U bent hier

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Minister-president, zoals u weet liggen de Vlaams-Nederlandse contacten en verhoudingen in al hun aspecten me heel na aan het hart. Mijn vraag heeft betrekking op de toekomst van de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland in het kader van het Cultureel Verdrag. Dit jaar vieren we de 20e verjaardag van het Cultureel Verdrag tussen Vlaanderen en Nederland. Op pagina 23 van uw beleidsnota wordt aan deze verjaardag ook een evaluatie van de rol van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) gekoppeld. Nog voor de resultaten van de evaluatie gekend zijn, werd al een viering gelanceerd. 

Omdat Nederland onze prioritaire buitenlandse partner is, stelt de beleidsnota naast een verdere uitvoering van de lopende strategische samenwerking de nodige aandacht voor de culturele samenwerking met onze noorderburen in het vooruitzicht. Zondag 8 februari werd het feestjaar BesteBuren naar aanleiding van de 20e verjaardag ingezet in Rotterdam. Om de culturele samenwerking te stimuleren is er in het kader van BesteBuren een budget vrijgemaakt van 500.000 euro. Samenwerking tussen partners uit Vlaanderen en Nederland staat daarbij centraal.

Wat is de stand van zaken van de aangekondigde evaluatie van de CVN? Wat zijn volgens u de sterke resultaten van 20 jaar Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland? Af en toe is er wel wat kritiek, op welke punten zijn de verwachtingen niet ingelost? Hoe wordt de Vlaamse evaluatie van 20 jaar CVN gecoördineerd met een evaluatie door de Nederlandse partner?

– Jan Van Esbroeck treedt als voorzitter op.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Wat zijn de krachtlijnen van het feestprogramma 20 jaar CVN? Hoe ziet u de toekomstige samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland in het kader van het Cultureel Verdrag?

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

De heer Marc Hendrickx (N-VA)

Aangezien in Mechelen momenteel  het project ‘Hollandse maatjes’ loopt, wekte de vraag van de heer Kennes mijn aandacht. Dit evenement past in de viering van de 20e verjaardag van het Cultureel Verdrag tussen Vlaanderen en Nederland, maar we herinneren ook het feit dat we 200 jaar geleden samen in één koninkrijk leefden. Taalkundig, historisch en cultureel zijn beide landen met elkaar verweven. Ik kijk dus uit naar het antwoord van de minister-president.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

De vraag van collega Kennes is belangrijk. Op 8 februari werd in Rotterdam een feestje ingezet voor de viering van 20 jaar Cultureel Verdrag, dat klinkt een beetje sarcastisch en dat is het ook. Er is een programma gemaakt, en dat was zinvol. Daar doe ik ook niks van af, maar mijn bekommernis is dat de Belgisch-Nederlandse samenwerking aan alle kanten wordt ingesnoerd en wordt teruggedraaid. Het instrumentarium wordt ingeperkt. Er is een evaluatie aan de gang en er zullen uiteraard een aantal pijnpunten aan het licht komen. In de toekomst zullen er waarschijnlijk een aantal zaken niet meer wenselijk zijn.

– Rik Daems treedt als voorzitter op.

De heer Bart Caron (Groen)

Ik betreur echter wel dat de culturele samenwerking in de loop van de tijd is uitgehold. De budgetten voor het secretariaat van het CVN zijn fors ingesnoerd. De middelen voor de Nederlandse Taalunie zijn dit jaar drastisch verminderd. Het Vlaams Parlement heeft hard moeten vechten om de Brakke Grond in Amsterdam overeind te houden. Alle andere samenwerkingsverbanden zoals theaterfestivals en theaterprijzen zijn intussen allemaal verdwenen. Er blijft alleen nog een geraamte, een formele organisatie over van de Vlaams-Nederlandse samenwerking.

Ik betwist niet dat er grondig moet worden nagedacht over een nieuwe actuele invulling van de samenwerking op het cultureel vlak. Wat in het verleden gebeurd is, was zeker niet perfect. Maar ik pleit er toch voor dat het wel gebeurt.

Een gemiddeld Vlaams theatergezelschap zoals t,arsenaal, Theater Antigone of Theater Malpertuis speelden vroeger per seizoen gemiddeld twintig tot dertig voorstellingen in Nederland. Ook wij zagen regelmatig Toneelgroep Amsterdam en andere Nederlandse ensembles in Vlaanderen. Het was een verrijking voor het aanbod, en het inspireerde artiesten om nieuw werk te creëren door met elkaars werk geconfronteerd te worden. Welnu, die speelreeksen behoren absoluut tot het verleden. Instrumenten als vuurtorens – grote cultuurhuizen die die uitwisseling organiseerden –, instrumenten als reissubsidies voor de gezelschappen: dat is allemaal verdwenen.

