U bent hier

Commissievergadering

donderdag 26 februari 2015, 14.00u

Voorzitter
van Jos De Meyer aan minister Ben Weyts
1096 (2014-2015)
De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, ik ben blij dat ik nog eens in de commissie Openbare Werken ben, want het is een tijdje geleden. Collega’s, minister, zoals de meeste Vlaamse parlementsleden probeer ik, deze legislatuur als niet-lid van de Commissie voor Openbare Werken en Mobiliteit, toch een aantal dossiers van openbare werken in mijn regio te volgen. Ik heb na de begrotingsbesprekingen alle documenten van Openbare Werken nog eens grondig bekeken. Bij de begrotingsbesprekingen hebben we immers onze handen vol met het bekijken van de documenten van de eigen commissie. Voor mij waren er een aantal merkwaardige vaststellingen bij het programma van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV).

Minister, u hebt een jaarprogramma 2015 overgemaakt aan de leden van de commissie Openbare Werken van het Vlaams Parlement. Nochtans is het sinds jaar en dag, sinds halfweg de jaren 90 meen ik me te herinneren, de gewoonte om een driejarenprogramma voor te leggen, met de bedoeling een visie op langere termijn te kunnen aantonen. Van de gemeenten wordt trouwens verwacht dat ze dat doen voor zes jaar.

Ik begrijp de zinsnede in de begeleidende nota helemaal niet dat u ernaar streeft om vanaf 2016 investeringsprogramma’s te kunnen opstellen op basis van objectiveerbare programma’s. Een twintig jaar geleden heeft AWV immers objectiveerbare criteria opgesteld om de noodzaak van de verschillende projecten te beoordelen en aldus prioriteiten op te stellen. Bijvoorbeeld, voor het bepalen van de prioriteitenlijst van de kruispunten voor de actie ‘wegwerken gevaarlijke punten en wegvakken in Vlaanderen’ van de Vlaamse Regering, die sinds begin de jaren 2000 loopt en nu nagenoeg voltooid is, werd een formule gebruikt waarin de cijfers van doden en zwaar- en lichtgewonden werden ingebracht die de laatste vijf jaar gevallen waren op het bewuste kruispunt. Bij mijn weten werden deze criteria tot vorig jaar nog steeds aangewend om programma’s op te stellen.

Minister, collega’s, ik heb het programma 2015 vergeleken met het programma 2015 uit het verleden jaar door minister Crevits goedgekeurde driejarenprogramma 2014-2016. Daarin valt al onmiddellijk op dat de kredieten gevoelig verminderd zijn, namelijk voor heel AWV van 383 miljoen euro naar 335 miljoen euro. Als iedereen moet besparen, dan ook Openbare Werken, dan ook AWV.

Maar voor de verschillende provincies zijn er voor mij toch wel een aantal merkwaardigheden. Voor Antwerpen wordt er 16,4 miljoen euro bespaard, voor Limburg wordt er 6,3 miljoen euro bespaard, voor Oost-Vlaanderen 9,7 miljoen euro en voor West-Vlaanderen 13,4 miljoen euro. Maar voor Vlaams-Brabant is er een verhoging van 4,5 miljoen euro.

Om tot de verminderde totaalcijfers te komen, werden voornamelijk projecten van structureel onderhoud en specifieke projecten die een wat langer traject moeten doorlopen, doorgeschoven naar volgende jaren.

Minister, u begrijpt dat ik op basis van deze vaststellingen toch een beetje op mijn honger blijf zitten en een aantal vragen heb. Bent u van plan om in de toekomst opnieuw een driejarenprogramma voor te leggen, zodat uw visie op langere termijn duidelijk wordt? Bent u van plan om andere parameters te hanteren dan de objectiveerbare criteria die in het verleden werden opgesteld en gehanteerd? Zo ja, welke? Hoe is de vermeerdering van de kredieten voor Vlaams-Brabant te verklaren ten aanzien van de gevoelige vermindering van de kredieten voor alle andere Vlaamse provincies? Is het een verstandige keuze om voornamelijk projecten van structureel onderhoud en speciale projecten die een wat langer traject moeten doorlopen, door te schuiven naar volgende jaren? Dat kan, maar ik heb graag hiervoor de motivatie.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, collega De Meyer, we zijn natuurlijk enorm verheugd om u hier weer in ons midden aan te treffen. Het sluit aan bij de toch wel mooie traditie uit het verleden.

