U bent hier

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, een Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) voor elke werknemer tegen 2020, dat is de doelstelling die is vastgelegd in het Pact 2020. Voor de sector sociale economie werd dat concreet gemaakt in het decreet Maatwerk. Tegen eind 2018 moet elke doelgroepmedewerker in het bezit zijn van zo’n POP.

Een persoonlijk ontwikkelingsplan is iets tussen een werkgever en een individuele werknemer, waarbij dat individu reflecteert over zijn eigen loopbaan en zijn competenties. Met dat resultaat wordt een doel opgesteld. Er wordt een actieplan opgemaakt. Dat wordt uitgevoerd en bij een evaluatie van dat plan is er ook een reflectie van de werknemer over zijn eigen kunnen en het behalen van die doelstellingen.

Een POP voor werknemers is gangbaar, denk ik, in heel de humanresourceswereld, ook in de sociale economie. Er zijn al heel wat sociale-economiebedrijven die al heel wat zijn opgeschoten met het werken met dat POP, ook al is dat allemaal niet zo evident. Er werd ook al wat proefgedraaid. De betrokkenen zijn het met elkaar eens: een POP-traject biedt heel wat voordelen, maar er moet worden voldaan aan een aantal randvoorwaarden. Men moet dat integreren in de bestaande instrumenten op de werkplaats. Men moet voldoende tijd nemen en middelen besteden om dat traject te doen met de medewerkers. Ook mogen er geen onrealistische verwachtingen zijn. Zeker in de sector van de sociale economie is het toch wel heel belangrijk dat men samen met het individu heel goed inschat wat kan, wat kan worden verwacht en hoe dat kan worden bereikt.

Minister, mijn eerste vraag gaat over cijfers. U mag me die ook schriftelijk geven. Hoe ver staat u of staat de sector met de implementatie van die POP’s voor de diverse werkvormen, namelijk de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen, de invoegbedrijven en de lokale diensteneconomie? Bij hoeveel doelgroepmedewerkers wordt al gewerkt met een POP? Hoeveel zijn er al afgerond?

Dan heb ik een veeleer inhoudelijke vraag. Welke signalen krijgt u vanuit de sector, van de koepels? Past dat POP binnen het competentiemanagement dat de sociale-economiebedrijven in het verleden al voerden? Gaan we daar verder mee of moeten we wat bijsturen ter zake? Past dat systeem in het Maatwerkdecreet, en op welke manier wilt u dat verder implementeren?

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Voorzitter, minister, geachte leden, onlangs was ik aanwezig op een informatiedag van het ESF-Agentschap (Europees Sociaal Fonds), waarbij men een evaluatie deed van de voorbije projecten, en het POP kwam daar ook ter sprake. Daar werd min of meer gezegd – en daar ben ik wat van geschrokken – dat de POP-projecten niet meer werden gefinancierd wegens te weinig toegevoegde waarde. Toen ik daar meer uitleg over vroeg, bleek het wel niet te gaan over de projecten binnen de sociale economie. Het ging gewoon over de projecten binnen de begeleidingscontext. Men stelt dat een POP op zich niets waard is, dat die altijd binnen een ruimere context moet worden geplaatst. Er is altijd een zeer brede context nodig om een POP te kunnen ontwikkelen en ook een meerwaarde te kunnen hebben. Uit die evaluatie bleek ook duidelijk dat die POP-projecten binnen de sociale economie dat bredere kader absoluut hebben, zeker omdat dit nog wordt versterkt door het Maatwerkdecreet. Daarom sluit ik me graag aan bij de vragen van mevrouw Claes. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de POP’s binnen de sociale economie?

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, mevrouw Claes, dank u wel voor deze zeer constructieve vraag. Laten we toch afsluiten met een positieve noot. Uw vraag is terecht en zeer interessant. U zei dat ik een aantal cijfers schriftelijk kon geven, maar ik zal die gewoon ook meegeven. Dat lijkt me goed voor het debat.

