingen. Het artikel had in grote mate betrekking op het terugtreden, niet van de overheid, maar van de farmabedrijven. Het lijkt erop dat we dit wel kunnen stimuleren, maar dat we vanuit de overheid ook rekening moeten houden en blijven houden dat het niet halen van positieve onderzoeksresultaten, ook een relevant onderzoekresultaat kan zijn. Heel vaak werd al aangekondigd dat we aan de rand van een doorbraak staan, dat we er bijna zijn, dat we een goede test hebben. Bij verder klinisch onderzoek blijkt dan dat we er nog niet zijn. Ik kan me voorstellen dat dit soort ontgoochelende ervaringen aanleiding geeft tot het kritisch bekijken ervan. In dezen is er geen excuus om dit te doen. Het is logisch dat in toegepast onderzoek wordt gewerkt aan resultaten, maar het niet behalen van een target op wetenschappelijk correcte gronden, is evenzeer een relevant onderzoeksresultaat. De mensen die het beoordelen, moeten het evengoed blijven meenemen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.