Maar ik moet er onmiddellijk bij zeggen dat het een beetje jammer is dat u de interne nood om hier in ons midden aanwezig te zijn, niet iets vroeger hebt gevoeld, want dan had u aanwezig kunnen zijn bij de besprekingen die we hier in de commissie uitgebreid hebben gevoerd over de beleidsnota en de missing links. We hebben daarover een uitgebreid debat gehad met de minister en de heer Roelants, waarbij de verduidelijking en de argumentatie zijn gegeven waarom er nu is gekozen om alleen maar het voorlopig investeringsbudget 2015 bekend te maken. Ik denk dat dat ook heel begrijpelijk is en dat er een goede verklaring voor gegeven is.

De bezorgdheid op zich is begrijpelijk. Ik kan me perfect inbeelden dat men vanuit het parlement met zeer veel aandacht en zeer gedetailleerd al die investeringsbudgetten opvolgt, zeker vanuit de lokale context. Ik sluit me dus aan bij de vraag aan de minister hoe ver het staat met de evaluatie en de prioritering van de toekomstige projecten, en of de minister al een zicht heeft op de timing om de voorbereidende werkzaamheden te kunnen afronden en tot een verdere vrijgave van budgetten en plannen te komen.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik wil eigenlijk de vraag van de heer De Meyer versterken. Het is een vraag die ik zelf al meermaals heb gesteld. Ik vind het een goede traditie om net voor de stemming over de begroting een zicht te krijgen op het driejarenprogramma van AWV. Ikzelf en verschillende anderen hebben daar toen naar gevraagd. Uiteindelijk hebben we dan, na aandringen, het programma 2015 gekregen.

Ik heb bij het bespreken van de beleidsnota daar ook vragen over gesteld, om de heel eenvoudige reden dat er wel degelijk door toenmalig minister Crevits een driejarenplanning was afgeleverd aan dit parlement, dat liep tot 2016. Collega De Meyer heeft er 100 procent gelijk in dat wij regelmatig bevraagd worden door heel wat mensen over projecten die al dan niet gepland staan, over timing, budgetten en zo meer. Dat zult u zelf ook wel ervaren.

Ik vind het niet meer dan logisch dat een parlement een zicht krijgt op een planning voor een aantal jaren, die uiteraard kan worden bijgestuurd, om de heel eenvoudige reden dat openbare werken plannen, niet iets is wat je op jaarbasis doet. Zeker gezien de vaak grote omvang van de projecten en de procedures die moeten worden doorlopen, kan dat een aantal jaren in beslag nemen. Ik wil daarom collega De Meyer in zijn vraag versterken. Ook ik ben vragende partij. Ik vond ook al bij de bespreking dat het lijkt alsof hier nu wordt gezegd dat er in het verleden niet voldoende met objectieve criteria werd gewerkt en dat u aan het werken bent met een nieuw apparaat op basis waarvan u werken opnieuw gaat inschalen. Misschien is dat helemaal niet de bedoeling, minister, en dan kunt u dat zelf rechtzetten. We zijn ondertussen bijna maart, en het enige wat het parlement ter beschikking heeft, is de planning voor 2015. Dat is op zijn zachtst gezegd geen ernstige manier van werken. In dezen heeft collega De Meyer 100 procent gelijk.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het is natuurlijk een discussie die we al hebben gevoerd, ik denk zelfs een namiddag lang, op 29 januari, op basis van een uitvoerige toelichting door het hoofd van AWV, de heer Tom Roelants.