Ter ondersteuning van de implementatie van POP’s in de sociale economie loopt er momenteel een ESF-tender. Het ESF-Agentschap heeft een zicht op het aantal geregistreerde POP-trajecten in de VDAB-applicatie ‘Mijn Loopbaan voor partners’ tot en met 15 december 2014. Van de 4900 voorziene POP-trajecten waren er op dat moment 762 of slechts 15,55 procent uitgevoerd. Tegen eind oktober 2015 zouden 4900 doelgroepmedewerkers over een POP moeten beschikken. Dat is zeer ambitieus, maar het lijkt me ook wel belangrijk. 15 december 2014 is nog niet zo heel lang geleden. We zien dat er toen maar 762 waren, terwijl dat er tegen eind oktober 2015 4900 zouden moeten zijn. Dat is belangrijk, ook voor de medewerkers zelf, zodat ze zelf weten wat ze ondertussen kunnen, waar ze staan, welke doorstroommogelijkheden en dergelijke ze hebben. Het lijkt me heel belangrijk dat we dat zeer goed opvolgen.

De POP-trajecten werden tot nu toe zowel in de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen als in de lokale diensteneconomie in organisaties opgestart. Alle sectoren worden dus parallel bediend. Dat lijkt me ook belangrijk, dat we dat in alle sectoren van de sociale economie tegelijkertijd doen. Het overgrote deel van de sociale-economieorganisaties neemt deel aan het project en wordt bijgevolg door het consultancybureau BDO Adforum of een van zijn partners begeleid.

Momenteel zijn we ook een bevraging aan het doen om feedback te krijgen van de sociale-economieorganisaties over het project en de begeleiding die in dit project wordt aangeboden. Deze gegevens zullen in maart beschikbaar zijn. Voorzitter, als ik dat mag suggereren, misschien is het dan ook wel een goed moment om daarover te kunnen debatteren in deze commissie, om te bekijken wat in maart de stand van zaken is. We zijn immers ambitieus, maar we hebben een hele achterstand in te halen.

Door de stuurgroep van het project werden alvast een aantal zaken gesignaleerd. Het lijkt me ook belangrijk dat we met die signalen rekening houden. Zo stelt men een zeer grote openheid vast binnen de sector van de sociale economie om hiermee aan de slag te gaan. In het algemeen geeft de sector ook aan tevreden te zijn over de begeleiding van BDO, wat me een goede zaak lijkt.

Natuurlijk zijn er ook een aantal bezorgdheden. Men is bijvoorbeeld bezorgd over de tijdsinvestering die een POP met zich meebrengt of zal meebrengen en de nog onvoldoende ontwikkelde competenties bij de begeleiders. Dat is een terechte bezorgdheid. Daarnaast is men ook bezorgd over de privacy en het gebruik van de POP’s in functie van doorstroomevaluatie.

Er zijn grote verschillen tussen de sociale-economie-initiatieven voor wat betreft ervaring met competentiegericht werken. Voor sommige organisaties past dit perfect in hun manier van werken, voor andere is het een totaal nieuwe invalshoek. We kunnen dus niet elke sociale-economieorganisatie over dezelfde kam scheren.

Aan de start van het project heeft BDO Adforum een inventaris gemaakt van de competentiemethodieken die sociale-economie-initiatieven in het verleden hebben ontwikkeld. Die zijn terug te vinden in het draaiboek en op de website en kunnen als inspiratie dienen voor organisaties die minder ver staan in competentiemeting. Als u dat zelf niet kunt vinden, zal ik deze informatie aan de commissiesecretaris overmaken.

Verschillende sociale-economieorganisaties geven wel aan vragende partij te zijn om extra ondersteuning te krijgen in het uitwerken van hun competentiemanagement. Indien de nood hoog blijkt, kunnen we nog onderzoeken of een collectief vormingstraject binnen de dienstverlening van in-C aan de orde is. Het staat de koepels uiteraard vrij – wie ben ik om de koepels te zeggen wat ze moeten of niet moeten doen, wat dit betreft dan toch – om hierin ook initiatieven te nemen.

De ESF-tender is afgestemd op de implementatie van de nieuwe regelgeving. Een aantal functionaliteiten zullen pas in werking treden als de regelgeving – het Maatwerkdecreet op 1 april – van kracht is, zoals het opladen van de POP’s in de VDAB-applicatie. Het is ook belangrijk om te weten dat de organisaties pas aan het einde van de overgangsperiode in 2018 aan de voorwaarde van een POP voor iedere doelgroepwerknemer zullen moeten voldoen.