Als er een positief verhaal over een dergelijke samenwerking moet komen, dan moet ook dat aspect worden ingevuld. Vandaag blijft alleen nog retoriek over: een geraamte waar bijna niets meer aan vasthangt. Dat is betreurenswaardig. Vlaanderen is al zo klein. We delen met de noorderburen tenminste een taal en een aantal uitingen van cultuur.

Het verhaal van De Bezige Bij, waarbij het kantoor in Antwerpen werd gesloten en de Vlaamse auteurs nu naar Nederland moeten om te onderhandelen over nieuwe publicaties en boeken, heeft een storm van reactie teweeggebracht in de Vlaamse literaire wereld. Het is een zoveelste bewijs van de moeizame samenwerking. Als overheden deze niet faciliteren, dan zijn artiesten, literatoren en het publiek daarvan het slachtoffer.

Het gaat hier niet om luxe, maar om een verrijking van onze cultuur. Dat is stelselmatig afgebouwd. Ik hoop dat er een positief antwoord komt, maar ik hoop ook dat de ambitie er is om er randvoorwaarden voor te creëren, zodat het echt iets wordt.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

In tegenstelling tot de laatste tussenkomst, wil ik toch een iets optimistischer noot laten horen. Vooral na de contacten die ik had met minister-president Rutte en met de minister van Buitenlandse Zaken Koenders, ben ik optimistischer gestemd dan collega Caron. Ik verwijs naar het antwoord op de vraag van collega Vandaele van 6 januari. 

Inderdaad staat in mijn beleidsnota dat er een evaluatie komt van de rol van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland en dat we de 20e verjaardag van het Cultureel Verdrag tussen Vlaanderen en Nederland vieren. We zijn met beide bezig. Het startevenement – het was geen feestje, u zegt het bewust sarcastisch – was een mooi feest, met toespraken van Koenders, Aboutaleb en optredens van Typhoon, Brigitte Kaandorp, Jef Neve, noem maar op. Het had envergure. Er was één Vlaams parlementslid aanwezig, mijnheer Caron, en dat was de heer Vandaele. Ik wil er maar op wijzen dat er ook op dat vlak andere tijden zijn geweest, toen er een veel bredere interesse was. Het startfeest was op een zondag, er was mogelijkheid tot heel veel contacten, netwerken enzovoort.

Daarover is er ruggenspraak met de Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken. Er wordt gewerkt aan een hervorming van de commissie, met de ambitie om die te laten ingaan op 1 januari 2016.

Mijn evaluatie van twintig jaar culturele samenwerking is positief. Het leverde een onafzienbaar aantal culturele initiatieven op, die toch stuk voor stuk de verwachtingen hebben ingelost. Ik wijs op het grote aantal ad-hocinitiatieven, maar ook het grote aantal duurzame initiatieven, zoals de realisatie van de Nederlandse Taalunie met het verdrag van 1980, het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in 2004, Ons Erfdeel in 1957, met in 1993 de eerste aflevering van het Engelstalige jaarboek The Low Countries, De Brakke Grond in Amsterdam in 1981 en het gezamenlijke televisieprogramma Het Beste van Nederland en Vlaanderen.

Onze kunstenaars treden frequent op in Nederland en omgekeerd. Er zijn bekende Vlamingen die belangrijke functies bekleden in Nederland. Er zijn heel wat gezamenlijke optredens in het buitenland.  Door omstandigheden heb ik maar heel kort kunnen spreken met minister Koenders, maar we hebben een afspraak gemaakt om elkaar opnieuw te zien in Brussel. Hij had door een sneeuwstorm enorm veel vertraging opgelopen, hij kwam van de top in München. Hij is letterlijk even voor aanvangen op het feest binnengestormd.

Een aantal voorbeelden van succesrijke initiatieven zijn de volgende. Het LOW-festival hebben de heer Timmermans en ik destijds georganiseerd in Boedapest. De bedoeling was om het te continueren, we kunnen die draad weer opnemen. Er was het Flachlandfestival in Berlijn. Er zijn gemeenschappelijke culturele activiteiten in Zuid-Afrika, in Stellenbosch, in de UK, in Centraal en Oost-Europa, in Praag in Tsjechië, in New York. In 2016 is er de Frankfurter Buchmesse, wat een culminatiepunt zou moeten zijn.

Er is niet enkel samenwerking tussen overheden, die is er ook tussen de culturele en artistieke actoren en in het ruimere maatschappelijke veld. Voor de Frankfurter Buchmesse in 2016 zijn we gezamenlijk gastland. Dat is een enorme opportuniteit. Persoonlijk hoop ik, zoals ik heb gezegd aan minister Koenders, dat we van de gelegenheid kunnen gebruikmaken om ook op andere culturele gebieden en kunstvlakken ons samen te presenteren, in plaats van alleen maar – met alle respect – ons te beperken tot het aspect van het boek.