Hier worden concrete cijfers aangehaald, cijfers waar ik toch wel belangrijke kanttekeningen bij wil maken, namelijk vanuit de vaststelling, de klassieker, dat je moeilijk appelen met peren kunt vergelijken. AWV heeft mij naar aanleiding van uw vraag aangegeven dat men in het verleden bij de opmaak van de meerjarenplanning, steeds uitging van een groeiscenario.

In het verleden werden hierdoor tijdens het tweede en derde jaar van zo’n programma steeds 20 procent extra kredieten gerekend. U vergelijkt ontwerpinvesteringsprogramma’s. Dat stemt niet overeen met wat er uiteindelijk in realiteit werd uitgegeven. Men doet dit omdat de meeste projecten een relatief lang voortraject moeten doorlopen voordat een aanbesteding realiteit kan worden.

De cijfers die u aanhaalt, maken volledig abstractie van de beschikbaarheidsvergoedingen die intussen ook aanzienlijk zijn opgelopen. Voor de lopende projecten moeten beschikbaarheidsvergoedingen worden betaald. Die vergoedingen zijn een investering in het kader van wegen en andere infrastructurele werken.

Ik heb de leden van de commissie, zoals gebruikelijk, een ontwerpinvesteringsprogramma bezorgd, enkel voor 2015. Ik heb uitvoerig toegelicht waarom. Op 29 januari hebben we hierover een discussie gevoerd. De projecten die nu zijn opgenomen in het ontwerpinvesteringsprogramma voor 2015 zijn projecten die eigenlijk al een voorbereidend traject hadden. Het gaat vooral over de continuïteit van het beleid, namelijk de uitvoering van projecten die reeds gepland waren en die klaar zijn voor aanbesteding in 2015.

Mijn beleidsnota stelt inderdaad voorop – ook hierover is in deze commissie regelmatig discussie gevoerd – om duidelijke, objectiveerbare criteria te hanteren wanneer het gaat over investeringsprojecten in de toekomst. Voor de volgende jaren zal er inderdaad een investeringsprogramma worden opgeleverd. Ik hoop er medio dit jaar mee klaar te zijn.

Waarom duidelijke, objectiveerbare criteria? Ten eerste is dit een beleidskeuze die we maken in de beleidsnota en in het regeerakkoord. Ten tweede moeten die criteria duidelijk zijn. Ik heb de lijst die nu wordt gehanteerd, hier voor mij. Ik daag u uit om mij die criteria eens uit te leggen. Er is een vast deel en een beleidsafhankelijk deel. Het vast deel heeft een gewicht van 30 procent. Daarbinnen heb je dan een criterium evenredige verdeling voor 15 procent, de lengte van het wegennet voor 7,5 procent, de oppervlakte van het wegennet voor 3,75 procent en de verkeersintensiteiten voor 3,75 procent. Daarnaast is er het beleidsafhankelijk deel. Dat zijn effectief beleidsprioriteiten in het kader van beleidskeuzes die politiek worden gemaakt. Ze zijn vrij uitvoerig, namelijk missing links, fietspaden, gevaarlijke punten, doortochten, structureel onderhoud A-wegen, structureel onderhoud N-wegen, structureel onderhoud kunstwerken, geluidsschermen, EM-installaties, onteigeningen, bijdrage RWA (Rook- en Warmte Afvoersysteem) aan externe projecten, milieu-ontsnippering. Dit alles is gebaseerd op beleidskeuzes. Ik stel voor om dat te actualiseren. Zo kun je investeringen doen in functie van beleidskeuzes, zeker in budgettair barre tijden, en trachten om maximale efficiëntie te bereiken in wat je prioritair acht.

Ik heb intussen ook aan de administrateur-generaal opdracht gegeven om zo’n ontwerpprogramma uit te werken. Ik hoop er halfweg dit jaar mee voor de dag te kunnen komen.