Dit was een zeer goede vraag. Een POP is zeer belangrijk voor elke doelgroepmedewerker, maar er zijn nog behoorlijk wat hindernissen weg te werken. Er is nog een heel lange weg af te leggen, maar 2018 is natuurlijk ook niet morgen. Ik hoop op een constructieve inbreng van alle betrokkenen, ook van alle koepelorganisaties. Ik ben er echt van overtuigd dat een POP een absolute meerwaarde kan zijn voor een doelgroepmedewerker.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, het is me niet helemaal duidelijk of het ESF-project tot oktober 2015 loopt of ook nog nadien. Het is duidelijk dat er nog een hele weg is af te leggen. Het is ook goed om de evaluatie van maart af te wachten. We kunnen hier dan een grondige bespreking en bijsturing doen. De sector heeft nog maar 15,55 procent afgewerkt. We moeten dus het evaluatiemoment op een goede manier benutten om bij te sturen en om na te gaan of een verlenging van het ESF-project mogelijk is. We moeten ook nagaan op welke manier we collectieve vormingsprojecten kunnen organiseren zodat alles wat geactiveerd wordt, want anders zullen we er zeker niet komen. Het kan niet de bedoeling zijn dat we afsluiten op een negatieve manier.

Minister, u sprak over een bezorgdheid van de stakeholders over de link tussen een POP en de doorstroomevaluatie. Ik had graag geweten welke bezorgdheden er zijn.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, ik wou nog vragen of er echt een verschil is tussen de verschillende sectoren. Ik had in mijn vraag een opsplitsing gemaakt tussen beschutte werkplaatsen, sociale werkplaatsen en lokale diensteneconomie. Ik doe dat niet om iemand met de vinger te wijzen, maar omdat het belangrijk is om te kunnen inschatten of er een verschil is in de verschillende sectoren.

Mevrouw Claes, ik heb gezegd dat tegen eind oktober 2015 4900 doelgroepmedewerkers over een POP zouden moeten beschikken. U hebt gevraagd of het mogelijk is om het ESF-project te verlengen. Ik denk dat we niet mogen vooruitlopen op de resultaten. We moeten evalueren op het moment dat het zich voordoet. Kan het? Ja, misschien. Is het noodzakelijk? Ik hoop van niet. Ik hoop dat we in ieder geval tegen oktober 2015 over een POP beschikken voor alle 4900 doelgroepmedewerkers.

Mijnheer Ronse, u hebt mij een vraag gesteld over de POP’s en de doorstroomevaluatie. Het is belangrijk dat de consultant van de ESF – ik heb verwezen naar het bureau BDO – de begeleider opleidt. Dat is wel degelijk de bedoeling. Het is dan ook logisch dat de begeleider zelf dit opneemt na de tender die dan afloopt. We hebben het in deze commissie al heel vaak gehad over doorstroming. Is dat een fetisj voor mij? Neen, maar ik vind het wel belangrijk. Ik vind het belangrijk om ervoor te zorgen dat bepaalde mensen kunnen doorstromen. Een POP kan hierbij een belangrijk instrument zijn, ook voor de doelgroepmedewerker zelf die zo kan nagaan aan welke competenties hij nog moet voldoen om eventueel te kunnen doorstromen of om te weten dat hij misschien nooit zal doorstromen.

Ik vind doorstromen belangrijk, maar tegelijkertijd zal er altijd een segment van doelgroepmedewerkers zijn dat nooit zal kunnen doorstromen. Die moeten we ook ter harte blijven nemen en dat zal gebeuren.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Is er een verschil tussen de sectoren? Ik bedoel daarmee de beschutte en de sociale werkplaatsen. Ik vraag dat omdat ze een heel andere cultuur hebben vanuit het verleden. Er moet geprobeerd worden om die op één lijn te brengen naar het Maatwerkdecreet.

De heer Peter Wouters (N-VA)

Niet iedereen kan doorstromen. Dat hangt af van doelgroep tot doelgroep.

De vraag is of de minister weet heeft van een verschil in sectoren.

Elke doelgroepmedewerker uit een sociale werkplaats, beschutte werkplaats of LDE moet een POP hebben, met de ambitieuze doelstelling tegen oktober 2015.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Is er een verschil tussen de sectoren? Ik vraag naar de tendens.

Ik heb een algemeen percentage genoemd. Ik zal u de opsplitsing per sector nog overmaken.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, ik dank u voor dit constructieve antwoord over dit belangrijk instrument om de mensen mee te krijgen in hun eigen verhaal.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.