We hebben die viering dus ingezet, naar mijn smaak, op een mooie manier. De slotviering zal in Antwerpen zijn. Dan gaat er misschien meer belangstelling zijn uit Vlaanderen. We zijn volop bezig met de analyse op welke manier we de komende twintig jaar kunnen samenwerken. Laat duidelijk zijn dat het de bedoeling is om die samenwerking voort te zetten en te verdiepen waar het kan.

Op 9 maart 2015 organiseert de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie in dit Vlaams Parlement in Brussel een themavergadering over de Vlaams-Nederlandse samenwerking. Daarvoor worden uitgenodigd: de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland, deBuren, De Brakke Grond, Ons Erfdeel, Dutch and Flemish art in museums worldwide (CODART) en de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie. Ik denk dat het een ideaal forum is om te reflecteren over twintig jaar Cultureel Verdrag en vooral, naar ik hoop, over de toekomstperspectieven.

We zijn, zeker op administratief niveau, haast permanent in overleg met de Nederlandse partners. Met het oog op de verdere uitbouw van het Cultureel Verdrag is er onophoudelijk contact.

Ik had dus het genoegen om op 8 februari in Rotterdam het feestprogramma te openen, samen met minister Gatz en de Nederlandse ministers Koenders en Bussemaker. De Vlaamse en de Nederlandse overheden creëerden een fonds van 500.000 euro, voor een aantal projecten. In de eerste ronde leverde dit bottom-upinitiatief 147 projectaanvragen op van een hoge kwaliteit en grote diversiteit, meer dan verwacht. Er werden 45 projecten geselecteerd volgens deze thema’s: muziek, jong volk, stad en leven, film en animatie, multidisciplinair, theater en dans, en expo. Ze zijn te raadplegen op www.besteburen.eu/projecten. De selectie voor de tweede ronde volgt nog.

Dutch Culture en deBuren hebben daarmee in nauwe samenwerking met de programmaraad een indrukwekkend programma samengebracht, dat eind deze maand nog zal worden aangevuld. Nu al is het, naar mijn smaak, een indrukwekkend programma van artistieke uitingen in zeer uiteenlopende disciplines, waarbinnen zowel grote, bekende, gevestigde namen als nieuw aanstormend talent aan bod komen. Ik ben ervan overtuigd dat de mix een groot publiek zal aanspreken.

Voor een meer instrumentele herijking van de samenwerking is het nog afwachten, zoals ik al zei. In elk geval zijn er al interessante projecten gepland. Ik heb niet alles opgesomd. Ik heb een greep gedaan uit de ad-hocinitiatieven. Laat ons niet vergeten, collega’s, dat er ook op andere vlakken samenwerking is, zoals in het onderwijs, met de GENT-akkoorden (Gehele Europese Nederlandse Taalgebied) en de wetenschap.

Wat mij betreft, zal de Frankfurter Buchmesse een hoogtepunt zijn. We willen dus kijken hoe we ook andere kunstdisciplines een kans kunnen geven voor een gezamenlijke Nederlands-Vlaamse presentatie. Het kan een voorbeeld zijn van onze samenwerking in derde landen. Ik heb dus onvoldoende tijd gehad om erover te spreken met minister Koenders. Indertijd stond ik met Frans Timmermans op het punt om er echt op door te gaan. In Boedapest hebben we de Low Countries gebracht, en in Berlijn het Flachland. Het is een naam die bruikbaar is en waarmee we door kunnen gaan.

Nog tijdens het feestjaar van 2015 zal Vlaanderen in Nederland gastland worden van het museum Beelden aan Zee in Scheveningen. De nieuwe zomertentoonstelling van het museum Beelden aan Zee wordt een visueel spektakel, waarbij werk wordt getoond van gevestigde Vlaamse kunstenaars, maar ook van jonge kunstenaars. Werken van Berlinde de Bruyckere, Wim Delvoye, Nick Ervinck, Jan Fabre, Panamarenko en Johan Tahon zullen in deze tentoonstelling te zien zijn.

Mijnheer Caron, ik heb geluisterd naar uw opmerkingen in verband met de Bezige Bij. In mijn toespraak heb ik ook gezegd – een beetje stout misschien – dat we moeten zoeken naar nieuwe vormen van samenwerking. Ik pleit er al heel lang voor dat er in de beheersovereenkomst van de VRT een clausule zou worden opgenomen voor bijvoorbeeld samenwerking voor een boekenprogramma. Er loopt nu een schitterend boekenprogramma op de Nederlandse publieke omroep met samenwerking van een Vlaming, althans de uitzending die ik heb gezien. Waarom zouden we niet zorgen voor samenwerking op dat vlak? Om daar meer exposure te geven aan de Vlaamse auteurs, en omgekeerd aan de Nederlandse auteurs hier.