U vroeg wat de uitgangspunten van het investeringsprogramma zijn. Dat zijn natuurlijk het regeerakkoord, maar ook de beleidsnota waarin verkeersveiligheid, de aanpak van de zwarte punten, de uitvoering van structureel onderhoud op basis van een monitoring zijn opgenomen, en ook de eerder genomen engagementen die we moeten uitvoeren. In functie van de continuïteit van het beleid hebben we als overheid tegenover de gemeenten al engagementen gemaakt: de modules uit het verleden, de samenwerkingsovereenkomsten, brownfieldconvenanten, ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Ik heb gezegd dat de projecten die nu opgenomen zijn in de ontwerpinvesteringsprogramma’s, reeds een voorbereidend traject achter de rug hebben. Het zijn werken die in de pijplijn zijn gezet door mijn voorgangster, waarvoor ik vanzelfsprekend erkentelijk ben, en die ik gewoon wil uitrollen. Ik denk dat de commissie binnenkort een bezoek brengt aan de werken voor de A11. Het is een typisch voorbeeld waarvan de beschikbaarheidsvergoedingen niet zijn opgenomen in de cijfers. Het gaat over een nieuwe autosnelweg tussen Brugge en Westkapelle, een traject van 12 kilometer. Het is een belangrijke investering die niet is opgenomen in de cijfers die de heer De Meyer citeert. Het is een illustratie van het gegeven dat er toch wel wordt geïnvesteerd, ook in West-Vlaanderen. Er is ook de noord-zuidverbinding in de Kempen waar er heel wat is geïnvesteerd en waar er een beschikbaarheidsvergoeding is van 23 miljoen euro. Er is ook nog de uitvoering van beslist beleid inzake publiek-private samenwerking (pps) en van het beleid rond de missing links. We kunnen de bedragen dus niet zomaar vergelijken.

Ik vind het misschien niet het beste idee om te besparen op structureel onderhoud en om projecten met een langer traject vooruit te schuiven. Vandaar mijn aanpak van de verdere planning die ik zonet heb toegelicht. Ik wil inzetten op de uitvoering van het regeerakkoord, het accent leggen op verkeersveiligheid, op doorstroming, op woonwerktraject en op het fietsbeleid en ook een verstandig, structureel onderhoud blijven voeren.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Het is duidelijk dat u zich gevat voelde door mijn vragen, wat ik apprecieer.

Minister, u spreekt over het groeiscenario en het meerjarenprogramma en dat AWV ook rekening hield met het feit dat een aantal jaren voordien soms minder werd uitgegeven dan oorspronkelijk gepland. Dat is juist.

Toch blijft het voor mij merkwaardig. U zegt dat alle tabellen en cijfers die ik u geef, niet alle nuances bevatten. Dat is juist, maar ze bevatten die voor geen enkele provincie allemaal. De teneur van de cijfers die we wel hebben gekregen, die is ontegensprekelijk ‘vooruit voor Vlaams-Brabant en de rem erop voor de vier andere provincies’. Zelfs met de nuances die u terecht geeft, blijf ik ermee worstelen. U mag me dat niet kwalijk nemen.

Het tweede punt heb ik minder duidelijk begrepen. Krijgen we nu in de toekomst wel een driejarenprogramma van AWV of niet? Ik wil erop aandringen dat we dit in de toekomst wel krijgen. Misschien hebt u dat daarnet gezegd, maar dan heb ik u niet goed begrepen. Ik kreeg graag bevestiging, dan voel ik mij opnieuw wat geruster.

U spreekt over objectiveerbare criteria die u wilt invoeren, maar ik heb daar problemen mee. Niet met het feit dat ze er zouden komen, maar wel als u de indruk zou creëren – en ik kan me moeilijk indenken dat dat uw bedoeling is – dat de voorbije twintig jaar zou zijn gewerkt met niet-objectiveerbare criteria.

Die criteria waren geen politiek uitvindsel. Die waren opgesteld door de administratie, en voorgangers van alle politieke partijen – de Volksunie destijds, sp.a, CVP/CD&V, Open Vld – hebben daarmee gewerkt. Als u nu de indruk wekt dat we vanaf nu objectiveerbare criteria zullen hebben, voel ik mij wat onwennig. Dat geeft de indruk dat de parlementsleden zich in het verleden altijd hebben laten doen door ik-weet-niet-welke subjectieve criteria. Ik ga ervan uit dat dat niet uw bedoeling is, maar dan kunt u mij dat zeker nog eens bevestigen.

Tot slot heb ik nog een punctueel vraagje. Zijn de voorlopige programma’s voor 2015, die wij in december gekregen hebben na veel aandringen van meerdere mensen en die heel interessant zijn, intussen al goedgekeurd voor het Agentschap Wegen en Verkeer en Waterwegen en Zeekanaal?

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, ik wist natuurlijk wat u zou antwoorden, want u had het antwoord eigenlijk al gegeven op 29 januari en in alle commissievergaderingen daarvoor. Maar dat betekent niet dat ik vrede heb met en mij neerleg bij uw antwoord. U komt met een hele lijst van opmerkingen. Maar dat zijn wel criteria, en ik begrijp niet waarom het zo lang moet duren.

Voor mij is het simpel. Ofwel was er een systeem in overgang, en dan zouden we zeggen: we gaan door met het bestaande systeem, maar wel met de intentie om het bij te sturen. Dat zou continuïteit zijn, en dan was het ook voor iedereen duidelijk. Ofwel was er toch al wat activiteit geweest of hadden we al wat openingen gezien in uw beleidsnota en in de planning van de commissie – de regering is intussen toch al even aan de slag. Maar nu zegt u aan het parlement dat u er medio 2015 mee klaar bent. Volgende week zijn we maart, dan is medio 2015 nog drie maanden.

U moet toch begrijpen dat dit parlement daar vragen bij stelt. Het kan zijn dat u over die criteria die u oplijst, wilt discuteren en dat u binnen het kader van het regeerakkoord en de meerderheid zegt dat u daarop wilt werken, maar tot nu toe hebben we er nog altijd geen zicht op waar het nu juist over gaat. U blijft steken in de vaststelling dat u de criteria wilt objectiveren.

Ik heb het moeilijk om daar als parlement in mee te gaan. De afgelopen jaren hebben we met mevrouw Crevits ook regelmatig gediscussieerd over bepaalde projecten. Gisteren was er ook nog een aanduiding van hoe en waar bepaalde criteria en zwaartepunten liggen. Daar wil ik allemaal nog in meegaan, want dat is allemaal onderdeel van het parlementaire debat, maar nu krijg ik het gevoel, en dat gevoel zit duidelijk ook bij collega De Meyer, dat we niet eens op de hoogte worden gehouden van wat er nu aan de hand is met die criteria, wat u wilt wijzigen en wat de intenties van u en deze regering op dat vlak zijn.

Het enige wat u zegt, is: heb geduld. We hebben al geduld van bij het ontstaan van het regeerakkoord. Medio 2015 is nog drie maanden. Wanneer gaat u het parlement eigenlijk nog betrekken? Een jaar na het regeerakkoord gaat u de criteria op tafel leggen. Ik vraag aan u transparantie in dit dossier, en dat is ook de intentie van collega De Meyer en van heel wat mensen in deze commissie.

De voorzitter

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Collega De Meyer stelt dat Vlaams-Brabant overbedeeld zou zijn. Ik denk dat we in dezen niet te veel provincie per provincie moeten denken, maar vooral moeten zien waar de nood aan investeringen het hoogst is. (Opmerkingen)

De collega’s die geregeld met de wagen naar dit parlement komen, zullen ook wel beseffen dat er in deze provincie extra investeringen nodig zijn om de verkeersknopen en de files die we hier hebben, aan te pakken in de toekomst.

Wat het al dan niet objectiveren van de criteria betreft: misschien moeten we daar inderdaad eens een aparte vergadering of werkgroep aan wijden. De minister heeft nu een mooie opsomming gegeven van de bestaande criteria die hij wil bijvoegen in functie van de beleidsnota. Ik vind het het goede recht van een nieuwe minister om in functie van nieuwe beleidsprioriteiten criteria vast te stellen.