Er zijn nu bepaalde kranten in handen van één concern, de Persgroep of het Mediahuis. Er zijn synergieën mogelijk, tussen De Standaard en NRC, De Morgen en de Volkskrant. Voor boekenbijlagen en cultuur, voor promotie van cultuur in het buitenland en dergelijke: waarom zou je niet kunnen gaan naar gedeelde bijlagen? Het binnenlands nieuws zal natuurlijk het Nederlandse nieuws blijven, hoewel je meer en meer ziet dat De Morgen stukken overneemt van de Volkskrant en De Standaard van NRC. Vice versa gaat het iets moeilijker, is mijn aanvoelen. Het opent perspectieven. Dan heb je een grote markt. Laat ons niet vergeten dat onze kranten in Vlaanderen Europees gezien in een heel kleine markt opereren.

Als er voldoende wil aanwezig is, zijn er mogelijkheden, die ook veel meer exposure kunnen geven aan onze auteurs en kunstenaars, en omgekeerd uiteraard ook.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Minister-president, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Er zitten heel wat verwijzingen in naar succesvolle initiatieven die achter de rug zijn. U hebt ook een inkijk gegeven in wat er allemaal op stapel staat. De heer Caron heeft een wat somber beeld geschetst. Ik ben zelf ook wel wat bezorgd over de verdere invulling die we kunnen geven aan de CVN, omdat ik er af en toe toch kritische geluiden over hoor. Kritisch om te verbeteren is natuurlijk goed, maar ik ga toch opvolgen hoe het evolueert. Ik ben blij dat u het samen met Nederland wilt doen. U zegt: “We staan onophoudelijk in contact.” Dat is positief.

De Frankfurter Buchmesse en de poging om ook andere kunsten een podium te geven in het grote Duitse cultuurgebied, zijn ook zeer positief. Daar kunnen we samen de volgende maanden naartoe evolueren, naartoe leven zelfs. Bedankt, maar ik blijf uitkijken naar de aangekondigde evaluatie. Ik hoop dat we kunnen inspelen op wat we nodig hebben, de verouderde zaken kunnen loslaten, maar dat de zorg om samen met Nederland aan de weg te timmeren voorop blijft staan.

De heer Bart Caron (Groen)

Minister-president, ik was op 8 februari niet in Rotterdam, mijn excuses. De tijdsinvestering is in mijn geval iets te groot. Ik ben eerlijk.

Minister-president Geert Bourgeois

Toch laat u zich sarcastisch uit over ‘het feestje’.

De heer Bart Caron (Groen)

Luister, ik ben de maand voordien met minister Gatz en enkele collega’s in Frankfurt geweest, met het Vlaams en het Nederlands Fonds voor de Letteren, in functie van onze voorbereidingen voor de gezamenlijke deelname aan de Frankfurter Buchmesse 2016. Ik ben van dag één pleitbezorger van het project. U hoort in mij een kritische stem.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik ga uw verdienste absoluut niet minimaliseren. Ik zeg alleen dat ik het vreemd vind, als u er niet was, dat u toch een beetje denigrerend doet. Ik vond het een mooi en sterk moment, met bewindsleden van Nederland en Vlaanderen.

De heer Bart Caron (Groen)

Ik twijfel daar niet aan. Wat met BesteBuren wordt gedaan in het kader van de viering, vind ik ook goed en zinvol. Mijn treurnis ging over het feit dat in de loop van de voorbije jaren een aantal structurele initiatieven, duurzame vormen van samenwerking, stuk voor stuk zijn gesneuveld. Wat nu gebeurt, zijn interessante momenten, tijdelijke zaken. In de denkoefening van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie moet ook worden gekeken naar een meer structurele en duurzame werkwijze. Dat hoop ik.

Als die 8e februari daartoe bijdraagt, ben ik daar gelukkig om. Het spijt me voor het sarcasme, maar in het verleden heb ik te veel ‘one shots’ gezien. Dat verklaart mijn cynische – ik geef het toe – uitspraak ‘feestje’. Ik wil een duurzaam verhaal, ten bate van literatoren, van het publiek, van artiesten. Het is een investering die je niet in één jaar doet, daar moeten we op lange termijn mee omgaan. U hebt enkele positieve voorbeelden gegeven. Ik kan er nog aan toevoegen. Ik hoop dat die een beleidskader krijgen. Dat is wat ik echt hoop.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.