Ik heb daar op zich geen problemen mee, en het is ook goed dat we ze nu eens opgesomd krijgen, maar ik zou er dan zelf nog wel een aan willen toevoegen om over te denken. Ik neem immers aan dat dit nog geen vaststaand gegeven is, minister. U zei zelf dat u nog enkele maanden de tijd hebt. Ik denk nu aan de combimobiliteit, waar u zelf een lans voor gebroken hebt in de beleidsnota. Het gaat er dan over in welke mate werken aansluiting hebben op parkings, andere modi enzovoort. Ik zou willen suggereren om dat ook mee op te nemen als een criterium.

In de vorige legislatuur hebben we een werkbezoek gebracht aan een bedrijf in Luik, ik denk dat de naam van het bedrijf Soficom was. We kregen daar uitleg bij een computersysteem dat je op basis van criteria bijna een volgorde gaf van welke werken nu het meest noodzakelijk zijn en zo meer. Dat leek mij een objectief systeem. Ik weet ook niet welke software daar allemaal voor nodig is en of wij die al hebben bij AWV, maar het is misschien interessant om daar eens uw licht op te steken, om te zien hoe het bij onze zuiderburen werkt.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Mijnheer De Meyer, ik heb eerder al gezegd dat de programma’s voor 2015 binnen de maand worden goedgekeurd.

U verwijst naar de cijfers, die ik toch enigszins genuanceerd heb, en de stijging voor Vlaams-Brabant. Die stijging is ingezet door mijn voorgangster. Ik ben daar dus niet eens schatplichtig aan. Ik was het misschien wel graag geweest, maar dat is tot mijn spijt niet zo.

Ik heb de objectieve criteria net opgesomd. Natuurlijk werden er objectieve criteria gehanteerd. De vraag is enkel welke objectieve criteria je hanteert. In functie van een gewijzigd regeerakkoord en een gewijzigde beleidsnota hanteer je andere criteria. En die zijn objectief, net zoals de vorige die waren. Sommigen zullen dat minder leuk vinden dan anderen, maar we maken ten minste een keuze. Ik ga door met het beleid, met de intentie om bij te sturen.

U vraagt om bij te sturen, ik zeg u net dat ik dat doe. Ik geef u een timing, ik geef u criteria en intenties, maar ik begrijp dat u zich inspant om oppositie te voeren. Ik hoop om op basis van die nieuwe criteria een goed investeringsbeleid te voeren voor de toekomst – 2016 en volgende jaren.

Ik vergeet nog bijna te zeggen, mijnheer De Meyer, dat ondanks de besparingsoefening het investeringskrediet voor AWV constant wordt gehouden. We hebben met deze regering de keuze gemaakt om te blijven investeren. Als we een besparing doen, is dat vooral om de rekeningen op orde te zetten, maar net ook om te kunnen investeren. Als we dus investeren, is dat niet ondanks, maar ook dankzij de besparingen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Bedankt, minister, voor uw aanvullende antwoord. Ik erken uiteraard dat er in Vlaams-Brabant bepaalde probleemsituaties opgelost moeten worden, maar de mensen die eraan twijfelen of er in andere provincies ook grote zorgen aanwezig zijn, wil ik eens uitnodigen naar de provincie Oost-Vlaanderen of Antwerpen. Ik denk dat u af en toe wel eens in Antwerpen moet zijn om iemand te bezoeken, minister. Misschien ervaart u dan dat daar ook problemen zijn. (Opmerkingen)

En als u in Antwerpen bent, kunt u ook eventjes naar Gent rijden. Dan passeert u het Waasland, en dan zult u merken dat daar ook heel grote vragen en zorgen aanwezig zijn.

Ik noteer dat deze programma’s voor 28 maart worden goedgekeurd.

We kunnen er even om glimlachen, maar het is belangrijk voor de administratie. Het programma 2015 zal drie maanden ver zijn vooraleer het is goedgekeurd. Het gaat over belangrijke budgetten.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.